Schriftelijke vragen : Het bericht ‘Versnippering binnen fiscus leidt tot grote verschillen tussen voorlopige en definitieve aanslagen IB’
Vragen van het lid Inge van Dijk (CDA) aan de Staatssecretaris van Financiën over het bericht «Versnippering binnen fiscus leidt tot grote verschillen tussen voorlopige en definitieve aanslagen IB» (ingezonden 9 februari 2026).
Vraag 1
Vind u 3,9 miljard euro teveel betaalde belasting op voorlopige aanslag in 2022 te
rechtvaardigen aan burgers en bedrijven?1
Vraag 2
Wat zijn de belangrijkste oorzaken van verschillen tussen de voorlopige en definitieve
aanslag voor particulieren en voor het MKB?
Vraag 3
Klopt het dat verschillen tussen voorlopige en definitieve aanslag ook in belangrijke
mate komen door het gebrek aan samenwerking tussen de Afdeling Centrale Administratieve
Processen Inkomensheffing (CAP IH), die de voorlopige aanslagen oplegt en de specifieke
directies Particulieren en MKB die de definitieve aanslagen opleggen?
Vraag 4
Waarom worden voorlopige en definitieve aanslagen via verschillende processen behandeld,
terwijl het over dezelfde belastingplichtigen en belastingsoort gaat?
Vraag 5
Bent u het ermee eens dat het minimaliseren van verschillen tussen voorlopige en definitieve
aanslag wél tot de taakopdracht en doelstellingen van CAP IB en de desbetreffende
directies zou moeten behoren?
Vraag 6
Welke mogelijkheden ziet u voor verbetering van de samenwerking tussen deze onderdelen
en betere afstemming van de controles die zij uitvoeren?
Vraag 7
Welke verdere mogelijkheden ziet u om de aansluiting van voorlopige aanslag op definitieve
aanslag te verbeteren, zodat de heffing bij burgers en bedrijven beter aansluit op
de werkelijkheid?
Vraag 8
Welke mogelijkheden ziet u om het gebrek aan vaktechnische slagkracht bij CAP IH op
te lossen?
Ondertekenaars
Inge van Dijk, Tweede Kamerlid