Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Bruyning over de pilot ‘gratis advocaat’ bij uithuisplaatsing en gezagsbeëindiging
Vragen van het lid Bruyning (Nieuw Sociaal Contract) aan de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid over de pilot «gratis advocaat» bij uithuisplaatsing en gezagsbeëindiging (ingezonden 11 november 2025).
Antwoord van Staatssecretaris Rutte (Justitie en Veiligheid) (ontvangen 30 januari
2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 523.
Vraag 1
Bent u bekend met het artikel «Proef met betere rechtsbijstand in jeugdzorg werkt
averechts: vertrouwde advocaat uit beeld» van 9 juni 2023 in het Algemeen Dagblad?
Zo nee, kunt u dit lezen?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Kunt u de Kamer nogmaals kort uitleggen wat het beoogde doel is van de pilot kosteloze
rechtsbijstand voor ouders bij (spoed)uithuisplaatsingen en gezagsbeëindigingen en
hoe de «verbeterde rechtsbescherming» daarin concreet wordt gemeten?
Antwoord 2
Het beoogde doel van de pilot was om te onderzoeken in hoeverre kosteloze rechtsbijstand
van een advocaat ouders de benodigde juridische ondersteuning en rechtsbescherming
biedt en met welke kosten, uitvoeringslasten en neveneffecten dit gepaard gaat. Uit
de evaluatie van Pro Facto blijkt dat rechtsbijstand meerwaarde heeft vóór, tijdens
en na de zitting bij de kinderrechter. Voorafgaand aan de zitting zijn ouders dankzij
de advocaat beter geïnformeerd en weten zij duidelijker wat hen te wachten staat.
Tijdens de zitting zorgt rechtsbijstand ervoor dat de standpunten en belangen van
ouders duidelijker worden verwoord. Met de ondersteuning van een advocaat hebben ouders
een evenwichtiger positie ten opzichte van de RvdK of GI en ze voelen zich beter gehoord
en hun zienswijze bij instanties verwoord. Het draagt daardoor bij aan een meer gelijkwaardige
positie op zitting. Na afloop van de zitting heeft rechtsbijstand waarde omdat de
advocaat de uitspraak van de kinderrechter kan uitleggen en ouders kan informeren
en adviseren over mogelijke vervolgstappen. Hierdoor draagt rechtsbijstand in belangrijke
mate bij aan procedurele rechtvaardigheid.2
Vraag 3
Kunt u leggen hoe de pilot moet worden uitgevoerd/toegepast?
Antwoord 3
Bij de start van de pilot is met de rechtspraak, advocatuur, Gecertificeerde Instellingen
(GI), Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) en de Raad voor Rechtsbijstand een werkproces
opgesteld rond gegevensuitwisseling. Dat werkproces bevat twaalf stappen: vanaf dat
de RvdK of een GI een verzoekschrift indient tot het opvragen van de stukken door
de advocaat die is toegewezen. Als ouders een voorkeursadvocaat hebben, wordt dit
opgenomen op het bijzonderhedenformulier van de RvdK of de GI. De griffie van de rechtbank
controleert of de voorkeursadvocaat staat opgenomen op de verwijzingslijsten van de
Raad voor Rechtsbijstand (en daarmee voldoet aan de specialisatie vereisten) en of
de advocaat de ouder wil bijstaan. Als de ouder geen voorkeursadvocaat heeft, wordt
«willekeurig» bij toerbeurt een advocaat toegewezen op basis van de actuele verwijzingslijsten
met daarop de namen van advocaten met de specialisaties civiel jeugdrecht en/of personen-
en familierecht. De advocaat neemt vervolgens contact op met de ouder om te vragen
of hij/zij de ouder rechtsbijstand mag geven. Nadat de ouder aan de advocaat heeft
aangegeven bijstand te willen, deelt de rechtbank het dossier met de advocaat.
Vraag 4
Klopt het dat rechtbanken in het kader van de pilot zelf een advocaat aanwijzen voor
ouders «die zo snel mogelijk contact opneemt»? Zo ja, hoe verhoudt dit zich tot het
recht op vrije advocaatkeuze?
