Verslag van een commissiedebat : Verslag van een commissiedebat, gehouden op 4 februari 2026, over de Informele Raad Buitenlandse Zaken Handel van 19-20 februari 2026
21 501-02 Raad Algemene Zaken en Raad Buitenlandse Zaken
Nr. 3363
VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBAT
Vastgesteld 16 maart 2026
De vaste commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp en de vaste commissie
voor Europese Zaken hebben op 4 februari 2026 overleg gevoerd met mevrouw De Vries,
Staatssecretaris Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp, over:
− de brief van de Staatssecretaris Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp d.d. 30 januari
2026 inzake geannoteerde agenda voor de informele Raad Buitenlandse Zaken Handel van
19 en 20 februari 2026 (Kamerstuk 21 501-02, nr. 3342);
− de brief van de Staatssecretaris Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp d.d. 1 december
2025 inzake verslag Raad Buitenlandse Zaken Handel van 24 november 2025 (Kamerstuk
21 501-02, nr. 3296);
− de brief van de Minister van Buitenlandse Zaken d.d. 21 november 2025 inzake fiche:
Maatregelen ter bescherming EU-staalsector tegen wereldwijde overcapaciteit (Kamerstuk
22 112, nr. 4213);
− de brief van de Staatssecretaris Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp d.d. 9 december
2025 inzake voorlopig politiek akkoord Omnibus I-CSDDD (Kamerstuk 36 712, nr. 9);
− de brief van de Minister van Buitenlandse Zaken, Minister van Asiel en Migratie d.d. 17 oktober
2025 inzake kwartaalrapportage EU-wetgevingsonderhandeling Buitenlandse Zaken 2025 Q2
(Kamerstuk 22 112, nr. 4191);
− de brief van de Minister van Buitenlandse Zaken d.d. 30 januari 2026 inzake fiche:
Mededeling Versterking van de economische veiligheid van de EU (Kamerstuk 22 112, nr. 4239);
− de brief van de Staatssecretaris Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp d.d. 30 januari
2026 inzake antwoorden op vragen commissie over onder andere de beleidsagenda Buitenlandse
Handel «Nederland: welvarend en weerbaar» (Kamerstuk 36 180, nr. 164) (Kamerstuk 36 180, nr. 196).
Van dit overleg brengen de commissies bijgaand geredigeerd woordelijk verslag uit.
De fungerend voorzitter van de vaste commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp, Becker
De fungerend voorzitter van de vaste commissie voor Europese Zaken, Van der Werf
De griffier van de vaste commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp, Prenger
Voorzitter: Boswijk
Griffier: De Keijzer
Aanwezig zijn zeven leden der Kamer, te weten: Van Ark, Bamenga, Boswijk, Van der
Burg, Hoogeveen, Kröger en Teunissen,
en mevrouw De Vries, Staatssecretaris Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp.
Aanvang 13.32 uur.
De voorzitter:
Goedemiddag, allemaal. Het debat is geopend. Welkom bij het commissiedebat van de
commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp. Welkom aan de collega’s.
We hebben vier minuten spreektijd en vier interrupties. Ik ga daar wel een beetje
kort op zijn, want we hebben ook nog stemmingen tussendoor. Zodra de stemmingen beginnen,
moet ik gaan schorsen.
Ik wil de heer Hoogeveen het woord geven.
De heer Hoogeveen (JA21):
Dank, voorzitter. Dit kan zomaar het laatste debat van de Staatssecretaris zijn, althans
in deze kabinetsronde. In de korte periode dat ik met haar heb mogen debatteren, ben
ik zeer te spreken over haar rotsvaste geloof in vrijhandel. Laten we hopen dat haar
opvolger zich daar net zo voor wil inzetten. Dat is broodnodig in deze geopolitieke
tijden. Voor nu dus bedankt aan de Staatssecretaris voor haar inzet.
Voorzitter. Handel is de hoeksteen van onze welvaart. We zijn als geen ander land
gebaat bij voorspelbare en stabiele handelsrelaties. Wat is het daarom mooi dat de
onderhandelingen tussen de Commissie en India zijn afgerond. De komende tien jaar
zullen wederzijdse invoertarieven voor veel sectoren worden afgebouwd of zelfs verdwijnen.
Dat is positief. Wel waren mensenrechten- en klimaatwensen van de Europese Commissie
in de laatste fase van de onderhandelingen een heikel blok. Mijn fractie is blij dat
daar uiteindelijk pragmatisch over is onderhandeld. Want, zoals we weten, over het
Mercosur-akkoord is 25 jaar gesoebat, tot op het punt dat de linkse premier Lula van
Brazilië ons zelfs moest betichten van groen kolonialisme. We hebben de Mercosur-landen
tot het uiterste gedreven en bijna gillend van de onderhandelingstafel doen wegrennen,
en zelfs bijna van de ondertekeningstafel. Nu hebben groene en rode eisen weer tot
vertraging geleid in de onderhandelingen met India.
Voorzitter. Ik hoop dat de Commissie zich realistischer weet op te stellen. Kan het
kabinet toelichten hoe nu binnen de Raad en de Commissie naar dit soort groene en
rode wensen in handelsakkoorden wordt gekeken? Zijn we wat pragmatischer geworden?
Zien we dat dit bij andere akkoorden ook een vertragende werking kan hebben? Is er,
gezien de recente ontwikkelingen, een wat pragmatischere koers te bekennen?
Voorzitter. Dan China. We hebben de laatste weken premier Carney van Canada en Starmer
van het Verenigd Koninkrijk zien aanschuiven in Peking. Merz gaat aan het eind van
deze maand. Afgaande op het coalitieakkoord benutten we waar mogelijk kansen met China.
Tegelijkertijd treden we op tegen diefstal van intellectueel eigendom en ongewenste
inmenging in vitale infrastructuur. Dit lijkt me een goede balans en terecht ook positief
geformuleerd. Nu was de EU ooit al dicht bij een akkoord met China, het Comprehensive
Agreement on Investment, waarmee veel bestaande handelsirritaties met China werden
aangepakt. Denk aan de verplichte joint ventures, de forced technology transfers en
betere markttoegang. Er blijven, uiteraard terecht, zorgen over de situatie in Xinjiang
en Oost-Turkestan. Maar vanuit een realistisch wereldbeeld zou ik de Staatssecretaris
toch willen vragen of zij binnen de Raad ook mogelijkheden kan onderzoeken om voorzichtig
het stof van het CAI af te blazen, uiteraard op de voorwaarde dat we niet inboeten
op enige veiligheidseisen.
Voorzitter. Dan graag een inschatting van de Staatssecretaris over het tijdspad van
de onderhandelingen met Maleisië, Indonesië en de Verenigde Arabische Emiraten. Op
welke termijn wordt gemikt op afronding van de akkoorden met Maleisië en de Emiraten?
Wanneer zal naar verwachting de juridische check van het verdrag met Indonesië zijn
afgerond? Ik had Mercosur al genoemd. Graag een update over de stand van zaken. De
Kamer deed onlangs een uitspraak over de voorlopige inwerkingtreding van het akkoord.
Bestaat daar in de Raad ook al genoeg steun voor?
Afrondend, voorzitter: de Verenigde Staten. Als je op een kaart met EU-vrijhandelsverdragen
kijkt, dan zie je dat dit nog een grote witte vlek is. Dat is een gemis. Natuurlijk
hebben we een woelig begin van deze regering in Amerika gehad. Natuurlijk is de president
ook degene die de onderhandelingen met TTIP in zijn eerste mandaat in het slop heeft
gebracht. Maar toch ben ik benieuwd of de Staatssecretaris zich een verbetering van
de huidige Turnberrydeal kan voorstellen en of we voorzichtig zouden kunnen kijken
naar het verbeteren van het wegnemen van bijvoorbeeld non-tarifaire belemmeringen.
Dank u wel.
De voorzitter:
Prachtig binnen de tijd. Mevrouw Teunissen, Partij voor de Dieren.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Dank u wel, voorzitter. Ik begin met het EU-Mercosur-verdrag. Het Europees Parlement
heeft gevraagd om een advies van het Europees Hof van Justitie over de conformiteit
van de EU-Mercosur-overeenkomst met de EU-verdragen. Dat is natuurlijk omdat het rebalancing
mechanism erin zit. Dat is een juridisch instrument dat Mercosur-landen in staat stelt
compensatie te eisen wanneer nieuwe Europese milieuregels, bijvoorbeeld over ontbossing
en landbouwgif, hun handelsvoordelen aantasten. Dat creëert druk op EU-wetgeving en
kan het voorzorgsbeginsel ondermijnen, omdat striktere normen als handelsbelemmering
kunnen worden aangevochten. Dat is dus een hele legitieme reden om naar een advies
te vragen. Ik zie dat de Staatssecretaris toch zegt: nee, we moeten gewoon vaart maken
met dat handelsverdrag. Hoe gaat de Staatssecretaris dit verzoek wel serieus nemen?
Gaan we op z’n minst als Nederland serieus om met dit verzoek? En als dat advies er
daadwerkelijk ligt, gaan we dan ook onze positie met betrekking tot Mercosur heroverwegen?
Dat is toch het minste dat we kunnen doen als er zo’n verzoek ligt?
Voorzitter. We leven in een tijd waarin de machtsverhoudingen razendsnel verschuiven.
Oude allianties staan onder druk en de handel wordt steeds vaker ingezet als geopolitiek
wapen. De Partij voor de Dieren vindt dat je niet aan paniekvoetbal moet gaan doen.
Je moet geen oude handelsverdragen afsluiten, zeker als we niet precies weten welke
juridische consequenties die verdragen hebben. Juist als je kijkt naar Mercosur, waar
twintig jaar over is onderhandeld, zie je dat dat een fossiel verdrag is. Het gaat
om producten als rundvlees en dieselauto’s. Dat past gewoon niet meer in deze tijd.
Wij moeten dus gaan inzetten op partnerschappen en handelsverdragen waarbij handel
niet een doel op zich is, maar binnen de grenzen van randvoorwaarden van klimaat,
mensenrechten en de planeet plaatsvindt. Ik vraag me af wat de visie van de Staatssecretaris
is op afscheid nemen van oude handelsverdragen en op hoe we in de toekomst duurzame
handel binnen die randvoorwaarden vormgeven met nieuwe partnerschappen.
Voorzitter. Dan wil ik het nu hebben over de gaswinning in Mozambique. Dat omstreden
gasproject in Mozambique is weer van start gegaan. Nederland heeft een exportkredietverzekering
gegeven aan Van Oord, een Nederlandse baggeraar. Die voert een deel van het werk uit
bij dat gasproject. Inmiddels zijn daar koraalriffen vernietigd en is er sprake van
mensenrechtenschendingen. We hebben het Clingendaelrapport gezien, dat klip-en-klaar
zegt dat er structureel sprake is van mensenrechtenschendingen in Mozambique. Nu is
de situatie wel wat rustiger, maar ook op lange termijn is die niet stabiel. En wat
zien we nou gebeuren? Total zegt dat het doorgaat met die verzekering. En wat doet
Nederland? We gaan toch nog steeds die polis verstrekken. Mijn vraag aan de Staatssecretaris
is dus: wat is er gebeurd met die aangenomen motie van de Kamer in 2023 die zegt dat
we eerst moeten wachten op die verzekering of die verzekering moeten opschorten totdat
de herbeoordeling plaatsvindt? Heeft die herbeoordeling überhaupt plaatsgevonden?
