Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Markuszower en Wilders over het NGO-Monitor rapport ‘Puppet Regime: Hamas' Coercive Grip on Aid and NGO Operations in Gaza’
Vragen van de leden Markuszower en Wilders (beiden PVV) aan de Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken over het NGO Monitor-rapport (ingezonden 10 december 2025).
Antwoord van Staatssecretaris Aukje de Vries (Buitenlandse Zaken) (ontvangen 30 januari
2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 803.
Vraag 1
Bent u op de hoogte van het NGO Monitor-rapport (hierna: rapport)1, waaruit blijkt dat de internationaal en nationaal geïndiceerde Palestijns-Islamitische
terreurgroep Hamas vóór 7 oktober een uitgebreid systeem heeft opgebouwd om humanitaire
organisaties te controleren, te infiltreren en te manipuleren, inhoudende dat vertrouwelingen
bij met EU-geld gefinancierde ngo’s in Gaza op sleutelposities (bijvoorbeeld bestuursvoorzitter,
directeur, onderdirecteur, etc.) werden gestationeerd?2
Antwoord 1
Ik ben bekend met het rapport.
Vraag 2
Hoeveel geld heeft Nederland vanaf 2015 via de BHO-begroting of via ODA-gelden op
andere begrotingen overgemaakt naar de in het rapport bij naam genoemde organisaties?
Graag een gedetailleerde specificatie, uitgesplitst naar jaar en organisatie.
Antwoord 2
Zowel de resultaten als de bedragen per gesteunde organisatie zijn te vinden in het
webportaal nlontwikkelingshulp.nl. Het webportaal voor ontwikkelingshulp is zo transparant
mogelijk over Nederlandse ontwikkelingsprojecten en bevat ook verantwoordingsinformatie
van onze partners. Besluiten om organisaties te financieren worden altijd zorgvuldig
genomen (bijvoorbeeld via zogeheten Organizational Risk and Integrity Assessments).
Van de organisaties die worden genoemd in het rapport zijn er vanuit de gehele BZ-
en BHO-begrotingen alleen directe ODA-contracten geweest in de genoemde periode met
International Medical Corps, Norwegian Refugee Council, Handicap International, Mercy
Corps en Oxfam. De activiteiten met deze organisaties kwamen ten goede aan meerdere
landen, waaronder Afghanistan, Irak, Jordanië, Kenia, Laos, Libanon, Nigeria, de Palestijnse
Gebieden, Senegal en Syrië.
Handicap International
International Medical Corps
Mercy Corps
Norwegian Refugee Council
Oxfam
2015
423.434
2016
1.757.500
2.729.391
25.066.678
2017
489.877
504.000
4.106.468
16.447.989
2018
88.434
900.000
488.400
2.856.647
15.568.000
2019
461.011
620.500
2.310.261
13.946.333
2020
912.931
63.989
458.350
2.133.993
25.546.144
2021
6.191.607
733.562
445.312
6.117.483
2022
2.970.395
202.819
274.546
164.666
34.692.391
2023
2.676.117
39.621
831.250
26.542.085
2024
763.425
489.967
421.788
24.854.128
Totaal
16.273.720
2.401.002
3.667.013
15.168.526
118.772.231
Vraag 3
Hoeveel geld heeft Nederland vanaf 2015 via de BHO-begroting of via ODA-gelden op
andere begrotingen overgemaakt naar de Palestijns-Arabische bevolking, de Palestijnse
Gebieden, de Palestijnse autoriteit, de Westoever en/of Gaza en NGO’s actief in de
Palestijnse Gebieden? Graag een gedetailleerde specificatie, uitgesplitst naar jaar
en organisatie.
Antwoord 3
Vanaf 2015 tot en met 2025 is er van de BZ- en BHO-begrotingen in totaal 348 miljoen
euro in ODA-gelden direct ten goede gekomen aan activiteiten voor de Palestijnse Gebieden.
