Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Ouwehand over ‘de behandeling en het transport van zieke en kreupele ‘afgemolken’ koeien’
Vragen van het lid Ouwehand (PvdD) aan de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur over de behandeling en het transport van zieke en kreupele «afgemolken» koeien (ingezonden 11 december 2025).
Antwoord van Minister Wiersma (Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur) (ontvangen
2 februari 2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 852.
Vraag 1
Heeft u de beelden gezien die door dierenrechtenorganisatie Ongehoord zijn gemaakt
op vijf verschillende erkende verzamelcentra, waar een deel van de koeien en kalfjes
naartoe wordt gebracht voordat zij worden afgevoerd naar het slachthuis?
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Heeft u gezien dat op alle gefilmde locaties is waargenomen dat koeien en kalfjes
worden geslagen en geschopt, zelfs als deze dieren ziek en kreupel zijn?
Antwoord 2
Ik heb de beelden uit het nieuwsartikel van Ongehoord gezien.
Vraag 3
Heeft u gezien dat bijna 10 procent van alle erkende Nederlandse verzamelcentra voor
koeien en kalfjes is gefilmd? Onderschrijft u dat dit niet kan worden afgedaan als
een incident?
Antwoord 3
Ik kan geen uitspraak doen over of dit wel of geen incidenten zijn. Ik weet niet hoeveel
beeldmateriaal er is opgenomen, en wat het percentage is van die beelden die in het
nieuws zijn gekomen.
Vraag 4
Wat vindt u van deze praktijken?
Antwoord 4
Ik vind het kwalijk dat koeien en kalfjes worden geschopt. Dit is niet de manier waarop
met dieren moeten worden omgegaan.
Vraag 5
Kunt u bevestigen dat koeien in de melkveehouderij elk jaar zwanger worden gemaakt
zodat ze melk blijven geven, het kalfje vrijwel direct na de geboorte wordt weggehaald
en dat na een paar jaar, als de moederkoe minder melk begint de geven en daardoor
economisch minder interessant wordt, deze wordt afgevoerd naar het slachthuis?
Antwoord 5
Ik kan niks zeggen over de individuele werkwijze van melkveehouders. Deze werkwijze
kan per melkveehouderij verschillen.
Vraag 6
Kunt u bevestigen dat veel van deze zogeheten «afgemolken» melkkoeien te maken hebben
met (ernstige) welzijnsproblemen zoals kreupelheid doordat één op de drie melkkoeien
niet buitenkomt, maar hun hele leven op harde vloeren staat?1
Antwoord 6
In algemene zin ben ik bekend met welzijns- en gezondheidsrisico’s in de veehouderij.
Over het algemeen nemen veehouders adequate maatregelen om die risico’s te beperken.
Vraag 7
Kunt u bevestigen dat veel van deze melkkoeien, ook als zij welzijnsproblemen hebben,
alsnog worden afgevoerd naar het slachthuis zoals te zien is op de beelden, omdat
ze dan nog iets van geld opleveren?
Antwoord 7
Ik verwijs u naar het antwoord op vraag 5.
Vraag 8
Kunt u bevestigen dat zo’n 25 procent van de melkkoeien niet rechtstreeks naar het
slachthuis wordt vervoerd, maar eerst naar een verzamelcentrum wordt gebracht, daar
in een andere vrachtwagen wordt geladen om vervolgens alsnog naar het slachthuis te
worden vervoerd?
Antwoord 8
Ik kan bevestigen dat dit het geval is geweest van 2017 t/m 2020 en ik heb geen reden
om aan te nemen dat dit veranderd is.
Vraag 9
Bent u bekend met de Europese Transportverordening (Verordening (EG) nr. 1/2005) die
voorschrijft dat gewonde, zwakke en zieke dieren niet mogen worden vervoerd, in het
bijzonder wanneer zij «niet in staat zijn zich op eigen kracht pijnloos te bewegen
of zonder hulp te lopen»?
Antwoord 9
Ja.
