Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Boswijk, Stoffer en Ceder over de Ranglijst Christenvervolging 2026 van Open Doors
Vragen van de leden Boswijk (CDA), Stoffer (SGP) en Ceder (ChristenUnie) aan de Minister van Buitenlandse Zaken over de Ranglijst Christenvervolging 2026 van Open Doors (ingezonden 14 januari 2026).
Antwoord van Minister Van Weel (Buitenlandse Zaken) (ontvangen 6 februari 2026)
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van de Ranglijst Christenvervolging 2026 van Open Doors, die
stelt dat ruim 388 miljoen christenen wereldwijd te maken hebben met discriminatie
en zware vervolging vanwege hun geloofsovertuiging?1
Antwoord 1
Ja. Op 19 januari jl. heb ik de Ranglijst Christenvervolging 2026 van Open Doors persoonlijk
in ontvangst genomen.
Vraag 2
Herkent u de trends, namelijk dat het aantal Christen dat te maken heeft met discriminatie
en zware vervolging voor hun geloof toeneemt, die Open Doors in haar onderzoek laat
zien?
Antwoord 2
Het kabinet herkent de zorgelijke trends die in het rapport van Open Doors worden
geschetst en ziet eveneens dat christenen in verschillende delen van de wereld in
toenemende mate te maken hebben met discriminatie, vervolging en geweld. Dit is, helaas,
onderdeel van een bredere ontwikkeling waarin mensenrechten wereldwijd onder toenemende
druk staan. De oorzaken zijn divers en omvatten onder meer de opkomst van autoritaire
regimes, verslechterende socio-economische omstandigheden, de impact van gewapende
conflicten, instabiliteit en escalerend geweld, onder andere in delen van Sub-Sahara
Afrika. In deze context worden vaak ook andere religieuze en etnische minderheden
getroffen. Vrijheid van religie en levensovertuiging is daarom al jaren één van de
kernprioriteiten van het Nederlandse mensenrechtenbeleid. Het kabinet blijft zich
inzetten voor de bescherming van christenen en andere religieuze minderheden wereldwijd.
Vraag 3 en 4
Heeft u zicht op de veiligheidssituatie in Syrië voor religieuze en etnische minderheden
sinds de val van het Assad-regime, en kunt u daarbij specifiek ingaan op de situatie
voor Christenen?
Hoe waardeert u de veranderingen in de veiligheidssituatie voor religieuze en etnische
minderheden sinds de val van het Assad-regime? Kunt u in uw antwoord de bevindingen
van Open Doors meenemen die een forse toename van het aantal vervolgde Christenen
in Syrië laat zien?
Antwoord 3 en 4
De veiligheidssituatie in Syrië is complex en volatiel. Het kabinet onderkent dat
minderheden, onder wie christenen, zich hierbij in een kwetsbare positie bevinden.
Meldingen van maatschappelijke organisaties, waaronder Open Doors, onderschrijven
deze kwetsbaarheid. Tegelijkertijd geldt dat onafhankelijke informatie over de positie
van religieuze en etnische minderheden, waaronder christenen, beperkt beschikbaar
is en er veel nepnieuws rondgaat op het internet. Het is daarom soms moeilijk te achterhalen
wat de precieze feiten zijn.
De Syrische overgangsregering, onder leiding van interim-president al-Sharaa, presenteert
tot op heden een hervormingsagenda gericht op een inclusieve politieke transitie,
herstel van basisvoorzieningen, wederopbouw en gerechtigheid voor misdaden. In zijn
uitlatingen het afgelopen jaar benadrukt Al-Sharaa regelmatig verzoening, inclusiviteit
en hervormingen. Tegelijkertijd tonen ernstige geweldsincidenten in onder meer Suweida
en de kustregio aan dat de overgangsregering meer concrete stappen moet zetten om
de veiligheid en rechten van alle Syrische etnische- en religieuze gemeenschappen
te borgen.
