Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Kisteman en Van Eijk over het naheffingen van de verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken
Vragen van de leden Kisteman en Van Eijk (beiden VVD) aan de Staatssecretaris van Financiën over naheffingen verbruiksbelasting (ingezonden 18 december 2025).
Antwoord van Staatssecretaris Heinen (Financiën) (ontvangen 29 januari 2026). Zie
ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 837.
Vraag 1 en 2
Bent u bekend met het feit dat ondernemers die voedingssupplementen in poedervorm
produceren recent bericht hebben ontvangen van de Douane met de mededeling dat zij
met terugwerkende kracht (vanaf 2020) alsnog verbruiksbelasting zijn verschuldigd1?
Klopt het dat de Douane een aantal van deze ondernemers heeft bezocht en dat dit heeft
geleid tot een sommering of gaat leiden tot een sommering om met terugwerkende kracht
de verbruiksbelasting alsnog te voldoen? Zo ja, waarom?
Antwoord 1 en 2
Vanwege de fiscale geheimhoudingsplicht2 en mogelijk lopende procedures kan ik niet op individuele gevallen ingaan, wel kan
ik in het algemeen het volgende antwoorden.
De Douane is een uitvoeringsorganisatie en handhaaft de juiste toepassing van geldende
wet- en regelgeving, onder meer op het gebied van de verbruiksbelasting van alcoholvrije
dranken. Voor de handhaving kan de Douane onder andere administratieve controles inzetten.
Met dergelijke administratieve controles wordt aan de hand van de administratie gecontroleerd
of belanghebbende zich in een vooraf bepaalde controleperiode aan de in die periode
geldende wet- en regelgeving heeft gehouden.
Uit een administratieve controle kan blijken dat in het verleden niet is voldaan aan
de destijds geldende wet- en regelgeving. Wanneer dat het geval is, kan de Douane
naheffingen opleggen voor de in het verleden liggende controleperiode.
Op basis van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) kan de inspecteur de te
weinig geheven belasting naheffen.3 Dat betekent kort gezegd dat de belasting die te weinig is afgedragen, alsnog moet
worden voldaan. De bevoegdheid tot naheffing vervalt vijf jaren na het einde van het
kalenderjaar waarin de belastingschuld is ontstaan of de teruggaaf is verleend.4 In het jaar 2025 kan er dus een naheffing worden opgelegd over belasting die een
belanghebbende was verschuldigd in het kalenderjaar 2020. Het op deze manier uitvoeren
van administratieve controles is zeer gebruikelijk. Belasting wordt uiteraard alleen
nageheven als blijkt dat een belanghebbende niet aan wet- en regelgeving heeft voldaan
waardoor te weinig of geen belasting is afgedragen.
Uiteraard beschikken belanghebbenden hierbij over rechtsmiddelen. Als een belanghebbende
het niet eens is met de naheffing omdat hij bijvoorbeeld van mening is wél aan wet-
en regelgeving te hebben voldaan, kan hij bezwaar maken tegen de naheffingsaanslag.
Uiteindelijk kunnen belanghebbenden hierover bij de belastingrechter terecht. Naast
de genoemde rechtsmiddelen bestaan er ook betalingsregelingen om te voorkomen dat
belanghebbenden financieel in de problemen komen. Als belanghebbenden een aanslag
hebben ontvangen die niet tijdig kan worden betaald, kan bij de Douane uitstel van
betaling of een betalingsregeling worden aangevraagd.
Te allen tijde is van belang dat wordt gecontroleerd op basis van de geldende wet-
en regelgeving in de controleperiode zelf. Die wet- en regelgeving is leidend bij
de administratieve controle. Ook wordt bij een eventuele naheffing rekening gehouden
met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur.
Vraag 3
Klopt het dan ook dat ondernemers alleen op de hoogte konden zijn van deze verbruiksbelasting
door het handboek verbruiksbelasting alcoholvrije dranken op de website van de Douane
te lezen? Deelt u dan ook de mening dat dit voor ondernemers een lastige taak is om
continu te volgen?
Antwoord 3
Vooropstaat dat de wet altijd leidend is. Die wet wordt geacht kenbaar te zijn voor
belastingplichtigen en het is de plicht van de belastingplichtige zich hieraan te
houden. In het geval een wetswijziging ophanden is, wordt dit ruim van tevoren aangekondigd
en gecommuniceerd. Wat betreft producten die onder de verbruiksbelasting van alcoholvrije
dranken vallen, geldt dat de wet sinds 1993 zo goed als ongewijzigd is gebleven.5 Naast wetgeving heeft de Douane ook handboeken, waarnaar de leden verwijzen. In deze
handboeken wordt wet- en regelgeving uitgelegd met verwijzing naar van toepassing
zijnde jurisprudentie. In een handboek worden primair instructies gegeven voor de
operationele medewerkers van de Douane zodat de wet zo consistent mogelijk kan worden
toegepast. Met het oog op een transparante overheid is het handboek verbruiksbelasting
alcoholvrije dranken in 2017 openbaar gemaakt, waardoor externen ook het handboek
kunnen raadplegen. Het handboek is in die zin een service en een verduidelijking van
de wet- en regelgeving naar buiten toe.
Communicatie vindt plaats via regulier contact tussen de Douane en het bedrijfsleven,
bijvoorbeeld via het Overleg Douane Bedrijfsleven (ODB), het Douane Contact Center
(DCC) of bij individuele klantbehandeling.
De Douane zet zich in voor transparantie, communicatie en dienstverlening. Openbaarmaking
van bijvoorbeeld handboeken, verslagen van coördinatie- of kennisgroepen en kennisgroepstandpunten
dragen hier in positieve zin aan bij.
