Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Patijn over de implementatie van de anti-dwangarbeidverordening
Vragen van het lid Patijn (GroenLinks-PvdA) aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over de implementatie van de anti-dwangarbeidverordening (ingezonden 12 januari 2026).
Antwoord van Minister Van Weel (Buitenlandse Zaken), mede namens de Minister van Sociale
Zaken en Werkgelegenheid (ontvangen 30 januari 2026).
Vraag 1
De Europese anti-dwangarbeidsverordening van december 2024 treedt eind 2027 in werking,
kunt u aangeven wat de definitie is van dwangarbeid in deze verordening en welke maatregelen
er genomen kunnen worden als de verordening overtreden wordt?
Antwoord 1
In de Anti-dwangarbeidverordening wordt de definitie van de Internationale Arbeidsorganisatie
van «dwangarbeid» gehanteerd. Deze definitie luidt «alle arbeid of diensten die worden
verricht door een persoon onder dreiging van een straf en waarvoor de betrokkene zich
niet vrijwillig heeft aangeboden».1 Verder bepaalt de verordening dat bij de definitie van dwangarbeid ook gedwongen
kinderarbeid moet worden inbegrepen.
De Anti-dwangarbeidverordening bevat een verbod voor het op de EU-markt aanbieden
of daarvandaan uitvoeren van producten gemaakt met dwangarbeid. Als uit onderzoek
van de zogenaamde leidende bevoegde autoriteit blijkt dat een bedrijf het verbod schendt,
wordt het bedrijf geacht de desbetreffende producten van de markt te halen. De leidende
bevoegde autoriteit zal het bedrijf een bevel geven dit te doen. Wanneer het betreffende
bedrijf niet in actie komt nadat het bevel is gegeven, zullen bevoegde autoriteiten
(in Nederland naar verwachting markttoezichthouders) het besluit handhaven en waar
nodig producten van de markt halen en sancties opleggen. Op grond van de verordening
krijgt ook de Douane een rol bij de handhaving van het verbod. De Douane wordt verantwoordelijk
voor het aan de grens tegenhouden van producten waarvan is vastgesteld dat ze gemaakt
zijn met dwangarbeid.
De Europese Commissie zal optreden als leidende bevoegde autoriteit bij vermoedens
van producten gemaakt met dwangarbeid buiten de EU. Lidstaten, in het bijzonder de
leidende bevoegde autoriteiten, zijn verantwoordelijk voor onderzoek en besluitvorming
in gevallen van dwangarbeid binnen de eigen grenzen.
Vraag 2
Kunt u aangeven hoe u deze verordening gaat implementeren om te voorkomen dat er in
Nederlandse ketens sprake is van dwangarbeid?
Antwoord 2
De Anti-dwangarbeidverordening is landenneutraal en kan dus ook in Nederland eventuele
misstanden tegengaan. Europese verordeningen zijn na inwerkingtreding als wet van
toepassing in EU-lidstaten. Deze behoeven dan ook op zich zelf geen implementatie
in Nederlandse wet- en regelgeving, en van aanvullende nationale beleidskeuzes is
geen sprake. Wel moet er een uitvoeringswet komen. Vanaf 14 december 2027 is de Anti-dwangarbeidverordening in zijn geheel van toepassing en gaan de regels gelden voor bedrijven.
Het kabinet werkt momenteel aan het inregelen van de uitvoering van de verordening
door middel van een uitvoeringswet en bijbehorende memorie van toelichting. De uitvoeringswet
ziet enkel toe op het aanwijzen van de bevoegde autoriteiten, het vastleggen van hun
toezichts- en handhavingsbevoegdheden en het regelen van mogelijkheden voor samenwerking
tussen bevoegde autoriteiten.
Het kabinet vindt het belangrijk om de Anti-dwangarbeidverordening uit te voeren op
een manier die een zinvolle aanvulling is op het bestaande kader voor de bestrijding
van dwangarbeid en arbeidsuitbuiting.
Daarnaast biedt het kabinet informatie en ondersteuning voor het bedrijfsleven. In
oktober 2025 organiseerden het Ministerie van Buitenlandse Zaken en de Rijksdienst
voor Ondernemend Nederland (RVO) een bijeenkomst voor het bedrijfsleven over de Anti-dwangarbeidverordening.
Ook kunnen bedrijven terecht bij het MVO-steunpunt (belegd bij RVO) en zijn er een
factsheet en flowchart beschikbaar die de inhoud van de verordening verder inzichtelijk
maken.2
Het kabinet is voornemens in het voorjaar van 2026 de conceptuitvoeringswet en memorie
van toelichting in consultatie te geven. Tijdens de consultatieperiode zullen de bevoegde
autoriteiten ook verzocht worden om een uitvoerbaarheids- en handhaafbaarheidstoets
te doen.
