Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Stoffer en Ceder over de situatie in Syrië
Vragen van de leden Stoffer (SGP) en Ceder (ChristenUnie) aan de Minister van Buitenlandse Zaken over de situatie in Syrië (ingezonden 21 januari 2026).
Antwoord van Minister Van Weel (Buitenlandse Zaken) (ontvangen 6 februari 2026).
Vraag 1
Hoe beoordeelt u het staakt-het-vuren dat zou zijn overeengekomen tussen het Syrische
regeringsleger en de SDF?
Antwoord 1
In de afgelopen periode is de situatie in noordoost-Syrië zeer complex geweest, waarbij
de ontwikkelingen elkaar snel opvolgden. Na het staakt-het-vuren van 20 januari, dat
op 24 januari verlengd werd, kwamen de Syrische overgangsregering en de Syrian Democratic
Forces (SDF) op 30 januari een permanent staakt-het-vuren overeen. Onderdeel van deze
overeenkomst is ook de integratie van de SDF en de gebieden in het noordoosten in
de Syrische staat. Het kabinet verwelkomt deze overeenkomst. Van belang is dat er
een vreedzame en duurzame oplossing tussen de twee partijen wordt gevonden, dat de
rechten en veiligheid van alle Syrische gemeenschappen worden geborgd en dat ontheemden
veilig en verantwoord terug kunnen keren. Het kabinet blijft de situatie op basis
hiervan nauwgezet volgen.
Vraag 2
Op basis van welke actuele informatie concludeert u dat er geen risico bestaat op
escalatie met Koerdische actoren in Irak, en acht u deze inschatting nog houdbaar
in het licht van de gebeurtenissen sinds het Commissiedebat Raad Buitenlandse Zaken
gehouden op 13 januari jl.?
Antwoord 2
Het kabinet baseert zijn inschatting op informatie van het postennetwerk in de regio,
internationale partners en veiligheidsdiensten. Daarbij wordt onderkend dat de situatie
in Syrië en de bredere regio voortdurend in beweging is en dat ontwikkelingen in Syrië
kunnen doorwerken in buurlanden, waaronder Irak. In het licht van de ontwikkelingen
in noordoost-Syrië is het inderdaad zaak om deze inschatting continu te herijken.
Het kabinet volgt deze ontwikkelingen nauwgezet en stemt hierover af met internationale
partners.
Vraag 3
Bent u bereid zich in te zetten voor een onafhankelijk internationaal onderzoek naar
de toedracht en verantwoordelijkheden rond het vrijlaten van IS-terroristen uit de
gevangenis van Al-Shaddadi, en te pleiten voor gerichte EU-sancties tegen personen
of entiteiten die hiervoor verantwoordelijk gehouden kunnen worden?
Antwoord 3
Het tegengaan van straffeloosheid is een prioriteit voor het kabinet. Het is zodoende
van belang dat er duidelijkheid komt ten aanzien van de berichten dat IS-terroristen
bewust zouden zijn vrijgelaten. Dit belang brengt het kabinet, ook via de EU, over
aan de Syrische overgangsregering.
Duidelijkheid ten aanzien van wat er precies is voorgevallen en wie eventueel verantwoordelijk
is geweest, kan op verschillende manieren worden bereikt. Het kabinet zet zich, ook
in EU-verband, actief in voor het tegengaan van straffeloosheid en draagt hiertoe
bij aan verscheidene organisaties die actief zijn op het gebied van monitoring en
onderzoek. Het gaat dan onder meer om het OHCHR-veldkantoor in Damascus, de VN Commission
of Inquiry (CoI) en het International Impartial and Independent Mechanism (IIIM).
Mocht blijken dat individuen of entiteiten verantwoordelijk zijn voor het vrijlaten
van IS-terroristen, dan zal Nederland dit in EU-verband agenderen en bezien welke
vervolgstappen binnen de geldende EU-kaders passend zijn. Het sanctie instrumentarium
is daarbij één van de opties.
Vraag 4 en 5
Bent u bereid om in EU-verband financiële en politieke steun aan de Syrische overgangsregering
ter discussie te stellen, als vastgesteld wordt dat de autoriteiten ook maar enige
verantwoordelijkheid dragen voor het ontsnappen van IS-terroristen?
Deelt u de conclusie dat de in de motie-Ceder c.s. (Kamerstuk 32 623, nr. 334) gestelde voorwaarden voor normalisatie van de betrekkingen met Damascus door het
aanhoudende geweld tegen minderheden niet worden nageleefd? Zo ja, welke consequenties
verbindt het kabinet hieraan voor de Nederlandse en Europese steun aan regering van
Al-Sharaa?
