Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Van Oosterhout, Klos en Teunissen over het rapport van de Algemene Rekenkamer 'Energiebesparing: stimuleren of verplichten?'
Vragen van de leden Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA), Klos (D66) en Teunissen (PvdD) aan de Minister van Klimaat en Groene Groei over het rapport van de Algemene Rekenkamer «Energiebesparing: stimuleren of verplichten?» van 15 januari 2026 (ingezonden 16 januari 2026).
Antwoord van Minister Hermans (Klimaat en Groene Groei) (ontvangen 10 februari 2026).
Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 1022.
Vraag 1
Bent u op de hoogte van het rapport van de Algemene Rekenkamer, waarin wordt geconcludeerd
dat er voor ruim € 50 miljoen overlap bestaat tussen vier subsidieregelingen voor
energiebesparing en de wettelijke energiebesparingsplicht?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Deelt u de conclusies van de Algemene Rekenkamer over de omvang van de overlap en
de geïdentificeerde regelingen?
Antwoord 2
Ja, het kabinet deelt de conclusies van de Algemene Rekenkamer (AR). De financiële
overlap bedraagt circa € 50 miljoen van € 1,2 miljard aan beschikbare middelen en
is daarmee relatief beperkt. Bij de meeste regelingen gaat het goed. Bij vier regelingen
is de overlap tijdelijk mogelijk geweest. De door de AR onderzochte periode betreft
2019–2024. In de tussentijd werd de door het kabinet geconstateerde overlap reeds
hersteld bijvoorbeeld bij de ISDE-regeling zodat verplichte maatregelen niet meer
in aanmerking komen voor subsidie, waardoor per 1 januari 2023 er geen overlap meer
was. Ook bij de EG-regeling is in 2024 de overlap hersteld.
Bij de VWS-regelingen is er vanaf 2026 geen overlap meer. Alle subsidiabele maatregelen
die betrekking hebben op energiebesparing zijn uit de regeling geschrapt.
Vraag 3
Welk deel van de recent beschikbare subsidiebudgetten voor energiebesparing bij bedrijven
is ingezet voor maatregelen die reeds onder bestaande wettelijke verplichtingen vallen,
uitgesplitst naar regeling en jaar, en acht u deze inzet doelmatig?
Antwoord 3
De overlap uitgesplitst per regeling per jaar die in het verleden heeft plaatsgevonden,
is weergegeven in de bevindingen van de AR zoals opgenomen in de Bijlage 6 van het
rapport. Het kabinet acht, net als de AR, de overlap tussen normerende en stimulerende
instrumenten ondoelmatig en streeft ernaar om die aan de voorkant uit te sluiten.
Op dit moment is de door de AR geconstateerde overlap hersteld.
Vraag 4
Hoe verklaart u dat er volgens de Algemene Rekenkamer nog steeds onvoldoende zicht
is op welke bedrijven precies onder de energiebesparingsplicht vallen, terwijl deze
plicht al sinds 1993 bestaat?
Antwoord 4
De energiebesparingsplicht heeft niet altijd de aandacht gehad die noodzakelijk was.
Het kabinet is daarom een traject gestart om toezicht en handhaving te verbeteren.
Zo krijgen omgevingsdiensten sinds 2022 extra middelen voor toezicht op en handhaving
van de energiebesparingsplicht en worden sinds 2025 de energiegegevens via de netbeheerders
gedeeld met de toezichthouders. Met omgevingsdiensten, VNG en IPO is gewerkt aan een
meerjarenuitvoeringsplan om toezicht te verbeteren. De eerste effecten daarvan beginnen
nu zichtbaar te worden. Met de ingezette verbetermaatregelen beschikken de toezichthouders
in toenemende mate over de benodigde gegevens.
Vraag 5
Hoe bent u voornemens het door de Algemene Rekenkamer gesignaleerde gebrek aan inzicht
in informatie, effectiviteit en overlap van regelingen te verbeteren?
Antwoord 5
Zie voor het antwoord op de vraag over inzicht in informatie en effectiviteit de antwoorden
op vraag 4 en 6. Met RVO, die veel subsidieregelingen uitvoert, wordt gewerkt aan
een werkwijze waardoor bij het opstellen van regelingen overlap met de energiebesparingsplicht
kan worden uitgesloten. Tijdens de opdrachttoets bij RVO zal op overlap worden getoetst.
Deze toets wordt uitgevoerd bij de inrichting van nieuw subsidie-instrumentarium,
Vraag 6
Hoe beoordeelt u de effectiviteit van de huidige energiebesparingsplicht en de handhaving
daarvan in termen van daadwerkelijk gerealiseerde energiebesparing en CO2-reductie, en beschikt u over een sectorale onderbouwing van deze effecten?
Antwoord 6
Het is op dit moment niet mogelijk om het precieze additionele effect van de energiebesparingsplicht
uitgedrukt in PJ’s of tonnen CO2 vast te stellen. TNO is reeds in samenwerking met CBS aan de slag om dit in kaart
te brengen. Met omgevingsdiensten wordt daarnaast bekeken hoe de effectiviteit van
handhaving meer inzichtelijk kan worden gemaakt. In Q1 verschijnt de tweede editie
van de Monitor Energiebesparing, waarin onder meer het energiegebruik in 2025 per
sector wordt weergegeven.