Vraag 10
Kunt u bevestigen dat desondanks jaarlijks ongeveer 16.000 dieren op verzamelcentra
worden gedood omdat ze te zwak, gewond of ziek zijn om verder te mogen worden vervoerd
(Kamerstuk 36 800 XIV, nr. 8)?
Antwoord 10
In 2024 is voor 16.713 dieren een doodmelding geregistreerd op een verzamelcentrum.
De oorzaak van de dood van deze dieren is niet geregistreerd.
Vraag 11
Hoe verklaart u dat deze dieren op transport zijn gezet naar een verzamelcentrum?
Antwoord 11
Ik heb geen inzicht in de beweegredenen op dit punt. Wel vind ik dat alle schakels
in de keten ervoor moeten zorgen dat dierenwelzijn op ieder
moment geborgd is. Elk bedrijf en iedere medewerker binnen het bedrijf moet ervan
doordrongen zijn dat zij de verantwoordelijkheid hebben om dierenwelzijn te verzekeren.
Licht gewonde of zieke dieren mogen vervoerd worden wanneer het transport geen extra
lijden veroorzaakt. Voorafgaand aan het transport moeten de veehouder en transporteur
beoordelen of een dier transportwaardig is of niet, en bij twijfel moet advies van
een dierenarts worden gevraagd.
Vraag 12
Hoe verhoudt dit zich tot de Europese Transportverordening?
Antwoord 12
In de Transportverordening worden in bijlage 1, Hoofdstuk I regels gesteld over de
geschiktheid van dieren voor vervoer. Daarin wordt onder meer geregeld dat gewonde,
zwakke en zieke dieren niet in staat worden geacht te worden vervoerd wanneer zij
niet in staat zijn zich op eigen kracht pijnloos te bewegen of zonder hulp te lopen.
Die bijlage regelt echter ook dat zieke of gewonde dieren in staat kunnen worden geacht
te worden vervoerd wanneer het lichtgewonde of zieke dieren betreft waarvoor het vervoer
geen extra lijden veroorzaakt, en waarbij bij twijfel het advies van de dierenarts
wordt ingewonnen.
Vraag 13
Erkent u dat daarnaast veel koeien in verzamelcentra niet in staat zijn om pijnloos
te bewegen, zoals koeien die praktisch op drie poten lopen, ernstig hinken, trekken
met een of meerdere poten of nauwelijks meer kunnen lopen, zoals te zien is op de
beelden? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 13
Het aantal koeien met een vorm van kreupelheid op een verzamelcentra wordt niet geregistreerd.
Kreupelheid is een veel voorkomend probleem bij melkkoeien. Licht kreupele koeien
kunnen ook te vinden zijn op verzamelcentra.
Vraag 14
Klopt het dat de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) de richtlijn heeft
dat zolang koeien met «verminderde» of «gebrekkige» mobiliteit op vier poten steunen,
ze gewoon op transport mogen worden gezet omdat de kreupelheid «niet altijd» gepaard
gaat met pijn?
Antwoord 14
Nee, er kan niet gesteld worden dat koeien zonder meer geschikt zijn voor vervoer
wanneer ze op vier poten steunen en een verminderde of gebrekkige mobiliteit hebben.
Bij twijfel moet het advies van een dierenarts-practicus worden ingewonnen.
De NVWA en de sector gebruiken daarvoor de Europese richtsnoeren voor het bepalen
van de geschiktheid voor vervoer van volwassen runderen. De richtsnoeren geven aan
dat een rund dat niet op alle vier poten kan staan, niet kan worden vervoerd. Wanneer
een rund alle poten niet gelijkmatig belast is een nadere beoordeling van de mobiliteit
nodig. De richtsnoeren beschrijven hoe de mobiliteit van een rund wordt beoordeeld
en ondersteunt deze beschrijving met afbeeldingen. Op basis van deze beoordeling kan
een rund wel of niet vervoerd worden.
Deze richtsnoeren zijn opgesteld door Europese brancheorganisaties, een NGO en de
Europese Federatie voor Dierenartsen. De richtsnoeren geven nadere duiding aan de
regels in de Europese Transportverordening. De voorschriften in de Transportverordening
zijn altijd leidend.
