Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Bromet over ‘het intrekken van een wetenschappelijk stuk na mogelijke betaling door glyfosaatproducent’
Vragen van het lid Bromet (GroenLinks-PvdA) aan de Ministers van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over het intrekken van een wetenschappelijk stuk na mogelijke betaling door glyfosaatproducent (ingezonden 8 december 2025).
Antwoord van Minister Wiersma (Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur) (ontvangen
2 februari 2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 827.
Vraag 1
Bent u bekend met het NOS-artikel van 3 december 2025, waarin wordt beschreven dat
een invloedrijk wetenschappelijk artikel over het onkruidbestrijdingsmiddel glyfosaat
na 25 jaar is ingetrokken?1
Antwoord 1
Ja
Vraag 2
Kunt u uiteenzetten welke grondslag dit wetenschappelijk artikel heeft of heeft gehad
in het beleid dat Nederland, en breder gezien, Europa voert bij het gebruik van glyfosaat?
Antwoord 2
Het artikel van Williams en anderen2 is een zogenoemd review-artikel waarin gegevens uit meerdere individuele wetenschappelijke
studies worden samengevat en geanalyseerd. Bij de beoordeling van een werkzame stof
(of gewasbeschermingsmiddel) worden alleen originele studierapporten gebruikt en geen
review-studies. De conclusies uit dit review-artikel zijn geen onderdeel van de risicobeoordeling
van glyfosaat3 en zijn niet meegenomen in de Europese besluitvorming bij de hernieuwde goedkeuring
van de stof in 2023. Het intrekken van dit review-artikel heeft dan ook geen gevolgen
voor de goedkeuring van de stof glyfosaat of toelating van middelen op basis van deze
werkzame stof.
Vraag 3
Bent u verder bekend met wetenschappelijke studies over pesticiden, glyfosaat in het
bijzonder, waarbij aanleiding bestaat om te twijfelen aan de legitimiteit van het
onderzoek, wat de invloed was van dergelijke onderzoeken was en hoe zowel positieve
als negatieve uitkomsten van deze onderzoeken gewogen en getoetst worden aan bronnen
en belangen?
Antwoord 3
Nee, ik ben verder niet op hoogte van dergelijke onderzoeken.
Vraag 4
In hoeverre acht u deze berichtgeving, over rectificatie van wetenschappelijke onderzoeken
en mogelijke inmenging van de fabrikant om gevaren en risico’s van het bestrijdingsmiddel
te bagatelliseren, als een belangrijk moment voor herziening van onze omgangsnormen
met betrekking tot glyfosaat, variërend van bijvoorbeeld toelatingsprocedures tot
aan subsidies?
Antwoord 4
Ik vind het belangrijk dat besluitvorming over werkzame stoffen wordt gebaseerd op
betrouwbare en onafhankelijke wetenschappelijke informatie. Het intrekken van het
review-artikel geeft geen aanleiding om te twijfelen aan eerdere besluitvorming over
glyfosaat.
Vraag 5
Welke waarborgen bestaan er momenteel om niet gedegen wetenschappelijke onderzoeken
te weren uit de certificering en besluitvorming en daaropvolgende onderzoeken te herzien
als deze op dergelijke onderzoeken zijn gebaseerd?
Antwoord 5
Er zijn verschillende waarborgen binnen het proces van de stofbeoordeling ingebouwd
om niet gedegen wetenschappelijke onderzoeken te weren. Allereerst baseren de toelatingsautoriteiten
zich in eerste instantie op onderzoek dat is uitgevoerd volgens Good Laboratory Practice
(GLP)4. Dit is een systeem om de kwaliteit van de experimenten in laboratoria te waarborgen
waar de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) toezicht op houdt. De rapporteur
lidstaat (RMS) beoordeelt alle studies, inclusief studies uit de wetenschappelijke
literatuur, en kijkt hierbij op een gestructureerde wijze naar de betrouwbaarheid,
bijvoorbeeld met behulp van de Klimisch criteria5, en de relevantie van de studies. De betrouwbaarheid en relevantie bepalen samen
de aanvaardbaarheid van de studie. Alle relevante, betrouwbare wetenschappelijke technische
kennis wordt tegen elkaar afgewogen om tot een eindconclusie te komen. Hierbij wegen
relevante en betrouwbare studies zwaarder dan minder betrouwbare/relevante studies.
Niet-acceptabele studies worden niet meegenomen. De Europese Autoriteit voor voedselveiligheid
(EFSA) voert samen met alle andere lidstaten een collegiale toetsing (peer review)
uit op het beoordelingsrapport van de RMS. Ook vindt er een openbare consultatie plaats.
