Verslag van een bijeenkomst : Verslag van een interparlementaire uitwisseling over de kansen en uitdagingen van AI te Nicosia, Cyprus
26 643 Informatie- en communicatietechnologie (ICT)
L/ Nr. 1457 VERSLAG VAN EEN INTERPARLEMENTAIRE CONFERENTIE
Vastgesteld 30 januari 2026
Op 14 en 15 januari 2026 vond een interparlementaire conferentie (IPC) over artificiële
intelligentie (AI) plaats te Nicosia, Cyprus. Het thema van de IPC was: The age of Artificial Intelligence: Opportunities and Challenges. De conferentie werd georganiseerd in het kader van het Cypriotische voorzitterschap
van de Europese Unie. Namens de commissie Digitale Zaken van de Tweede Kamer namen
de leden El Boujdaini (D66), Van Dijk (PVV), Kathmann (GroenLinks-PvdA) en Van den
Berg (JA21) deel. Namens de commissie Digitalisering van de Eerste Kamer namen de
leden Recourt (GroenLinks-PvdA) en Lievense (BBB) deel.
Graag brengt deze delegatie verslag uit ten behoeve van de informatiepositie van beide
Kamers der Staten-Generaal.
Verslag van de interparlementaire conferentie
De deelnemers werden welkom geheten door Annita Demetriou, voorzitter van het Huis van Afgevaardigden van Cyprus. Demetriou onderstreepte dat
AI aanzienlijke kansen biedt voor uiteenlopende sectoren, waaronder de gezondheidszorg,
het onderwijs en de publieke dienstverlening. Tegelijkertijd onderstreepte ze dat
de uitdagingen niet mogen worden onderschat. Zo kan AI worden ingezet voor de grootschalige
verspreiding van desinformatie, hetgeen kan leiden tot polarisatie van de samenleving
en ondermijning van de democratie. AI wordt bovendien steeds vaker ingezet door kwaadwillende
buitenlandse actoren, bijvoorbeeld om verkiezingen te beïnvloeden. De opkomst van
AI leidt bovendien tot toenemende ongelijkheid op de arbeidsmarkt en tussen sociaaleconomische
groepen in de samenleving. Met de Europese digitaliseringswetgeving beoogt de Europese
Unie innovatie te stimuleren en tegelijkertijd haar fundamentele waarden te beschermen.
Tijdige implementatie in de lidstaten blijft evenwel een uitdaging.
De onderwerpen die door Demetriou werden aangesneden, stonden centraal in de drie
sessies van de conferentie.
Sessie 1: Democracy and the Rule of Law in the Age of Artificial Intelligence: Fake
News, Disinformation and Foreign Interference
Sprekers: Demetris Demetriou, lid van het Huis van Afgevaardigden van Cyprus; Michael
McGrath, Eurocommissaris voor Democratie, Justitie, Rechtsstaat en Consumentenbescherming;
Vasiliki Triga, universitair hoofddocent aan de technische universiteit van Cyprus.
Tijdens de eerste sessie werd uitgebreid stilgestaan bij de dreiging van desinformatie,
deepfakes en buitenlandse inmenging voor de democratische rechtsstaat en fundamentele waarden.
Daarbij stonden onder meer de vragen centraal hoe een balans kan worden gevonden tussen
het bestrijden van desinformatie en het waarborgen van de vrijheid van meningsuiting,
hoe interparlementaire samenwerking kan bijdragen aan het tegengaan van buitenlandse
inmenging, en op welke wijze de initiatieven van het Europese schild voor de democratie
(Democracy Shield) kunnen worden ingezet om de weerbaarheid van de Europese Unie te versterken.
Eurocommissaris Michael McGrath ging in zijn bijdrage uitvoerig in op het Europese wettelijke kader dat is gericht
op het versterken van de democratische weerbaarheid tegen zowel interne als externe
bedreigingen, waaronder desinformatie en Foreign Information Manipulation and Interference (FIMI). Daarbij lichtte hij toe dat de Uitvoeringswet digitaledienstenverordening
(DSA) regels stelt voor online tussenhandeldiensten ter bescherming van burgers tegen
illegale content en desinformatie, dat de verordening Mediavrijheid bijdraagt aan
toegang tot betrouwbare informatie en dat de Algemene Verordening Gegevensbescherming
(AVG) burgers in staat stelt regie te voeren over hun persoonsgegevens.