Vraag 15
Welke andere redenen kunt u bedenken waarom een koe ernstig zou hinken of met haar
poten zou trekken, anders dan dat zij pijn ervaart?
Antwoord 15
Een koe kan ernstig hinken of met haar poten trekken zonder dat de koe pijn ervaart.
De afwezigheid van pijn bij een ernstig hinkende koe of bij een koe die met haar poten
trekt, is echter niet doorslaggevend bij de beoordeling van de geschiktheid voor het
vervoer. Zoals aangegeven in mijn antwoord op vraag 12 mogen de vervoersomstandigheden
geen letsel of onnodig lijden veroorzaken. Ook mogen alleen licht gewonde of zieke
dieren vervoerd worden, wanneer het vervoer geen extra lijden veroorzaakt. Daarom
moet de mobiliteit van een rund dat niet op alle vier de poten staat voorafgaand aan
het transport verder beoordeeld worden. Bij twijfel moet het advies van de dierenarts
ingewonnen worden.
Vraag 16
Bent u bekend met de bevindingen van Bureau Risicobeoordeling & onderzoek (Buro) van
de NVWA dat «afgemolken» melkkoeien vaak lichte of ernstige gezondheidsafwijkingen
hebben (zoals kreupelheid) en dat het risico groot is dat het lijden tijdens transport
toeneemt?2
Antwoord 16
Ik ben bekend met dit rapport.
Vraag 17
Bent u bekend met het recente onderzoek van Universiteit Utrecht, Wageningen University
& Research en Cornell University over kreupelheid in melkkoeien waarin zij concluderen
dat kreupelheid pijn veroorzaakt en een ernstig welzijnsprobleem is?3
Antwoord 17
Ik ben bekend met dit rapport.
Vraag 18
Kunt u bevestigen dat melkkoeien met lichte of ernstige gezondheidsafwijkingen op
transport worden gezet, wat volgens Buro leidt tot een groot risico dat het lijden
hierdoor toeneemt?
Antwoord 18
In de praktijk kan het voorkomen dat melkkoeien met lichte of ernstige gezondheidsafwijkingen
op transport worden gezet.
Vraag 19
Hoe verhoudt dit zich tot de Europese Transportverordening die stelt dat gewonde,
zwakke en zieke dieren niet mogen worden vervoerd en dat onnodig lijden moet worden
voorkomen?
Antwoord 19
Zoals aangegeven in mijn antwoord op vraag 12 moeten de houder en de vervoerder voorafgaand
aan het vervoer beoordelen of dieren geschikt zijn voor het voorgenomen transport.
Daarvoor gebruiken zij als hulpmiddel de Europese richtsnoeren voor het bepalen van
de geschiktheid voor het vervoer van varkens, volwassen runderen en paarden. Bij twijfel
moet het advies van een dierenarts worden ingewonnen. Ondanks een zorgvuldige beoordeling
vooraf kan het voorkomen dat een dier toch extra of onnodig geleden heeft of dat letsel
veroorzaakt is door het transport. Dan blijkt achteraf dat het dier niet geschikt
was voor het voorgenomen transport. Achteraf kan echter niet altijd worden vastgesteld
dat de houder en de vervoerder in zo’n situatie verwijtbaar gehandeld hebben. Dat
is wel nodig om een overtreding te bewijzen en als gevolg daarvan aan de houder en/of
de vervoerder een bestuurlijke boete op te leggen.
Vraag 20
Bent u bekend met de bevindingen van Buro dat het herhaald in- en uitladen, verblijf
op verzamelcentra en herhaald transport ongerief en lijden veroorzaakt?
Antwoord 20
Ik ben bekend met de bevindingen van Buro. Herhaaldelijk in- en uitladen verhoogt
het risico op welzijnsaantasting.
Vraag 21
Kunt u bevestigen dat het volgens de Transportverordening verboden is om dieren te
vervoeren op een wijze die onnodig lijden veroorzaakt?
