Inbreng verslag schriftelijk overleg : Inbreng verslag van een schriftelijk overleg over o.a. de geannoteerde Agenda van de Informele bijeenkomst van Milieuministers van 5 en 6 februari 2026 (Kamerstuk 21501-08-1022)
2026D04223 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG
Binnen de vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat hebben verschillende fracties
de behoefte om vragen en opmerkingen voor te leggen aan de Staatssecretaris van Infrastructuur
en Waterstaat en aan de Minister van Klimaat en Groene Groei over de geannoteerde
agenda van de Milieuraad van 5 en 6 februari 2026 (Kamerstuk 21 501-08, nr. 1022) en het verslag van de Milieuraad van 16 december 2025 (Kamerstuk 21 501-08, nr. 1021).
De voorzitter van de commissie,
P. de Groot
Adjunct-griffier van de commissie,
Van der Graaf
I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Inhoudsopgave
Inleiding
D66-fractie
CDA-fractie
BBB-fractie
Partij voor de Dieren-fractie en GroenLinks-PvdA-fractie
Inleiding
De leden van de D66-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van geannoteerde
agenda van de informele Milieuraad op 5 en 6 februari. Zij hebben daarover nog enkele
vragen en opmerkingen.
De leden van de VVD-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de geannoteerde
agenda voor de informele Milieuraad op 5 en 6 februari 2026, en van het verslag van
de vorige Milieuraad. Zij hebben hierbij geen vragen.
De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda voor de
Informele Milieuraad van 5 en 6 februari 2026 en hebben daarover nog enkele vragen.
De leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de geagendeerde stukken voor
dit schriftelijk overleg. Zij hebben daarover nog enkele vragen en opmerkingen.
De leden van de Partij voor de Dieren-fractie en de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
hebben tezamen vragen aan de demissionair Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat
en de demissionair Minister van Klimaat en Groene Groei in het licht van de aankomende
Milieuraad.
D66-fractie
De leden van de D66-fractie zijn blij dat het onderwerp circulair plastic tijdens
de Milieuraad voor het eerst op politiek niveau wordt besproken en benadrukken dat
een sterke Europese samenwerking onmisbaar is voor het verminderen van afhankelijkheden
en het behalen van klimaat-, milieu en grondstoffendoelen.
De leden van de D66-fractie verwelkomen de mededeling van de Europese Commissie als
een noodzakelijke eerste stap om de Europese plastic- en recyclingindustrie perspectief
te bieden. Tegelijkertijd is versnelling cruciaal om verdere faillissementen en verlies
van circulaire capaciteit te voorkomen. Deze leden hebben hierover de volgende vragen.
Samenhang tussen Klimaat- en Waterweerbaarheid
De leden van de D66-fractie schrikken van de cijfers waaruit blijkt dat 25% van de
totale Europese klimaatschade van de afgelopen veertig jaar in de laatste vier jaar
is ontstaan. Zij onderschrijven de conclusie dat investeren in adaptatie vele malen
goedkoper is dan het herstellen van schade achteraf. Deze leden vragen de Staatssecretaris
hoe hij de «dividend-gedachte» – waarbij elke geïnvesteerde euro in overstromingsbescherming
zich verzesvoudigt – vertaalt naar concreet beleid in de Europese Raad.
De leden van de D66-fractie verwelkomen de presentatie van het Europees Milieuagentschap
(EMA) over waterweerbaarheid. Welke inzet kiest de Staatssecretaris in de Milieuraad
om, vooruitlopend op het aangekondigde Europese initiatief over klimaatveerkracht
in oktober 2026, te pleiten voor bindende Europese doelstellingen voor klimaatweerbaarheid,
analoog aan de bindende doelen voor emissiereductie? Is de Staatssecretaris bereid
deze inzet actief in de Raad te agenderen, en hoe zal hij zich daarbij hard maken
voor een consequente toepassing en verankering van het «do-no-significant-harm»-principe
in de financiering van grensoverschrijdende waterprojecten?
Internationale Klimaatprocessen (COP31)
De leden van de D66-fractie constateren dat de geopolitieke verhoudingen de internationale
voortgang bemoeilijken. Juist nu moet de EU haar rol als mondiale klimaatdiplomaat
opeisen. Op welke manier gaat de Staatssecretaris de Europese handelsmacht inzetten
om internationale partners te blijven stimuleren tot ambitieuze Nationally Determined
Contributions (NDC’s) richting COP31? Hoe kan de EU een «coalition of the willing»
vormen om de 1,5-graad-doelstelling levend te houden, ook buiten de traditionele multilaterale
blokkades om?