McGrath benadrukte dat de EU met haar digitale «rulebook» (onder meer de AVG, de Digital
Services Act (DSA), de AI-verordening, de verordening Politieke Advertenties en de
verordening Mediavrijheid) probeert te sturen op verantwoord gebruik van AI. Regulering
is volgens hem niet bedoeld om innovatie te smoren, maar om deze te sturen richting
het publieke belang en de bescherming van democratische waarden.
Met het oog op verkiezingsprocessen noemde McGrath dat de AI-verordening verplichtingen
bevat rond het labelen en detecteerbaar maken van door AI gegenereerde of gemanipuleerde
content, waaronder deepfakes. Ook lichtte hij toe dat de Commissie werkt aan richtsnoeren over de kwalificatie
van hoog-risico AI-systemen die verkiezingsprocessen kunnen raken.
Daarnaast wees hij op de voorbereiding van een nieuw wetgevingsvoorstel op het digitale
terrein, de Digital Fairness Act (DFA), die naar verwachting eind 2026 zal worden
gepubliceerd. Deze verordening beoogt consumenten binnen de Europese Unie te beschermen
tegen manipulatieve technieken zoals dark patterns, verslavende interfaceontwerpen en misleidende influencer marketing.
McGrath stond daarnaast uitgebreid stil bij het onlangs gepubliceerde Europese schild
voor de democratie. Dit voorstel bouwt voort op de DSA en de verordening mediavrijheid
en is gericht op het beschermen van de Europese Unie tegen desinformatie en buitenlandse
inmenging. Daartoe worden een aantal acties voorgesteld langs drie pijlers: 1) het
waarborgen van de integriteit van de informatievoorziening, 2) het beschermen van
eerlijke en vrije verkiezingen en 3) het versterken van de betrokkenheid van burgers.
In dit kader wordt een Centre for Democratic Resilience opgericht, met als doel expertise te bundelen en de uitwisseling van informatie over
buitenlandse inmenging tussen lidstaten te bevorderen. McGrath benadrukte dat alle
beschikbare middelen moeten worden ingezet om te voorkomen dat AI de democratische
rechtsstaat ondermijnt, en onderstreepte daarbij de cruciale rol van parlementen.
Vasiliki Triga, universitair hoofddocent aan de technische universiteit van Cyprus, belichtte aan
de hand van concrete voorbeelden zowel de risico’s als kansen van AI voor de democratische
rechtsstaat. Zij wees erop dat de grootschalige verspreiding van desinformatie, manipulatieve
praktijken en hyper gepersonaliseerde campagnes democratische processen ondermijnen
en het vertrouwen van burgers onder druk zetten. Tegelijkertijd benadrukte Triga dat
AI niet moet worden gedemoniseerd: de technologie kan ook worden ingezet om burgerparticipatie
te versterken, bots te detecteren en kwetsbare groepen te identificeren.
Triga schetste het beeld van AI als een «tweesnijdend zwaard». Aan de risicokant benoemde
zij onder meer: (i) de snelle schaalbaarheid van hyperrealistische deepfakes, (ii) micro-targeting
en gepersonaliseerde beïnvloeding, en (iii) zogenoemde «ghost electorates»: netwerken
van bots die zich als echte gebruikers gedragen en bijvoorbeeld kiezers kunnen ontmoedigen
om te stemmen.
Als concreet voorbeeld noemde zij de Slowaakse verkiezingen van 2023, waar kort voor
de stembusgang een vervalste audio-opname circuleerde. Hoewel later werd vastgesteld
dat het om een deepfake ging, was de impact op het publieke debat volgens Triga al
aangericht.
Aan de kansenkant gaf Triga voorbeelden van hoe AI kan bijdragen aan democratische
weerbaarheid, zoals Finse toepassingen om bots vroegtijdig te detecteren en het benutten
van AI voor deliberatieve processen. Zij verwees hierbij naar het Taiwanese vTaiwan-platform,
waar AI wordt gebruikt om grote hoeveelheden burgerinput te clusteren en te structureren
ten behoeve van beleidsvorming.
