Voorstel van wet : Voorstel van wet
36 889 Wijziging van de Archiefwet 1995 ter verruiming van de mogelijkheden om archiefbescheiden die in een archiefbewaarplaats berusten en die persoonsgegevens bevatten, ter raadpleging en gebruik beschikbaar te stellen
ARTIKEL I. WIJZIGING ARCHIEFWET 1995
ARTIKEL II. SAMENLOOP ARCHIEFWET 20..
ARTIKEL III. INWERKINGTREDING
Nr. 2 VOORSTEL VAN WET
Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is te voorzien in wettelijke
regels ter verruiming van de mogelijkheden om archiefbescheiden die in een archiefbewaarplaats
berusten, ter raadpleging en gebruik beschikbaar te stellen, waarbij tevens uitvoering
wordt gegeven aan overweging 158 van Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement
en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in
verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van
die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming)
(PbEU 2016, L 119);
Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen
overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden
en verstaan bij deze:
ARTIKEL I. WIJZIGING ARCHIEFWET 1995
De Archiefwet 1995 wordt als volgt gewijzigd:
A
Aan artikel 1 worden, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel f door
een puntkomma, twee onderdelen toegevoegd, die luiden:
g. bijzondere persoonsgegevens:
bijzondere categorieën van persoonsgegevens als bedoeld in paragraaf 3.1 van de Uitvoeringswet
Algemene verordening gegevensbescherming;
h. strafrechtelijke persoonsgegevens:
persoonsgegevens van strafrechtelijke aard als bedoeld in paragraaf 3.2 van de Uitvoeringswet
Algemene verordening gegevensbescherming.
B
Artikel 2a wordt als volgt gewijzigd:
1. Voor de tekst wordt de aanduiding «1.» geplaatst.
2. Het eerste lid (nieuw) wordt als volgt gewijzigd:
a. In de aanhef wordt «Bijzondere categorieën van persoonsgegevens en persoonsgegevens
van strafrechtelijke aard als bedoeld in paragraaf 3.1 onderscheidenlijk paragraaf
3.2 van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming» vervangen door
«Bijzondere of strafrechtelijke persoonsgegevens».
b. Onderdeel d komt te luiden:
d. het borgen van de goede, geordende en toegankelijke staat van archiefbescheiden die
in een archiefbewaarplaats berusten;.
3. Er wordt een lid toegevoegd, dat luidt:
2. In aanvulling op het eerste lid en onverminderd de paragrafen 3.1 en 3.2 van de Uitvoeringswet
Algemene verordening gegevensbescherming, kunnen bijzondere en strafrechtelijke persoonsgegevens
worden verwerkt voor:
a. het ter raadpleging of gebruik beschikbaar stellen van archiefbescheiden aan een verzoeker
onder toepassing van artikel 15, derde lid, of artikel 17, eerste lid, indien de verzoeker
een persoonlijk belang heeft bij de raadpleging of het gebruik van de archiefbescheiden
dat zwaarder weegt dan de belangen die nopen tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer,
mits daarbij passende maatregelen zijn getroffen om te waarborgen dat deze belangen
niet onevenredig worden geschaad; of
b. het via internet beschikbaar stellen van beperkt openbare archiefbescheiden op grond
van artikel 17a, mits daarbij passende maatregelen zijn getroffen als bedoeld in artikel 17a,
vierde lid, om te waarborgen dat de persoonlijke levenssfeer niet onevenredig wordt
geschaad.
C
Artikel 15 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het tweede lid komt te luiden:
2. Na overbrenging kan de zorgdrager de openbaarheid van archiefbescheiden niet alsnog
beperken, tenzij de voortdurende openbaarheid van die archiefbescheiden onaanvaardbaar
zou zijn gelet op één of meer van de in het eerste lid bedoelde beperkingsgronden.
De zorgdrager beperkt de openbaarheid van archiefbescheiden in ieder geval alsnog
op grond van het eerste lid, onderdeel a, indien aan het licht komt dat de archiefbescheiden:
a. bijzondere of strafrechtelijke persoonsgegevens bevatten; of
b. nummers bevatten die dienen ter identificatie van personen die bij wet of algemene
maatregel van bestuur zijn voorgeschreven als bedoeld in artikel 46 van de Uitvoeringswet
Algemene verordening gegevensbescherming, tenzij de openbaarheid van deze nummers
kennelijk geen inbreuk op de persoonlijke levenssfeer maakt.