Je kunt toch niet, nadat zo’n Clingendaelrapport verschijnt, zeggen dat je toch gewoon
doorgaat met het verstrekken van die kredieten? Als dat wel zo is, dan is er echt
iets mis met de criteria voor het verstrekken van kredieten. Ik hoop dus dat de Staatssecretaris
daar wat helderheid over kan verlenen.
Tot slot, voorzitter, nog één punt: het nationale handelsverbod met illegale nederzettingen.
De Israëlische regering blijft maar uitbreiden met die illegale nederzettingen. Het
omstreden E1-nederzettingenplan gaat gewoon door. Als het zo doorgaat, maakt dat de
Palestijnse Staat en de tweestatenoplossing feitelijk onmogelijk. Wanneer komt het
kabinet nou met het handelsverbod? Moeten we wachten op een nieuw kabinet of komt
dat nog van dit kabinet, zoals was beloofd?
Dank u wel.
De voorzitter:
Ook perfect binnen de tijd. Het woord is aan mevrouw Van Ark van het CDA.
Mevrouw Van Ark (CDA):
De lat ligt hoog om binnen de tijd te blijven!
Voorzitter. Veel Nederlandse bedrijven ondernemen over de grens. Nederland heeft een
uitgebreid aanbod van subsidies en exportverzekeringen om ondernemingen hierbij te
ondersteunen. Dan denk ik niet alleen aan de grote multinationals, maar ook aan onze
kleine mkb’ers met kennis over water, voedselzekerheid en klimaatslimme landbouw.
Het CDA vindt het belangrijk dat ondernemers in de regio ook profiteren van dit aanbod,
al is het alleen maar omdat we niet alleen in Fryslân, maar ook in andere regio’s
buiten de Randstad unieke kennis hebben. Het CDA is heel blij met de toezegging van
de Staatssecretaris dat het kabinet onderzoekt hoe het meer Fryske ondernemers kan
laten deelnemen aan economische missies. Ik neem aan dat de Staatssecretaris daarmee
ook andere regio’s meeneemt. Kan ik daarop misschien een toezegging krijgen?
Voorzitter. De Staatssecretaris schrijft in een reactie op de beleidsagenda ook over
de combitracks. Samen met de overheid, bedrijven, kennisinstellingen en maatschappelijke
organisaties worden deze combitracks ontwikkeld om uitdagingen in landen als Indonesië
en Bangladesh op te lossen. Het is een mooi instrument waarmee we handel en hulp met
elkaar kunnen combineren en Nederlandse expertise kunnen inzetten. Mijn vraag is:
hoeveel combitracks lopen er nu goed en hoe wordt dit gemeten? Mijn fractie hoort
ook graag hoe maatschappelijke organisaties in deze combitracks worden meegenomen.
Mijn derde punt gaat over handelsakkoorden. Het is goed om te zien dat we vaart maken
met Mercosur. Het CDA is er dan ook voor dat de afspraken in het Mercosur-verdrag
in de tussentijd voorlopig toegepast worden. Het is goed dat hierover aan de EU-zijde
nu positief is besloten. Tegelijkertijd zie ik dat we over het algemeen niet erg voortvarend
zijn als het gaat om handelsakkoorden. Neem als voorbeeld het akkoord met India; daar
onderhandelen we al over sinds 2007. Om ons heen zien we landen als Amerika en China
de ene na de andere overeenkomst sluiten. In de huidige geopolitieke context is de
trage maar zorgvuldige democratische besluitvorming in Europa niet bepaald slagvaardig
te noemen. Hoe kijkt de Staatssecretaris hiertegen aan? Wat kunnen wij als Nederland
doen om er in ieder geval aan onze zijde alles aan te doen om hierover sneller besluiten
te nemen?
Tot slot. De Europese Rekenkamer stelt in een recent rapport dat maatregelen van de
EU op het gebied van cruciale grondstoffen om autonomer te worden en om de aanvoer
van grondstoffen als aluminium, lithium, kobalt en nikkel te spreiden, maar heel weinig
resultaat hebben. Ook leiden handelsverdragen zoals die met Nieuw-Zeeland en Chili
nauwelijks tot een stijging van de import. Dit rapport laat zien dat de urgentie omhoog
moet om onze afhankelijkheid van kritieke grondstoffen van enkele landen te verminderen.
Voorzitter. Het is bijna een no-brainer, maar zoals het rapport ook zegt: recycling
van kritieke materialen is laaghangend fruit. Kostbare grondstoffen verdwijnen echter
nog steeds in de afvalstroom in plaats van dat we die strategisch hergebruiken. Kan
de Staatssecretaris concreet aangeven welke barrières wij in Nederland moeten wegnemen
om dit wel op gang te krijgen? Hoe gaan we daar doelen aan verbinden?
Voorzitter. Laten we de waarschuwing van de Europese Rekenkamer niet wegzetten als
een constatering, maar oppakken als een opdracht. Dit vraagt echt om alle hens aan
dek. Minder afhankelijkheid begint bij het benutten van de grondstoffen die we hier
al hebben.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. U bent heel ruim binnen de tijd gebleven.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Ik heb een vraag over die strategische afhankelijkheden. Als je echt serieus naar
strategische afhankelijkheden wil kijken, vraagt dat er ook om dat we samen met de
Ministeries van IenW en BHO kijken waar je door middel van recycling grondstoffen
kan terugwinnen. Efficiëntie en het verminderen van grondstofgebruik vallen eigenlijk
deels onder KGG. We moeten veel meer coherent samenwerken in plaats van, onder het
mom van strategische afhankelijkheden afbouwen, alleen maar veel meer handel drijven
met een heleboel landen. Is het CDA dat met me eens?
Mevrouw Van Ark (CDA):
Ik denk dat dat een hele goede suggestie is van mevrouw Kröger. Ik denk dat een goede
samenwerking tussen departementen heel belangrijk is. Ik vond het pleidooi van de
Europese Rekenkamer heel mooi. Zij zeiden: kijk niet alleen naar meer import, maar
ook naar een aantal grondstoffen waarvan we echt 0% recyclen in Europa. Ik denk dat
het heel makkelijk is om iets ambitieuzere doelen te stellen dan 0%. Als dat met verschillende
ministeries moet – dat kan ik me heel goed voorstellen op dit terrein – dan lijkt
dat me heel belangrijk.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Daar wil ik nog even op doorgaan. We zitten hier natuurlijk omdat de Staatssecretaris
naar Europa gaat. Ik merk dat dat in Europa ook op hele verschillende beleidsterreinen ...
Moeten we er niet juist toe oproepen dat er in zo’n Handelsraad, als je het hebt over
de afbouw van strategische handelslijnen, ook gekeken wordt naar een heel stuk circulaire
economie en een heel stuk efficiency?
Mevrouw Van Ark (CDA):
Ik denk dat mevrouw Kröger gelijk heeft. Volgens mij vereist het echt een totaalaanpak.
Ik denk dat we niet alleen maar moeten kijken naar recycling hier, maar dat het wel
een belangrijk element is. Die samenwerking is zeker ook belangrijk. Misschien is
het wel iets voor de Staatssecretaris. Kan zij daarop reageren en aangeven hoe we
dat slimmer gaan doen?
De voorzitter:
Dank u wel. De heer Bamenga.
De heer Bamenga (D66):
Dank u wel, voorzitter. Als de afgelopen weken iets hebben laten zien, dan is het
wel dat Nederland behoefte heeft aan een realistisch en open handelsbeleid dat bestand
is tegen schokken. We bevinden ons in een precaire mondiale situatie, waarin alles
verschuift. Zelfs relaties waarop we blind dachten te kunnen vertrouwen, worden op
de proef gesteld. Strategische afhankelijkheden worden steeds vaker ingezet als een
politiek breekijzer. Dat is gevaarlijk voor een open economie als de onze. Wat moeten
we doen om de precaire geopolitieke situatie het hoofd te bieden? We moeten diversifiëren.
We moeten nieuwe relaties aangaan en strategische afhankelijkheden verminderen.
Daarom ben ik blij dat deze uitgangspunten duidelijk terugkomen in het nieuwe coalitieakkoord.
Daarin wordt expliciet ingezet op open strategische autonomie, op het versterken van
internationale handelsrelaties en op het verkleinen van kwetsbare afhankelijkheden
in cruciale ketens, met oog voor mens en planeet. Het gaat om waardengedreven realisme
waar we allemaal mee vooruit kunnen komen. Als we terugkijken naar de afgelopen periode,
zien we dat we die mindset nodig zullen hebben. Een onstuimige omgang met de Verenigde
Staten vraagt om een eensgezind optreden, allereerst als het gaat om de handelsdeal
die nu voor ons ligt. Daarom is mijn vraag: vindt het kabinet dat er in het EU-VS-handelsakkoord een mechanisme moet worden ingebouwd om te kunnen ingrijpen als de VS zich
niet aan de afspraken houden? Hoe kijkt de Staatssecretaris aan tegen voorstellen
om te versterken en tegen herroepings- en opschortingsclausules voor dat doel?
Voorzitter. Of aanscherping van het akkoord nou mogelijk blijkt of niet: laten we
onszelf niet voor de gek houden. De afgelopen periode was geen incident, maar een
voorbode van de moeilijke jaren die voor ons liggen. Als we die met opgeheven hoofd
tegemoet willen gaan, mogen we ons niet uit elkaar laten spelen. Juist de afgelopen
periode heeft laten zien dat eensgezind, daadkrachtig en geloofwaardig Europees optreden
werkt en dat Trump luistert naar de taal van macht. Laten we daar lering uit trekken.
Daarom vraag ik de Staatssecretaris om in Brussel te werken aan het opstellen van
een vooraf bepaalde escalatieladder: een helder, vooraf gecommuniceerd plan waarin
de consequenties van onbezonnen en arbitraire handelstarieven zijn vastgelegd. Die
is niet bedoeld om onnodig te escaleren, maar om geloofwaardig af te schrikken.
Voorzitter. Dan Mercosur. Wat er in het Europees Parlement gebeurt, is een enorme
eigen goal voor Europa. In de geopolitiek krijg je zelden een tweede kans. Wie ziet
wat er in de afgelopen twee weken allemaal is gebeurd, weet dat twee jaar vertraging
in deze wereld een eeuwigheid is. Die vertraging kunnen we ons niet permitteren. Elke
maand vertraging is een maand waarin andere, minder welwillende actoren toegang zoeken
tot deze markt. De president van Paraguay gaf het zelf aan: als de EU niet opschiet,
kijken wij verder. We hebben dus geen tijd te verliezen. De Europese Commissie overweegt
voorlopige toepassing van het akkoord. Is het kabinet bereid zich expliciet uit te
spreken voor voorlopige invoering van het Mercosur-akkoord?
Voorzitter. Dan het sluiten van het handelsakkoord met India. Dat is ontzettend goed
nieuws. Ik hoop dat dit het begin is van een bredere trend en dat we binnenkort ook
akkoorden zien met Indonesië en Australië. In het verdrag met India zijn mensenrechten
en democratische principes aangemerkt als «essentiële elementen». Dat klinkt goed,
maar wat betekent dit concreet? Welke waarborgen zijn er dat dit geen papieren belofte
blijft? Waarom is het niet gelukt om de klimaatdoelen van Parijs steviger te verankeren
in het akkoord? Hoe zorgen we ervoor dat dit verdrag wel degelijk bijdraagt aan verduurzaming
en hogere klimaatstandaarden?
De voorzitter:
Dank u wel. U heeft een interruptie van mevrouw Teunissen.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Soms vind ik het moeilijk om nog het D66-geluid te herkennen als het gaat om Mercosur.