Daarnaast onderstreepte Triga het belang van digitale geletterdheid voor de weerbaarheid
tegen desinformatie en buitenlandse beïnvloeding. Burgers moeten niet alleen leren
omgaan met AI, maar ook begrijpen hoe AI-gegenereerde content, zoals deepfakes, worden gecreëerd om deze beter te kunnen herkennen.
Triga onderschreef het Europese wettelijke kader rondom digitalisering, waaronder
de AI-verordening, de DSA, de verordening mediavrijheid en het Europese schild voor
democratie. Deze instrumenten vormen volgens haar belangrijke stappen voorwaarts,
waarbij de voornaamste uitdaging nu ligt in een effectieve implementatie en handhaving
daarvan. Technologie is op zichzelf neutraal; het is aan de mens om technologie op
een verantwoorde manier vorm te geven. Kritisch denken en bewust handelen zijn daarbij
volgens Triga van essentieel belang.
Discussie en vragen vanuit de parlementaire delegaties
Tijdens de discussie werd belang van regelgeving rondom desinformatie en buitenlandse
beïnvloeding door verschillende delegaties onderschreven. Inzetten op digitale geletterdheid
van jongeren is volgens delegaties van belang om de toekomstige generaties weerbaar
te maken.
Sessie 2: Governing Artificial Intelligence: from regulation to reality
Sprekers: Nicodemos Damianou, plaatsvervangend Minister van Innovatie, Onderzoek en
Digitaal Beleid; Michael McNamara, voorzitter van de AI Act werkgroep van het Europees
Parlement; Eyripidis Stylianidis, lid van het Griekse (Helleense) parlement
Tijdens de tweede sessie stond de implementatie van het Europees wettelijke kader
rondom digitalisering en AI centraal. Met de AI verordening, het eerste juridisch
bindende wettelijk kader voor AI wereldwijd, wordt gewaarborgd dat AI-systemen die
in de Europese Unie worden verkocht en gebruikt, veilig zijn en in overeenstemming
met de fundamentele waarden en beginselen van de Europese Unie. De tijdige implementatie
van de AI verordening vormt voor veel lidstaten een uitdaging. In de opening van deze
sessie benadrukt Nicos Tornaritis, lid van het Huis van Afgevaardigden van Cyprus, dat de rol van parlementen bij het
tijdig implementeren van de Europese digitale regelgeving cruciaal is.
Naast de bescherming van fundamentele waarden en beginselen, richt de Europese Unie
zich op het versterken van haar positie en concurrentievermogen ten opzichte van de
Verenigde Staten en China. Het Draghi-rapport wijst er evenwel op dat de regeldruk
van de Europese digitale regelgeving een rem kan zetten op innovatie en het concurrentievermogen.
Tegen deze achtergrond heeft de Europese Commissie onlangs het Digitale Omnibuspakket
gepubliceerd, met als doel de Europese regelgeving te vereenvoudigen en beter uitvoerbaar
te maken.
Plaatsvervangend Minister Nicodemos Damianou positioneerde AI als een «general-purpose technology» die economie en geopolitiek
ingrijpend verandert. Hij onderstreepte dat de implementatie van de AI-verordening
in augustus 2026 een belangrijke mijlpaal is en pleitte voor «smart simplification»:
vereenvoudiging die de kern van bescherming en vertrouwen behoudt, maar procedures
werkbaar maakt, met name voor start-ups en het mkb.
Damianou wees erop dat momenteel circa 80% van de cloudmarkt binnen de Europese Unie
in handen is van Amerikaanse aanbieders, terwijl Europese startups moeite hebben om
op te schalen. Hij benadrukte dat daadkrachtig optreden van de Europese Unie noodzakelijk
is en noemde de Cloud en AI Development Act een stap in de goede richting. Tegelijkertijd
waarschuwde hij dat de Europese Unie zich niet moet laten meeslepen in de «race to
the bottom». Volgens hem dient de focus primair te liggen op het mogelijk maken van
maatschappelijke toepassingen van AI, onder meer in de gezondheidszorg, de publieke
dienstverlening en de aanpak van klimaatverandering.