3. Aan het derde lid wordt toegevoegd «De zorgdrager kan voorwaarden verbinden aan het
buiten toepassing laten van de aan de openbaarheid gestelde beperkingen. Bij algemene
maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over de belangenafweging en de
te stellen voorwaarden.».
D
Aan artikel 17 worden drie leden toegevoegd, die luiden:
5. De beheerder van een archiefbewaarplaats kan de daar berustende archiefbescheiden
ten aanzien waarvan geen beperking aan de openbaarheid van toepassing is, voor eenieder
ter raadpleging of gebruik via internet beschikbaar stellen.
6. Indien de archiefbescheiden, bedoeld in het vijfde lid, persoonsgegevens bevatten,
neemt de beheerder van de archiefbewaarplaats passende maatregelen zodat de rechten
en vrijheden van de betrokkenen niet onevenredig door de beschikbaarstelling via internet
worden geschaad. De beheerder neemt in ieder geval maatregelen om:
a. zoveel mogelijk te voorkomen dat de desbetreffende archiefbescheiden ongeoorloofd
worden geïndexeerd, dat ongeoorloofde tekst- en datamining plaatsvindt als bedoeld
in artikel 25a, derde lid, van de Auteurswet, of dat de archiefbescheiden of gegevens
daaruit anderszins ongeoorloofd in grote aantallen worden gekopieerd;
b. het voor betrokkenen mogelijk te maken om bij de beheerder melding te doen van archiefbescheiden
die via internet beschikbaar zijn gesteld en nog persoonsgegevens bevatten, zodat
de beheerder kan bezien of de beschikbaarstelling van de desbetreffende archiefbescheiden
moet worden beëindigd; en
c. de personen die de archiefbescheiden via internet wensen te raadplegen, ervan bewust
te maken dat in de archiefbescheiden nog persoonsgegevens kunnen voorkomen en dat
deze personen gehouden zijn om in dat geval de wet- en regelgeving met betrekking
tot de bescherming van persoonsgegevens na te leven.
7. Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over:
a. de belangenafweging die de beheerder in voorkomend geval maakt bij het ter raadpleging
of gebruik beschikbaar stellen van archiefbescheiden binnen de kaders van de aan de
openbaarheid gestelde beperkingen, bedoeld in het eerste lid; en
b. de passende maatregelen die de beheerder in ieder geval neemt als hij op basis van
de in onderdeel a bedoelde belangenafweging archiefbescheiden die persoonsgegevens
bevatten ter raadpleging of gebruik beschikbaar stelt, ter waarborging dat de persoonlijke
levenssfeer daardoor niet onevenredig wordt geschaad.
E
Na artikel 17 wordt een artikel ingevoegd, dat luidt:
Artikel 17a
1. Onze Minister kan besluiten dat beperkt openbare archiefbescheiden die persoonsgegevens
bevatten door de beheerder van een archiefdienst voor eenieder ter raadpleging of
gebruik via internet beschikbaar kunnen worden gesteld.
2. Onze Minister wijst de archiefbescheiden, bedoeld in het eerste lid, aan bij ministerieel
besluit. Onze Minister kan archiefbescheiden uitsluitend aanwijzen:
a. indien de archiefbescheiden deel uitmaken van een archief dat betrekking heeft op
oorlog of oorlogsmisdaden, politiek gedrag onder voormalige totalitaire regimes, genocide
of misdaden tegen de menselijkheid;
b. in overeenstemming met de zorgdrager die de archiefbescheiden heeft overgebracht,
hetzij, indien het archiefbescheiden betreft als bedoeld in artikel 1, onderdeel c,
onder 3°, in overeenstemming met de in dat subonderdeel bedoelde instellingen of personen of hun rechtsopvolgers;
c. voor zover op de archiefbescheiden geen andere beperkingen aan de openbaarheid zijn
gesteld dan een beperking met het oog op de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer
als bedoeld in artikel 15, eerste lid, onderdeel a; en
d. indien het via internet toegankelijk maken van de archiefbescheiden een zwaarwegend
algemeen belang dient, de verwerking van persoonsgegevens noodzakelijk is met het
oog op dat zwaarwegend algemeen belang, en het zwaarwegend algemeen belang zwaarder
weegt dan de belangen die nopen tot bescherming van die persoonsgegevens of de eerbiediging
van de persoonlijke levenssfeer.