Het is dan meer de VVD die ik hoor, die dit handelsverdrag alleen maar wil versnellen,
versnellen, versnellen, zonder oog te hebben voor bijvoorbeeld het internationaal
recht, Europese verdragen en klimaat- en mensenrechten. Nu ligt er een verzoek voor
een advies aan het Europese Hof van Justitie om te toetsen of het EU-Mercosur-verdrag
wel in lijn is met andere Europese verdragen. Mijn vraag aan D66 is heel simpel: respecteert
u dat verzoek?
De heer Bamenga (D66):
Om te beginnen: dit is altijd de lijn geweest van D66. We zijn een partij die juist
heel erg openstaat voor handelsverdragen, omdat we zien dat dat heel erg belangrijk
is, zeker nu de geopolitieke situatie is zoals die is. Het is ontzettend belangrijk
dat wij ervoor zorgen dat die strategische afhankelijkheden verminderen.
Internationaal recht en klimaat. We zijn daar altijd voorvechter van geweest, ook
als het gaat om mensenrechten. Dat zijn we en dat blijven we, iets wat je ook kunt
terughoren in mijn bijdrage. Het is inderdaad zo dat het Europees Parlement met een
nipte meerderheid heeft besloten om in ieder geval het Europees Hof te vragen om een
en ander te bekijken, maar de Europese Commissie kan het dus wel degelijk voorlopig
van toepassing laten zijn. En dat is eigenlijk waarover ik een vraag aan de Staatssecretaris
stel: wil hij het mogelijk maken dat wij kunnen zien wat het kabinetsstandpunt hierover
is?
Mevrouw Teunissen (PvdD):
«Voorlopig van toepassing»? Het kan gewoon en dat heeft de Staatssecretaris ook al
in een reactie gezegd. Hij heeft namelijk aangegeven dat Nederland daar voorstander
van is. Maar het gaat mij om het principe dat je wel iets moet doen met het advies
dat nu wordt gevraagd. De heer Bamenga zegt «dit verzoek is met een nipte meerderheid
aangenomen», maar dat is dus gewoon een meerderheid! Het Europees Parlement heeft
in meerderheid besloten om het EU-Mercosur-verdrag te toetsen aan andere EU-verdragen
om te zien of het daarmee in lijn is. Ik ken D66 als een partij die de EU-verdragen
heel serieus neemt en daar altijd voor heeft gevochten. Mijn vraag is dan ook: gaat
D66 in ieder geval serieus om met dat advies, wanneer dat er eenmaal ligt?
De heer Bamenga (D66):
Wij gaan heel erg serieus om met adviezen als die er liggen. Dat kunnen wij zeker
bij dezen stellen. Wat er nu eigenlijk gebeurt, is niet iets wat niet volgens de regels
gaat, om het zo maar te zeggen. Dit gaat gewoon volgens de regels die er zijn. De
Europese Commissie kan het voorlopig van toepassing laten zijn en dat is eigenlijk
waarom wij daar extra kracht in willen zetten.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Ik vind het toch wel echt belangrijk om dit even aan te stippen. Ik hoor namelijk
weer: het is belangrijk om het akkoord voorlopig in werking te laten treden. Maar
het is ook belangrijk om het advies serieus te nemen. Ik heb van de heer Bamenga gehoord
dat hij dat doet. Dat is fijn, maar dan verwacht ik ook dat D66 bereid is om dat advies,
wanneer het er eenmaal ligt, op te volgen. Het is namelijk wel een advies van het
Europees Hof van Justitie. Daar komen we nog over te spreken, maar ik ben voor nu
in ieder geval blij dat D66 zegt: we moeten ook dat advies serieus nemen.
De heer Bamenga (D66):
Volgens zit hier geen vraag in, maar ik kan wel herhalen dat wij dit advies serieus
nemen. Dat geldt natuurlijk voor alle uitspraken van het Hof. Maar goed, dat geldt
voor ons allemaal.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Net op een ander punt. De heer Bamenga schetst hoe belangrijk onze handelsbetrekkingen
zijn en dat de dialoog op handel de manier is om verbonden te zijn in de wereld. Dat
is inderdaad van groot belang. Er is best wel discussie geweest in de laatste twee
debatten over het handelsverdrag met de Emiraten en in hoeverre Europa proactief de
rol die de Emiraten spelen in de genocide in Sudan gaat aankaarten in het kader van
die handelsonderhandelingen.
Ik wil de Staatssecretaris straks weer oproepen om zich daar hard voor in te zetten.
De Staatssecretaris heeft aangegeven dat we een mandaat hebben vastgesteld en dat
dat het dan is. «U ziet het dan wel aan het eind van het verdrag.» Maar het gaat mij
juist om het traject van de onderhandelingen, want die onderhandelingen bieden de
mogelijkheid om dingen waar je minder blij mee bent, aan te kaarten. Is de heer Bamenga
dat met me eens?
De heer Bamenga (D66):
Dat ben ik inderdaad met GroenLinks-PvdA eens. Wat er in Sudan gebeurt, is verschrikkelijk.
Sinds ik in de Kamer zit, probeer ik het continu op de kaart te zetten. Als er partijen
zijn die negatief aan de situatie daar bijdragen, dan is het natuurlijk ontzettend
belangrijk dat er in ieder gesprek van Nederland of van de Europese Unie met deze
partij alles aan wordt gedaan om te zorgen dat dit onderwerp op tafel komt en besproken
wordt.
De voorzitter:
Dan heeft u nog een interruptie van de heer Hoogeveen.
De heer Hoogeveen (JA21):
Ik heb met plezier geluisterd naar het betoog van de heer Bamenga. Ik denk dat wij
overlap hebben ten aanzien van het promoten van vrijhandel. Vroeger was dat een wat
meer conservatief standpunt, maar het is goed om te zien dat het ook naar de progressief-liberale
kant is doorgesijpeld.
Mijn vraag gaat over de fragmentatie van de economie, iets waar de heer Bamenga het
ook over had. Ik bedoel dan dus die constante dreiging van tarieven en het inzetten
van handel als een wapen. De heer Bamenga zei in zijn betoog dat die tarieven slecht
voor de handel en slecht voor onze economie zijn. Maar vervolgens zei hij in datzelfde
betoog: we moeten zo hard mogelijk terug kunnen slaan en we moeten zo hard mogelijke
tegenmaatregelen kunnen treffen. Erkent de heer Bamenga dat dat voor onszelf ook economische
gevolgen heeft? En hoe kijkt D66 eigenlijk precies naar dat internationale speelveld
met aan de ene kant een handelsoorlog en aan de andere kant het met die tegenmaatregelen
toebrengen van self-inflicted wounds?
De voorzitter:
Voordat ik de heer Bamenga het woord geef, zeg ik toch maar: als het kan, graag de
interrupties en de antwoorden iets korter.
De heer Bamenga (D66):
Het is gewoon heel erg belangrijk dat wij betrouwbare partners zijn. Wij moeten ons
natuurlijk aan ons woord houden. Wij vinden het verder belangrijk dat wij op een waardengedreven
manier handel drijven. We moeten dus betrouwbaar zijn en dat op een waardengedreven
manier doen. We moeten elders bijdragen aan de klimaatdoelen en de mensenrechten,
maar we moeten ook bijdragen aan meer welvaart, voor ons maar ook voor de mensen daar.
Dat moet op een gelijkwaardige manier gebeuren, maar het kan natuurlijk zijn dat die
partners soms zelf niet betrouwbaar zijn. We hebben dat allemaal gezien met de Verenigde
Staten en daar moeten we dus wel een goede reactie op kunnen geven. Dat moet snel
gebeuren. Dat moet eenduidig, eensgezind en daadkrachtig gebeuren, maar ook op een
geloofwaardige manier, want alleen dan heeft het impact.
De heer Hoogeveen (JA21):
Als je bij internationale handel en internationale betrekkingen te snel reageert,
kom je echter wel in een soort neerwaartse spiraal van escalatie terecht. Ik hoorde
D66 toen de Trumptarieven op tafel kwamen al heel snel roepen om het antidwanginstrument
en harde tegenmaatregelen, terwijl het misschien wel verstandig is om het, in een
goed Engels woord, met «restraint» te doen. Ik zou daarom D66 dus toch willen vragen
om niet te snel over te gaan tot harde retoriek en harde maatregelen. Het antidwanginstrument
is echt een vrij zwaar instrument.
De heer Bamenga (D66):
Ik denk dat je die instrumenten vooral moet gebruiken om je doel te bereiken. Wat
ons betreft is het natuurlijk belangrijk dat de relaties met je partners goed zijn,
maar die partners moeten zich wel bewust zijn van het feit dat jij bepaalde sancties,
of hoe je het ook maar wilt noemen, achter de hand hebt. De dreiging dat je die in
kunt zetten, werkt volgens mij. Wij geloven daarin en ook dat het preventief werkt.
Daardoor zullen zij zich zoals dat hoort aan de regels houden. Daar geloven we dus
in. Ik ben het er verder zeker mee eens dat je niet een soort escalatie moet creëren,
maar dat heb ik volgens mij ook in mijn bijdrage aangeven. Dus wij volgen hierin volgens
mij dezelfde lijn.
De voorzitter:
Mevrouw Kröger.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Dank u wel, voorzitter. Twee jaar schuilen achter de dijken heeft onze internationale
positie geen goed gedaan. Onze veiligheid, onze economie, een leefbare toekomst: onze
belangen zijn gediend met samenwerking en verbinding. En handelspolitiek is daar een
integraal onderdeel van, zeker nu handel ingezet wordt als geopolitiek wapen. Maar
dat vraagt dan wel om een heldere koers op basis van die belangen.
Ik maak mij daarom zorgen over hoe nu in «no tempo» wetgeving waar decennia voor is
gestreden, wordt afgezwakt. Ik denk dan aan CSDDD, want de antiwegkijkwet bood een
basis voor Europese bedrijven om hun ketens te vrijwaren van uitbuiting. Het is een
basis om te zorgen dat handel daadwerkelijk bijdraagt aan het voorkomen van de klimaatcrisis
en meer welzijn. Dat is kortzichtig. Mijn vraag aan de Staatssecretaris is dan ook
welke ruimte er is voor Nederland om stappen te zetten om ervoor te zorgen dat uitbuiting
zoals kinderarbeid niet in handelsketens zit en om ervoor te zorgen dat Nederlandse
bedrijven wel klimaatplannen hebben in lijn met het 1,5 gradendoel. Klopt het dat
de CSDDD daar wel ruimte voor biedt aan lidstaten?
Ik las in de inzet van de Staatssecretaris voor de WTO dat Nederland staat voor een
pragmatische benadering rond de integratie van milieu- en duurzaamheidsaspecten in
de WTO-agenda. Ik vroeg me af wat daarmee bedoeld wordt. Wat is de betekenis van het
woord «pragmatisch» in deze zin? Ik lees ook dat er een inzet is op fossielebrandstofsubsidies
en plasticvervuiling. Waar zet de Staatssecretaris dan concreet op in? Als er namelijk
iets geopolitiek relevanter is dan ooit, dan is het de overstap naar duurzame energie
van eigen bodem.
Als handelsland is Nederland gebaat bij een internationaal systeem van regels en daar
biedt de WTO een platform voor. Maar ondertussen ligt er een akkoord met de VS op
de plank dat eigenlijk tegen al die basisregels van de WTO ingaat. Hoe rijmt het kabinet
hun inzet voor de WTO met een eventuele instemming met deze slechte handelsdeal?
