Motie : Motie van het lid Van der Plas over maximaal gebruikmaken van uitzonderingsgronden bij het realiseren van de doelen uit de Kaderrichtlijn Water
36 800 J Vaststelling van de begrotingsstaat van het Deltafonds voor het jaar 2026
Nr. 14
MOTIE VAN HET LID VAN DER PLAS
Voorgesteld tijdens het wetgevingsoverleg van 2 februari 2026
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Kaderrichtlijn Water lidstaten expliciet ruimte biedt voor uitzonderingsgronden,
waaronder gefaseerde doelbereiking, natuurlijke omstandigheden, historische belasting
en grensoverschrijdende invloeden;
overwegende dat Nederland bij de uitvoering van de Kaderrichtlijn Water geconfronteerd
wordt met een uitzonderlijke uitgangspositie, onder meer door historische belasting,
buitenlandse aanvoer van nutriënten en sterk veranderde en kunstmatige waterlichamen;
overwegende dat een strikte en maximale nationale invulling zonder volledig gebruik
te maken van deze uitzonderingsmogelijkheden kan leiden tot disproportionele maatregelen
en extra druk op sectoren zoals landbouw, industrie en regionale overheden;
verzoekt de regering om bij het realiseren van de doelen van de Kaderrichtlijn Water
maximaal en expliciet gebruik te maken van de uitzonderingsgronden en flexibiliteiten
die de richtlijn biedt, om deze uitzonderingen juridisch zorgvuldig en onderbouwd
toe te passen binnen de stroomgebiedbeheerplannen, en de Kamer te informeren over
de wijze waarop deze uitzonderingsgronden worden benut,
en gaat over tot de orde van de dag.
Van der Plas
Ondertekenaars
Caroline van der Plas, Tweede Kamerlid