Het kabinet spreekt zich in contacten met de Syrische overgangsregering consequent
uit over het belang van een inclusieve politieke transitie en bescherming van alle
Syrische gemeenschappen, en blijft de ontwikkelingen nauwgezet volgen.
Vraag 5
Welke mogelijkheden ziet u om via de Syrië-gezant en andere bilaterale of multilaterale
contacten met de Syrische regering te pleiten voor grondwetsherzieningen die volledig
en gelijk burgerschap garanderen voor alle Syrische burgers, ongeacht religie, etniciteit
of geslacht?
Antwoord 5
Het kabinet zet zich bilateraal en multilateraal in voor een inclusieve politieke
transitie in Syrië, gebaseerd op mensenrechten, rechtsstatelijkheid en gelijk burgerschap.
Dit gebeurt via diplomatieke kanalen, multilaterale fora en internationale samenwerking.
Vraag 6
Wat zijn de mogelijkheden om op nationaal en EU-verband de Syrische regering te stimuleren
op te treden bij geweldsincidenten, discriminerende en intimiderende uitingen naar
religieuze gemeenschappen en de verantwoordelijken te laten arresteren en vervolgen?
Antwoord 6
Nederland blijft dit thema zowel nationaal als in EU-verband agenderen via diplomatieke
kanalen, multilaterale fora en Europese mensenrechteninzet, met nadruk op bescherming
van alle gemeenschappen, naleving van mensenrechten en het bestrijden van straffeloosheid.
Een concreet voorbeeld is het Nederlands lidmaatschap van de Syria Core Group in de VN Mensenrechtenraad. Als lid van deze groep zet Nederland zich in voor een
mandaatverlenging van de Independent International Commission of Inquiry on the Syrian Arab Republic (CoI), zodat deze gedegen en onafhankelijk onderzoek kan blijven doen naar mensenrechtenschendingen
in Syrië – waaronder tegen religieuze gemeenschappen.
Vraag 7
Hoe is uw zicht op de door Open Doors geconstateerde verdere verslechtering van de
situatie in veertien landen in Sub-Sahara Afrika, waarbij in Nigeria wederom de meeste
moorden op christenen werden gepleegd?
Antwoord 7
Het kabinet veroordeelt het geweld in Sub-Sahara Afrika en deelt de zorgen over het
grote aantal slachtoffers dat hierbij valt, onder wie christenen. Nederland bekijkt
voortdurend hoe onze diplomatieke en programmatische inzet te verbeteren op conflictpreventie,
stabiliteit en vrijheid van religie en levensovertuiging binnen de beschikbare middelen,
en volgt de situatie in de verschillende landen nauwlettend.
Vraag 8
Welke kansen ziet u om gebruik te maken van de aankomende Universal Periodic Reviews
van de VN-mensenrechtenraad om aandacht te vragen voor mensenrechtenschendingen en
misstanden op het gebied van vrijheid van religie en levensovertuiging in bijvoorbeeld
Niger, Mozambique, Syrië, Somalië en Soedan?
Antwoord 8
Vrijheid van Religie en Levensovertuiging is een van de prioriteiten waarop Nederland
regelmatig aanbevelingen formuleert in Universal Periodic Reviews (UPRs) van andere lidstaten2; het kabinet zal dit ook blijven doen. Wanneer het betreffende land op de agenda
van de UPR staat zal gekeken worden naar concrete aandachtspunten om de mensenrechtensituatie
aldaar te verbeteren. Waar relevant zullen aanbevelingen op het gebied van vrijheid
van religie en levensovertuiging daar onderdeel van uitmaken (zie ook het antwoord
op vraag 9).
Vraag 9
Bent u bereid om het geweld tegen Christenen in Nigeria onder de aandacht te brengen
tijdens bilaterale en multilaterale contacten, met een nadruk op de religieuze component
van deze grootschalige moorden, zoals wordt aangetoond door Open Doors?