Damianou lichtte vijf prioriteiten van het Cypriotisch voorzitterschap toe: (1) praktische
en uniforme toepassing van de AI-verordening, (2) versterking van digitale soevereiniteit
(o.a. investeringen in infrastructuur en data spaces), (3) bevordering van mensgerichte
AI via onderwijs en ethiek en internationale samenwerking, (4) betere toegang voor
start-ups en mkb tot compute, data, «AI factories» en financiering, en (5) opbouw
van Europese capaciteit in onderzoek en talent.
Michael McNamara, voorzitter van de AI Act werkgroep van het Europees Parlement, stond uitgebreid
stil bij het Digitale Omnibus-pakket. Met het zogenoemde Digitale Omnibuspakket, bestaande
uit de verordening Digitale Omnibus (COM(2025) 837), de verordening Omnibus AI (COM(2025)
836) en de Data Unie strategie voor het ontsluiten van data voor AI (COM(2025) 835),
wordt beoogd regelgeving te bundelen, definities te harmoniseren en te verduidelijken,
en bepaalde verplichtingen te schrappen of uit te stellen. Concreet voorziet het pakket
onder meer in de integratie van de Data Governance Act (DGA) en de Open data richtlijn
in een herziene Data Act, het schrappen van de registratieplicht voor hoog-risico
AI-systemen uit de AI verordening, en het creëren van een wettelijke basis voor het
verwerken van bijzondere persoonsgegevens ten behoeve van het trainen van AI-systemen.
Daarnaast wordt voorgesteld de datum waarop de bepalingen van de AI verordening met
betrekking tot hoog-risico systemen van toepassing worden uit te stellen; deze zouden
in augustus 2026 in werking treden.
McNamara wees op actuele voorbeelden die het belang van robuuste handhaving van de
AI Act onderstrepen, zoals de opkomst van «nudification tools» die met generatieve
AI deepfake-naaktbeelden kunnen maken van echte personen. Volgens hem moet het Europese kader
voldoende sterk blijven om burgers te beschermen tegen dit soort schadelijke toepassingen.
McNamara schetste de werkwijze van de gezamenlijke werkgroep van IMCO en LIBE in het
Europees Parlement die sinds oktober 2024 de implementatie en handhaving van de AI-verordening
monitort. De werkgroep voert (deels vertrouwelijke) gesprekken met de Europese Commissie,
de AI Office, nationale toezichthouders en maatschappelijke organisaties, onder meer
over de Code of Practice voor general-purpose AI en AI-geletterdheid.
Over het Digitale Omnibus-pakket benadrukte McNamara dat snelheid niet mag worden
verward met haast. Als de Commissie onderdelen van de AI-verordening wil heropenen,
moet zij expliciet maken welke belangen zij tegen elkaar afweegt, wie daarvan profiteert,
wie risico loopt, en waarom die keuze gerechtvaardigd is.
Als voorbeeld noemde hij het voorstel om de registratieplicht te schrappen voor bepaalde
hoog-risico AI-systemen. Volgens de impactanalyse zou registratie gemiddeld circa
2,5 uur kosten (ongeveer € 100 per bedrijf) en EU-breed slechts beperkte besparing
opleveren, terwijl het verlies aan transparantie en toezichtsmogelijkheden aanzienlijk
kan zijn.
McNamara pleitte in dit verband voor een spoedige goedkeuring van de Digitale Omnibus
pakketten.
Eyripidis Stylianidis, lid van het Griekse (Helleense) parlement, ging in zijn bijdrage in op de concurrentiestrijd
tussen de Verenigde Staten, China en Europa op het gebied van AI. Waar traditioneel
werd gesteld dat de Verenigde Staten vooral innoveerden, China imiteerde en de Europese
Unie reguleerde, is dit beeld volgens hem aan het verschuiven. China is in toenemende
mate aan het innoveren, waardoor het machtsevenwicht verschuift. Stylianidis benadrukte
het belang van Europese regulering en de bescherming van de fundamentele waarden waarop
de Europese Unie is gebaseerd.
Discussie en vragen vanuit de parlementaire delegaties
Verschillende parlementaire delegaties uitten hun zorgen over het Digitale Omnibuspakket.