3. Bij de belangenafweging, bedoeld in het tweede lid, onderdeel d, houdt Onze Minister
in elk geval rekening met:
a. het verband tussen de doeleinden waarvoor de gegevens zijn verzameld en de doeleinden
van het voor eenieder ter raadpleging of gebruik via internet beschikbaar stellen;
b. de aard van de persoonsgegevens, met name of bijzondere of strafrechtelijke persoonsgegevens
worden verwerkt;
c. de mogelijke gevolgen voor de betrokkenen van het voor eenieder ter raadpleging of
gebruik via internet beschikbaar stellen; en
d. de tijd die verstreken is sinds de gebeurtenissen waar de desbetreffende archiefbescheiden
betrekking op hebben.
4. Onze Minister stelt een ministerieel besluit als bedoeld in het tweede lid niet eerder
vast dan nadat een ontwerp van het ministerieel besluit gedurende ten minste vier
weken is aangeboden voor openbare internetconsultatie.
5. De beheerder die archiefbescheiden als bedoeld in het eerste lid voor eenieder ter
raadpleging of gebruik via internet beschikbaar stelt, neemt passende maatregelen
om te waarborgen dat de persoonlijke levenssfeer niet onevenredig wordt geschaad.
De beheerder neemt in ieder geval maatregelen om:
a. zoveel mogelijk te voorkomen dat de desbetreffende archiefbescheiden ongeoorloofd
worden geïndexeerd, dat ongeoorloofde tekst- en datamining plaatsvindt als bedoeld
in artikel 25a, derde lid, van de Auteurswet, of dat de archiefbescheiden of gegevens
daaruit anderszins ongeoorloofd in grote aantallen worden gekopieerd;
b. het voor betrokkenen mogelijk te maken om bij de beheerder melding te doen van archiefbescheiden
die via internet beschikbaar zijn gesteld en nog persoonsgegevens bevatten, zodat
de beheerder kan bezien of de beschikbaarstelling van de desbetreffende archiefbescheiden
moet worden beëindigd; en
c. de personen die de archiefbescheiden via internet wensen te raadplegen, ervan bewust
te maken dat in de archiefbescheiden nog persoonsgegevens kunnen voorkomen en dat
deze personen gehouden zijn om in dat geval de wet- en regelgeving met betrekking
tot de bescherming van persoonsgegevens na te leven.
6. Onze Minister kan in een ministerieel besluit als bedoeld in het tweede lid aanvullende
door de beheerder te treffen passende maatregelen vaststellen.
ARTIKEL II. SAMENLOOP ARCHIEFWET 20..
1. Indien het bij koninklijke boodschap van 17 november 2021 ingediende voorstel van
wet tot intrekking van de Archiefwet 1995 en vervanging door de Archiefwet 2021 (Archiefwet
2021) (Kamerstukken 35 968) tot wet is of wordt verheven, en artikel 1.1 van die wet:
a. eerder in werking treedt of is getreden dan deze wet, komt artikel I van deze wet
te luiden:
ARTIKEL I. WIJZIGING ARCHIEFWET 20..
De Archiefwet 20.. wordt als volgt gewijzigd:
A
Aan artikel 1.1 worden in de alfabetische volgorde twee begripsbepalingen toegevoegd,
die luiden:
bijzondere persoonsgegevens:
bijzondere categorieën van persoonsgegevens als bedoeld in paragraaf 3.1 van de Uitvoeringswet
Algemene verordening gegevensbescherming;
strafrechtelijke persoonsgegevens:
persoonsgegevens van strafrechtelijke aard als bedoeld in paragraaf 3.2 van de Uitvoeringswet
Algemene verordening gegevensbescherming;.