Vraag 3
Op 14 december 2025 had duidelijk moeten zijn welke autoriteiten aangewezen worden
om de wet te handhaven, kunt u aangeven welke autoriteit(en) door het kabinet zijn
aangewezen voor deze toezichthoudende taken?
Antwoord 3
Lidstaten hadden tot uiterlijk 14 december 2025 om de beoogde bevoegde autoriteiten
kenbaar te maken bij de Europese Commissie. Voor de handhaving van het verbod – nadat
is vastgesteld dat producten gemaakt zijn met dwangarbeid – heeft het kabinet reeds
vier markttoezichtouders genotificeerd bij de Europese Commissie onder voorbehoud
van de door hen uit te voeren uitvoerbaarheids- en handhaafbaarheidstoetsen: de Inspectie
Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ), de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT), de Nederlandse
Arbeidsinspectie (NLA) en de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). Zij worden
verantwoordelijk voor de handhaving voor producten waarvoor zij op grond van bestaande
wetgeving al een taak hebben. Het gesprek over de rol van de leidende bevoegde autoriteit
en welke partij daarvoor het meest geschikt is, loopt nog. De beoogde bevoegde autoriteiten
worden formeel pas aangewezen in de uitvoeringswet.
Uit contacten met andere lidstaten blijkt dat ook zij in de meeste gevallen, net als
Nederland, nog geen leidende bevoegde autoriteit hebben genotificeerd. Uiteraard wordt
getracht hierover zo spoedig mogelijk helderheid te geven aan de Europese Commissie.
Het Ministerie van Buitenlandse Zaken heeft samen met het Ministerie van Sociale Zaken
en Werkgelegenheid de gesprekken met potentiële partijen geïntensiveerd.
Vraag 4
Kunt u daarbij uiteenzetten welke taken bij welke instantie of instanties worden belegd?
Antwoord 4
De leidende bevoegde autoriteit heeft de verantwoordelijkheid te onderzoeken of het
verbod uit de Anti-dwangarbeidverordening is geschonden. Dit onderzoek bestaat uit
het beoordelen van signalen over dwangarbeid (bijvoorbeeld ingediende informatie),
het uitvoeren van het onderzoek naar dwangarbeid en waar nodig het nemen van een besluit.
Dit besluit bevat een bevel om producten uit de handel te nemen of te verwijderen.
Wanneer de vermoedelijke dwangarbeid buiten de EU plaatsvindt, is de Europese Commissie
de leidende bevoegde autoriteit. Binnen de EU wordt per lidstaat een leidende bevoegde
autoriteit aangewezen.
Als bedrijven zich niet op tijd aan het besluit van de verantwoordelijke leidende
bevoegde autoriteit houden, zullen bevoegde autoriteiten het besluit handhaven. Zij
zorgen ervoor dat de producten niet langer verhandeld worden en nemen waar nodig producten
uit de handel of zorgen dat ze worden verwijderd. Vooralsnog zijn voor deze rol vier
markttoezichthouders genotificeerd, zoals ook beschreven bij de beantwoording van
vraag 3. De Douane wordt verantwoordelijk voor het aan de grens tegenhouden van producten
waarvan is vastgesteld dat ze gemaakt zijn met dwangarbeid.
Vraag 5
Klopt het dat de Nederlandse Arbeidsinspectie hierbij de voor de hand liggende autoriteit
is om vast te stellen of er sprake is van dwangarbeid op de werkplek? Zo nee, waarom
niet en welke autoriteit is in dat geval wel de partij die dwangarbeid op de werkplek
vast kan stellen?
Antwoord 5
Het ligt inderdaad voor de hand dat de Arbeidsinspectie vast stelt of sprake is van
dwangarbeid. De Arbeidsinspectie heeft aangeboden die taak op zich te nemen, onder
het voorbehoud van een positieve uitvoerbaarheids- en handhaafbaarheidstoets. De rol
van de leidende bevoegde autoriteit is echter breder. De leidende bevoegde autoriteit
is verantwoordelijk voor het beoordelen van ingediende informatie, het uitvoeren van
onderzoeken en het nemen van besluiten of het verbod uit de Anti-dwangarbeidverordening
is geschonden. Het gesprek over de rol van de leidende bevoegde autoriteit en welke
partij daarvoor het meest geschikt is, loopt nog.
Uw Kamer wordt via de geannoteerde agenda’s voor de Raad Buitenlandse Zaken Handel
op de hoogte gehouden over de inrichting van het toezicht op de Anti-dwangarbeidverordening.
Vraag 6
Kunt u de vragen separaat beantwoorden?
Antwoord 6
Ja.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
A. de Vries, staatssecretaris van Buitenlandse Zaken -
Mede namens
M.L.J. Paul, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.