Hoewel verschillende delegaties de beoogde vereenvoudiging van digitale regelgeving
verwelkomden, waarschuwden anderen voor uitholling van de digitale regelgeving. Daarbij
werd erop gewezen dat met name grote techbedrijven zullen profiteren van de voorgestelde
lastenverlichting en vereenvoudiging. Daarnaast uitten delegaties zorgen over de voorgestelde
wettelijke grondslag voor het verwerken van bijzondere persoonsgegevens ten behoeve
van het trainen van AI-sytemen, die volgens hen een serieuze bedreiging vormt voor
de privacy en gegevensbescherming.
Sessie 3: Employment challenges and opportunities in the age of Artificial Intelligence
Sprekers: Andreas Kafkalias, lid van het Huis van Afgevaardigden van Cyprus; Li Andersson,
Europarlementariër; Konstatintinos Phellas, rector van de universiteit van Nicosia;
Nicos Trimikliniotis, hoogleraar arbeidsrecht aan de universiteit van Nicosia.
De derde sessie stond in het teken van de impact van AI op de arbeidsmarkt. Verschillende
kansen van de inzet van AI op de arbeidsmarkt werden belicht, waaronder optimalisering
van werkprocessen, hogere productiviteit, toegenomen innovatie en economische groei.
Tegelijkertijd werd aandacht besteed aan de bijbehorende uitdagingen, zoals het verdwijnen
van banen, de noodzaak van voortdurende bij- en omscholing van werknemers en de toenemende
ongelijkheid tussen sectoren. In de opening van deze sessie benadrukte Andreas Kafkalias,
lid van het Huis van Afgevaardigden van Cyprus, de belangrijke rol van parlementen
bij het vaststellen van wetgeving en beleid gericht op bescherming van werknemersrechten.
AI kan een motor zijn van innovatie en efficiëntie op de arbeidsmarkt, maar het is
volgens Kafkalias essentieel om oog te houden voor de rechten van werknemers.
Nicos Trimikliniotis, hoogleraar arbeidsrecht aan de universiteit van Nicosia, stond onder andere stil
bij de impact van AI op de ongelijkheid op de arbeidsmarkt. Hij benadrukte dat AI
de bestaande ongelijkheden kan versterken, met name tussen hoogopgeleide en digitaal
vaardige werknemers enerzijds en laagopgeleide werknemers met beperkte digitale vaardigheden
anderzijds. Daarnaast wees Trimikliniotis op de toenemende inzet van AI-systemen op
de werkvloer met ingrijpende gevolgen voor werknemers. Het gaat bijvoorbeeld om AI-systemen
die worden ingezet voor het filteren van sollicitaties, het beoordelen van kandidaten
en de evaluatie van werknemers. De data waarop deze systemen zijn getraind kunnen
bias bevatten, wat kan leiden tot discriminatie van kwetsbare werknemers. Volgens Trimikliniotis
zijn wettelijke waarborgen nodig om te voorkomen dat de inzet van AI de ongelijkheid
op de arbeidsmarkt vergroot of leidt tot discriminatie op de werkvloer.
Binnen de Europese Unie bestaan reeds een aantal wettelijke waarborgen. Zo worden
AI-systemen die worden ingezet op het gebied van werkgelegenheid, personeelsbeheer
en toegang tot zelfstandige arbeid onder de AI-verordening geclassificeerd als hoog-risicosystemen,
waarvoor werkgevers aan specifieke verplichtingen moeten voldoen. Daarnaast biedt
de EU-richtlijn Platformwerk (2024/2831) bescherming aan platformwerkers bij algoritmisch
beheer, onder meer door beperkingen te stellen aan de verwerking van persoonsgegevens
via geautomatiseerde systemen, transparantieverplichtingen op te leggen en menselijk
toezicht op dergelijke systemen te waarborgen.