B
Artikel 1.2 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het tweede lid wordt als volgt gewijzigd:
a. In de aanhef van het tweede lid wordt «Bijzondere categorieën van persoonsgegevens
en persoonsgegevens van strafrechtelijke aard als bedoeld in paragraaf 3.1 onderscheidenlijk
paragraaf 3.2 van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming» vervangen
door «Bijzondere of strafrechtelijke persoonsgegevens».
b. Onderdeel c komt te luiden:
c. het duurzaam toegankelijk maken en houden van overgebrachte documenten;.
2. Onder vernummering van het derde lid tot vierde lid wordt na het tweede lid een lid
ingevoegd, dat luidt:
3. In aanvulling op het tweede lid en onverminderd de paragrafen 3.1 en 3.2 van de Uitvoeringswet
Algemene verordening gegevensbescherming, kunnen bijzondere en strafrechtelijke persoonsgegevens
worden verwerkt voor:
a. het verlenen van toegang tot documenten, bedoeld in de artikelen 8.2, 8.3 en 8.6,
eerste lid, of het verstrekken van informatie in andere vorm uit documenten, bedoeld
in artikel 8.4, aan een verzoeker die een persoonlijk belang heeft bij de toegang
tot of de verstrekking van informatie uit de documenten, dat zwaarder weegt dan de
belangen die tot bescherming van persoonsgegevens nopen, en daarbij passende maatregelen
zijn getroffen om te waarborgen dat de persoonlijke levenssfeer niet onevenredig worden
geschaad;
b. het via internet beschikbaar stellen van informatie uit beperkt openbare documenten
als bedoeld in artikel 8.4a, indien daarbij passende maatregelen zijn getroffen als
bedoeld in artikel 8.4a, vierde lid, om te waarborgen dat de persoonlijke levenssfeer
niet onevenredig wordt geschaad.
C
Aan artikel 7.1 wordt een lid toegevoegd, dat luidt:
6. Indien de kopieën, afschriften, uittreksels of bewerkingen, bedoeld in het vijfde
lid, persoonsgegevens bevatten, neemt de archivaris of rijksarchivaris passende maatregelen
om te waarborgen dat de rechten en vrijheden van de betrokkenen niet onevenredig door
de publicatie worden geschaad. De archivaris of rijksarchivaris neemt in ieder geval
maatregelen om:
a. zoveel mogelijk te voorkomen dat de desbetreffende documenten ongeoorloofd worden
geïndexeerd, dat ongeoorloofde tekst- en datamining plaatsvindt als bedoeld in artikel 25a,
derde lid, van de Auteurswet, of dat de documenten of gegevens daaruit anderszins
ongeoorloofd in grote aantallen worden gekopieerd;
b. het voor betrokkenen mogelijk te maken om bij de archivaris of rijksarchivaris melding
te doen van documenten die via internet beschikbaar zijn gesteld en nog persoonsgegevens
bevatten, zodat de archivaris of rijksarchivaris kan bezien of de beschikbaarstelling
van de desbetreffende documenten moet worden beëindigd; en
c. de personen die de documenten via internet wensen te raadplegen, ervan bewust te maken
dat in de documenten nog persoonsgegevens kunnen voorkomen en dat deze personen gehouden
zijn om in dat geval de wet- en regelgeving met betrekking tot de bescherming van
persoonsgegevens na te leven.
D
Aan artikel 7.5 wordt toegevoegd: Het verantwoordelijk overheidsorgaan beperkt de
openbaarheid van documenten in ieder geval alsnog, indien aan het licht komt dat ten
aanzien van de documenten een of meer van de beperkingsgronden, bedoeld in artikel 7.2,
eerste lid, van toepassing zijn.
E
Na artikel 8.4 wordt een artikel ingevoegd, dat luidt:
Artikel 8.4a Beschikbaarstelling via internet van informatie uit beperkt openbare
documenten
1. Onze Minister kan besluiten dat informatie uit beperkt openbare documenten die persoonsgegevens
bevat, door een archivaris voor eenieder via internet ter raadpleging of gebruik beschikbaar
kan worden gesteld.