Winterpakket Circulaire Economie & Plastics
De leden van de D66-fractie verwelkomen de mededeling van de Europese Commissie over
de circulariteit van plastics en het geplande steunpakket voor de recyclingindustrie.
Naar aanleiding van de geannoteerde agenda hebben deze leden echter nog enkele prangende
vragen: welke harde randvoorwaarden acht de Staatssecretaris noodzakelijk bij de toepassing
van de geactualiseerde massabalansregels voor chemische recycling om greenwashing
te voorkomen en de transparantie en controleerbaarheid te waarborgen? Hoe borgt de
Staatssecretaris dat chemische recycling daadwerkelijk complementair blijft aan hoogwaardige
mechanische recycling en niet leidt tot verdringing van bestaande circulaire ketens?
Erkent de Staatssecretaris dat, ondanks enkele sectorspecifieke verplichtingen, het
huidige beleid nog grotendeels leunt op vrijwillige maatregelen? Acht het Staatssecretaris
dit voldoende om structurele vraag naar recyclaat te creëren, of is de Staatssecretaris
bereid zich in te zetten voor verplichte minimumaandelen recyclaat in de komende EU-productregelgeving onder de Circular Economy Act? Kan de Staatssecretaris bevestigen dat hij dit
specifiek zal agenderen om een harde marktgarantie voor recyclers te creëren?
De leden van de D66-fractie maken zich grote zorgen over onder geprijsde importen
uit derde landen die bijdragen aan het faillissement van Europese recyclers. Acht
de Staatssecretaris de aangekondigde «Import Surveillance Task Force» en de huidige
antidumpingmaatregelen voldoende om deze oneerlijke concurrentie op de Europese recyclaatmarkt
tegen te gaan? Of zijn aanvullende handelsmaatregelen nodig, en zo ja, welke? Is de
Staatssecretaris bereid om zich binnen de EU actief in te zetten voor een gerichte
investeringsagenda voor recyclingcapaciteit en innovatieve circulaire technologieën,
vergelijkbaar met de aanpak voor andere strategische industrieën (zoals chips of waterstof)?
Kan de Staatssecretaris toelichten via welke instrumenten hij dit wil bereiken en
hoe de beoogde Trans-Regional Circularity Hubs hieraan bijdragen?
CDA-fractie
De leden van de CDA-fractie merken op dat de Europese Commissie onlangs een pakket
heeft gepubliceerd om de circulariteit van plastics te promoten. Ook de einde-afval-criteria
voor mechanisch plasticrecyclaat komen daar in terug. Door aangepaste regels die in
alle EU-lidstaten hetzelfde zijn, moet het makkelijker worden om plasticrecyclaat
binnen Europa te verhandelen en ontstaat er een gelijk speelveld voor bedrijven. Deze
leden vinden het belangrijk dat deze maatregelen, waaronder de einde-afval-criteria
en de massabalansregels voor chemische recycling, zo snel mogelijk worden ingevoerd.
Zij vragen de Staatssecretaris wat in dat kader een realistisch tijdpad zou kunnen
zijn voor de definitieve invoering van onder andere. de einde-afval-criteria in Nederland
en in de rest van de EU.
De leden van de CDA-fractie constateren dat de Europese Commissie tevens van plan
is om investeringen in de innovatie en opschaling van circulaire technologieën, waaronder
recycling, te versterken. De uitwerking van deze plannen volgt nog. Deze leden vragen
wat de Staatssecretaris, in afwachting van de verdere uitwerking al kan vertellen
over de doelstellingen van deze investeringen, op welke termijn de uitrol wordt verwacht
en welke rol hij ziet weggelegd voor het bedrijfsleven bij de uitvoering ervan.
De leden van de CDA-fractie merken op dat er geruchten rondgaan dat de herziening
van REACH-verordening mogelijk niet doorgaat, maar dat er enkel wijzigingen zullen
plaatsvinden via comitéprocedure. Deze leden vragen de Staatssecretaris of hij op
de hoogte is van deze geruchten en wat zijn reactie daarop is. Deelt de Staatssecretaris
de mening dat het onwenselijk zou zijn als de herziening van REACH-verordening niet
doorgaat?
BBB-fractie
De leden van de BBB-fractie lezen dat er wordt gesproken over een Europese Waterweerbaarheidsstrategie
die gericht is op een «economie die slim met water omgaat» (geannoteerde agenda).
Kan de Staatssecretaris garanderen dat deze strategie niet zal leiden tot nieuwe dwingende
beperkingen voor de agrarische sector wat betreft watergebruik of onttrekking? Hoe
verhoudt dit zich tot de Nederlandse subsidiariteit op het gebied van eigen regionaal
waterbeheer?