Antwoord 9
Ja. Nederland zet zich zowel bilateraal als multilateraal in voor conflictpreventie
en de bescherming van religieuze minderheden in Nigeria en zal dat blijven doen. Deze
zorgen zijn in 2025 consistent overgebracht aan de Nigeriaanse overheid, onder meer
tijdens de jaarlijkse bilaterale consultaties in november jl., in het gesprek tussen
de Minister-President en de President van Nigeria in augustus jl., en tijdens het
bezoek van de mensenrechtenambassadeur aan Nigeria in mei jl.
Daarnaast brengt Nederland de positie van christenen en andere religieuze minderheden
actief onder de aandacht in multilaterale fora, waaronder de EU en de Verenigde Naties.
Zo heeft Nederland binnen de VN Mensenrechtenraad aandacht gevraagd voor de bescherming
van religieuze gemeenschappen in Nigeria en is dit onderwerp ingebracht tijdens de
Universal Periodic Review (UPR) van Nigeria. Ook werkt Nederland samen met gelijkgezinde landen om vrijheid
van religie en levensovertuiging te agenderen, onder meer binnen de EU en internationale
coalities gericht op geloofsvrijheid.
Vraag 10
Welke mogelijkheden ziet u om diplomatieke druk op de Nigeriaanse overheid uit te
oefenen, en mogelijk Nederlandse of Europese assistentie te verlenen, om zorg te dragen
voor bescherming van christelijke gemeenschappen, ondersteuning bij en veilige terugkeer
en accurate vervolging van daders?
Antwoord 10
Nederland pleit binnen de EU voor het verhogen van veiligheidssteun en conflictpreventieprojecten
in Nigeria en krijgt hiervoor steun van andere lidstaten. De EU heeft toegezegd hierop
in te zetten, onder andere via een ministeriële conferentie en een vredes- en veiligheidsdialoog
gepland in de eerste helft van dit jaar. Daarnaast is Nederland een van de grootste
donoren in Nigeria op het terrein van vrijheid van religie en levensovertuiging. In
de periode 2021–2025 is via het Joint Initiative for Strategic Religious Action (JISRA) circa EUR 7 miljoen ingezet in Nigeria.
Binnen het nieuwe FOCUS-instrument «Beschermen en Promoten van Mensenrechten en Fundamentele
Vrijheden» is voor de periode 2026–2031 EUR 35 miljoen gereserveerd voor vrijheid
van religie en levensovertuiging wereldwijd. Dit instrument richt zich op meerdere
landen die voorkomen op de Ranglijst Christenvervolging, waaronder Nigeria, en heeft
als doel de vrijheid van religie en levensovertuiging te versterken, religieuze minderheden
te beschermen en lokale maatschappelijke organisaties te ondersteunen.
Vraag 11
Welke gelegenheden ziet u om opvolging te geven aan de bilaterale contacten met Algerije
om aan te dringen op opening van kerken en andere gebouwen waar christenen samen willen
komen, gevallen van strafvervolging tegen predikanten in te trekken en registratieprocedures
te vereenvoudigen?
Antwoord 11
De Nederlandse ambassade in Algiers spreekt regelmatig met vertegenwoordigers van
diverse religieuze groepen in Algerije en met het Ministerie van Religieuze Zaken.
De ervaring leert dat het uitdagend zal blijven om op korte termijn de gewenste resultaten
te behalen. Het is daarnaast vaak niet productief voor de religieuze minderheden om
ter plaatse al te vocaal te zijn op dit thema. Waar mogelijk deelt de ambassade echter
de Nederlandse visie op het belang van vrijheid van religie en levensovertuiging en/of
mensenrechten in brede zin.
Vraag 12
Bent u bereid om zich in de EU hard te maken om de benoeming van een speciaal gezant
voor vrijheid van religie en levensovertuiging, die al eerder door de voorzitter van
de Europese Commissie aangekondigd is, in de EU te bespoedigen?