Dan over die handelsdeal. In de huidige politieke context, die wordt gekenmerkt door
snel wisselende verklaringen van een compleet losgeslagen president in Amerika, is
het noodzakelijk strategisch te werk te gaan. Dit is geen moment om gewoon door te
gaan met business as usual. Het is dus goed dat het Europees Parlement de behandeling
van de deal met de VS heeft bevroren. De in Davos aangekondigde kaderovereenkomst
die er zou zijn over Groenland hebben we niet op papier. In het vorige debat zei het
kabinet: wat we nu weten, is dat er op hoofdlijnen een raamwerk is. Is het kabinet
het met mij eens dat dit te weinig is om te beoordelen of de handelsbesprekingen tussen
de EU en de VS kunnen worden hervat? Het afsluiten van dit akkoord zou namelijk ook
betekenen dat Europa buigt voor de pestkoppenpolitiek van Trump. We zetten onze groene
ambities in de uitverkoop en beloven gigantische, onvoorstelbare hoeveelheden fossiele
brandstoffen te kopen, zoals lng en olie. Het gaat om 250 miljard. En dat terwijl
we juist met man en macht moeten proberen om van die fossiele brandstoffen af te stappen
en daadwerkelijk geopolitiek onafhankelijk te worden.
Voorzitter. Het handelsbeleid is vol in beweging. Dat is belangrijk, zeker in dit
tijdsgewricht. Maar onderliggende waarden als gelijkwaardigheid en mensenrechten zouden
niet in beweging moeten zijn. Ik wil het daarom nogmaals hebben over het onderhandelingsmandaat
met de Emiraten. Er staan mooie woorden in over mensenrechten, maar die zijn alleen
wat waard als het kabinet ook daadwerkelijk bereid is om eerlijk het gesprek te voeren
over wat er beter moet. In het vorige debat met de Staatssecretaris gaf zij aan dat
dat mandaat nou eenmaal is vastgesteld en dat we wel verder zien als het akkoord er
ligt. Maar ik wil de Staatssecretaris echt op het hart drukken om het mandaat te gebruiken
om aan de hand van mensenrechten, zoals die daar ook in staan, het gesprek te voeren
over de rol van de Emiraten in de genocide in Sudan. Anders zijn de woorden in het
onderhandelingsmandaat lege woorden. Lege woorden verzwakken ons. Dit gaat wat mij
betreft ook over de verhouding tussen kabinet en Kamer. Ja, wij keuren een mandaat
goed, maar dat betekent niet dat er niets meer bespreekbaar is tijdens de onderhandelingen,
want anders loopt handelspolitiek altijd achter de feiten aan.
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Er is nog een interruptie van de heer Hoogeveen voor u.
De heer Hoogeveen (JA21):
Ik hoorde collega Kröger vooral klagen dat de CSRD en CSDDD worden gedereguleerd of
in ieder geval worden afgezwakt. Bedrijven hebben steen en been geklaagd, het investeringsklimaat
staat nu op de agenda en er werd een enorme bureaucratie opgetuigd om bedrijven compliant
te laten zijn. Begrijpt collega Kröger ook dat in deze geopolitieke tijden, waarin
we echt moeten vechten voor ons investeringsklimaat, die deregulering ook vanuit Europa
op gang is gebracht? Ik denk dat het antwoord «nee» is, dus dan is mijn vervolgvraag
meteen: waarom niet?
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Het domste wat je nu kunt doen, is in een noodtempo dingen afbreken waar heel lang
aan gewerkt is en waar ook echt een rationale achter zit. Handel is namelijk een onderdeel
van verbinding in een wereldorde. Dat creëert dus ook veel meer stabiliteit. Om handel
op een gelijkwaardige manier te laten verlopen, is het van groot belang dat bedrijven
zich niet schuldig maken aan uitbuiting en kinderarbeid en dat ze geen zaken in hun
keten hebben die de situatie in de landen waarmee we een gelijkwaardige relatie proberen
te hebben, verslechtert. Wat mij betreft was CSDDD een langverwachte, zeer noodzakelijke
stap om iets wat eigenlijk echt ongelofelijk mis zit, beter te krijgen. Als je in
de keten kijkt naar wat er misgaat, dan zie je dat dat echt een gelijkwaardige relatie
verzwakt. Ik denk ook dat de manier waarop CSDDD, maar ook andere verordeningen, nu
onder het mom van versimpeling vrij halsoverkop worden afge... Ik zoek eigenlijk naar
een ander woord dan «afgezwakt», want dat vind ik nog vriendelijk klinken. Ik maak
me daar echt grote zorgen over. Ik denk dat we onszelf uiteindelijk ook echt ongelofelijk
in de voet schieten. Ik denk dat het dus van belang is om als Nederland, maar ook
samen met andere koplopers, te kijken naar waar je toch kan zeggen: hier gaan we zorgen
dat onze handelsketens gevrijwaard zijn van uitbuiting.
De voorzitter:
De heer Hoogeveen voor zijn laatste interruptie.
De heer Hoogeveen (JA21):
Wij begrijpen in theorie de rationale achter de CSDDD wel, maar het feit dat je bedrijven
gaat opzadelen met klimaatrapportages, het opstellen van klimaatplannen, due diligence ...
Dat is een businesscase voor grote accountantskantoren, grote advisory firms. Begrijpt
u ook de rationale achter de afzwakking van deze wetgeving, namelijk dat er steen
en been werd geklaagd vanuit bedrijven en handelspartners: «we move on» als jullie
dit gaan invoeren? Dan gaan ze naar een andere handelspartner, weg uit ons investeringsklimaat
en keren ze ons de rug toe. Zo duw je je handelspartners juist steeds meer van je
af. Begrijpt mevrouw Kröger ook dat in deze geopolitieke tijden juist die afzwakking
heel erg logisch is?
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
In de eerste plaats is het narratief, het frame van regeldruk op CSDDD geplakt, terwijl
dat meer lag bij CSRD. Het is dus heel interessant hoe een aantal slimme lobbyisten
met een groot belang met het argument van de regeldruk hun pijlen hebben gericht op
CSDDD, waar heel veel belangrijke dingen in zitten. Een klimaatplan opstellen wordt
benoemd als een bedreiging of iets vervelends voor een bedrijf. Ik denk dat de investeringstermijnen
van bedrijven verder kijken; die kijken voorbij 2040. Als je nog enige relevantie
wil hebben als Europees bedrijf handelend in een context van klimaatneutraliteit en
als je wil concurreren met China, dan zal je een klimaatplan moeten hebben. Dat is
dus ook helemaal niet iets waarmee we bedrijven op achterstand zetten. Het is alleen
iets waarmee je zegt: wij willen zorgen dat we een economie en industrie hebben die
toekomstbestendig zijn. Daarvoor vraag je bedrijven om een plan te maken voor hoe
ze in de economie van de toekomst passen. Dat is uitermate verstandig. Het heel kortzichtig,
onder het mom van ... Kijk, niemand is tegen simplificatie. Daar kan je nooit tegen
zijn. Alleen, dat is echt iets anders dan de sloop en de deregulering die nu plaatsvinden.
Ik denk dat dat echt uitermate onverstandig is. Ik denk dat stevige fossiele belangen
gewonnen hebben en dat we daar als Nederland en Europa veel spijt van gaan krijgen.
De voorzitter:
De heer Bamenga. En nogmaals, zowel de interrupties als de antwoorden mogen echt korter.
De heer Bamenga (D66):
Ik hoorde zojuist mevrouw Kröger aangeven dat het noodzakelijk is om strategisch te
werk te gaan, ook in het kader van de geopolitieke situatie. Er kwam volgens mij juist
vanuit mevrouw Kröger een mooi voorbeeld om te kijken wat wij intern hier in Nederland
kunnen doen om dat nog extra te verstevigen. Mijn vraag was eigenlijk: als handel
inderdaad onderdeel is van verbinding maken – dat geeft mevrouw Kröger aan – hoe kijkt
zij dan aan tegen al de handelsverdragen, al de mogelijkheden die er nu ook zijn met
India, Indonesië en Mexico? Ziet zij dat inderdaad ook echt als kans, of meer als
risico of gevaar?
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Ik zou zeggen dat er veel afhangt van hoe de minderheidscoalitie zich de komende tijd
gaat opstellen. Zoals ik in het begin al zei, denk ik dat het in deze tijd, waarin
handel als geopolitiek wapen wordt ingezet, nodig is om ervoor te zorgen dat handel
bijdraagt aan een stabiele wereldorde en aan brede welvaart. Ik denk dat het echt
nodig is om die belangen heel helder koersvast te hebben. Ik denk dat het daarom ook
belangrijk is om te kijken hoe dat in die verdragen met India of Indonesië goed geborgd
is. Mag ik nog één ding zeggen?
De voorzitter:
Heel kort.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Oké. Er is een heel goed rapport van de WRR over demografisch dividend, waarin ze
juist ook India en Indonesië noemen als de gebieden waar we ons echt qua handel goed
op moeten gaan richten. Dat vind ik een waardevol advies.
De voorzitter:
De heer Van der Burg.
De heer Van der Burg (VVD):
Voorzitter, ik ga het kort houden. Behalve dat ik zelf totaal niet fris en fruitig
ben, heb ik buitengewoon genoten van de bijdrage van de heer Hoogeveen. Ik zou het
niet zo erudiet kunnen zeggen, maar heel veel van wat hij gezegd heeft, zou ik ook
gezegd kunnen hebben, zij het dan wat platter en wat minder mooi vormgegeven. Dat
zijn twee redenen waarom ik het kort houd, voorzitter.
Dan de derde reden. We hebben het hier formeel natuurlijk over de informele Raad.
We maken wel vergezichten, maar de eerlijkheid gebiedt ook te zeggen dat we hier over
pak hem beet tweeënhalve week een nieuw kabinet hebben zitten, dus dat we daarin ook
onze beperkingen moeten zien. In dat kader zou dit ook weleens het laatste debat kunnen
zijn met de Staatssecretaris in deze rol. Ik wil haar daarom in ieder geval hartelijk
danken voor het feit dat zij zich de afgelopen maanden als het gaat om de Nederlandse
belangen in het buitenland buitengewoon goed heeft ingezet. Ik kon geen social media
openen of ik zag alweer een foto waarop ze ergens in een land bezig was de Nederlandse
handelsbelangen te dienen. Dat waardeer ik buitengewoon zeer.
Voorzitter. Mevrouw Teunissen had natuurlijk gelijk. Een nipte meerderheid is ook
een meerderheid. De Tweede Kamer heeft met een nipte meerderheid het Mercosur-verdrag
positief beoordeeld. Dat betekent dat ik er dus, met mevrouw Teunissen, van uitga
dat de Staatssecretaris zich ook die nipte meerderheid in de Tweede Kamer gelegen
laat liggen en dus volop zal blijven inzetten op het uitvoeren van de wens van de
Kamer in dezen. Daar wil ik graag nog wel een reflectie op van de Staatssecretaris.
Twee. Het is buitengewoon goed dat wij de moeder aller deals hebben gesloten; zo wordt
het verkondigd. Daar hoor ik graag een reflectie op van de Staatssecretaris. Ik zag
zelf namelijk nog wel wat verbeterpunten daarin. Maar het is wel goed dat deze stap
is gezet. Ik sluit me ook aan bij de woorden van de heer Hoogeveen dat we verder moeten
kijken hoe we nog meer handelsverdragen in gang kunnen zetten, al zie ik dus vooral
ook de beperking dat er over tweeënhalve week een ander kabinet is. We weten niet
welke rol er dan gespeeld wordt door de Staatssecretaris dan wel met wie we dan te
maken hebben.
