Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Schoonis over kwetsbaarheid in het kleinbedrijf
Vragen van het lid Schoonis (D66) aan de Minister van Economische Zaken over het artikel «Groei maskeert kwetsbaarheid kleinbedrijf: microbedrijven lopen op cashmuur af» (ingezonden 13 januari 2026).
Antwoord van Minister Karremans (Economische Zaken) (ontvangen 2 februari 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het artikel «Groei maskeert kwetsbaarheid kleinbedrijf: Microbedrijven
lopen op cashmuur af» in het Financiële Dagblad van 9 januari 2026, waaruit blijkt
dat de financiële positie van micro- en kleine mkb-bedrijven (tot € 2 miljoen omzet)
snel verslechtert, ondanks omzetgroei?1
Antwoord 1
Ja
Vraag 2
Herkent u het geschetste beeld dat deze bedrijven steeds minder rendement halen en
nauwelijks nog financiële buffers hebben?
Antwoord 2
Uit de langjarige cijfers van de Conjunctuurenquête2 van het CBS blijkt dat sinds 2022, na de coronacrisis, een aantal bedrijven in alle
grootteklassen aangeeft financiële beperkingen te ondervinden. Het aandeel nam toe
van ongeveer 5% in 2022 tot ongeveer 10% eind december 2025. Het aandeel specifiek
in het kleinbedrijf (met 5–50 werkzame personen) dat financiële beperkingen ervaart
nam toe van 6,8% in 2022 naar 12,9% in 2025. Dit brengt het aandeel terug richting
percentages die voor corona zijn gemeten. Het aandeel bedrijven dat financiële beperkingen
ervaart, blijft nog steeds een kleine minderheid.
Deze trend wordt bevestigd in recente enquêtes van de Kamer van Koophandel3 en panelonderzoek4 uit oktober 2025 van Qredits. Tegelijkertijd blijkt uit de Conjunctuurenquête dat
90% van de ondervraagde bedrijven niet aangeeft financiële beperkingen te ervaren.
Via de Financieringsmonitor en de Conjunctuurenquête, beiden uitgevoerd door het CBS,
en andere onderzoeken blijf ik continu de financiële positie van het mkb monitoren.
Vraag 3
Hoe beoordeelt u de conclusie uit het onderzoek dat veel ondernemers hun coronasteun
en andere leningen hebben moeten gebruiken om kosten te dekken in plaats van te investeren?
Antwoord 3
Zoals de onderzoekers van Teamleader aangegeven is er onvoldoende data om deze conclusie
te trekken. Wel hebben de onderzoekers aangegeven dit te vermoeden. Ik zie dit als
een logisch gevolg van de uitzonderlijke omstandigheden tijdens en na de coronaperiode.
Voor veel ondernemers was het noodzakelijk om steun en leningen in te zetten om acute
verplichtingen na te komen.
De coronasteunmaatregelen waren hoofdzakelijk gericht op het behoud van banen en werkgelegenheid,
de voortgang van bedrijfsactiviteiten en het behoud van economische groei. De steunmaatregelen
droegen bij aan een verbetering van de liquiditeit en solvabiliteit van bedrijven.
Afgelopen jaar heb ik uw Kamer de evaluatie van de Tegemoetkoming Ondernemers Getroffen
Sectoren COVID-19 (TOGS) en Tegemoetkoming Vaste Lasten (TVL) gestuurd.5 Recentelijk heeft ook de Minister van Financiën, mede namens het Ministerie van Economische
Zaken (EZ) en Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW), uw Kamer de synthesestudie coronasteunmaatregelen6 gestuurd. Dit syntheseonderzoek concludeert, op basis van eerdere evaluaties, dat
het coronasteunpakket als geheel doeltreffend was in het behoud van werkgelegenheid
en waardeketens.
Vraag 4
Welke lessen trekt u hieruit voor de opzet en de inzet van toekomstige steun- of stimuleringsregelingen?
Antwoord 4
Alle maatregelen en financiële instrumenten voor het bedrijfsleven worden (periodiek)
geëvalueerd en lessen hieruit zullen worden meegenomen bij een eventuele crisis.
Vraag 5
In hoeverre deelt u de zorgen dat microbedrijven als «kanarie in de kolenmijn» bij
een kleine tegenvaller al in grote problemen komen, mede doordat marges onder druk
staan en vaste lasten en rentes stijgen?
Antwoord 5
Ik onderschrijf het grote belang van het microbedrijf. De financiële knelpunten die
zich nu voordoen, hebben meerdere oorzaken, zoals stijgende lonen, energie- en huurprijzen.
Alle bedrijven hebben te maken met deze prijsstijgingen. Echter, in combinatie met
de smalle marges die door de kostenstructuur in een aantal sectoren bestaan, zoals
horeca en detailhandel, kunnen de kostenstijgingen daar meer effect hebben. Onder
reguliere omstandigheden is het een gebruikelijk proces dat bedrijven verdwijnen die
financieel niet gezond zijn, een zwak businessmodel hebben of zich niet kunnen aanpassen
aan veranderende omstandigheden. De huidige stijging van het aantal bedrijven dat
vrijwillig stopt, kan een indicatie zijn dat er nu een inhaalslag plaatsvindt. Hierdoor
blijven financieel gezonde bedrijven over die een stabiele basis vormen voor de economie.