Vraag 4
Hoe kijkt u aan tegen de kans dat deze bedrijven failliet gaan of ons land zullen
verlaten door het innen van deze verbruiksbelasting met terugwerkende kracht? Wat
wil hij hieraan doen?
Antwoord 4
Zoals eerder toegelicht, kan de inspecteur belasting naheffen tot vijf jaren na het
einde van het kalenderjaar waarin de belastingschuld is ontstaan of de teruggaaf is
verleend. De nageheven bedragen zien op te weinig of niet betaalde belasting. Kortgezegd,
de belanghebbende zou deze belasting in de vijf voorgaande jaren reeds betaald moeten
hebben bij juiste toepassing van geldende wet- en regelgeving. Vanzelfsprekend is
het niet de bedoeling dat bedrijven financieel in de problemen komen of het land verlaten
door de heffing en inning van belastingen. Ondernemers kunnen bij de Douane een verzoek
doen om uitstel van betaling of een betalingsregeling. Uiteraard geldt wel dat belasting
die is verschuldigd, dient te worden voldaan. Dit is onder andere van belang in het
kader van gelijkheid tussen belastingplichtige ondernemers onderling en tussen ondernemers
en burgers.
Vraag 5
Volgens de wet zouden deze bedrijven een vergunning moeten hebben voor Inrichting
voor Verbruiksbelastinggoederen (IVV): hoe kan het dat geen van deze acht producenten
de vergunning heeft en hier niet van op de hoogte was?
Antwoord 5
Zoals hiervoor aangegeven kan ik niet ingaan op individuele gevallen. Op basis van
de Wet op de verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken geldt dat voor de productie
van verbruiksbelastinggoederen vooraf een vergunning inrichting voor verbruiksbelastinggoederen
(«IVV») door de inspecteur moet zijn afgegeven. Voor goederen die zijn uitgezonderd
van verbruiksbelasting is een dergelijke vergunning wettelijk niet vereist. Het is
de verantwoordelijkheid van de ondernemer om aan alle geldende wet- en regelgeving
te voldoen. Zoals gezegd ga ik hier niet verder in op individuele gevallen.
Vraag 6
Waarom worden deze bedrijven nu alsnog verplicht deze vergunning aan te vragen en
klopt het dat zij met sluiting worden gedwongen als zij dit niet doen?
Antwoord 6
Ik herhaal graag dat ik vanwege de fiscale geheimhoudingsplicht en mogelijk lopende
procedures niet in kan gaan op individuele gevallen. In het algemeen geldt het volgende.
Als uit de administratieve controle blijkt dat de goederen die worden geproduceerd
belast zijn met verbruiksbelasting, dan moet de betreffende belanghebbende alsnog
een vergunning IVV aanvragen bij de inspecteur. Het is ter beoordeling van de inspecteur
of wordt voldaan aan de voorwaarden zodat de vergunning kan worden afgegeven.
Het is wettelijk verboden om verbruiksbelastinggoederen te produceren zonder een daarvoor
aangewezen vergunning. Het tot sluiting dwingen van bedrijven behoort niet tot de
bevoegdheden van de Douane.
Vraag 7
Hoe kijkt u aan tegen de interpretatie dat voedingssupplementen in poedervorm die
wei bevatten, onder ranja vallen en gaat die strekking dan niet veel verder dan ooit
de bedoeling was bij het opstellen van de wet?
Antwoord 7
Alcoholvrije dranken in vaste vorm (bijvoorbeeld poeder) of als concentraat die zijn
bestemd om door aanlenging alcoholvrije dranken te maken die kennelijk zijn bestemd
om onverwarmd te worden gedronken, worden al sinds de introductie van de verbruiksbelasting
van alcoholvrije dranken in 1993 belast.6Dergelijke dranken worden belast aan de hand van een omrekening van het volume van
het product in vaste of geconcentreerde vorm naar het volume van een alcoholvrije
drank op basis van de factor 4. Dat betekent dat 1 liter concentraat wordt belast
als 4 liter gereed product.
Wei of andere alcoholvrije dranken die wei bevatten, zijn expliciet niet uitgezonderd
van de verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken. Ook niet als zij in vaste vorm
of als concentraat worden aangeboden. De wet beschrijft dat melk of uit melk bereide
dranken, «niet zijnde een uit wei of weiproducten vervaardigde drank», zijn vrijgesteld
van de belasting. Ook deze zinsnede staat reeds sinds de introductie van de verbruiksbelasting
van alcoholvrije dranken in 1993 in de wet.7 Er is daarbij geen grens bepaald van de hoeveelheid wei die aanwezig moet zijn om
te spreken van een uit wei of weiproducten vervaardigde drank.
Dat de preparaten in poedervorm, zoals beschreven door de leden, worden belast onder
de verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken is dus geen onbedoeld gevolg van de
wet. Deze preparaten maken geen onderdeel uit van de richtlijnen Goede Voeding van
de Gezondheidsraad. Er zijn dan ook geen gezondheidsargumenten om deze preparaten
een uitzonderingspositie te geven.
Vraag 8
Bent u het ermee eens dat ondernemen in Nederland weer leuk moet worden, dat we onze
ondernemers moeten koesteren en moeten voorkomen dat zij de ons land verlaten?
Antwoord 8
Het kabinet zet zich onverminderd in voor een goed ondernemingsklimaat in Nederland,
met de juiste randvoorwaarden. Zoals een sterke internationale concurrentiepositie
en een gelijk speelveld tussen bedrijven. Juist in het kader van een gelijk speelveld
tussen bedrijven is het van belang dat belasting wordt nageheven als blijkt dat een
belanghebbende niet aan wet- en regelgeving heeft voldaan waardoor te weinig of geen
belasting is afgedragen.
Ondertekenaars
E.H.J. Heijnen, staatssecretaris van Financiën
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.