Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Van Nispen over het bericht dat één miljard euro kan worden bespaard door toe te werken naar structurele asielopvang en het toepassen van de principes van goed openbaar bestuur
Vragen van het lid Van Nispen (SP) aan de Minister van Asiel en Migratie over het bericht dat één miljard euro kan worden bespaard door toe te werken naar structurele asielopvang en het toepassen van de principes van goed openbaar bestuur (ingezonden 2 april 2025).
Antwoord van Minister Keijzer (Asiel en Migratie) (ontvangen 3 februari 2026). Zie
ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 2200.
Vraag 1
Bent u bekend met het advies van de Adviesraad Migratie en de Raad voor het Openbaar
Bestuur: «Goed geregeld Asielopvang als maatschappelijke opgave»?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Wat vindt u van de duidelijke conclusie van dit rapport waarin wordt gesteld dat de
asielopvang één miljard euro goedkoper kan bij voldoende structurele opvang?
Antwoord 2
Ik heb de onderbouwing van de Adviesraad Migratie (AM) en de Raad voor het Openbaar
Bestuur (ROB) gelezen. Het demissionaire kabinet deelt de conclusie dat dure noodopvang
zo snel en zo veel mogelijk moet worden afgebouwd. Om dat te realiseren neemt het
kabinet maatregelen om het aantal mensen dat in Nederland asiel aanvraagt te doen
afnemen. Ook zet het kabinet in op terugkeer van mensen waarvan de asielaanvraag is
afgewezen en wordt een pakket van maatregelen uitgewerkt om de statushouders sneller
uit de asielopvang te krijgen en woonruimte te bieden. Uw kamer is in een brief2 van 11 juli 2025 over dit samenhangend pakket aan maatregelen geïnformeerd. In deze
brief is eveneens opgenomen dat het COA kan toewerken naar een reguliere capaciteit
van 70.000 opvangplekken op voorwaarde dat deze opzegbaar zijn. Met het realiseren
van meer reguliere plekken kan de opvang inderdaad goedkoper worden. De precieze besparing
hangt af van het aanbod en de duur van de opvanglocaties. Daarnaast is het van belang
om de instroom verder te beperken. Binnen de bestaande kaders lukt het niet meer om,
met de huidige instroom van asielzoekers, te voorzien in alle (sociale) voorzieningen.
Vraag 3
Wat vindt u van de analyse dat de kosten juist hoger zijn dan nodig doordat de asielopvang
telkens in een crisissfeer tot stand komt waardoor niet de beste keuzes worden gemaakt?
Kunt u uw antwoord toelichten?
Antwoord 3
De analyse deel ik ten dele. Ondanks voornemens van eerdere kabinetten om de asielinstroom
te doen afnemen bleef de druk op de opvangcapaciteit hoog. Door verscheidene ontwikkelingen,
waaronder ook de tijd die nodig is om wet- en regelgeving aan te passen, bleek de
uiteindelijke bezetting lastig te voorspellen. De inzet van noodopvang bleef daarom
nodig. Tevens is er voor het realiseren van voldoende aanbod van asielopvangcapaciteit
een niet eenvoudige taak voor gemeenten gelegd waar niet in alle gevallen aan kon
worden voldaan. Juist om de hoge kosten die met asielopvang gemoeid zijn te doen afnemen
zet het kabinet in op instroombeperkende en uitstroombevorderende maatregelen. Tevens
wordt ingezet op het sneller ontvangen van een IND-besluit en, na negatief besluit,
snellere terugkeer naar het land van herkomst. De wetsvoorstellen met maatregelen
die hieraan bijdragen liggen in de Eerste Kamer voor behandeling.
Vraag 4
Hoe reflecteert u los van de spreidingswet op de afspraken die met gemeenten over
de verdeling en toereikende financiering zijn gemaakt? Bent u het met de onderzoekers
eens dat dit onvoldoende gebeurt?
Antwoord 4
Het kabinet zet zich in om gemeenten toereikende financiering te bieden om aan de
taakstellingen omtrent de verschillende opgaven te voldoen. Het Kabinet blijft over
de toereikende financiering in gesprek met gemeenten.
Vraag 5
Bent u het met de schrijvers van het onderzoek eens dat het aantal mensen dat bescherming
zoekt voornamelijk wordt beïnvloed door externe factoren zoals oorlogen elders? Zo
nee, waarom niet?
Antwoord 5
Externe factoren als oorlog zijn een belangrijke reden dat mensen hun land van herkomst
verlaten. Tegelijkertijd zorgt de instroom van mensen die asiel aanvragen voor extra
druk op de (sociale) voorzieningen in Nederland, waardoor het niet mogelijk is om
hier binnen de bestaande kaders in te voorzien. Het kabinet is ook van mening dat
Nederland geen aantrekkelijker bestemmingsland dient te zijn dan andere EU-lidstaten.
Met het voeren van een streng asielbeleid wenst het kabinet de opvang van asielzoekers
beter te spreiden over andere landen. Het Europees Migratiepact dat op 12 juni 2026
in werking treedt zal hier naar verwachting aan bijdragen. De wetsvoorstellen liggen
in de Eerste Kamer voor behandeling.
Vraag 6
Wat vindt u ervan dat een bezet bed in de opvang in 2023 gemiddeld 57 procent duurder
was dan een bezet bed in 2014 zoals wordt geconcludeerd? Waar komen deze extra kosten
terecht volgens u?