Antwoord 21
Zoals ook aangegeven in mijn antwoord op vraag 12 stelt de Transportverordening in
artikel 3 dat het verboden is dieren te vervoeren of te laten vervoeren op zodanige
wijze dat het de dieren waarschijnlijk letsel of onnodig lijden berokkent.
Vraag 22
Kunt u bevestigen dat koeien herhaald worden in- en uitgeladen als ze via een verzamelcentrum
worden getransporteerd, wat volgens Buro leidt tot een groot risico dat het lijden
toeneemt?
Antwoord 22
Wanneer er een verzamelcentrum betrokken is bij het transport van dieren worden de
dieren een extra keer af- en opgeladen.
Vraag 23
Hoe verhoudt dit zich tot de Europese Transportverordening?
Antwoord 23
Het gebruik van verzamelcentra tijdens transport is toegestaan volgens de Europese
Transportverordening en aan regels gebonden.
Vraag 24
Kunt u tevens bevestigen dat de Transportverordening bepaalt dat de duur van diertransporten
zoveel mogelijk moet worden beperkt?
Antwoord 24
Artikel 3 van de Transportverordening stelt als algemene voorwaarde voor het vervoer
van dieren dat alle nodige voorzieningen getroffen zijn om de duur van het transport
tot een minimum te beperken en tijdens het transport in de behoeften van de dieren
te voorzien.
Vraag 25
Kunt u bevestigen dat het gebruik van verzamelcentra voor binnenlandse slacht leidt
tot onnodige vertraging en langere transporten?
Antwoord 25
Het gebruik van verzamelcentra is voor zowel nationaal als internationaal transport
wettelijk toegestaan. Als een veehouder melkrunderen naar het slachthuis stuurt, zijn
dat meestal hele kleine aantallen dieren. Bijvoorbeeld één of twee. Slachthuizen vragen
vaak juist om meerdere dieren tegelijk van ongeveer dezelfde soort, grootte en categorie.
Op verzamelcentra worden deze groepen samengesteld. Dit is een efficiëntere manier
van dieren vervoeren dan iedere koe individueel afleveren op het slachthuis. Daarom
zie ik het gebruik van verzamelcentra tijdens transport niet als onnodige vertraging.
Vraag 26
Hoe verhoudt dit zich tot de Europese Transportverordening?
Antwoord 26
Het gebruik van verzamelcentra is toegestaan volgens de Transportverordening en aan
regels gebonden.
Vraag 27
Bij hoeveel van de 55 erkende verzamelcentra voor koeien en kalfjes heeft de NVWA
de afgelopen drie jaar, uitgesplitst naar jaar, controles uitgevoerd? Hoeveel controles
zijn er per verzamelcentrum uitgevoerd? Hoeveel dierenwelzijnsovertredingen zijn er
geconstateerd, hoeveel waarschuwingen zijn er gegeven en hoeveel boetes zijn er opgelegd?
Antwoord 27
In 2023 hadden 61 verzamelcentra een erkenning voor het verzamelen van runderen; in
2024 waren dit 60 verzamelcentra en in 2025 waren dit 56 verzamelcentra. Bij al deze
verzamelcentra heeft de NVWA ten minste jaarlijks één of meer controles uitgevoerd.
De NVWA voert jaarlijks een verplichte controle uit op de erkenningsvoorwaarden. Daarnaast
houdt de NVWA risicogericht toezicht op verzamelcentra, waardoor de inspectiefrequentie
per verzamelcentrum kan variëren. Verder worden controles op dierenwelzijn uitgevoerd
tijdens de exportcertificering voorafgaand aan de verplaatsing van dieren naar andere
landen.