Voor nu laat ik het hier even bij, voorzitter. Het zweet breekt me namelijk nu alweer
uit als ik aan het woord ben en dat komt echt niet doordat ik doodsbang ben voor mevrouw
Kröger.
De voorzitter:
Dank, meneer Van der Burg. Ik moet zeggen: u ziet er fris en fruitig uit, zoals altijd,
en u bent zo scherp als een mes. Van dichtbij kan ik het niet beoordelen. Daarvoor
zit ik te ver weg. U heeft toch nog wel een interruptie van mevrouw Kröger. Dat is
ook de laatste.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Ik heb eigenlijk dezelfde vraag die ik ook aan D66 heb gesteld. We hebben een onderhandelingsmandaat
vastgesteld, ook als Kamer, voor de onderhandeling met de Emiraten. Daarin zijn mensenrechten
echt benoemd als onderdeel. Is de heer Van der Burg het met mij eens dat onze Staatssecretaris
er toch op in moet zetten dat wij als Europa gedurende die onderhandelingen de situatie
in Sudan en de rol van de Emiraten daarin bespreekbaar maken?
De heer Van der Burg (VVD):
Als er één ding is waar mevrouw Kröger en ik elkaar in kunnen vinden als het gaat
om het nieuwe coalitieakkoord dat er nu ligt, dan is dat dat er in het nieuwe coalitieakkoord
op het gebied van mensenrechten en het internationale recht goede stappen zijn gezet.
Ik herken me daar buitengewoon in. Ik ga ervan uit dat het huidige kabinet op dit
punt niet wacht om daar vorm aan te geven tot het nieuwe kabinet er is. Dus ik ga
hierin gewoon mee met mevrouw Kröger.
Mevrouw Van Ark (CDA):
Ik durfde het bijna niet, moet ik eerlijk zeggen, na dit betoog van meneer Van der
Burg, maar ik ga toch even een korte vraag stellen. U mag kort antwoorden. Dat helpt
misschien. Mijn vraag is: kent u ook het rapport van de Europese Rekenkamer, dat volgens
mij afgelopen maandag werd gepubliceerd, waarin onder andere aan wordt gegeven dat
de nieuwe handelsverdragen die we afsluiten eigenlijk nog maar weinig leiden tot nieuwe
import van kritieke grondstoffen? Is de heer Van der Burg het met mij eens dat we
daar echt goed naar moeten kijken als Nederland, omdat toch wel een groot voordeel
van de handelsverdragen is dat we minder afhankelijk worden van die kritieke grondstoffen?
De heer Van der Burg (VVD):
Wij zullen daar volop op moeten inzetten. Dat betekent ook dat we relaties moeten
aangaan met landen die geen onderdeel zijn van de Europese Unie. Ik denk niet alleen
aan Noorwegen, maar bijvoorbeeld ook aan Canada. Daarnaast moeten we kijken in hoeverre
wij toch ook keuzes moeten maken ten aanzien van de kritieke grondstoffen die we als
Europa soms wel in eigen bodem hebben, maar nog niet uit de grond willen halen. Ik
ben het namelijk geheel met mevrouw Van Ark eens dat we ervoor zullen moeten zorgen
dat we op het gebied van de kritieke grondstoffen veel onafhankelijker worden dan
we nu al zijn. Dat is in den brede. Dat varieert van lng tot mineralen, maar denk
ook aan alle grondstoffen die noodzakelijk zijn voor bijvoorbeeld onze gezondheidszorg.
De voorzitter:
Dank u wel. De Staatssecretaris heeft aangegeven twintig minuten schorsing nodig te
hebben, dus dat gaan we dan maar doen. Dan zijn we hier om 14.35 uur weer terug, tenzij
er natuurlijke plenaire stemmingen zijn. Die kans is vrij ... Die zijn om 14.45 uur,
hoor ik. O. Dan stel ik voor dat we na de stemmingen doorgaan, anders blijven we heen
en weer lopen. Oké, perfect. Tot zo!
De vergadering wordt van 14.17 uur tot 16.08 uur geschorst.
De voorzitter:
We zijn weer terug. Ik wil even het volgende ordevoorstel doen. Ik kan maximaal tot
17.00 uur voorzitten. Dat is echt een harde deadline. Kan de Staatssecretaris trouwens
ook tot die tijd aanwezig zijn?
Staatssecretaris De Vries:
Ja, hoor. Dat moet lukken!
De voorzitter:
Dan wil ik voorstellen dat we de tweede termijn laten vervallen. De Staatssecretaris
kan nu ingaan op de vragen die gesteld zijn. Ik wil voorstellen dat u allen drie korte
interrupties krijgt. Dan moeten we het kunnen halen. Het woord is aan de Staatssecretaris.
Staatssecretaris De Vries:
Dank u wel, voorzitter. Om tijd te besparen zal ik de inleidende woorden achterwege
laten. Ik wil u in elk geval, als dit het laatste debat is dat wij gezamenlijk voeren,
bedanken voor de goede discussies die wij gehad hebben. We waren het misschien niet
altijd overal over eens, maar ik denk dat het ook goed is dat het af en toe een beetje
wringt en botst. Uiteindelijk komen we er dan ook wel weer op een goede manier uit.
Voorzitter. Ik heb een aantal blokjes, namelijk: handelsakkoorden, de Verenigde Staten,
WTO en overig. Het blokje overig is best groot, omdat er veel verschillende onderwerpen
zijn aangekaart.
Ik begin met het blokje handelsakkoorden. Allereerst de vraag van mevrouw Van Ark
over de besluitvorming. Zij vraagt: gaat de besluitvorming niet allemaal veel te traag
en is die wel slagvaardig genoeg? Ik kan me er wel een beetje in herkennen dat het
heel lang duurt voordat we handelsverdragen afsluiten. Bij Mercosur duurde het bijvoorbeeld
25 jaar. Dat zou sneller kunnen. Ik weet niet of dat nou specifiek aan de besluitvormingsprocessen
binnen de Europese Unie ligt, maar ik merk wel dat de Commissie een soort versnelling
nastreeft. Dat is ook waar wij de hele tijd op aandringen. Tijdens de komende informele
Raad zal ik er bij de Europese Commissie op aandringen dat we tempo maken met het
afsluiten van de akkoorden. Ik hoef niet te herhalen wat de redenen daarvoor zijn.
Ik denk dat het belangrijk is dat wij kijken naar andere markten en dat wij daar ook
goede afspraken mee maken.
Verschillende partijen, onder andere JA21, D66 en de VVD, hebben gevraagd naar de
voorlopige invoering van het Mercosur-akkoord. Begin januari is er in de Raad al door
een gekwalificeerde meerderheid ingestemd met het verdrag. Hetzelfde geldt voor de
voorlopige toepassing van het EU-Mercosur-akkoord. Dat gebeurde tegelijk met die instemming.
Er komt dus geen nieuw formeel beslismoment in de Raad over de voorlopige toepassing.
Wij steunen als kabinet ook dat die voorlopige toepassing gedaan wordt, omdat wij
het heel belangrijk vinden dat wij echt stappen zetten en dat wij daar voortgang op
boeken. Ik moet wel zeggen dat een van de Mercosur-landen dat natuurlijk moet gaan
doen. Dat zal nog wel enige tijd vergen. Daarna hoop ik dat we snel aan de slag kunnen
met de implementatie van het verdrag.
Dan een vraag van mevrouw Teunissen. Komt zij nog terug, of weten we dat niet? Ik
ga de vraag gewoon beantwoorden. Die vraag gaat over het rebalancing mechanism in
Mercosur. Dat is een discussie die we natuurlijk ook eerder met elkaar hebben gevoerd.
Ik vind het belangrijk om uit te leggen wat dat rebalancing mechanisme nu eigenlijk
doet. Het is niet zo dat door dat mechanisme, als de handelsvoordelen vervallen, de
regelgeving in Europa aangepast kan worden. Het is wel zo dat andere partijen, bijvoorbeeld
in de Mercosur-landen, dan zouden kunnen vinden dat ze moeten gaan praten over heffingen
vanuit hun kant op Europese producten. Maar het is dus niet zo dat zij een aanpassing
van de regelgeving in Europa kunnen beïnvloeden.
Dan vroeg de heer Hoogeveen van JA21 hoe er nu binnen de Raad en de Commissie gedacht
wordt over rode en groene eisen in de handelsakkoorden. Ik denk dat er binnen de lidstaten,
en ook binnen de Europese Commissie en de Raad, hele brede steun is om daar wel afspraken
over te maken. Je merkt wel dat het binnen de onderhandelingen over handelsakkoorden
altijd een punt van discussie is in hoeverre je die afspraken vastlegt en of er bijvoorbeeld
een geschillencommissie of een geschilmechanisme komt. Dat kan dus per land verschillen,
maar de inzet is altijd om daar wel afspraken over te maken. Dat komt ook altijd wel
terug in het mandaat. De ene afspraak wordt wat concreter, verregaander en misschien
ook wat meer op papier gezet. Ik zie bij alle handelsakkoorden wel terug dat daar
afspraken over gemaakt worden, of dat nu bij Mercosur of bij India is. Je kan zeggen
dat daar kleurverschillen in zitten, maar dat is hoe je uiteindelijk ook tot overeenstemming
moet komen. Het is soms een beetje geven en nemen.
De heer Bamenga van D66 vroeg waarom het niet is gelukt om de doelstellingen van Parijs
steviger in het verdrag met India te verankeren. We moeten daar ook helder over zijn.
Tijdens de onderhandelingen met India bleek dat zij terughoudend waren in het maken
van duurzaamheidsafspraken. Het is desondanks gelukt om daar een hoofdstuk over op
te nemen. Ik denk dat dat winst is. Het is ook voor het eerst dat India dat heeft
gedaan. Die afspraken zijn bindende verplichtingen. Toch gaat dit akkoord op het punt
van handhaving minder ver dan andere EU-akkoorden, maar dat is wat er uiteindelijk
is uitonderhandeld. Het is natuurlijk wel een hele belangrijke en grote markt voor
de handel en voor onze bedrijven. Ik denk dat het uiteindelijk goed is dat we daar
afspraken mee maken en dus ook handelsverdragen mee afsluiten.
De heer Bamenga had ook een vraag over de mensenrechten en de essentiële elementen.
Als iets is aangeduid als een essentieel element van het verdrag, betekent dat dat
een schending van die verplichting kan leiden tot een gedeeltelijke of volledige opschorting
van dat verdrag. In het EU-India-akkoord zijn mensenrechten opgenomen als essentieel
element, en schending daarvan zou dus kunnen leiden tot het intrekken van bijvoorbeeld
bepaalde tariefpreferenties. Er zit geen geschillenbeslechtingsmechanisme in, maar
de tegenpartij kan wel zeggen dat ze voordelen zullen intrekken of dat ze weer hogere
tarieven gaan vragen.
Mevrouw Teunissen van de Partij voor de Dieren vroeg hoe we kunnen inzetten op nieuwe
partnerschappen waarin ook mensenrechten en het klimaat geborgd worden. Ik denk dat
de inzet van de Europese Commissie en van dit kabinet – ik hoop eigenlijk ook van
het komende kabinet – is om heel veel handelsverdragen af te sluiten, met heel veel
partnerschappen aan de slag te gaan en om daarin ook snel tempo te maken. Daar zullen
mensenrechten en klimaat natuurlijk ook een rol in spelen.
De heer Hoogeveen van JA21 stelde een vraag over Maleisië, de Emiraten en het verdrag
met Indonesië. Ik hoop echt op een versnelling van de afronding van die handelsakkoorden.
Daar ga ik Commissaris Sefcovic ook graag aan herinneren tijdens de informele Raad.
