Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Van Oosterhout over de financiële dekking van fossiele subsidies en mogelijke klimaatrechtszaken uit het Klimaatfonds
Vragen van het lid Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA) aan de Minister van Klimaat en Groene Groei over de financiële dekking van fossiele subsidies en mogelijke klimaatrechtszaken uit het Klimaatfonds (ingezonden 17 december 2025).
Antwoord van Minister Hermans (Klimaat en Groene Groei) (ontvangen 3 februari 2026).
Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 799.
Vraag 1
Bent u bekend met het Argos-fragment van 6 december 2025 en het Argos-artikel van
24 oktober 2025 over het aanwenden van het Klimaatfonds voor fossiele subsidies en
mogelijke dwangsommen uit klimaatzaken?1,
2
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Hoe kijkt u naar de juridische afdwingbaarheid van het klimaatdoel in 2030? Voorziet
u mogelijke rechtszaken?
Antwoord 2
Het nationale 2030-doel van de Klimaatwet is niet rechtstreeks juridisch afdwingbaar.
De Klimaatwet waarborgt politieke controle op de voortgang van het klimaatbeleid.
Dit betekent dat het kabinet zich moet inspannen om de doelen uit de Klimaatwet te
halen en het parlement het kabinet daarop kan aanspreken.
Op grond van rechtsbronnen, zoals het Unierecht en het Europees Verdrag voor de Rechten
van de Mens (EVRM), gelden klimaatverplichtingen waarover een rechter uitspraken kan
doen. Dit gebeurde onder meer in het Urgenda-arrest.
Vraag 3
In hoeverre worden noodmaatregelen in kaart gebracht en overwogen, voor het geval
dat de rechterlijke macht oordeelt dat het huidige maatregelenpakket niet voldoende
is om de klimaatdoelen te bereiken? Als dit het geval is, kunt u deze analyses met
de Kamer delen?
Antwoord 3
In het recent verschenen rapport «Routes naar Realisatie – Keuzes voor het klimaat
en de energietransitie» zijn opties in kaart gebracht die een bijdrage kunnen leveren
aan de doelstelling in 2030, die variëren in mate van impact. Dit rapport is op 2 december
2025 met de Tweede Kamer gedeeld.3
Vraag 4 en 5
In hoeverre is overwogen om middelen uit het Klimaatfonds aan te wenden voor het betalen
van dwangsommen die volgen uit mogelijke klimaatzaken?
Kunt u toezeggen dat het Klimaatfonds nu en in de toekomst niet aangewend zal worden
voor het betalen van de dwangsommen wegens onvoldoende klimaatbeleid?
Antwoord 4 en 5
Het kabinet heeft er niet voor gekozen om middelen uit het Klimaat- en energiefonds4 in te zetten voor het betalen van dwangsommen. De middelen uit het Klimaat- en energiefonds
zijn op grond van de Tijdelijke wet Klimaat- en energiefonds bestemd voor maatregelen
die bijdragen aan emissiereductie en aan de transitie naar een klimaatneutrale energievoorziening
en samenleving. Het betalen van dwangsommen valt niet binnen dit doel. Bovendien zijn
de middelen binnen het Klimaatfonds op dit moment vrijwel volledig bestemd voor klimaatmaatregelen
via reserveringen en toekenningen onder voorwaarden, waardoor betaling van dwangsommen
uit het Klimaatfonds ten koste zou gaan van emissiereductie die door deze maatregelen
in 2030 zou worden gerealiseerd. Ten aanzien van toekomstige besteding uit het Klimaat-
en energiefonds geldt in algemene zin dat deze aan een volgend kabinet is en dit kabinet
geen toezegging kan doen over hoe zij deze middelen inzetten.
Vraag 6 en 7
Kunt u toelichten welke maatregelen en bedragen er momenteel gereserveerd zijn in
het Klimaatfonds voor fossiele subsidies?
Wat vindt u ervan dat er middelen uit het Klimaatfonds worden besteed aan activiteiten
die de energietransitie en daarmee de maatregelen tegen klimaatverandering vertragen
of zelfs tenietdoen?
Antwoord 6 en 7
Conform de Tijdelijke wet Klimaat- en energiefonds dienen middelen uit het fonds uitgegeven
te worden aan additionele maatregelen die bijdragen aan het behalen van de reductiedoelstellingen
in de Klimaatwet, de transitie naar een klimaatneutrale energievoorziening, economie
en samenleving en een rechtvaardige klimaattransitie. Dit is ook het uitgangspunt
voor het huidige kabinet.
De middelen uit het fonds zijn bedoeld voor maatregelen binnen het klimaat- en energiedomein,
waarbij de scope breder is dan puur CO2-reductie. Dit betekent dat niet enkel middelen worden ingezet op emissiereductie,
maar ook andere belangen meetellen die de transitie vooruit helpen. Het is belangrijk
dat er draagvlak blijft voor klimaat- en energiebeleid en dat burgers en bedrijven
niet worden geconfronteerd met (te) hoge energiekosten. Dit remt niet alleen de verduurzaming,
bijvoorbeeld middels elektrificatie, maar draagt ook niet bij aan de ervaren rechtvaardigheid
van de transitie. Om die reden heeft het kabinet in het voorjaar van 2025 ook middelen
uit het Klimaat- en energiefonds beschikbaar gesteld die de energierekening voor huishoudens
en bedrijven verlagen en tegelijkertijd een prikkel geven voor elektrificatie. Voor
een exact verloop van de toevoegingen, onttrekkingen en uitgaven van het fonds verwijs
ik u naar Hoofdstuk 2 van de Meerjarenprogramma’s Klimaatfonds van de afgelopen jaren.
Vraag 8, 9 en 10
Deelt u de mening dat het ontoelaatbaar is om middelen uit het Klimaatfonds, die zijn
bedoeld om broeikasgassen te reduceren en de klimaatdoelen te halen, in te zetten
voor het tegenovergestelde (namelijk mogelijke dwangsommen voor het niet halen van de klimaatdoelen en het verstrekken van fossiele subsidies)?
Bent u bereid dergelijke maatregelen uit het Klimaatfonds te herzien, met mogelijk
als gevolg het schrappen hiervan, om ruimte te maken voor maatregelen ten behoeve
van het doel van het Klimaatfonds?
Kunt u toezeggen dat het Klimaatfonds nu en in de toekomst niet aangewend zal worden
voor beleid dat geen CO2 reduceert maar fossiel gebruik juist stimuleert?
Antwoord 8, 9 en 10
Zie ook de antwoorden op vragen 4 & 5 en 6 & 7.
Het kabinet wil het Klimaat- en energiefonds, conform de Tijdelijke wet Klimaat- en
energiefonds, inzetten ten behoeve van de klimaat- en energietransitie.
Zoals ook in eerdere antwoorden aangegeven kijkt het kabinet bij de besteding van
middelen uit het fonds niet enkel naar directe reductie van broeikasgasemissie, maar
laat het ook andere belangen meetellen die de transitie vooruit helpen. In dit verband
wordt ook ingezet op maatregelen die bijdragen aan draagvlak en rechtvaardigheid van
het klimaat- en energiebeleid. Het gebruik van middelen uit het Klimaat- een energiefonds
die hierop toezien acht het kabinet dan ook gerechtvaardigd. Het kabinet is niet voornemens
deze maatregelen te herzien.
Vraag 11
Kunt u deze vragen beantwoorden voor de begrotingsbehandeling van de KGG-begroting
begin februari 2026?
Antwoord 11
Ja.
Ondertekenaars
S.T.M. Hermans, minister van Klimaat en Groene Groei
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.