2015
20.299.408
2016
20.607.310
2017
23.185.882
2018
20.956.949
2019
24.935.692
2020
22.568.401
2021
29.348.275
2022
23.724.577
2023
21.634.549
2024
53.861.486
2025
63.381.514
Totaal
348.244.344
Vraag 4
Hoeveel geld heeft Nederland, na wijziging van de begrotingsstaat samenhangende met
de najaarsnota, in totaal begroot aan uitgaven en verplichtingen, zowel voor wat betreft
de BHO-begroting alsmede de ODA-gelden op andere begrotingen, voor de Palestijns-Arabische
bevolking, de Palestijnse gebieden, de Palestijnse autoriteit, de Westoever en/of
Gaza? Graag een totaal, gespecificeerd en gedetailleerd overzicht.
Antwoord 4
In de onderstaande tabel staan de begrote bedragen voor uitgaven via de Nederlandse
vertegenwoordiging in Ramallah (gedelegeerde middelen). Afgezien van de voorgenomen
bijdrage van 16 miljoen euro aan het humanitaire landenfonds van de VN voor de Palestijnse
gebieden in 20263 programmeert het ministerie centrale middelen per thema, niet per land.
2026
2027
2028
2029
Handel en economie
4.000.000
4.000.000
0
0
Water
15.000.000
15.000.000
15.000.000
15.000.000
Veiligheid en stabiliteit
5.400.000
5.000.000
150.000
0
Totaal
24.400.000
24.000.000
15.150.000
15.000.000
Vraag 5 en 6
Wat is het Nederlandse aandeel, via de BHO-begroting of via ODA-gelden op andere begrotingen,
in deze mede door de EU-gefinancierde en door Hamas geïnfiltreerde NGO’s?
In hoeverre zijn er signalen bij u bekend dat de betrokken NGO’s op de hoogte waren
van het feit dat zij werden gecontroleerd en/of geïnfiltreerd dan wel op andere wijze
dienstig waren aan de terreuractiviteiten van Hamas?
Antwoord 5 en 6
Het kabinet onderstreept nogmaals altijd zeer serieus om te gaan met signalen over
misbruik van ontwikkelingshulpgelden of aantijgingen die wijzen op banden tussen hulporganisaties
en terroristische organisaties, zo ook rapporten van NGO Monitor. Er is geen informatie
voorhanden die de aantijgingen van NGO Monitor steunt. Direct na 7 oktober 2023 heeft
er een doorlichting van de Nederlandse en EU-ontwikkelingshulp voor de Palestijnse
Gebieden plaatsgevonden. Hieruit is gebleken dat de due diligence-processen die ervoor waken dat geld niet (in)direct ten goede komt van terroristische
organisaties, op orde zijn. Ook zijn er geen signalen naar voren gekomen dat Nederlands
of Europees geld terecht is gekomen bij onbedoelde bestemmingen. Verder wijst het
kabinet ook op bestaande kritiek op de handelwijze van NGO Monitor, zoals benoemd
in de beantwoording van eerdere Kamervragen over NGO Monitor.4 Ook wijs ik u op de kabinetsreactie op andere rapporten van NGO monitor5
6.
Vraag 7
Bent u bereid om een strafrechtelijke onderzoek naar de betrokken NGO’s te entameren?
Zo nee, waarom niet?
Antwoord 7
Zie het antwoord op vraag 6. Het is daarnaast aan het Openbaar Ministerie om te bepalen
of een strafrechtelijk onderzoek wordt gestart en vervolgens of, op basis van dit
onderzoek, overgegaan wordt tot strafrechtelijke vervolging. Het is niet aan het kabinet
om daar in te treden.