Wat ons betreft is het zaak om daar vaart in te houden. Dat geldt zeker voor de onderhandelingen
met Maleisië, ook al bevinden die zich nog in de beginfase. De juridische controlevertaling
van het Indonesië-akkoord moet wat ons betreft ook snel worden afgerond, en ik hoop
dat we er daarna ook snel een besluit over kunnen nemen. De onderhandelingen met de
Emiraten zijn redelijk vlot begonnen, maar het is nog wel de vraag of dat akkoord
voor de zomer van 2026 afgerond kan worden.
Dan kom ik ook bij de vraag van mevrouw Kröger over het verdrag met de Emiraten. We
hebben daar natuurlijk al veel vaker met elkaar de discussie over gevoerd. Ik vind
het belangrijk dat we er vertrouwen in hebben dat de Europese Commissie het met het
mandaat dat we hebben gegeven – daarin spelen mensenrechten et cetera een rol – op
een goede manier doet. We hebben ook al aangegeven dat wij in de bilaterale overleggen
die we met de VAE hebben, dit soort zaken, en ook het internationaal recht, natuurlijk
altijd aan de orde zullen stellen.
Dat was het blokje handelsakkoorden, voorzitter.
De voorzitter:
Dat roept interrupties op. Eerst de heer Bamenga.
De heer Bamenga (D66):
Dank u wel voor de antwoorden. Wat ons betreft is het inderdaad belangrijk dat we
tempo maken. Ik heb een vraag over het Sustainability Impact Assessment. Dat wordt
natuurlijk uitgevoerd om de mensenrechtensituatie te bekijken. Hoe zit het dan precies
met dat Sustainability Impact Assessment op het moment dat er dus geen tempo wordt
gemaakt en het decennia duurt? Het duurt al twintig jaar. Wordt dat assessment aan
het einde bij wijze van spreken nog een keer gedaan? Naar welke mensenrechtensituatie
kijkt men eigenlijk op het moment dat het zo lang duurt? Dat is eigenlijk de vraag.
De aanbevelingen die gedaan worden, moeten dan wel kloppen.
Staatssecretaris De Vries:
Ja, dat wordt vaak aan het begin van het proces gedaan. Ik ben het met u eens dat
die processen soms heel lang kunnen duren. Het is niet zo dat die aan het eind van
het proces nog een keertje gedaan worden, maar de Tweede Kamer een beetje kennende,
denk ik dat die altijd wel de vinger op de zere plek legt als er zaken zijn die geadresseerd
moeten worden op het moment dat het handelsakkoord tot stand is gekomen. Maar dat
vindt dus niet op het einde nog een keertje plaats.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Ik kom toch nog even terug op Sudan. Wat de Staatssecretaris eigenlijk zegt, is: we
stellen in de Kamer een mandaat vast en daarna heb ik er vertrouwen in dat de Europese
Commissie goed omgaat met het onderwerp mensenrechten. Dat suggereert dat er in dat
hele proces van dat onderhandelen eigenlijk geen mogelijkheid meer is om nadere invulling
of inkleuring te geven aan dat mandaat. Het onderwerp mensenrechten kan op een heleboel
dingen slaan in relatie tot de Emiraten, maar dit gaat toch wel over iets heel specifieks,
namelijk de invloed die zij hebben op het conflict in Sudan. Mijn vraag aan de Staatssecretaris
is: vindt zij nou dat wij zo’n mandaat geen verdere invulling of inkleuring kunnen
geven als Nederland?
Staatssecretaris De Vries:
Het is natuurlijk wel moeilijk om tussentijds aan een mandaat te komen. Het is ook
niet zo dat dit mandaat heel lang geleden afgegeven is. Dat is medio vorig jaar gedaan.
Ik kijk even naar de ondersteuning aan mijn rechterkant om te zien of dat klopt. Het
is medio vorig jaar gedaan. In het onderhandelingsmandaat zitten ook mensenrechten.
Ik moet er dan ook van uit kunnen gaan dat de Europese Commissie dat op een goede
manier doet. Ik snap best wel dat er verschillen zijn in hoe je tegen zo’n verdrag
aankijkt. Mevrouw Kröger en ik hebben natuurlijk hele uitgebreide discussies gehad.
Een aantal partijen, waaronder die van mevrouw Kröger, zouden liever willen dat de
onderhandelingen gestopt worden, volgens mij. Ik denk dat dat geen goede zaak is,
omdat we de relatie in de breedte moeten hebben om landen überhaupt te kunnen aanspreken
op dit soort zaken. Dat doet het kabinet ook altijd. Dat heb ik ook al een aantal
keren gezegd. Dat gebeurt vaak achter de schermen in de diplomatieke contacten die
we hebben. Het helpt dan wel dat je op andere lijnen die gesprekken nog wel met elkaar
hebt. Ik heb er vertrouwen in dat de Europese Commissie dat op basis van het mandaat
op een goede manier doet. Ik vind het ook wel raar om daar dan de hele tijd achteraan
te lopen, zo van: komt dat wel goed, komt dat wel goed? Dat toont eigenlijk aan dat
je geen vertrouwen hebt in de Europese Commissie. Als ik zie welke afspraken er worden
gemaakt in de handelsakkoorden die zijn gesloten, heb ik dat wel.
De voorzitter:
Mevrouw Van Ark. O nee, excuses, er is nog een interruptie van mevrouw Kroger.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Het is niet Kroger, maar Kröger. Niemand zegt dat dat mandaat moet worden opengebroken.
Deze vraag gaat ook niet over het opschorten van de onderhandelingen. Deze vraag gaat
expliciet over of er binnen het mandaat ruimte is om mensenrechten te adresseren en
om dat specifiek in te kleuren met de relatie tussen de Emiraten en Sudan. De manier
waarop de Staatssecretaris reageert, is bijna alsof je als Kamer of kabinet in dat
hele onderhandelingsproces – en dat kan soms lang duren – nooit meer inkleuring kan
geven aan zo’n mandaat. Dat vind ik eigenlijk wel problematisch. Dat maakt onze rol
als Kamer ook wel ingewikkeld, want dan geef je één keer een mandaat en dan is het
daarna: oké, aan het eind is er een uitkomst. Het is toch heel logisch dat er op basis
van nieuwe ontwikkelingen – die zijn er op dit onderwerp, ten aanzien van de Emiraten
en Sudan – inkleuring gegeven kan worden aan een mandaat? Ik vraag dus nogmaals aan
de Staatssecretaris op welke manieren de Kamer of de Nederlandse inzet volgens haar
het begrip «mensenrechten» kan operationaliseren.
Staatssecretaris De Vries:
Deze discussie hebben we op zich al veel vaker gehad. Misschien dat daar ook mijn
type antwoord een beetje door gekleurd wordt. Ik denk dat we deze al drie of vier
keer hebben gehad, maar dat geeft op zich niks. Ik ben altijd bereid om daar vragen
over te beantwoorden. Het is niet zo dat het nooit kan. Dat zeg ik niet. Er is met
een motie – ik weet niet eens meer of die aangenomen is – gevraagd: wilt u dat nu
doen? Dat mandaat is net vorig jaar verstrekt en er zijn nu niet heel nieuwe ontwikkelingen
of dingen die toen niet bekend waren en die afwijkend van het mandaat zouden zijn
waardoor ik zeg: nou, dan moet ik daar nu heel expliciet over gaan praten met de Commissie
op dit moment, dat die dat nog een keertje doet. Dat is wel wat het is wat mij betreft.
Ik denk dat het heel belangrijk is – daarover verschillen wij volgens mij van mening
– dat we de handelsrelatie met de VAE openhouden, omdat die een belangrijke handelspartner
kunnen zijn en het ook een mogelijkheid biedt om met elkaar in gesprek te zijn, aan
tafel te zitten en discussies over andere onderwerpen met elkaar te hebben. Ik denk
dat dat heel belangrijk is.
Mevrouw Van Ark (CDA):
In mijn inbreng heb ik aangegeven dat de Europese Rekenkamer constateert dat op dit
moment eigenlijk de handelsverdragen nog weinig leiden tot extra import van kritieke
grondstoffen. Ik ben benieuwd hoe de Staatssecretaris daarnaar kijkt, en dan niet
alleen naar de kritieke grondstoffen, zoals lithium, maar ook naar bijvoorbeeld medicijnen.
Wij zijn op dit moment voor 95% afhankelijk van landen als India en China, wat ook
met de nodige vervuiling gepaard gaat. Ik denk dat het heel belangrijk is, los van
het milieuaspect, dat we echt kijken hoe we autonomer kunnen worden op dat gebied.
Hoe kunnen de handelsverdragen volgens de Staatssecretaris daaraan bijdragen? Hoe
kunnen we daarop inzetten?
Staatssecretaris De Vries:
Die zat eigenlijk in het blokje overig, maar ik kan ’m hier ook wel beantwoorden.
Ik denk dat het kabinet zeker de urgentie onderkent. Volgens mij is dat de aanleiding
voor de vraag over de leveringszekerheid van kritieke grondstoffen. Daar moeten we
echt voortvarend mee aan de slag. Ik denk dat we erop moeten blijven drukken dat dat
sneller gaat dan nu gebeurt. We hebben natuurlijk de Nationale Grondstoffenstrategie.
Wij werken ook aan het voorstel RESourceEU, waarin bijvoorbeeld ook naar recycling
wordt gekeken. Ik denk dat handelsverdragen zeker een mogelijkheid bieden om afspraken
daarover te maken, als een soort startpunt voor vervolgdiscussies met de landen waar
het over gaat. Die grotere afhankelijkheid van een beperkt aantal landen lijkt mij
cruciaal. Er moet ook oog zijn voor recycling. Daar moeten we ook zeker naar kijken.
Daar wordt aan gewerkt door het kabinet en ook door de Europese Commissie. Ik denk
dus dat wij op één lijn zitten wat dat betreft. Het is wel zaak dat we er alert op
blijven dat die voortgang blijft bestaan, want het zijn vaak taaie processen. Ik vind
het ook goed dat we, als we afspraken maken in handelsverdragen, snel een follow-up
doen om te bekijken of we de elementen met betrekking tot kritieke grondstoffen die
daarin zitten, verder kunnen uitwerken en concretiseren.
De voorzitter:
Dan was er nog een interruptie van de heer Hoogeveen. O, niet meer. Dan vervolgt de
Staatssecretaris haar betoog.
Staatssecretaris De Vries:
Dan ga ik over naar het blokje Verenigde Staten. Voordat ik begin met het beantwoorden
van de concrete vragen, vind ik het wel belangrijk om te benadrukken dat de Verenigde
Staten voor ons nog steeds een belangrijke partner zijn. Ik snap alle zorgen die er
zijn, die ook uitgesproken zijn. We hebben natuurlijk een heleboel ontwikkelingen
gezien in de afgelopen periode, maar zeker als het gaat om veiligheid en ook om handel
blijven de Verenigde Staten natuurlijk een belangrijke partner. Wij willen handelsoorlogen
graag voorkomen. Dat is een belangrijk uitgangspunt voor ons. Ik denk dat uiteindelijk
niemand er baat bij heeft als er handelsoorlogen zijn.
De heer Bamenga vroeg in dat licht of er mechanismen moeten worden ingebouwd, met
name zodat de Verenigde Staten zich wel aan de afspraken houden. De zorgen over mogelijk
nieuwe handelsmaatregelen deel ik natuurlijk. Dat hebben we ook gewoon gezien. Ik
vind het wel belangrijk dat wij de afspraken die zijn gemaakt met de VS, nakomen.