Antwoord 6
Het COA spant zich in om toegekende publieke middelen zo doelmatig en doeltreffend
mogelijk in te zetten. De afgelopen jaren heeft de asielketen ondanks inspanningen
onder grote druk gestaan en is de druk op de opvangcapaciteit continu hoog gebleven.
Dat uit zich in een landelijk hoge bezettingsgraad en een grote afhankelijkheid van
inzet van noodopvanglocaties. Deze locaties kosten meer dan reguliere opvanglocaties.
Ook het organiseren van diensten/begeleiding op en rondom noodopvanglocaties is vaak
duurder.
Zoals toegelicht onder vraag 2, deelt het kabinet de conclusie dat dure noodopvang
zo snel en zo veel mogelijk moet worden afgebouwd.
Vraag 7
Bent u het eens met de conclusie dat de rol van het Rijk als stelselverantwoordelijke
betekent dat het Rijk duidelijke beleidsdoelen formuleert en daar concrete en voldoende
middelen aan koppelt? Vindt u dat er voldoende middelen begroot zijn de komende jaren
voor de uitvoeringsinstanties? Kunt u dit duidelijk toelichten?
Antwoord 7
Ja, ik ben het eens met die conclusie. Het doel van het kabinet is de druk op de asielketen
te doen afnemen met een stringent migratiebeleid. Met een dalende instroom en maatregelen
die de uitstroom bevorderen zal de bezetting afnemen waardoor er op termijn minder
financiële middelen nodig zijn. De huidige meerjarenreeks laat vanaf 2027 bij het
COA een dalende trend zien.
Vraag 8
Bent u bereid het advies over te nemen om de stem van medeoverheden en uitvoeringsorganisaties
zwaarder mee te wegen in de ontwikkeling van het asielopvangbeleid? Zo ja, op welke
manier?
Antwoord 8
Het demissionair kabinet en Ministerie van Asiel en Migratie onderhouden dagelijks
contact met medeoverheden en de uitvoeringsorganisaties in de migratieketen. Zij hebben
een belangrijke signalerende functie voor eventuele knelpunten in de keten. Dit contact
vindt plaats in vele verbanden en in alle niveaus van de organisaties. De stem van
medeoverheden en uitvoeringsorganisaties is van belang en wordt zorgvuldig meegewogen
in de besluitvorming van het demissionair kabinet.
Vraag 9
Kunt u inzicht geven in de aankomende plannen om dure (crisis)noodopvangplekken te
vervangen door reguliere opvangplekken? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 9
Het kabinet zet primair in op maatregelen die zien op het beperken van de instroom
en het bevorderen van de uitstroom. Als voorbeeld voor de plannen op het gebied van
instroombeperking verwijs ik naar de voorstellen voor de asielnoodmaatregelenwet en
het tweestatusstelsel die de Eerste Kamer momenteel in behandeling heeft. Ook het
Europees migratiepact dat op 12 juni 2026 in werking treedt zal naar verwachting de
instroom doen dalen. Op het gebied van uitstroombevordering verwijs ik naar de bekostigingsregeling
voor doorstroomlocaties (DSL) en de regeling voor een eenmalig bedrag bij uitstroom
naar onzelfstandig wonen of tijdelijk onderdak (HAR+). Deze maatregelen hebben het
doel om de druk op de asielopvang te doen afnemen waardoor dure noodopvanglocaties
kunnen worden afgebouwd.
Vraag 10
Kunt u een overzicht geven van de verwachting van de groei of daling van de structurele
opvangcapaciteit en bijbehorende kosten in de jaren 2025, 2026 en 2027? Waar is dat
op gebaseerd?
Antwoord 10
De groei of daling van de benodigde (structurele) opvangcapaciteit in de jaren 2025,
2026 en 2027 is onder meer afhankelijk van de nieuwe Meerjaren Productie Prognose
(MPP) die op 26 september jl. naar de Tweede Kamer is gestuurd. Zoals gebruikelijk
beziet het kabinet op reguliere financiële besluitvormingsmomenten of bijstellingen
voor het COA nodig zijn, onder andere op basis van de meest actuele prognoses uit
de MPP.
Vraag 11
Hoe zorgt u ervoor dat we zo snel mogelijk af kunnen van (commerciële) noodopvangplekken
die onnodig duur zijn waarmee belastinggeld niet doelmatig wordt besteed, nog los
van de verwachte aantallen asielzoekers dat zich nu eenmaal moeilijk precies laat
voorspellen?
Antwoord 11
Het demissionair kabinet probeert de kosten voor asielopvang te reduceren door3 in te zetten op het omzetten van noodopvang naar reguliere opvanglocaties en4 maatregelen te nemen om de instroom te beperken en de doorstroom van statushouders
uit de COA opvang te bevorderen. Maatregelen om instroom te beperken zijn onder andere
de wetsvoorstellen voor het tweestatusstelsel en de asielnoodmaatregelenwet die in
afwachting zijn van behandeling in de Eerste Kamer. Maatregelen om de doorstroom van
statushouders te verbeteren zijn de inzet op doorstroomlocaties en de verlenging van
de Hotel- en Accommodatie Regeling (HAR).
Ondertekenaars
M.C.G. Keijzer, minister voor Asiel en Migratie
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.