Antwoord 4 en 5
De inzet van het kabinet ten aanzien van Syrië vraagt om een voortdurende en zorgvuldige
afweging. Veiligheid en stabiliteit in Syrië zijn van groot belang voor Nederland
en voor alle Syrische gemeenschappen. Vanuit dit perspectief zet het kabinet zich
in voor humanitaire hulp, economische ontwikkeling, wederopbouw en het tegengaan van
straffeloosheid.
Mede daartoe onderhoudt het kabinet contact met de Syrische overgangsregering, waarbij
het kabinet zich nadrukkelijk bewust is van de achtergrond van de huidige machthebbers
in Damascus en van zorgwekkende ontwikkelingen in het afgelopen jaar, waaronder de
geweldsescalaties in Latakia en Sweida. Gelet op bovengenoemde inzet en met het oog
op het beperken van de invloed van landen als Iran en Rusland, acht het kabinet het
noodzakelijk om te blijven engageren met de Syrische overgangsregering.
Het kabinet spreekt de overgangsregering daarbij consequent aan op haar verantwoordelijkheden,
waaronder het waarborgen van de rechten en veiligheid van alle Syrische gemeenschappen
en het bevorderen van een inclusieve politieke transitie. In EU-verband zet het kabinet
zich in voor een voorwaardelijke benadering van financiële en politieke steun, waarbij
deze gekoppeld is aan de concrete stappen die de overgangsregering zet op deze terreinen.
Recentelijk heeft het kabinet dit, volgend ook op de motie Stoffer en Ceder1, onder meer opgebracht in de Raad Buitenlandse Zaken van 29 januari jl.2
Indien wordt vastgesteld dat de autoriteiten verantwoordelijkheid dragen voor ernstige
misstanden, waaronder betrokkenheid bij ontsnappingen van aan IS-gelieerde personen
of aanhoudend geweld tegen minderheden, dan zal het kabinet zich ervoor inzetten om
de steun opnieuw te wegen en, waar nodig, ter discussie te stellen.
Vraag 6
Kunt u aangeven op welke manier Nederland en de EU de Koerden in Syrië politiek, diplomatiek
en strategisch steunen, onder meer via partners in de Koerdische autonome regio in
Noord-Irak? Ziet u mogelijkheden om deze steun uit te breiden?
Antwoord 6
Nederland en de EU steunen Syrië via een breed pakket aan humanitaire hulp, steun
voor vroeg herstel en sociaaleconomische stabilisatie, waaronder een EU-steunpakket
van circa EUR 620 miljoen voor 2026–2027. Deze inzet is gericht op een vreedzame en
inclusieve transitie en komt ten goede aan de Syrische bevolking als geheel, waaronder
ook Koerdische gemeenschappen.
Het kabinet zet zich onverminderd in voor een stabiel Syrië waarin de rechten van
alle burgers worden gerespecteerd. Daarin maken Nederland en de EU geen onderscheid
tussen bevolkingsgroepen.
Vraag 7
Klopt het dat de Syrische interim-regering de aanvallen op de SDF op religieuze gronden
legitimeert?3 Hoe beoordeelt u dit? Welke consequenties verbindt het kabinet aan religieuze rechtvaardiging
van geweld door autoriteiten voor Nederlandse en Europese steun aan Syrië?
Antwoord 7
Het kabinet is bekend met berichtgeving dat (individuen binnen) de Syrische overgangsautoriteiten
religieuze taal zouden gebruiken om optreden tegen de SDF te ondersteunen. Deze berichten
zijn echter moeilijk onafhankelijk te verifiëren. In zijn algemeenheid geldt dat het
kabinet religieuze rechtvaardiging van geweld, als ook het typeren van groepen op
basis van religieuze identiteit, onaanvaardbaar acht.
Vraag 8
Acht u het waarschijnlijk dat ontsnapte IS-strijders terugkeren op Europese bodem?
Erkent u dat er dan sprake is van een risico voor de nationale en Europese veiligheid?
Liggen er concrete protocollen klaar? Zo nee, bent u bereid deze in Europees verband
te laten opstellen?
Vraag 8
Acht u het waarschijnlijk dat ontsnapte IS-strijders terugkeren op Europese bodem?
Erkent u dat er dan sprake is van een risico voor de nationale en Europese veiligheid?
Liggen er concrete protocollen klaar? Zo nee, bent u bereid deze in Europees verband
te laten opstellen?
Ondertekenaars
D.M. van Weel, minister van Buitenlandse Zaken
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.