De leden van de BBB-fractie lezen er een aanzienlijke «investment gap» voor klimaatadaptatie
is, die oploopt tot 137 miljard euro per jaar. In hoeverre is het kabinet bereid te
voorkomen dat de rekening voor deze miljardeninvesteringen eenzijdig bij de landbouw
en visserij terechtkomt via het «do-no-significant-harm»-principe bij financieringsprogramma’s?
De leden van de BBB-fractie lezen dat het Europees Milieuagentschap stelt dat klimaatbeleid
voor de landbouwsector vooral rendement zal opleveren door schade te beperken. Deelt
de Staatssecretaris de opvatting van deze leden dat deze visie en de stapeling van
Europese regelgeving (zoals de Kaderrichtlijn Water en nieuwe adaptatiewetgeving)
de economische levensvatbaarheid van boerenbedrijven juist direct onder druk zet?
De leden van de BBB-fractie lezen dat EU-eenheid onder druk staat binnen de Internationale
Maritieme Organisatie (IMO), wat betreft het Net Zero Framework. Kan de Staatssecretaris
toelichten waar deze verdeeldheid over gaat? Hoe gaat de Staatssecretaris voorkomen
dat Nederland strengere maritieme eisen krijgt opgelegd dan concurrerende landen buiten
de EU?
Tot slot lezen de leden van de BBB-fractie dat er tijdens de raad gesproken zal worden
over de gevolgen van klimaatverandering. Hoe houden verouderde richtlijnen, zoals
de nitraatrichtlijn, maar ook de vogel- en habitatrichtlijnen, rekening met de gevolgen
van klimaatverandering? Is de Minister van Klimaat en Groene Groei het met deze leden
eens dat doelen achterhaald kunnen zijn, en dat door klimaatverandering doelen die
in het verleden zijn opgesteld, nu niet meer realistisch zijn?
Partij voor de Dieren-fractie en GroenLinks-PvdA-fractie
De leden van de Partij voor de Dieren-fractie en de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
willen benadrukken hoe belangrijk het is dat Nederland inzet op betere bescherming
van gezonde leefomgeving, stabiel klimaat, natuur, schoon water en gezondheid. Deze
leden wijzen op de uiteindelijk hoge (economische) kosten van te weinig doen.
De leden van de Partij voor de Dieren-fractie en de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
verzoeken het kabinet om de antwoorden op de onderstaande vragen op tijd en uiterlijk
voor dinsdagochtend 3 februari 2026 te sturen, met name als het gaat om de vragen
over REACH.
Circulaire Economie
De leden van de Partij voor de Dieren-fractie en de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
vinden het positief om te lezen dat het belang van de transitie naar een circulaire
economie hoog op de agenda in Europa lijkt te staan. Tegelijkertijd zijn deze leden
teleurgesteld in de voorgenomen scope van de Circulaire Economie wet, waar de focus
vooral ligt op de onderkant van de R-ladder, namelijk recycling, in plaats van de
hogere stappen op de R-ladder en dus op het verminderen van gebruik van grondstoffen
voor producten (refuse, rethink, reduce), vervangen en verlengen (re-use, repair,
refurbish, remanufacture, repurpose). Hiermee mist de Europese Commissie de kans om
de transitie daadwerkelijk op gang te brengen: minder gebruiken en hergebruiken (en
daardoor minder extraheren van grondstoffen) zou voorop moeten staan, evenals circulair
ontwerp en levensduurverlenging. Is de Staatssecretaris bereid om zich bij de Milieuraad
in te zetten voor meer aandacht voor stappen hoger op de R-ladder? Zo nee, waarom
niet?
De leden van de Partij voor de Dieren-fractie en de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
wijzen erop dat er eerder moties zijn aangenomen die het kabinet opdragen om maatregelen
te nemen voor een voortvarende aanpak van fast fashion. De meest recente motie (motie
Kostić, Huidekooper, Zalinyan – december 2025, Kamerstuknummer 21 501-08, nr. 1017) verzocht de regering om zich in de Milieuraad en daarbuiten samen met Frankrijk
in te zetten voor snelle en sterke stappen in de nationale en Europese aanpak van
fast fashion en een paar keer per jaar proactief over de voortgang aan de Kamer te
rapporteren. Kan de Staatssecretaris uitgebreid toelichten welke stappen hij sindsdien
precies heeft ondernomen? Hoe geeft de Staatssecretaris hier uitvoering aan bij de
informele Milieuraad op 5 en 6 februari? En hoe daarna?
REACH
De leden van de Partij voor de Dieren-fractie en de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
constateren dat bij de Milieuraad van december 2025 ook voor de transitie naar circulaire
economie het belang van een herziening van de REACH-verordening terecht is bevestigd.