Vraag 8
Bent u bereid om de betrokken NGO’s, nu zij in Gaza dusdanig onder controle blijken
te staan van Hamas, als terroristische organisatie aan te merken en op grond van artikel 2:20
Burgerlijk Wetboek te verbieden? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 8
Zie antwoord op vraag 6. Het is aan het Openbaar Ministerie de (civielrechtelijke)
bevoegdheid toe om op grond van artikel 2:20 Burgerlijk Wetboek (BW) aan de rechter
een verzoek tot verbodenverklaring van een rechtspersoon, waarvan de werkzaamheid
of het doel in strijd is met de openbare orde, te doen. Strijdig met de openbare orde
is in ieder geval een doel dat, of werkzaamheid die leidt (of klaarblijkelijk dreigt
te leiden) tot een bedreiging van de nationale veiligheid of de internationale rechtsorde
of tot de ontwrichting van de democratische rechtsstaat of het openbaar gezag. Daarnaast
kán als strijdig met de openbare orde worden gezien de aantasting van de menselijke
waardigheid, het leiden tot geweld of het aanzetten tot haat of discriminatie. Of
en wanneer een rechtspersoon voor een verbodenverklaring op grond van artikel 2:20
BW in aanmerking komt, is derhalve aan het Openbaar Ministerie en uiteindelijk aan
de rechter om te bepalen.
Het Openbaar Ministerie heeft eveneens de bevoegdheid om strafrechtelijk op te treden
tegen organisaties die strafbare feiten plegen of bevorderen. Voor een strafrechtelijk
onderzoek is een verdenking vereist; er dient een redelijk vermoeden te bestaan dat
de organisatie en/of haar leden zich schuldig maken aan een of meerdere strafbare
feiten. Het is aan het Openbaar Ministerie om te bepalen of in een concreet geval
sprake is van een verdenking van een strafbaar feit en of er in een bepaald geval
strafrechtelijke vervolging dient te worden ingesteld. Het uiteindelijke oordeel,
ook over de vraag of er in strafrechtelijke zin sprake is van een terroristische organisatie,
is aan de (straf)rechter.
De Minister van Buitenlandse Zaken kan bij voldoende aanwijzingen van betrokkenheid
bij terroristische activiteiten, in overeenstemming met de Minister van Financiën
en de Minister van Justitie en Veiligheid, een persoon of organisatie op de nationale
sanctielijst terrorisme plaatsen. Voldoende aanwijzingen zijn onder meer de instelling
van een onderzoek of vervolging door een bevoegde instantie wegens een terroristische
activiteit of poging daartoe, een veroordeling door de rechter voor voornoemde feiten
of een ambtsbericht van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst dat geloofwaardige
indicaties bevat van betrokkenheid van een persoon of organisatie bij een terroristische
activiteit of poging daartoe.
Het plaatsen van personen of organisaties op de nationale sanctielijst terrorisme
is een vergaande en ingrijpende maatregel die een zorgvuldig proces vereist. Alleen
wanneer wordt voldaan aan de juridische vereisten voor een dergelijke plaatsing, zal
een persoon of organisatie op de nationale sanctielijst terrorisme worden geplaatst.
Vraag 9
Welke maatregelen heeft dit kabinet inmiddels genomen om te voorkomen dat met Nederlands
belastinggeld een terreurorganisatie als Hamas via de EU wordt gesteund? Welke maatregelen
heeft dit kabinet genomen om er voor zorg te dragen dat de EU hiermee stopt?
Antwoord 9
Direct na 7 oktober 2023 heeft er een doorlichting van de Nederlandse en EU-ontwikkelingshulp
voor de Palestijnse Gebieden plaatsgevonden. Hieruit is gebleken dat de due diligence-processen die ervoor waken dat geld niet (in)direct ten goede komt aan terroristische
organisaties, op orde zijn. Ook zijn er geen signalen naar voren gekomen dat Nederlands
of Europees geld terecht is gekomen bij onbedoelde bestemmingen. Zie ook het antwoord
op vraag 5 en 6.
Vraag 10
Is dit kabinet voornemens om de aan de betrokken NGO’s overgemaakte gelden terug te
vorderen en deze organisaties uit te sluiten voor toekomstige subsidies? Zo nee, waarom
niet?
Antwoord 10
Zie het antwoord op vraag 5 en 6.
Ondertekenaars
A. de Vries, staatssecretaris van Buitenlandse Zaken
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.