Bovendien moeten aanvragers sinds 2019 op basis van de Algemene Levensmiddelenverordening
de autoriteiten al vooraf informeren dat een nieuwe studie begint en moeten ze het
melden als de studie is afgerond. Dit om te voorkomen dat bedrijven onderzoeksresultaten
achterhouden.
Vraag 6 en 7
In hoeverre bent u bereid om het Europees vastgestelde toetsingskader ter discussie
te stellen nu de legitimiteit van invloedrijke wetenschappelijke onderbouwingen die
mogelijk ten grondslag liggen aan onze opvattingen over glyfosaat in twijfel wordt
getrokken of zelfs wordt gerectificeerd?
In aanvulling daarop, bent u bereid om bij het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen
en biociden (Ctgb) aan te dringen op herziening van het toetsingskader voor het gebruik
van glyfosaat, wellicht in afwachting van herziening van het Europese toetsingskader?
Antwoord 6 en 7
Het intrekken van het betreffende review-artikel heeft geen invloed op de uitkomst
van de risicobeoordeling van glyfosaat en deze hoeft daarom niet nationaal of Europees
bediscussieerd te worden.
Vraag 8
Deelt u de mening dat Montsano geen gesprekspartner moet zijn van Nederland of via
andere manieren de mogelijkheid moet hebben om de sterke lobby voor de gifindustrie
voort te zetten? Ziet u dus de wenselijkheid van een lobbyverbod voor de gifindustrie
in?
Antwoord 8
Besluitvorming over de toelating van gewasbeschermingsmiddelen dient altijd gebaseerd
te zijn op onafhankelijke wetenschappelijke beoordelingen. Ik vind het daarom van
grote waarde dat het Ctgb, als onafhankelijke toelatingsautoriteit, deze beoordelingen
uitvoert zonder inmenging van derden, zoals fabrikanten of politiek. Het Ctgb wijst
iedere vorm van ongeoorloofde beïnvloeding van de wetenschappelijke oordeelsvorming
categorisch af. Waar het gaat om mijn eigen beleidsvorming praat ik met telers, NGO’s,
belangenbehartigers, andere overheden en ook fabrikanten om een goed beeld te hebben
van de wensen en ontwikkelingen binnen de samenleving en eventuele gevolgen van (toekomstig)
beleid. Ik hecht waarde aan deze dialoog met alle onderdelen van de samenleving.
Vraag 9, 10 en 11
Is er naar aanleiding van het advies van de Afdeling Advisering van de Raad van State
op de Wijziging van het Besluit gewasbeschermingsmiddelen en biociden een onderzoek
ingesteld naar de reikwijdte van de verplichtstelling van alternatieven voor glyfosaat?
Hoe gaat u waarborgen dat dit onderzoek onafhankelijk en zorgvuldig wordt uitgevoerd,
waarbij scherp wordt gelet op mogelijke belangenverstrenging of illegitimiteit van
aangehaalde onderzoeken, helemaal gelet op recente berichtgevingen?
Kunt u uiteenzetten in hoeverre de effecten van glyfosaat onafhankelijk worden onderzocht
en de basis vormen voor het toetsingskader voor de verplichtstelling van alternatieven?
Antwoord 9, 10 en 11
Uw Kamer wordt separaat schriftelijk geïnformeerd over het betreffende advies van
de Afdeling advisering van de Raad van State en de verdere stappen op dit onderwerp.
Vraag 12
Bent u bereid om naar aanleiding van deze en eerdere negatieve berichtgeving over
de schadelijke effecten van glyfosaat concrete vervolgstappen te geven aan het aanpassen
van het glyfosaatbeleid in Nederland?
Antwoord 12
Glyfosaat is in 2023 opnieuw Europees goedgekeurd op basis van een zeer omvattend
wetenschappelijk dossier met meer dan 2400 studies. De onafhankelijke wetenschappelijke
adviezen van de hiervoor aangewezen instituten concluderen dat glyfosaat veilig kan
worden toegepast. Op basis van deze conclusies zijn momenteel geen aanvullende maatregelen
nodig.
Vraag 13
Bent u bereid om, indien onderzoeken deze uitkomst aanbevelen, de verplichting tot
het gebruik van alternatieven aan te scherpen en voor eenieder te codificeren in de
Wijzigingen van het Besluit gewasbeschermingsmiddelen en biociden?
Antwoord 13
Uw Kamer wordt separaat schriftelijk geïnformeerd over het advies van de Afdeling
advisering van de Raad van State op de beoogde wijziging van het Besluit gewasbeschermingsmiddelen
en biociden en over de verdere stappen op dit onderwerp.
Ondertekenaars
F.M. Wiersma, minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.