Ik blijf de ontwikkelingen in het mkb zorgvuldig monitoren.
Vraag 6
Ziet u aanleiding voor aanvullend beleid om deze bedrijven weerbaarder te maken?
Antwoord 6
Ik zie nu geen aanleiding tot aanvullend beleid. Op verschillende manieren ondersteunen
we al het mkb. Denk bijvoorbeeld aan Qredits, dat zich richt op mkb-ondernemers die
financiering of coaching nodig hebben, maar niet in het reguliere financieringscircuit
terecht kunnen. Of aan de Borgstelling MKB-kredieten (BMKB). Er is een samenhangend
palet van instrumenten om financiële problemen tijdig te herkennen en aan te pakken.
Zo speelt het Ondernemersklankbord (OKB) een belangrijke rol bij het vroegtijdig signaleren
van financiële kwetsbaarheid en het bieden van onafhankelijke begeleiding aan ondernemers.
Daarnaast biedt Geldfit Zakelijk ondernemers laagdrempelig inzicht in hun financiële
situatie en toegang tot passende ondersteuning bij (dreigende) schulden. OKB en Geldfit
Zakelijk worden financieel ondersteund door Economische Zaken en dragen eraan bij
dat ondernemers eerder hulp zoeken en problemen niet onnodig escaleren. Ook zijn er
fiscale instrumenten die zich specifiek richten op het mkb, zoals de Zelfstandigenaftrek
en de mkb-winstvrijstelling.
Vraag 7
Hoe kijkt u aan tegen de verslechterende toegang tot financiering voor met name micro-ondernemingen?
Antwoord 7
Uit de meeste recente CBS-Financieringsmonitor blijkt geen verslechtering in de toegang
tot financiering voor het microbedrijf. De afgelopen jaren weet het microbedrijf juist
vaker aan financiering te komen. Zo zijn er meer microbedrijven overgegaan tot een
financieringsaanvraag en hebben deze aanvragen ook vaker geleid tot financiering.
Dit is goed nieuws. Toch blijven er microbedrijven, die lastig financiering weten
te vinden. Voor deze ondernemers is er onder andere de FinancieringsGids (voor informatie
en advies) en Qredits (voor microkredieten).
Vraag 8
Welke concrete stappen neemt u om de toegang tot krediet, inclusief non-bancaire financieringsvormen,
te verbeteren?
Antwoord 8
Allereerst kunnen ondernemers terecht bij de FinancieringsGids. Hier vinden ondernemers
informatie over kredietverleners (bancair en non-bancair) en financieringsadviseurs.
Daarnaast staat er op de FinancieringsGids ook informatie over, bijvoorbeeld, hoe
je het beste een financieringsaanvraag kunt indienen. Voor ondernemers die meer hulp
nodig hebben is er ook de optie om een financieringsadviseur van de KvK te spreken
of contact op te nemen met een private financieringsadviseur die is aangesloten bij
het keurmerk Erkend Financieringsadvies MKB. Net als vorig jaar blijf ik dit jaar de FinancieringsGids door ontwikkelen.
Voor directe kredieten is er bovendien Qredits. Qredits verstrekt met name microkredieten,
vooral aan starters en microbedrijven. In 2025 heb ik hierom een garantie afgegeven
op een lening van de Europese Investeringsbank (EIB) aan Qredits. Met deze lening
van € 40 mln. kan Qredits kredieten aan ondernemers verstrekken.
Ook stimuleer ik de professionalisering van de non-bancaire sector en financieringsadviseurs
via stichting Finankeur. Deze stichting heeft drie gedragscodes: Erkend MKB Financier, Kort Zakelijk Krediet en Erkend Financieringsadvies MKB. Door deze gedragscodes wordt het voor ondernemers overzichtelijker welke financiers
en financieringsadviseurs betrouwbaar zijn. Finankeur gaat komend jaar in gesprek
met de sector over de versterking van de codes.
Vraag 9
In hoeverre herkent u het belang van goed betalingsgedrag in de keten als essentieel
instrument om de liquiditeitspositie van kleine ondernemers te verbeteren? Welke aanvullende
maatregelen overweegt u om dit te bevorderen, bijvoorbeeld via strengere handhaving
van betaaltermijnen?
Antwoord 9
Goed betalingsgedrag is essentieel voor de liquiditeitspositie van kleine ondernemers
en speelt een belangrijke rol in het voorkomen van schulden. Ik onderschrijf het belang
van tijdige betalingen en blijf inzetten op de bewustwording en naleving van wettelijke
betaaltermijnen. Daarnaast wordt er gekeken naar mogelijkheden om handhaving en transparantie
rondom betaalgedrag verder te versterken.
Ondertekenaars
V.P.G. Karremans, minister van Economische Zaken
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.