Schriftelijke vragen : De positie van kinderen en familieleden van femicideslachtoffers
Vragen van de leden Mutluer en Westerveld (beiden GroenLinks-PvdA) aan de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid en de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over de positie van kinderen en familieleden van femicideslachtoffers (ingezonden 6 februari 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het artikel «De wet schiet tekort voor de kinderen van femicideslachtoffers» in de Volkskrant?1
Vraag 2
Wat vindt u van het onderzoek van de Femicide Monitor van de Universiteit Leiden waaruit
blijkt dat 62 procent van de slachtoffers van femicide kinderen had en dat 76 procent
van deze kinderen minderjarig was, waarvan velen getuige waren van het geweld?2
Vraag 3
Kunt u nader toelichten welke wettelijke kaders er momenteel gelden voor kinderen
en de zorg voor hen na femicide? Zo nee, waarom niet? Zo ja, in hoeverre worden deze
kaders in de praktijk nageleefd?
Vraag 4
Klopt het dat na femicide vaak direct een voogd, veelal een voogdijinstelling, wordt
benoemd die volledige zeggenschap krijgt over besluiten met betrekking tot het verblijf,
de schoolkeuze, de therapie en de omgang van de betrokken kinderen?
Vraag 5
Bent u het ermee eens dat het zeer traumatiserend kan zijn voor kinderen, van wie
de moeder om het leven is gekomen wegens femicide, om herhaaldelijk overgeplaatst
te worden? Zo ja, welke concrete maatregelen neemt u om te voorkomen dat dit gebeurt?
Vraag 6
Deelt u de zorg dat verplicht contact met (de familie van) de dader en het wegvallen
van contact met de familie van de vermoorde moeder kan leiden tot traumaverdieping
en onveiligheid voor deze kinderen? Zo nee, bent u bereid om daar onderzoek naar te
doen?
Vraag 7
Bent u ook bereid om toe te werken naar het ontwikkelen en inzetten van kennis om
samen met het kind te ontdekken wat hier de beste oplossing is?
Vraag 8
Klopt het dat de Nederlandse wet momenteel geen geschillenregeling kent voor conflicten
over de uitoefening van de voogdij bij femicide, waardoor kinderen en nabestaanden
beslissingen van de voogd niet aan de rechter kunnen voorleggen, zoals blijkt uit
een recente uitspraak van de Hoge Raad?3 Hoe beoordeelt u deze lacune in de wet?
Vraag 9
Welke mogelijkheden ziet u om de regels dan wel de wet te wijzigen zodat kinderen
en nabestaanden van femicideslachtoffers toegang krijgen tot de rechter bij geschillen
over voogdij en expliciet kunnen verzoeken om (op termijn) met de voogdij te worden
belast? Hoe zou hierbij de de stem en inspraak van kinderen geborgd kunnen worden?
Vraag 10
Welke mogelijkheden zijn er om te borgen dat in gevallen waarin kinderen getuige zijn
geweest van huiselijk geweld en in het bijzonder van partnerdoding of een poging daartoe,
het Openbaar Ministerie ook vervolgt wegens kindermishandeling?
Vraag 11
Hoe beoordeelt u de wens uit de praktijk om te komen tot een protocol waarin wordt
vastgelegd waar kinderen van femicideslachtoffers verblijven en waarin tevens een
verplichting wordt opgenomen voor de Raad voor de Kinderbescherming om, indien dit
in het belang van het kind is, het contact met de familie van de vermoorde moeder
in stand te houden en zich daar actief voor in te zetten?
Vraag 12
In hoeverre acht u het van belang dat rechters die oordelen over zaken waarin sprake
is van (ernstig) huiselijk geweld, dwingende controle, intieme terreur of femicide,
beschikken over aantoonbare en specialistische kennis op dit terrein? Hoe verhoudt
dit belang zich tot de constatering in het recente rapport van de Group of Experts
on Action against Violence against Women and Domestic Violence, dat voor rechters
en officieren van justitie geen verplichte scholing bestaat op dit onderwerp?4 Op welke wijze sluit het voornemen van de Raad voor de rechtspraak, zoals opgenomen
in het jaarplan 2026, om te investeren in kennis over femicide en intieme terreur
hierbij aan?5
Vraag 13
Bent u voornemens deze bijscholing verplicht te stellen en, zo ja, op welke termijn?
En zo nee: hoe voorkomt u dat scholing vrijblijvend blijft en vooral wordt gevolgd
door rechters die hier al affiniteit mee hebben?
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
Songül Mutluer, Tweede Kamerlid -
Mede ondertekenaar
Lisa Westerveld, Tweede Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.