Vraag 7
Bent u, conform de aanbeveling van de Algemene Rekenkamer, bereid subsidieregelingen
zodanig aan te passen dat financiering van maatregelen die onder de energiebesparingsplicht
vallen uitsluitend mogelijk is bij aantoonbare aanvullende besparing boven op de wettelijke
plicht, en zo ja, op welke termijn?
Antwoord 7
Het Kabinet is van mening dat maatregelen die verplicht zijn onder de energiebesparingsplicht
voor een bedrijf of instelling niet ook subsidie mogen krijgen zonder dat hier een
onderbouwing voor is. Op dit moment, conform de constatering van de Algemene Rekenkamer,
zijn er geen regelingen die onder de Minister van KGG vallen die overlappen met de
energiebesparingsplicht. De overlap was bij de ISDE-regeling geconstateerd, maar die
is per 1 januari 2023 hersteld. Het rapport van de Algemene Rekenkamer constateert
dat er van 2019 tot en met 2024 overlap is geweest tussen de subsidieregeling Bouw
en Onderhoud Sportaccommodaties (BOSA) en de energiebesparingsplicht. Vanaf 2026 zijn
energiebesparende maatregelen ook daar niet langer subsidiabel binnen de BOSA.
Vraag 8
Hoe waarborgt u dat deze aanpassingen aansluiten bij de invoering van de nieuwe regels
voor de energiebesparingsplicht?
Antwoord 8
De wettelijk vastgestelde vierjaarlijkse cyclus van actualisatie van de energiebesparingsplicht
biedt bedrijven en instellingen stabiliteit, omdat wijzigingen op een vast moment
plaatsvinden. De meeste subsidieregelingen worden op 1 januari geïntroduceerd of verlengd.
Daarom streeft het kabinet ernaar om de nieuwe regels voor energiebesparingsplicht
op 1 januari 2027 te publiceren om zo beter aan te sluiten bij de datum waarop de
subsidieregelingen worden verlengd of worden geïntroduceerd. Tot slot worden, ten
opzichte van de vorige actualisatie van de plicht in 2023, de nieuwe regels interdepartementaal
afgestemd in de stuurgroep energiebesparing waarbij wordt ingezet op de brede bekendheid
van de energiebesparingsplicht bij andere departementen alsmede wordt gevraagd om
subsidieregelingen indien nodig aan te passen. Zodoende worden alle departementen
actief betrokken bij de wijzigingen in de plicht.
Vraag 9
Hoe voorkomt u dat aanpassingen aan de energiebesparingsplicht afbreuk doen aan de
urgentie en de noodzaak om – mede in het licht van Europese richtlijn – juist meer
energiebesparing te realiseren in Nederland?
Antwoord 9
De voorgenomen ophoging van de ondergrens voor elektriciteit resulteert in een verlies
van besparingspotentieel. Daar tegenover staat dat de terugverdientijd van de energiebesparende
maatregelen vanaf 2027 wordt opgehoogd naar 7 jaar. Hiermee wordt minimaal 10 PJ aan
additioneel besparingspotentieel ontsloten. Ook werkt het kabinet aan het energiebesparingsfonds
waardoor mkb-bedrijven, ook de bedrijven die niet onder de energiebesparingsplicht
vallen, extra gestimuleerd worden om energiebesparende maatregelen te treffen. Hier
zullen zij leningen kunnen verkrijgen voor energiebesparende maatregelen.
Vraag 10
Erkent u de gebrekkige handhaving, en gebrek aan informatie over doelmatigheid van
de handhaving van de energiebesparingsplicht, zoals geconstateerd door de Algemene
Rekenkamer?
Antwoord 10
Deel I van het onderzoek van de Algemene Rekenkamer ziet op de periode 2008–2023.
Het Kabinet onderschrijft de bevinding dat toezicht en handhaving jarenlang ontoereikend
is geweest. Sinds 2022 stelt het Rijk aanvullende middelen voor toezicht en handhaving
beschikbaar. Ook zijn er tal van wijzigingen geweest die de handhaving efficiënter
en professioneler hebben gemaakt, zoals opleidingen en kennisdeling tussen de omgevingsdiensten,
het onderbrengen van de handhavingstaken onder het basistakenpakket en de energiegegevensdeling
van de netbeheerders. Hierdoor is het toezicht en handhaving in de afgelopen jaren
sterk verbeterd.
Vraag 11
Kunt u toezeggen om eventueel vrijkomende middelen in te zetten voor het versterken
van de handhaving van de energiebesparingsplicht?
Antwoord 11
Er is op dit moment geen sprake meer van overlap. Daarbij is het niet zo dat er bij
de subsidieregelingen waarbij er sprake was van overlap middelen zijn vrijgekomen.
Deze middelen zijn nog steeds noodzakelijk voor het bereiken van de doelen waarvoor
deze subsidies zijn opgezet. Het kabinet onderzoekt nu conform de motie van het lid
Van Oosterhout2 of er aanvullende middelen voor toezicht en handhaving nodig zijn.
Ondertekenaars
S.T.M. Hermans, minister van Klimaat en Groene Groei
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.