2. Onze Minister wijst de documenten, bedoeld in het eerste lid, aan bij ministerieel
besluit. Onze Minister kan documenten uitsluitend aanwijzen:
a. indien de documenten deel uitmaken van een archief dat betrekking heeft op oorlog
of oorlogsmisdaden, politiek gedrag onder voormalige totalitaire regimes, genocide
of misdaden tegen de menselijkheid;
b. in overeenstemming met het verantwoordelijke overheidsorgaan dat de documenten heeft
overgebracht, hetzij, indien het documenten betreft als bedoeld in artikel 9.4, eerste
lid, in overeenstemming met de in dat lid bedoelde rechtspersonen of natuurlijke personen,
of hun rechtsopvolgers;
c. voor zover het documenten betreft waarvan de openbaarheid niet is beperkt op basis
van of mede op basis van één van de beperkingsgronden, bedoeld in artikel 7.2, eerste
lid, onderdelen a en b, en tweede lid, onderdeel a;
d. indien het via internet toegankelijk maken van de documenten een zwaarwegend algemeen
belang dient en de verwerking van persoonsgegevens noodzakelijk is met het oog op
het zwaarwegend algemeen belang, en het zwaarwegend algemeen belang zwaarder weegt
dan de belangen die nopen tot bescherming van die persoonsgegevens, alsmede eventuele
andere relevante belangen als bedoeld in artikel 7.2, tweede en derde lid.
3. Bij de belangenafweging, bedoeld in het tweede lid, onderdeel d, houdt Onze Minister
in elk geval rekening met:
a. het verband tussen de doeleinden waarvoor de gegevens zijn verzameld en de doeleinden
van het voor eenieder ter raadpleging of gebruik via internet beschikbaar stellen;
b. de aard van de persoonsgegevens, met name of bijzondere of strafrechtelijke persoonsgegevens
worden verwerkt;
c. de mogelijke gevolgen voor de betrokkenen van het voor eenieder ter raadpleging of
gebruik via internet beschikbaar stellen; en
d. de tijd die verstreken is sinds de gebeurtenissen waar de desbetreffende documenten
betrekking op hebben.
4. Onze Minister stelt een ministerieel besluit als bedoeld in het tweede lid niet eerder
vast dan nadat een ontwerp van het ministerieel besluit gedurende ten minste vier
weken is aangeboden voor openbare internetconsultatie.
5. De archivaris die documenten als bedoeld in het eerste lid voor eenieder ter raadpleging
of gebruik via internet beschikbaar stelt, neemt passende maatregelen om te waarborgen
dat de persoonlijke levenssfeer niet onevenredig wordt geschaad. De archivaris neemt
in ieder geval maatregelen om:
a. zoveel mogelijk te voorkomen dat de desbetreffende documenten ongeoorloofd worden
geïndexeerd, dat ongeoorloofde tekst- en datamining plaatsvindt als bedoeld in artikel 25a,
derde lid, van de Auteurswet, of dat de documenten of gegevens daaruit anderszins
ongeoorloofd in grote aantallen worden gekopieerd;
b. het voor betrokkenen mogelijk te maken om bij de archivaris melding te doen van documenten
die via internet beschikbaar zijn gesteld en nog persoonsgegevens bevatten, zodat
de beheerder kan bezien of de beschikbaarstelling van de desbetreffende documenten
moet worden beëindigd; en
c. de personen die de documenten via internet wensen te raadplegen, ervan bewust te maken
dat in de documenten nog persoonsgegevens kunnen voorkomen en dat deze personen gehouden
zijn om in dat geval de wet- en regelgeving met betrekking tot de bescherming van
persoonsgegevens na te leven.
6. Onze Minister kan in een ministerieel besluit als bedoeld in het tweede lid aanvullende
door de archivaris te treffen passende maatregelen vaststellen.
b. later in werking treedt dan deze wet, wordt de Archiefwet 20.. als volgt gewijzigd:
A
Aan artikel 1.1 worden in de alfabetische volgorde twee begripsbepalingen toegevoegd,
die luiden:
bijzondere persoonsgegevens:
bijzondere categorieën van persoonsgegevens als bedoeld in paragraaf 3.1 van de Uitvoeringswet
Algemene verordening gegevensbescherming;
strafrechtelijke persoonsgegevens:
persoonsgegevens van strafrechtelijke aard als bedoeld in paragraaf 3.2 van de Uitvoeringswet
Algemene verordening gegevensbescherming;.