Antwoord 4
Ja, tenzij sprake is van een voorkeursadvocaat (zie ook de beantwoording van vraag
3). Met deze werkwijze wordt beoogd dat als de ouder al een (voorkeurs)advocaat heeft,
deze ook wordt toegewezen. Bovendien staat het de ouder te allen tijde vrij een toegewezen
advocaat op voorhand te weigeren, of de opdracht met de advocaat te beëindigen, om
zelf een andere advocaat voor te dragen (die wel moet voldoen aan de specialisatie
vereisten).
Vraag 5
Hoe is geborgd dat de pilot niet leidt tot verdringing van reeds betrokken of door
ouders gekozen advocaten? Welke instructies zijn hierover aan de rechtbanken verstrekt?
Kunt u deze instructies delen met de Kamer?
Antwoord 5
Zie de beantwoording van vraag 3 en 4.
Het werkproces rond gegevensuitwisseling is als bijlage bij de beantwoording bijgevoegd.
Vraag 6
Herkent u de signalen dat ouders zich overvallen voelen door een aangewezen advocaat
en ervaren dat hun voorkeursadvocaat buitenspel komt te staan? Wat is daarop uw reactie?
Antwoord 6
Dit signaal hebben mr. Krol en mr. Korver met mij gedeeld op 26 november (zie beantwoording
vraag 21). Naar aanleiding hiervan gaan we in gesprek met de rechtspraak, Jeugdzorg
Nederland (voor de GI’s) en de RvdK om zorg te dragen dat beter geborgd wordt dat
de voorkeursadvocaat van ouders wordt doorgegeven aan de griffie van de rechtbanken.
Vraag 7
Welke waarborgen bestaan er dat – zodra een ouder een voorkeursadvocaat meldt – de
rechtbank die keuze honoreert, ook binnen de pilot?
Antwoord 7
Zie de beantwoording van vraag 3 en 4.
Vraag 8
Kan het zijn dat de uitvoering van de pilot, zoals wordt gemeld, in de verschillende
arrondissementen anders of verschillend geïnterpreteerd of uitgevoerd worden? Zo ja,
kunt u per arrondissement de werkwijze schetsen en verschillen duiden? Kunt u de Kamer
hier een overzichtstabel van toesturen?
Antwoord 8
Ja, dat kan. Uit de eindevaluatie van de regeling blijkt dat de pilot grotendeels
wordt uitgevoerd zoals beoogd, maar dat er in de praktijk ook verschillen bestaan
tussen arrondissementen in de wijze waarop de werkwijze wordt toegepast. Voor de rechtspraak
is uniformiteit het uitgangspunt, maar lokale verschillen in de administratieve werkprocessen
die onder de landelijke kaders liggen zijn niet uit te sluiten.
Er is geen gedetailleerd inzicht beschikbaar in de uitvoering per afzonderlijk arrondissement.
Daardoor kan ik uw Kamer geen overzichtstabel per arrondissement toesturen.
Vraag 9
Deelt u de mening dat als de arrondissementen de pilot inderdaad verschillend toepassen
dat dit impact op heeft op rechtsgelijkheid?
Antwoord 9
Het uitgangspunt van de pilot is dat iedere ouder die hiervoor in aanmerking komt
kosteloos wordt bijgestaan door een advocaat. In die zin is er sprake van gelijke
toegang tot rechtsbijstand. Dat arrondissementen de pilot op onderdelen verschillend
uitvoeren, betekent niet automatisch dat ouders ongelijk worden behandeld of dat hun
rechtspositie verschilt.
Vraag 10
Deelt u de mening dat ouders zelf capabel genoeg zijn om een keuze te maken voor een
advocaat? En deelt u de mening dat ouders eerst zelf akkoord moeten geven voordat
de advocaat definitief gekoppeld wordt?
Antwoord 10
De werkwijze is dat de griffie een gespecialiseerde advocaat aanwijst, waarmee ouders
moeten instemmen, tenzij een voorkeursadvocaat bekend is of alsnog wordt aangedragen.
Het in beginsel volledig aan de ouder overlaten om zelf een advocaat te benaderen
of te zoeken verdraagt zich niet met het spoedkarakter en de korte termijnen die in
procedures van uithuisplaatsing gelden en kan ertoe leiden dat ouders niet tijdig
worden bijgestaan door een advocaat.