Antwoord 12
De benoeming van een nieuwe EU-gezant voor godsdienstvrijheid ligt bij de Europese
Commissie. De Commissie heeft aangegeven dat de selectieprocedure loopt, maar op dit
moment is nog geen concrete datum bekend voor afronding en aanstelling. Nederland
blijft zich, samen met gelijkgezinde EU-lidstaten, actief inzetten voor een spoedige
benoeming. Dit gebeurt via diplomatieke contacten in Brussel en door het belang van
deze functie consequent te benadrukken in relevante EU-fora. Het kabinet acht een
nieuwe EU-gezant van groot belang voor een consistente en zichtbare inzet van de EU
op het terrein van vrijheid van religie en levensovertuiging.
Vraag 13
Heeft het kabinet een actieve benadering om digitale controle en vervolging zoals
die bijvoorbeeld plaatsvindt in China en ook India bespreekbaar te maken in contacten
met deze landen? Zo niet, bent u bereid hieraan te werken?
Antwoord 13
Toenemende digitale controle en repressie zijn voor het kabinet een punt van zorg.
Nederland spant zich internationaal en bilateraal in om dit onderwerp te adresseren.
De digitale repressie van religieuze groepen, inclusief christenen, is onderdeel van
deze inzet. Nederland was tot voor kort voorzitter van de Freedom Online Coalitie en gebruikt dit platform om verantwoordelijk gebruik van surveillancetechnologie
wereldwijd te promoten, bijvoorbeeld via de Guiding Principles on Government Use of Surveillance Technologies. Nederland is tevens actief in de International Freedom of Religion or Belief Alliance, waar het zich specifiek inzet voor de bescherming van religieuze minderheden. De
jaarlijkse EU-mensenrechtendialoog met India en China (heropgestart in 2025) fungeert
als een vast instrument om deze thema’s in EU-verband te adresseren. Nederland zal
deze inzet blijven voortzetten.
Vraag 14
Heeft u er zicht op of mogelijk Europese of zelfs Nederlandse technologie gebruikt
wordt voor digitale controle en vervolging in China en India? Bent u bereid om zich
in te zetten dat Europese en Nederlandse technologie hier niet toe gebruikt kan worden
in deze landen?
Antwoord 14
Het kabinet acht het van groot belang dat Europese en Nederlandse technologie niet
wordt ingezet voor digitale controle en vervolging in strijd met mensenrechten. Een
van de instrumenten hiertoe is het exportcontrolebeleid. De Europese Dual-Use Verordening is het wettelijk kader waartoe Nederland zich verhoudt als het gaat om
goederen voor tweeërlei gebruik. De vergunningplicht geldt daarbij voor bepaalde goederen,
is niet gericht op specifieke landen en heeft tot doel om via controle voorafgaand
aan de export ongewenst eindgebruik tegen te gaan. Het beleid is daarmee landenneutraal.
Deze verordening voorziet in de mogelijkheid om te toetsen op het risico dat bepaalde
goederen en technologie op ongewenste wijze worden ingezet met mensenrechtenschendingen
als gevolg. Met de introductie van de cybersurveillance-bepaling in de herziene verordening
van 2021 zijn mensenrechten een meer centrale rol gaan spelen in exportcontrole.
Bij vergunningaanvragen voor export van gecontroleerde goederen, programmatuur en
technologie toetst het kabinet dan ook expliciet op het risico op mensenrechtenschendingen.
Bij zorgen over het eindgebruik of de eindgebruiker in relatie tot mensenrechtenschendingen,
wordt een vergunningaanvraag in principe afgewezen. Daarnaast verwijst de verordening
expliciet naar de verantwoordelijkheid van bedrijven om internationaal maatschappelijk
verantwoord te ondernemen.
Ondertekenaars
D.M. van Weel, minister van Buitenlandse Zaken
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.