B
Artikel 1.2 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het tweede lid wordt als volgt gewijzigd:
a. In de aanhef van het tweede lid wordt «Bijzondere categorieën van persoonsgegevens
en persoonsgegevens van strafrechtelijke aard als bedoeld in paragraaf 3.1 onderscheidenlijk
paragraaf 3.2 van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming» vervangen
door «Bijzondere of strafrechtelijke persoonsgegevens».
b. Onderdeel c komt te luiden:
c. het duurzaam toegankelijk maken en houden van overgebrachte documenten;.
2. Onder vernummering van het derde lid tot vierde lid wordt na het tweede lid een lid
ingevoegd, dat luidt:
3. In aanvulling op het tweede lid en onverminderd de paragrafen 3.1 en 3.2 van de Uitvoeringswet
Algemene verordening gegevens bescherming, kunnen bijzondere en strafrechtelijke persoonsgegevens
worden verwerkt voor:
a. het verlenen van toegang tot documenten, bedoeld in de artikelen 8.2, 8.3 en 8.6,
eerste lid, of het verstrekken van informatie in andere vorm uit documenten, bedoeld
in artikel 8.4, aan een verzoeker die een persoonlijk belang heeft bij de toegang
tot of de verstrekking van informatie uit de documenten, dat zwaarder weegt dan de
belangen die tot bescherming van persoonsgegevens nopen, en daarbij passende maatregelen
zijn getroffen om te waarborgen dat de persoonlijke levenssfeer niet onevenredig worden
geschaad;
b. het via internet beschikbaar stellen van informatie uit beperkt openbare documenten
als bedoeld in artikel 8.4a, indien daarbij passende maatregelen zijn getroffen als
bedoeld in artikel 8.4a, vierde lid, om te waarborgen dat de persoonlijke levenssfeer
niet onevenredig wordt geschaad.
C
Aan artikel 7.1 wordt een lid toegevoegd, dat luidt:
6. Indien de kopieën, afschriften, uittreksels of bewerkingen, bedoeld in het vijfde
lid, persoonsgegevens bevatten, neemt de archivaris of rijksarchivaris passende maatregelen
om te waarborgen dat de rechten en vrijheden van de betrokkenen niet onevenredig door
de publicatie worden geschaad. De archivaris of rijksarchivaris neemt in ieder geval
maatregelen om:
a. zoveel mogelijk te voorkomen dat de desbetreffende documenten ongeoorloofd worden
geïndexeerd, dat ongeoorloofde tekst- en datamining plaatsvindt als bedoeld in artikel 25a,
derde lid, van de Auteurswet, of dat de documenten of gegevens daaruit anderszins
ongeoorloofd in grote aantallen worden gekopieerd;
b. het voor betrokkenen mogelijk te maken om bij de archivaris of rijksarchivaris melding
te doen van documenten die via internet beschikbaar zijn gesteld en nog persoonsgegevens
bevatten, zodat de archivaris of rijksarchivaris kan bezien of de beschikbaarstelling
van de desbetreffende documenten moet worden beëindigd; en
c. de personen die de documenten via internet wensen te raadplegen, ervan bewust te maken
dat in de documenten nog persoonsgegevens kunnen voorkomen en dat deze personen gehouden
zijn om in dat geval de wet- en regelgeving met betrekking tot de bescherming van
persoonsgegevens na te leven.
D
Aan artikel 7.5 wordt toegevoegd: Het verantwoordelijk overheidsorgaan beperkt de
openbaarheid van documenten in ieder geval alsnog, indien aan het licht komt dat ten
aanzien van de documenten een of meer van de beperkingsgronden, bedoeld in artikel 7.2,
eerste lid, van toepassing zijn.
E
Na artikel 8.4 wordt een artikel ingevoegd, dat luidt:
Artikel 8.4a Beschikbaarstelling via internet van informatie uit beperkt openbare
documenten
1. Onze Minister kan besluiten dat informatie uit beperkt openbare documenten die persoonsgegevens
bevat, door een archivaris voor eenieder via internet ter raadpleging of gebruik beschikbaar
kan worden gesteld.
