Schriftelijke vragen : De rechterlijke rolopvatting, publieke uitingen en het vertrouwen in de rechtspraak
Vragen van het lid Schilder (Groep Markuszower) aan de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid over de rechterlijke rolopvatting, publieke uitingen en het vertrouwen in de rechtspraak (ingezonden 9 februari 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met de column van Marianne Zwagerman in De Telegraaf waarin stevige
kritiek wordt geuit op de recente rechterlijke uitspraak over klimaatbeleid en de
rolopvatting van rechters?1
Vraag 2
Hoe beoordeelt u de stelling dat rechters in klimaat- en stikstofzaken de grenzen
van hun constitutionele rol overschrijden en daarmee feitelijk op de stoel van de
wetgever gaan zitten?
Vraag 3
Deelt u de opvatting dat het toepassen en interpreteren van mensenrechtenverdragen
door rechters grote beleidsmatige gevolgen kan hebben zonder directe democratische
legitimatie? Zo ja, hoe wordt die spanning volgens u voldoende ondervangen?
Vraag 4
Acht u het wenselijk dat rechters zich in het openbaar, bijvoorbeeld via sociale media,
uitspreken over politieke of activistische standpunten die direct raken aan zaken
waarover zij (recent of mogelijk toekomstig) rechtspreken?
Vraag 5
Welke gedragsregels gelden momenteel voor rechters met betrekking tot publieke uitingen
en maatschappelijke betrokkenheid en acht u deze regels toereikend om de schijn van
partijdigheid te voorkomen?
Vraag 6
Hoe wordt binnen de rechterlijke organisatie beoordeeld of een rechter zich behoort
te verschonen wanneer diens publieke uitingen raken aan de inhoud van een voorliggende
zaak?
Vraag 7
In hoeverre vindt u dat de huidige benoemings- en toezichtstructuur van de rechterlijke
macht voldoende waarborgen biedt tegen bevooroordeeldheid of activisme binnen de rechtspraak?
Vraag 8
Deelt u de analyse dat het maatschappelijk vertrouwen in de rechtspraak onder druk
kan komen te staan wanneer rechterlijke uitspraken worden ervaren als politiek of
moreel gemotiveerd in plaats van strikt juridisch?
Vraag 9
Bent u bereid te onderzoeken of meer transparantie rondom rechterlijke benoemingen
en rolopvattingen kan bijdragen aan het versterken van dat vertrouwen, zonder de onafhankelijkheid
van de rechtspraak aan te tasten?
Vraag 10
Kunt u uiteenzetten waar volgens u de grens ligt tussen legitieme rechtsvinding door
de rechter en het feitelijk creëren van nieuw beleid via jurisprudentie?
Ondertekenaars
Shanna Schilder, Tweede Kamerlid