De NVWA heeft op verzamelcentra het verzamelen van runderen de afgelopen drie jaar,
uitgesplitst naar jaar, het volgende aantal controles uitgevoerd:
Type controle
2023
2024
2025
1. Exportcertificering rund
1.170
1.053
806
2. Risicogerichte controles op dierenwelzijn en diergezondheid
410
371
315
3. Verplichte controle erkenningsvoorwaarden
78
56
58
Toelichting aantal controles: Een verzamelcentrum kan erkend zijn voor het verzamelen
van meerdere diersoorten. De controles zijn gericht op alle werkzaamheden die verricht
worden op een verzamelcentrum. Daarbij zijn de controles niet alleen gericht op de
naleving van regelgeving met betrekking tot het dierenwelzijn, maar ook op regelgeving
met betrekking tot de diergezondheid. Diergezondheidsregelgeving heeft als belangrijkste
doel het voorkomen van (verspreiding van) dierziekten en zoönosen. Het is mogelijk
dat meerdere controles tijdens één bezoek zijn uitgevoerd.
In het volgende overzicht is aangegeven bij hoeveel van deze inspecties de afgelopen
drie jaar bevindingen zijn vastgesteld gerelateerd aan dierenwelzijn, uitgesplitst
naar type controle en naar jaar:
Type controle
2023
2024
2025
1. Exportcertificering rund
161
213
138
2. Risicogerichte controles op dierenwelzijn
15
4
10
3. Verplichte controle erkenningsvoorwaarden
20
11
9
Toelichting bevindingen dierenwelzijn:
Algemeen: In het overzicht is het aantal bevindingen gerelateerd aan dierenwelzijn
weergegeven. Dit betreft niet altijd vastgestelde overtredingen. Het kan ook gaan
om bevindingen die een mogelijk risico inhouden voor het dierenwelzijn. Dit kunnen
bijvoorbeeld bevindingen zijn die gerelateerd zijn aan de bouw of inrichting van een
locatie of vervoermiddel. Die bevindingen worden vastgelegd in het registratiesysteem
van de NVWA. Waar dat nodig is, worden passende maatregelen genomen richting de exploitant
die gericht zijn op het verkleinen van de risico’s. Waar een overtreding kan worden
bewezen, wordt het interventiebeleid van de NVWA gevolgd.
Ad 1) Exportcertificering: Bij exportcertificering wordt bij een bevinding gerelateerd
aan dierenwelzijn of diergezondheid vaak gelegenheid tot herstel van de norm geboden.
Het bedrijf moet dan corrigerende maatregelen nemen, zodat wel voldaan wordt aan wettelijke
normen. Deze bevindingen worden wel geregistreerd, maar leiden meestal niet tot een
officiële waarschuwing of bestuurlijke boete.
De risicogerichte controles bestaan uit verschillende soorten inspecties. Bij een
deel van de inspecties is alleen het aantal bevindingen meegeteld, dat heeft geleid
tot een maatregel.
Naar aanleiding van deze bevindingen heeft de NVWA de afgelopen drie jaar, uitgesplitst
naar jaar, het volgende aantal maatregelen genomen:
Maatregel
2023
2024
2025
Officiële waarschuwing
2
0
1
Bestuurlijke boete
6
4
0
Vraag 28
Kunt u bevestigen dat de Europese Transportverordening de ruimte biedt om het gebruik
van verzamelcentra voor binnenlands transport en slacht expliciet te verbieden in
nationale wetgeving? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 28
De Transportverordening geeft geen expliciete grondslag om het gebruik van verzamelcentra
voor binnenlands transport en slacht te verbieden in nationale wetgeving. In algemene
zin biedt de Transportverordening wel ruimte voor de lidstaten om strengere nationale
maatregelen te nemen ter verbetering van het welzijn van dieren tijdens vervoer dat
volledig op hun grondgebied verloopt of tijdens vervoer over zee dat vanaf hun grondgebied
vertrekt. Een verbod als benoemd in de vraag zal negatieve neveneffecten met zich
meebrengen vanwege de rol van verzamelcentra in zowel binnenlands als grensoverschrijdend
transport.
Vraag 29
Kunt u deze vragen één voor één en binnen de daarvoor gestelde termijn beantwoorden?
Antwoord 29
Ik heb de vragen één voor één beantwoord. Het is helaas niet gelukt deze binnen de
gestelde termijn te beantwoorden.
Ondertekenaars
F.M. Wiersma, minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.