Vraag 11
Hoe wordt in alle communicatie aan ouders zichtbaar en begrijpelijk gemaakt dat zij
zelf een advocaat mogen kiezen en hoe zij dat praktisch regelen binnen de pilot? Kunt
u de Kamer inzicht geven in hoe dit nu gecommuniceerd aan ouders?
Antwoord 11
Voor de RvdK en de GI’s zijn visuals ontwikkeld, die aan ouders overhandigd worden
en waarmee ouders geïnformeerd worden over de pilot kosteloze rechtsbijstand. In de
visual wordt ook toegelicht dat ouders een eigen advocaat kunnen aandragen. Ook in
de brief vanuit de rechtspraak, waarin de ouder wordt opgeroepen voor een zitting,
wordt uitgelegd hoe de voorkeursadvocaat van de ouder zich kenbaar kan maken bij de
rechtbank.
Vraag 12
Hoe waarborgt u dat bij spoed (art. 800 Rv) de aanwijzing/toegang tot eigen advocaat
niet illusoir wordt? Welke termijnvereisten en praktische voorzieningen (bijvoorbeeld
de piketregeling jeugdrecht) gelden hiervoor?
Antwoord 12
Voor toewijzing van een advocaat bij een spoedmachtiging uithuisplaatsing geldt dezelfde
werkwijze als bij een reguliere uithuisplaatsing. De ouder kan indien nodig bij de
hem toegewezen advocaat aangeven dat hij een voorkeursadvocaat heeft.
Vraag 13
Deelt u de mening dat het een goed voorstel is om ouders eerst zelf de tijd te geven
een voorkeursadvocaat te kiezen en als dat als er bijvoorbeeld 10 dagen voor de zitting
nog geen advocaat is, de rechtbank alsnog een advocaat aanwijst?
Antwoord 13
Dit voorstel is nader verkend in overleg met de Rechtspraak en met vertegenwoordigers
van de vFAS en de VNJA. Daarbij is geconcludeerd dat een werkwijze waarbij ouders,
nadat zij door de Rechtspraak zijn opgeroepen voor een zitting, eerst zelf een voorkeursadvocaat
kunnen doorgeven en de rechtbank pas kort voor de zitting een advocaat aanwijst als
zich geen advocaat heeft gemeld, in de praktijk niet haalbaar is. De korte termijnen
in deze procedures en het gegeven dat communicatie per post verloopt, maken dat onvoldoende
kan worden gewaarborgd dat ouders tijdig van rechtsbijstand zijn voorzien, en voor
zover dat wel het geval is, er niet voldoende voorbereidingstijd is tussen advocaat
en ouders vanwege de korte termijnen.
Vraag 14
Bent u bekend met het feit dat als de rechtbanken een advocaat aanwijzen en ouders
hebben al een advocaat of willen een eigen voorkeursadvocaat kiezen, de aangewezen
advocaat vaak al in bezit is van het dossier en vervolgens overnamepunten vraagt voor
overname van het dossier? Wat is uw mening hierover en vindt u dit wenselijk? Deelt
u de mening dat hierdoor de kosten onnodig verhoogd worden?
Antwoord 14
Voor dergelijke situaties hanteert de Raad voor Rechtsbijstand (hierna: RvR) een specifiek
beleid.
Ontvangt de RvR een overnameverzoek binnen twee kalenderweken na afgifte van de eerste
last/aanwijzing van het gerecht, dan neemt de RvR aan dat de eerst toegewezen advocaat
geen inhoudelijke werkzaamheden heeft verricht. Dat houdt in dat de Raad de opvolgingstoeslag
van 2 punten niet toekent. Blijkt dat de eerste advocaat wel inhoudelijk werkzaamheden
heeft verricht, dan beoordeelt de RvR of de toeslag alsnog wordt toegekend.
Als de rechtbanken een advocaat aanwijzen en ouders hebben al een advocaat of willen
een eigen voorkeursadvocaat kiezen dan is het aannemelijk dat de overname van de zaak
vaak binnen 2 weken plaatsvindt.
De twee weken termijn is in algemene zin bij alle lasten een check op onnodig uitkeren
van een opvolgingstoeslag. Tegen deze achtergrond deel ik niet de mening dat de kosten
door het aanwijzen van een advocaat en een eventuele latere overstap onnodig worden
verhoogd.