De voorzitter van de EMPL-commissie van het Europees Parlement, Li Andersson, benadrukte in een videoboodschap de impact van digitalisering en AI op het welzijn
van werknemers. Andersson wees erop dat de grenzen tussen werk en privé vervagen doordat
werknemers geacht worden voortdurend bereikbaar te zijn. Daarnaast kunnen werkgevers
met behulp van AI werknemers monitoren, ook buiten werktijd. Dit kan een negatieve
impact hebben op de mentale gezondheid van werknemers. Platformwerkers genieten reeds
bescherming tegen algoritmische beheer op grond van de EU-richtlijn Platformwerk (2024/2831),
maar volgens Andersson is het van belang dat deze bescherming wordt uitgebreid tot
alle werknemers. In dat verband verwees zij naar de op 17 december 2025 aangenomen
Resolutie met aanbevelingen aan de Europese Commissie betreffende digitalisering,
artificiële intelligentie en algoritmisch beheer op de werkvloer – het vormgeven van
de toekomst van werk (2025/2080(INL)). In de resolutie wordt onder meer opgeroepen
tot wetgeving waarin wordt vastgelegd dat werknemers recht hebben op informatie over
algoritmische systemen die door hun werkgever worden ingezet. Zij dienen inzicht te
krijgen in besluiten die door dergelijke systemen worden genomen of ondersteund en
die van invloed zijn op de arbeidsrelatie. Besluiten over het aangaan of beëindigen
van een dienstverband, de verlening of niet-verlening van een contract en wijzigingen
in beloning dienen altijd door de mens te worden genomen. Ter bescherming van de privacy
en persoonsgegevens van werknemers wordt voorgesteld een verbod in te voeren op de
verwerking van gegevens die betrekking hebben op de emotionele, psychologische of
neurologische toestand van werknemers, op gegevens van werknemers buiten de diensturen
en op privécommunicatie tussen werknemers. Daarnaast moeten werknemers het recht krijgen
om te worden geraadpleegd wanneer algoritmische systemen worden ingezet bij besluiten
over beloning, beoordeling, taakverdeling of arbeidstijden.
Konstatintinos Phellas, rector van de universiteit van Nicosia, ging tijdens zijn bijdrage in op de wijze
waarop AI het type werk verandert en wat dit betekent voor de vaardigheden van werknemers.
Volgens Phellas blijkt uit onderzoek dat 50% van de werknemers behoefte heeft aan
bij- of omscholing. De vraag naar productiewerk neemt door de inzet van AI af, terwijl
de behoefte aan competenties op het gebied van informatiebeheer, datavaardigheden
en het trainen van AI-modellen toeneemt. De mate waarin beroepen door AI worden beïnvloedt
verschilt aanzienlijk en is mede afhankelijk van de snelheid waarmee AI binnen afzonderlijke
sectoren wordt toegepast. Phellas onderstreepte dat levenslang leren onmisbaar wordt
in alle beroepsgroepen. Met name voor jongeren ligt er een opgave digitale vaardigheden
op te doen zodat zij adequaat zijn voorbereid op een arbeidsmarkt die voortdurend
in beweging is.
Phellas gaf een inkijk in de Cypriotische arbeidsmarkt. Zo werd gewezen op een werkgelegenheidspercentage
(20–64 jaar) van 79,8% in 2024 en een daling van de werkloosheid naar 4,9%. Tegelijkertijd
blijft jeugdwerkloosheid relatief hoog (circa 13% in 2024) en is deelname aan leven-lang-leren
onder volwassenen laag.
Verder werd onderstreept dat de «skills gap» een kernrisico vormt: niet zozeer volledige
banen verdwijnen, maar taken veranderen sneller dan werknemers zich kunnen aanpassen.
Investeringen in om- en bijscholing, digitale vaardigheden en ethische competenties
werden herhaaldelijk genoemd als randvoorwaarde voor een inclusieve transitie.
Discussie en vragen vanuit de parlementaire delegaties
Tijdens de discussie benadrukten verschillende delegaties het belang van bescherming
van werknemers in een veranderende arbeidsmarkt. Daarbij werd gewezen op het feit
dat sommige sectoren harder zullen worden geraakt dan andere. Van belang is dat werknemers
beschikken over voldoende digitale vaardigheden, dat levenslang leren wordt gefaciliteerd
en dat zij worden ondersteund bij worden ondersteund bij de overgang van werk naar
werk.
Ondertekenaars
Indiener/ondertekenaar n.v.t., Functie n.v.t.