Dat is ook best wel een verwijt dat wij vanuit de Verenigde Staten horen. Zij hebben
hun deel van de afspraken ingevoerd en er is nu toch wel een soort vertraging aan
de Europese kant. Wil je die relatie goed houden voor de toekomst en niet gaan escaleren,
dan vind ik dat je daar ook echt wel voortvarend mee aan de slag moet en stappen in
moet zetten.
Er is ook gevraagd of je dan een escalatieladder moet inbouwen. Volgens mij was dat
ook een vraag van de heer Bamenga. Ik ben er niet voor om nu een vaststaande escalatieladder
met elkaar af te spreken, want dan wordt het een soort automatisme in de zin van dat
je vaststelt wat je op een bepaald moment moet gaan doen. Wel is het belangrijk dat
we een aantal instrumenten achter de hand hebben. Ik denk dat Europa die ook heeft,
maar het is ook belangrijk dat we dit soort ontwikkelingen met z’n allen bij voorkeur
de-escaleren, zonder dat we nu als makke schapen zonder enig instrument achter de
hand in de relatie met de VS staan. Ik denk dat we instrumenten achter de hand hebben.
We hebben natuurlijk eerder het pakket van de rebalancerende maatregelen gehad. Een
aantal daarvan is al genoemd, zoals het antidwanginstrument. Maar het speculeren over
die inzet helpt volgens mij niet bij het de-escaleren. Ik denk dat het belangrijk
is dat wij onze afspraken nakomen die wij met de Verenigde Staten hebben gemaakt.
Daar heb ik eerder al toe opgeroepen in de Europese Raad.
Dan de vraag van de heer Bamenga hoe we aankijken tegen versterkte opschorting en
herroepingsclausules in de EU-verordening, waarmee het EU-VS-joint statement is geïmplementeerd.
De kabinetsinzet is nu vooral gericht op een goede implementatie van het joint statement.
Ik heb al gezegd dat ik het belangrijk vind dat we daar snel stappen in zetten. In
die verordening moet natuurlijk ook de mogelijkheid zijn opgenomen van opschorting
bij niet-naleving door de VS. Daar ging de specifieke vraag over. Maar ik vind wel
dat we tempo moeten maken om die verordening en onze kant van de afspraken na te komen.
De heer Hoogeveen van JA21 vroeg of er nog gekeken zou moeten worden naar verbetering
van de afspraken met de VS. We blijven druk houden op de Verenigde Staten, want met
name de tarieven voor staal zijn natuurlijk enorm. Daar merken de bedrijven de gevolgen
van, niet alleen de grote staalproducten die wij in Nederland hebben. Daarnaast hebben
we de met-tech en de dranken, waar wij met de Verenigde Staten graag nadere afspraken
over zouden willen maken, omdat die sectoren daar grote gevolgen van ondervinden.
We zien dat er op dit moment niet heel veel bereidheid is bij de Verenigde Staten.
In de media hebben we daar ook verschillende berichten over langs zien komen: «Wij
willen daar wel over praten, maar dan moeten jullie ook bereid zijn om te kijken naar
wet- en regelgeving, bijvoorbeeld de DSA en de DMA.» Daarvan heeft Europa gezegd:
«Dat is niet wat wij willen. Als wij dat intrinsiek zouden willen, dan nemen wij dat
besluit wel, maar niet onder dwang van een ander land.» Ik denk dat dit de relatie
wel bemoeilijkt. Als je verder wilt onderhandelen over dit type afspraken, dan zullen
de VS altijd tegen de EU zeggen: jullie moeten de eerste stap zetten als het gaat
om de afspraken in die Europese verordeningen, en die ook echt implementeren. Anders
is er denk ik sowieso geen basis om daar uitgebreid met de Verenigde Staten over te
spreken.
De heer Hoogeveen (JA21):
Als ik zelf contact heb met de Amerikanen, stel ik altijd de vraag: wat is het doel
van die heffingen, van die tarieven? Soms zeggen ze: we gebruiken dit om te reshoren.
De andere keer zeggen ze: we gebruiken het als revenues, dus om inkomsten te vergaren.
En soms zeggen ze: het is een onderhandelingschip die we inzetten. Die drie bijten
elkaar natuurlijk. Als je de onderhandelingen wint, heb je geen tarieven. Als je revenues
wil, voer je die producten in. Als je reshoret, voer je die producten niet in en heb
je geen revenues. Gewoon uit interesse: heeft de Staatssecretaris weleens contact
met Amerikaanse counterparts over dit specifieke punt? Wat is volgens de Staatssecretaris
nou precies het doel van de Amerikanen ten aanzien van bijvoorbeeld de tarieven op
aluminium en staal?
Staatssecretaris De Vries:
Er zijn natuurlijk regelmatig contacten met de counterparts, ook door mij persoonlijk.
Wat je het meest hoort, is dat ze de handelsbalans tussen Europa en de Verenigde Staten
niet goed vinden. Daaraan gerelateerd is de reshoring, oftewel het meer van de productie
naar de Verenigde Staten halen. Maar ik denk dat dat hun grootste zorg is en dat ze
dit daarom zouden willen doen. Ze hebben het idee dat ze er onevenredig slecht af
komen als het gaat om de handel met Europa. Misschien zullen de heffingen en de inkomsten
daar ook nog een rol bij spelen, maar dit is volgens mij de oorspronkelijke gedachte
erachter. Iedere persoon die je erover spreekt, zal weer een verschillend accent leggen,
maar ik denk dat dit uiteindelijk de kern is waar het om draait bij de Amerikanen.
De voorzitter:
U vervolgt uw betoog.
Staatssecretaris De Vries:
Mevrouw Kröger van GroenLinks-PvdA had nog een vraag over de basisregels van de WTO.
De kaderinstructie voor de Wereldhandelsorganisatie staat ook op de agenda. Volgens
mij gaat mevrouw Kröger, samen met mevrouw Van Ark, dacht ik ... O nee, de heer Bamenga!
Sorry. De heer Bamenga en mevrouw Kröger gaan daar ook naartoe. Als Nederland vinden
we het belangrijk dat de Wereldhandelsorganisatie een goede positie blijft houden.
Het op regels gebaseerde internationale handelssysteem is ook van groot belang voor
Nederland. Daarvoor zijn wat mij betreft wel hervormingen nodig. De overeenkomst met
de Verenigde Staten is – laat ik het zo maar zeggen – toch wel een soort pragmatische
aanpak geweest. We zien dat er zonder die afspraken hele hoge importheffingen op de
Europese landen, en op onze bedrijven, af zouden komen. Er is dus een pragmatische
aanpak gekozen, maar laat helder zijn dat wij de internationale handelsregels nog
steeds hoog in het vaandel hebben en dat die wat ons betreft ook het uitgangspunt
zouden moeten zijn. Maar goed, er is gekozen voor zekerheid voor het Europese bedrijfsleven
in dat joint statement met de Verenigde Staten.
Dan had mevrouw Kröger nog een vraag over Groenland en het raamwerk. Alles rondom
de Groenlanddeal ligt natuurlijk vooral bij de Minister van Buitenlandse Zaken. Als
het gaat om de handelspolitiek, zouden wij er vooral op in willen zetten dat we die
niet met elkaar vermengen. Dat is natuurlijk wel wat de Verenigde Staten gedaan hebben.
Iedereen heeft in de media kunnen volgen hoe dat gegaan is. Ik denk dat het belangrijk
is dat we dat gescheiden houden. Mevrouw Kröger noemde zelf ook al dat handel als
wapen wordt ingezet. Ik denk dat dat uiteindelijk geen goede zaak is, omdat er dan
allerlei maatregelen worden ingezet voor oneigenlijke doelen.
Dat was het blokje VS wat mij betreft, voorzitter. Ik ga door naar de WTO. Er was
ook een vraag van mevrouw Kröger van GroenLinks-PvdA over de inzet en de kaderinstructie
voor de WTO. Ze vroeg wat de pragmatische benadering rond de integratie van milieu-
en duurzaamheidaspecten eigenlijk betekent. Ik denk dat het belangrijk is dat we naar
de integratie van handel en milieu en duurzaamheid kijken, maar wel vanuit de blik
van een gelijk speelveld. Wij leggen ons bedrijfsleven heel veel zaken op vanuit milieu
en duurzaamheid, met terechte redenen overigens, maar we vinden het belangrijk dat
er ook een gelijk speelveld is met alle andere landen in de rest van de wereld, omdat
onze bedrijven anders niet goed zouden kunnen concurreren. Onze insteek is om zo veel
mogelijk een gelijk speelveld te creëren.
Een interruptie, voorzitter.
Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):
Dat antwoord snap ik deels, maar dit gaat toch juist om duurzaamheid en milieu ín
de WTO-agenda. Daarmee wordt het al per definitie een gelijk speelveld, want het is
dan voor de WTO en alle landen die daarbij aangesloten zijn. Dus wat is dan precies
de inzet? En ik las ook over fossielebrandstofsubsidies en plasticvervuiling. Ik zoek
dus gewoon even naar een wat nadere duiding van de inzet op deze onderwerpen.
De voorzitter:
Dank u wel. Dat was overigens uw laatste interruptie, zeg ik hier. U bent zich er
bewust van; dat is goed.
Staatssecretaris De Vries:
Ik denk dat heel veel landen erover van mening verschillen of het überhaupt wel op
de tafel van de WTO thuis zou horen om te praten over duurzaamheid, milieu en klimaat.
Ik denk dat wij het als Nederlanders wel belangrijk vinden, met het oog op dat gelijke
speelveld. En we kijken er pragmatisch naar, omdat je daar toch met z’n allen uiteindelijk
uit moet komen. Wij vinden het belangrijk dat we daar wel met elkaar de discussie
over aangaan en zorgen dat onze bedrijven niet alleen in een hele nadelige positie
komen; vandaar dat wij het wel graag op dit platform willen bespreken met elkaar.
Maar er zijn heel veel landen die dat absoluut niet willen, dus dat wringt af en toe
wel. De inzet van Nederland is wel degelijk om daar ook binnen de WTO die afspraken
over te gaan maken. Of dat gaat lukken, is weer een tweede natuurlijk. En bij de brandstofsubsidies,
de fossiele subsidies, en het tegengaan van plasticvervuiling gaat het er vooral om
tot resultaten te komen in de lopende gesprekken rond het afbouwen van de fossielebrandstofsubsidies
en plasticvervuiling. Het gaat daarbij wel vooral om informatie-uitwisseling tussen
landen. Dat lijkt misschien niet zo heel ambitieus, maar dat is binnen het krachtenveld
van de WTO wel het meest haalbare.
Dat was het wat mij betreft over de WTO, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan komen wij nu bij het blokje overig.
Staatssecretaris De Vries:
Ja, het blokje overig. Dat zijn best nog wat vragen.
De voorzitter:
Dat gaat alle kanten op.
Staatssecretaris De Vries:
Ja, dat kan alle kanten op. Mevrouw Kröger van GroenLinks-PvdA stelde een vraag over
de ruimte die de CSDDD lidstaten biedt. Er ligt nu een politiek akkoord. Ik denk dat
daar een aantal zaken in zitten die wij belangrijk vinden, zoals de risicogebaseerde
benadering. Die is teruggebracht in de CSDDD. Ik weet niet wat het volgende kabinet
daarvan vindt, maar dit kabinet is er in elk geval voorstander van om het zuiver en
lastenluw te implementeren, dus zonder nationale koppen. Het klimaatplan waar mevrouw
Kröger het over had, zit niet meer in de CSDDD, en het zou ook niet het idee van dit
kabinet zijn om dat als extra kop op de regelgeving te gaan afspreken. Maar goed,
u weet ook waar dit kabinet staat: in zijn demissionaire status. Er komt een nieuw
kabinet aan, maar ik denk dat het gelijke speelveld voor onze bedrijven wel zo belangrijk
is dat je gewoon niet allemaal koppen op Europese regelgeving zou moeten zetten.