Vraag 15
Bent u bekend met het feit dat de rechtbanken de dossiers al versturen aan de toegewezen
advocaten nog voordat ouders akkoord gaan met de gekoppelde advocaat? Wat is hiervoor
de juridische grondslag volgens u? En hoe verhoudt dit zich tot bijvoorbeeld met de
Algemene verordening gegevensbescherming (AVG)? Vindt u het überhaupt wenselijk dat
rechtbanken dossiers vol vertrouwelijk informatie delen met een advocaat zonder dat
ouders daar toestemming voor hebben verleend? En deelt u de mening dat als een dossier
verzonden wordt aan een advocaat zonder toestemming van de ouders er sprake is van
een datalek en dat hiervan melding gemaakt moet worden bij de AVG?
Antwoord 15
In de beantwoording op vraag 3 is het werkproces rondom het delen van dossiers toegelicht.
Hieruit volgt dat de rechtbank pas het dossier deelt op het moment dat de ouder toestemming
heeft gegeven aan de advocaat. Mij zijn signalen bekend dat in de praktijk in enkele
gevallen al stukken worden verstrekt aan de advocaat voordat de ouder toestemming
heeft gegeven. Dat is niet wenselijk. Ik zal hierover navraag doen bij de rechtspraak
en hierover in gesprek gaan. Indien persoonsgegevens worden verwerkt, dient dit te
gebeuren in overeenstemming met de AVG. Of in een concreet geval sprake is van een
datalek in de zin van de AVG hangt af van de omstandigheden van het geval en kan niet
in algemene zin worden vastgesteld.
Vraag 16
Acht u het proportioneel en noodzakelijk om zonder uitdrukkelijke toestemming dossiers
aan een niet-gekozen advocaat te verstrekken, gelet op het minimale-gegevens-principe
en het vertrouwensbeginsel? Zo ja, kunt u uw antwoord toelichten?
Antwoord 16
In de werkprocesbeschrijving is opgenomen dat met de advocaat uitsluitend een beperkte
set persoonsgegevens, te weten contactgegevens, wordt gedeeld. Door uitsluitend een
beperkte set persoonsgegevens te delen wordt invulling gegeven aan het «minimale gegevens
principe» en is sprake van een redelijke verhouding tussen het beoogde doel en het
ingezette middel.
Mocht het onverhoopt toch gebeuren dat een dossier gedeeld wordt met de advocaat,
zonder voorafgaande toestemming van de ouder, is de advocaat gebonden aan geheimhouding
volgens de advocatenwet.
Vraag 17, 18 en 19
Herkent u de signalen dat de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) voor zitting met
betrekking tot een verzoek voor een kinderbeschermingsmaatregel de dossiers of (delen
van) informatie deelt met een gecertificeerde instelling (GI)? Past dit binnen de
AVG/het wettelijk kader? Kunt u dit duiden met een verwijzing naar de juridische grondslagen?
Hoe borgen u en de RvdK dat in verzoeken die met de GI gedeeld worden geen gevoelige
persoonsgegevens bevatten (art. 9 AVG) en dat betreft niet alleen over NAW-gegevens
en BSN-nummers, maar ook persoonskenmerken die toezien op gedragingen of informatie
uit het verleden waarvan niet vaststaat of die relevant is om te delen? Hoe borgt
u dat kwaliteitskaders en werkprocessen van RvdK conform de AVG zijn en niet feitelijk
(prejudiciële) dossierdeling normaliseren? Wat vindt u van het feit dat de kwaliteitskaders
van de RvdK al voorzien in het feit dat zij op voorhand al informatie naar de GI sturen,
terwijl de GI nog geen belanghebbende is en dus geen recht heeft op de gegevens maar
wel al die kennis heeft? En is het geen risico dat als er geen ondertoezichtstelling
wordt uitgesproken er toch persoonlijke en vertrouwelijke informatie die onder de
AVG valt al gedeeld is met andere procespartijen? Bent u van mening dat hier dan sprake
is van een datalek? Zo nee, waarom niet?
Bent u bereid om – indien nodig – het kwaliteitskader van de RvdK te (laten) herzien
wanneer bepalingen/werkpraktijken de AVG of het procesrecht doorkruisen? Zo ja, op
welke termijn denkt u dit te gaan doen?