Deze leden hebben echter via berichten van de gerenommeerde nieuwssite Politico vernomen
dat de herziening van de REACH-verordening, al meerdere keren uitgesteld, mogelijk
niet doorgaat als zodanig maar dat hooguit wijzigingen zullen plaatsvinden via comitologie
(in comité’s buiten de Raad en het Europees Parlement om).
Het probleem met wijzigingen via zulke comité-structuren: ten eerste vindt geen fundamentele
herziening van de verordening zelf plaats, terwijl die vanuit allerlei invalshoeken
broodnodig werd geacht en de Kamer hier ook op heeft ingezet via onder andere een
brief aan de Europese Commissie. In die brief wordt beschreven waarom fundamentele
herziening nodig is:om procedures te versnellen (goed voor het bedrijfsleven), om
het beschermingsniveau te waarborgen nu steeds meer nieuwe stoffen op de markt komen
(goed voor mensen en biodiversiteit) en om dierproeven te verminderen (door het leggen
van verbinding met de roadmap voor het uitfaseren van dierproeven). Daarnaast, los
van de inhoud, is wijziging op comiténiveau een slechte zaak omdat een zo belangrijk
onderwerp als chemische stoffen op politiek niveau hoort te worden behandeld, in de
Raad en in het Europees Parlement. Dat is de enige manier om het democratisch gehalte
van de besluitvorming te waarborgen en om transparantie voor de burgers te garanderen.
De leden van de Partij voor de Dieren-fractie en de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
maken zich hier ernstig zorgen over en constateren dat deze ontwikkeling tegen de
lijn van de Kamer in zou gaan. Kan de Staatssecretaris reageren op de bovenstaande
geruchten dat de herziening van de REACH-verordening mogelijk niet doorgaat maar dat
hooguit wijzigingen zullen plaatsvinden via comitologie? Heeft de Staatssecretaris
anders aanwijzingen dat de herziening van REACH conform de reguliere weg zal gaan
en niet via de weg van comitologie? Wat is daarover bekend bij de Staatssecretaris
en sinds wanneer precies?
De Kamer heeft de herziening van REACH tot prioriteit benoemd en richting de Europese
Commissie per brief aangedrongen op een snelle herziening van de verordening. Is de
Staatssecretaris bereid om bij de informele Milieuraad deze kwestie op te brengen
en zich er sterk voor te maken dat een echte herziening van REACH zoals gepland doorgaat
en de bespreking daarvan op politiek niveau, transparant en via de gebruikelijke democratische
wijze doorgang vindt? Is de Staatssecretaris daarbij bereid om en marge van de informele
Milieuraad actief samenwerking te zoeken met collega-bewindspersonen en na te gaan
of gezamenlijke actie kan worden ondernomen?
Klimaat
De leden van de Partij voor de Dieren-fractie en de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
constateren dat de Britse inlichtingendiensten bevestigen dat belangrijke ecosystemen
wereldwijd «op het punt staan om in te storten» en waarschuwen dat dit de nationale
veiligheid van het Verenigd Koninkrijk in gevaar brengt. De inlichtingendiensten constateren
dat nu al steeds meer oogsten mislukken, weerextremen toenemen en steeds vaker besmettelijke
ziektes uitbreken. Zonder actie kan dit in de nabije toekomst tot onder andere voedseltekorten
en stijgende prijzen leiden.
Is de Minister het met de conclusies van de inlichtingendiensten eens en erkent de
Minister dat de aanpak van de klimaat- en biodiversiteitscrisis een kwestie is van
nationale, Europese en internationale veiligheid en voedselzekerheid? Is de Minister
bereid om bij de informele Milieuraad aandacht te vragen voor deze conclusies van
de inlichtingendiensten en samen met collega’s op te trekken in niet alleen sterker
beleid voor klimaatadaptatie, maar ook in het versterken van internationaal en Europees
beleid in het voorkomen van verdere ontwrichtende klimaatverandering? Zo nee, waarom
niet? Omarmt de Minister de conclusies van het Europees Milieuagentschap (EMA) dat
extra beleid (met name op landbouw, transport en energie) vooral rendement zal opleveren
en dat uitstel van actie meer kost dan nu investeren? Zo nee, op welke wetenschappelijk
conclusies baseert de Minister zich dan? Ziet de Minister ook de «investment gap»
dat het EMA aankaart en op welke manier gaat de Minister zich inzetten om dat gat
zo snel mogelijk te overbruggen (aangezien de kosten van nu niet investeren veel groter
zullen)?
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
P.C. (Peter) de Groot, voorzitter van de vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat -
Mede ondertekenaar
L. van der Graaf, adjunct-griffier
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.