Dan de heer Hoogeveen van JA21, die het CAI wil afstoffen, het Comprehensive Agreement
on Investment with China. Ik denk dat het belangrijk is te noemen dat de economische
relatie en handelsrelatie met China best complex zijn. We zitten natuurlijk met die
veiligheidskant, en aan de andere kant is er natuurlijk ook wel een handelsrelatie.
U kent de drieslag «promote, protect, partner». Ik denk wel dat die belangrijk is.
We moeten niet meer naïef zijn. Ik denk dat dat ook heel belangrijk is in dit beleid.
Die drieslag blijft belangrijk. Ik vind het niet zo nuttig om hier nu te zeggen of
ik het opportuun vind om dat nu weer af te stoffen. Het lijkt me echt wel aan een
nieuw kabinet om te gaan beoordelen of het dat zou willen, ja of nee.
De heer Hoogeveen (JA21):
Ik begrijp het antwoord van de Staatssecretaris. Concreet: het CAI afstoffen gaat
misschien wat ver. Maar het lijkt me wel nuttig om ook in de Raad, of in ieder geval
in Europees verband, te kijken naar mogelijke openingen en kansen richting China,
net als de UK en Canada onlangs hebben gedaan. Dat is het zeker ook als je kijkt naar
de speech van de premier van China in Davos, waarin hij juist aangaf open te staan
voor verdere onderhandelingen, ook om handelsrelaties en markttoegang te verbeteren.
Wellicht is dat dus een alternatief.
Staatssecretaris De Vries:
Ik denk dat het wel degelijk belangrijk is om ook die relatie op alle verschillende
fronten lopende te houden. Er moet daarbij wel een goede balans zijn tussen de verschillende
elementen die ik al noemde. Veiligheid neemt daarbij een steeds belangrijkere plek
in. Het is ook zeker zo dat wij de eigen samenwerking met China daarin bekijken. Nederland
voert daarom dan ook gesprekken met China over economische samenwerking en wetenschaps-
en innovatiemogelijkheden. Dat gebeurt onder andere in het Joint Economic Committee.
Dergelijke gesprekken vinden dus wel plaats. Ik denk ook dat het belangrijk is om
die te blijven voeren, maar om daar, nogmaals, niet naïef in te zijn en bij dergelijke
zaken wel degelijk rekening te houden met de veiligheidsaspecten.
Dan ga ik van China naar Fryslân, misschien een heel grote stap. Het CDA was blij
dat ik met de gedeputeerde Economische Zaken in Fryslân gesproken heb en bekeken heb
hoe de economische missies meer kunnen worden ingezet voor het Friese bedrijfsleven.
Ik denk dat het belangrijk is dat we ook kijken naar andere regio’s, om te zien of
we die kunnen stimuleren en hoe we het makkelijker kunnen maken voor regio’s om mee
te gaan met handelsmissies. We hebben ook het Trade & Innovate NL-netwerk, waarin
samen wordt gewerkt met de regionale ontwikkelingsmaatschappijen. Ik denk dat dat
belangrijk is. Dit geldt zeker niet alleen voor Fryslân; ik denk dat het ook voor
de andere regio’s in Nederland geldt. Ik was gisteren nog in Arnhem bij de bedrijvendag
van de ambassadeursconferentie en heb daar toen over gesproken met Oost NL. Dat gesprek
ging vooral over technologische start-ups en scale-ups en hoe we via het postennetwerk
meer relaties naar het buitenland kunnen leggen. Ik denk dat dat ook voor andere regio’s
geldt. Ik zou daarom zeggen: zorg dat je die exporttaak goed oppakt; waar wij kunnen,
zal Buitenlandse Zaken daarbij helpen.
Mevrouw Van Ark (CDA):
Ten eerste moet ik zeggen dat u de provincienaam veel beter uitspreekt dan ik dat
zou kunnen doen. Mijn vraag is of u herkent dat het aanbod via die regionale ontwikkelingsmaatschappijen,
die ROM’s, versnipperd is. Herkent u dat het aanbod niet overal hetzelfde is en met
name in de regio’s mogelijk zelfs niet conform het niveau is dat we zouden willen?
Staatssecretaris De Vries:
Ik zie wel dat er verschillen zijn en dat sommige regionale ontwikkelingsmaatschappijen
misschien iets meer het been bij zouden moeten trekken, maar het gaat natuurlijk ook
over wat voor type bedrijf het is en wat de vraag daarnaar is. Wij proberen wel om
het zo goed mogelijk onder de aandacht te brengen en hebben ook met de gedeputeerde
in Fryslân afgesproken dat wij zullen aangeven welke handelsmissies we hebben en dat
zij dan een aantal bedrijven bij ons aanleveren die daarbij zouden passen, zodat we
een wat meer proactieve houding daarin krijgen. Ik denk dat dat dé manier zou zijn.
Ik vind het belangrijk dat we de regionale ontwikkelingsmaatschappijen ook stimuleren
om in dat Trade en Innovative ... Hoe heet het ook alweer? Ik vind het belangrijk
dat we de regionale ontwikkelingsmaatschappijen ook stimuleren om in dat netwerk met
handel en innovatie een belangrijke rol te spelen. De ROM’s kunnen van elkaar leren
hoe ze dat op een nog actievere manier kunnen doen dan ze het nu al doen.
Mevrouw Van Ark van het CDA stelde ook een vraag over de voortgang van de combitracks.
Er zijn 22 combitracks. Bij een paar daarvan is de voortgang minder, gezien de lastige
marktontwikkelingen. Het is best wel een uitgebreid verhaal als ik zou moeten vertellen
wat er bij de ene combitrack mist en wat er bij de andere combitrack misschien wel
heel goed gaat. Ik denk dat de combitrackaanpak een heel goede is. Misschien kunnen
we afspreken dat ik er schriftelijk kort op terugkom en dan een beeld schets van de
situatie met de combitrack.
De voorzitter:
Zou de Staatssecretaris daar een termijn voor kunnen geven?
Staatssecretaris De Vries:
Kunnen we dat in het verslag doen? Ik zie dat dat niet zo is. Dan een andere termijn.
Zullen we het binnen een maand doen?
De voorzitter:
Binnen een maand. Dat staat genoteerd.
Staatssecretaris De Vries:
Dan had mevrouw Teunissen van de Partij voor de Dieren nog een vraag over de komende
maatregelen tegen handel met illegale Israëlische nederzettingen. Afgelopen zomer
heeft het kabinet bekeken of deze maatregelen binnen de EU in gang gezet zouden kunnen
worden. Daar was niet voldoende draagvlak voor. Het kabinet heeft al aangegeven druk
te werken aan de nationale maatregelen. Ik moet wel zeggen dat dat best complex is
en dat we dit ook zorgvuldig willen doen, zodat het ook uitvoerbaar en handhaafbaar
is. Momenteel zijn de wetgevings- en uitvoeringstoetsen in de afrondende fase. Ik
kan nog niet precies zeggen wat dan de tijdlijn wordt en hoe snel daarna er een besluit
zou kunnen vallen, maar hier wordt wel voortvarend aan gewerkt.
De laatste vraag ging over Mozambique. Ik moet zeggen dat dat niet op de agenda staat,
want we hebben hier al regelmatig over gesproken. Er zijn twee polissen, een exporteurspolis
en een financieringspolis. Vanaf februari 2021 bent u daarover geïnformeerd. We hebben
ook een tijdlijn aangegeven in de brief van 1 december, waarmee u daarover uitgebreid
bent geïnformeerd. De exporteurspolis loopt door. Daar zit eigenlijk geen nieuw afwegingsmoment
in, omdat het een juridisch bindend contract is. De andere polis is een financieringspolis.
Daar zou een heroverweging over plaatsvinden, maar de projectleider van het lng-project
in Mozambique heeft op 24 november 2025 laten weten af te zien van het door Nederland
verzekerde aandeel in de financiering van het project. Tot besluitvorming over de
aanpassing van de financieringspolis is het niet gekomen vanwege het besluit van TotalEnergies.
Dat was het wat mij betreft, voorzitter.
De voorzitter:
Heel veel dank. Het paste inderdaad niet helemaal in de orde van het debat, mevrouw
Teunissen, dus ik wil daar slechts één interruptie aan besteden. Daarna wil ik dat
onderwerp laten voor wat het is en geef ik de heer Bamenga het woord.
Mevrouw Teunissen (PvdD):
Dat is goed, voorzitter. Er is natuurlijk wel een nieuwe aanleiding geweest, namelijk
dat het project weer aangevangen is en dat Nederland dus nog steeds die exporteurspolissen
doorzet. Ik hoor het kabinet alleen maar zeggen dat het die vanwege het contract niet
kan ontbinden. Ik denk dan dat er toch iets mis is met de criteria. Er is namelijk
net een rapport van Clingendael verschenen, waaruit mensenrechtenschendingen en milieuschade
blijken, maar we gaan toch door met die exporteurpolis. Is daar echt niks aan te doen?
Dat is mijn vraag.
Staatssecretaris De Vries:
We zijn daar volgens mij in de brief van begin december, 1 december, uitgebreid op
ingegaan. Als je een juridisch contract hebt en er geen heroverweging in zit, dan
is er een juridisch contract. Ik zie geen mogelijkheden om daar nu achteraf iets aan
te veranderen.
De heer Bamenga (D66):
Ik heb volgens mij nog twee interrupties. Ik wilde mijn laatste interruptie gebruiken
om de Staatssecretaris te bedanken voor de samenwerking. Aangezien we geen tweede
termijn hebben, wil ik dat bij dezen doen. Dank in ieder geval voor de inzet, hoewel
we niet altijd op één lijn zitten, zeker niet als het gaat om het wellicht wat harder
aanspreken van bijvoorbeeld de Emiraten. Ik heb wel gezien dat de Staatssecretaris
bereid was om bijvoorbeeld Sudan en Congo echt op de Europese agenda te zetten en
te houden. Ook op het gebied van handel hebben we volgens mij mooie dingen gedaan
in de korte tijd waarin de Staatssecretaris er heeft gezeten. Dank daarvoor en heel
veel succes voor het vervolg; laat ik het zo zeggen.
De voorzitter:
Wat collegiaal! Hier worden gewoon interrupties verbrand voor dankwoorden. Dat gebeurt
niet vaak.
Staatssecretaris De Vries:
Zo kan het ook!
De voorzitter:
Ja, zo kan het ook. Laten we daar een voorbeeld aan nemen. Superdank aan de Staatssecretaris.
Ik heb één toezegging genoteerd.
− De Staatssecretaris zal de Kamer binnen een maand informeren over de voortgang van
de 22 combitracks.
Dat is juist. Verder waren er geen toezeggingen. Er was ook geen vooraankondiging
van een tweeminutendebat, dus dat kan deze week ook niet meer plaatsvinden. Dat hoeft
ook niet per se.
Dan wil ik de Staatssecretaris en haar ondersteuning van harte danken voor de tijd.
Mijn collega’s dank ik voor hun inbreng. Dank u wel.
Sluiting 16.49 uur.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
B. Becker, voorzitter van de vaste commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking -
Mede ondertekenaar
M. Prenger, griffier -
Mede ondertekenaar
J.J. van der Werf, voorzitter van de vaste commissie voor Europese Zaken