2. Onze Minister wijst de documenten, bedoeld in het eerste lid, aan bij ministerieel
besluit. Onze Minister kan documenten uitsluitend aanwijzen:
a. indien de documenten deel uitmaken van een archief dat betrekking heeft op oorlog
of oorlogsmisdaden, politiek gedrag onder voormalige totalitaire regimes, genocide
of misdaden tegen de menselijkheid;
b. in overeenstemming met het verantwoordelijke overheidsorgaan dat de documenten heeft
overgebracht, hetzij, indien het documenten betreft als bedoeld in artikel 9.4, eerste
lid, in overeenstemming met de in dat lid bedoelde rechtspersonen of natuurlijke personen,
of hun rechtsopvolgers;
c. voor zover het documenten betreft waarvan de openbaarheid niet is beperkt op basis
van of mede op basis van één van de beperkingsgronden, bedoeld in artikel 7.2, eerste
lid, onderdelen a en b, en tweede lid, onderdeel a;
d. indien het via internet toegankelijk maken van de documenten een zwaarwegend algemeen
belang dient en de verwerking van persoonsgegevens noodzakelijk is met het oog op
het zwaarwegend algemeen belang, en het zwaarwegend algemeen belang zwaarder weegt
dan de belangen die nopen tot bescherming van die persoonsgegevens, alsmede eventuele
andere relevante belangen als bedoeld in artikel 7.2, tweede en derde lid.
3. Bij de belangenafweging, bedoeld in het tweede lid, onderdeel d, houdt Onze Minister
in elk geval rekening met:
a. het verband tussen de doeleinden waarvoor de gegevens zijn verzameld en de doeleinden
van het voor eenieder ter raadpleging of gebruik via internet beschikbaar stellen;
b. de aard van de persoonsgegevens, met name of bijzondere of strafrechtelijke persoonsgegevens
worden verwerkt;
c. de mogelijke gevolgen voor de betrokkenen van het voor eenieder ter raadpleging of
gebruik via internet beschikbaar stellen; en
d. de tijd die verstreken is sinds de gebeurtenissen waar de desbetreffende documenten
betrekking op hebben.
4. Onze Minister stelt een ministerieel besluit als bedoeld in het tweede lid niet eerder
vast dan nadat een ontwerp van het ministerieel besluit gedurende ten minste vier
weken is aangeboden voor openbare internetconsultatie.
5. De archivaris die documenten als bedoeld in het eerste lid voor eenieder ter raadpleging
of gebruik via internet beschikbaar stelt, neemt passende maatregelen om te waarborgen
dat de persoonlijke levenssfeer niet onevenredig wordt geschaad. De archivaris neemt
in ieder geval maatregelen om:
a. zoveel mogelijk te voorkomen dat de desbetreffende documenten ongeoorloofd worden
geïndexeerd, dat ongeoorloofde tekst- en datamining plaatsvindt als bedoeld in artikel 25a,
derde lid, van de Auteurswet, of dat de documenten of gegevens daaruit anderszins
ongeoorloofd in grote aantallen worden gekopieerd;
b. het voor betrokkenen mogelijk te maken om bij de archivaris melding te doen van documenten
die via internet beschikbaar zijn gesteld en nog persoonsgegevens bevatten, zodat
de beheerder kan bezien of de beschikbaarstelling van de desbetreffende documenten moet worden beëindigd; en
c. de personen die de documenten via internet wensen te raadplegen, ervan bewust te maken
dat in de documenten nog persoonsgegevens kunnen voorkomen en dat deze personen gehouden
zijn om in dat geval de wet- en regelgeving met betrekking tot de bescherming van
persoonsgegevens na te leven.
6. Onze Minister kan in een ministerieel besluit als bedoeld in het tweede lid aanvullende
door de archivaris te treffen passende maatregelen vaststellen.
2. Op het moment dat artikel 1.1 van de in de aanhef van het eerste lid genoemde wet
in werking treedt, hetzij, indien deze wet op een later moment in werking treedt,
op dat moment, wordt de aanduiding «20..» in het eerste lid telkens vervangen door
het jaartal van het Staatsblad waarin de in de aanhef van het eerste lid bedoelde
wet wordt geplaatst.
ARTIKEL III. INWERKINGTREDING
Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het
Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries,
autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering
de hand zullen houden.
Gegeven
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.