Antwoord 17, 18 en 19
Op dit moment buig ik me over het dilemma dat zich voordoet bij het delen van informatie
tussen RvdK en GI voordat een kinderbeschermingsmaatregel is uitgesproken. Het is
in het belang van het kind en diens ouders dat een GI in staat wordt gesteld voortvarend
uitvoering te kunnen geven aan een kinderbeschermingsmaatregel. Daarvoor is het belangrijk
dat gegevens vroegtijdig worden gedeeld, zodat de GI zich kan voorbereiden en aan
de termijnen die wettelijk zijn bepaald kan voldoen. Ook is de bescherming van persoonsgegevens
van belang; dat wordt voldaan aan de privacywetgeving en dat informatiedeling plaatsvindt
op basis van een juridische grondslag. Ik ben met betrokken partijen en deskundigen
in beraad over passende oplossingen en de risico’s en impact daarvan. Ik zal uw Kamer
op de hoogte houden van de voortgang hiervan.
Vraag 20
Kunt u een landelijke uitvoeringsinstructie publiceren met heldere normen over vrije
advocaatkeuze, toestemming voor dossierdeling en communicatie aan ouders – en toezien
op naleving door rechtbanken en ketenpartners? Tegen welke datum?
Antwoord 20
Het werkproces is bij de beantwoording van deze Kamervragen als bijlage gevoegd.
Vraag 21
Bent u bereid op korte termijn in gesprek te gaan met o.a. jeugdrechtadvocaten Mieke
Krol en Richard Korver, die herhaaldelijk publiekelijk op knelpunten hebben gewezen
(vrije keuze, dossierdeling, procedurele waarborgen)? Zo nee, waarom niet? Zo ja,
wilt u de Tweede Kamer informeren over de uitkomst van dat gesprek en welke procesaanpassingen
u daaruit laat volgen?
Antwoord 21
Ja, op woensdag 26 november heeft mijn ministerie gesproken met mr. Krol en mr. Korver
over de door hen gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de regeling kosteloze
rechtsbijstand. Daarbij is onder meer gesproken over de vrije advocaatkeuze, de dossierdeling
en verschillen in de uitvoering tussen rechtbanken. Ten aanzien van de vrije advocaatkeuze
signaleren zij dat ouders zich niet altijd vrij voelen zelf een advocaat te kiezen
wanneer de rechtbank een advocaat aanwijst. Het knelpunt bij dossierdeling is dat
het dossier met de toegewezen advocaat wordt gedeeld voordat ouders toestemming hebben
gegeven. De signalen uit dit gesprek worden betrokken bij het verbeteren en verduidelijken
van de huidige werkwijze.
Vraag 22
Indien blijkt dat dossiers onrechtmatig zijn gedeeld, bent u dan bereid ouders te
informeren, incidenten te melden bij de Autoriteit Persoonsgegevens en – waar passend
– herstelmaatregelen (inclusief vernietiging/herstel van procespositie) te treffen?
Antwoord 22
Zoals aangegeven in de beantwoording van vraag 15 ga ik in gesprek met de rechtspraak
om na te gaan in hoeverre in de praktijk wordt afgeweken van de afgesproken werkwijze.
Afhankelijk van de uitkomsten van deze gesprekken zal worden beoordeeld of en welke
vervolgstappen noodzakelijk zijn.
Vraag 23
Bent u bekend met het feit dat ook minderjarige kinderen vaak volledige procesdossiers
ontvangen vanuit de rechtbank? Vindt u het wenselijk dat het kind het gehele procesdossier
krijgt en zo bijvoorbeeld de gehele strijd tussen ouders kan lezen? En indien u van
mening dat kinderen het volledige dossier moeten ontvangen, zou het dan niet wenselijker
zijn dit in een meer kindvriendelijke vorm te doen?
Antwoord 23
Nee, dat is bij mij niet bekend. Volgens artikel 2.2 van het procesreglement civiel
jeugdrecht ontvangen belanghebbenden per procedure twee kopieën van het verzoekschrift
met bijlagen. Zijn belanghebbenden woonachtig op eenzelfde adres, dan kan worden volstaan
met twee kopieën gezamenlijk. Een minderjarige van twaalf jaar of ouder ontvangt een
eigen kopie van het verzoekschrift, maar zonder bijlagen. Hieruit volgt dat minderjarigen
niet het volledige procesdossier ontvangen.
Ondertekenaars
A.C.L. Rutte, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.