Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Van Duijvenvoorde en Van Houwelingen over het verwijderen van het dorp Moerdijk ten behoeve van de energietransitie
Vragen van de leden Van Duijvenvoorde en Van Houwelingen (beiden FVD) aan de Minister van Klimaat en Groene Groei over het verwijderen van het dorp Moerdijk ten behoeve van de energietransitie (ingezonden 13 november 2025).
Antwoord van Minister Hermans (Klimaat en Groene Groei), namens de Minister van Volkshuisvesting
en Ruimtelijke Ordening, de Minister van Infrastructuur en Waterstaat en de Staatssecretaris
van Infrastructuur en Waterstaat (ontvangen 29 januari 2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen,
vergaderjaar 2025–2026, nr. 541.
Vraag 1
Bent u bekend met het artikel over het opheffen van het dorp Moerdijk?1
Antwoord 1
Ja, dit artikel is bekend.
Vraag 2
Deelt u de zorgen van onder andere bewoners dat het opheffen van dit (eeuwenoude)
dorp een buitengewoon ingrijpende maatregel is?
Antwoord 2
Het kabinet erkent dat de impact van alle ontwikkelingen op ondernemers en inwoners
van zowel het dorp Moerdijk, inwoners van het buitengebied én van andere dorpskernen,
zeer groot is.
Vraag 3
Acht u het wenselijk dat (eeuwenoude) dorpen in Nederland verdwijnen om ruimte te
maken voor de energietransitie?
Antwoord 3
Het opheffen van een dorp of dorpskern is een hele zware keuze. Dit kan alleen indien
uit een integrale afweging blijkt dat er geen redelijke alternatieven zijn en voldoende
compenserende maatregelen genomen worden. Tegelijkertijd is Nederland vol en zijn
de opgaven groot. Om ook voor de toekomst voldoende ruimte te kunnen bieden aan een
groeiende economie en bevolking, is uitbreiding van het energienet en bedrijvigheid
noodzakelijk. Dat is nodig om woningen en bedrijven van stroom te kunnen voorzien.
Daarbij is in de Powerport regio Moerdijk ruimte nodig voor de verduurzaming en het
circulair maken van de industrie. Er zullen moeilijke keuzes gemaakt moeten worden,
waarbij lokale, regionale en landelijke belangen met elkaar afgewogen worden. Soms
betekent dit dat bepaalde functies zullen verdwijnen om plaats te maken voor andere.
Het opheffen van een dorp of dorpskern is daarbij een heel zwaar besluit dat niet
vaak genomen zal worden.
Vraag 4
Indien het antwoord op vraag 3 bevestigend luidt, kunt u aangeven hoe vaak dit naar
verwachting nog zal voorkomen?
Antwoord 4
Dit is een unieke situatie. Er zijn nu geen soortgelijke situaties voorzien.
Vraag 5
Indien het antwoord op vraag 3 ontkennend luidt, welke stappen onderneemt u om te
voorkomen dat dit gestelde precedent navolging krijgt in de toekomst?
Antwoord 5
Zie het antwoord op vraag 3.
Vraag 6
Hoe verhoudt het verwijderen van een dorp zich tot het huidige kabinetsbeleid dat
inzet op leefbare woonomgevingen, het behoud van gemeenschappen, het oplossen van
de wooncrisis en het behoud van erfgoed?
Antwoord 6
De inzet op een leefbare woonomgeving en behoud van gemeenschappen is het uitgangspunt.
Uit de technische analyse2 en het participatieproces3 is gebleken dat er voor de uitbreiding van de Powerport regio Moerdijk geen alternatief
is waarbij de leefbaarheid in het dorp Moerdijk niet aangetast wordt en het voortbestaan
op lange termijn gegarandeerd is. Het kabinet kijkt met de provincie en gemeente naar
het herhuisvesten van de inwoners van dorp Moerdijk, mocht besloten worden dat er
geen toekomst is voor het dorp.
Vraag 7
Deelt u de mening dat het verwijderen van een dorp in strijd is met het eigendomsrecht?
Antwoord 7
Het eigendomsrecht is het meest omvattende recht op een zaak, maar het is geen absoluut
recht. Dat betekent dat inbreuk op het eigendomsrecht kan worden gemaakt, maar alleen
onder strikte voorwaarden. Dat kan alleen door de overheid en als aan wettelijke eisen
is voldaan. Het gedwongen ontnemen van eigendomsrechten op onroerende zaken (bijvoorbeeld
woningen) heet onteigening. Onteigening kan alleen plaatsvinden in het algemeen belang
en tegen een volledige schadeloosstelling. Daarnaast verloopt een onteigening via
een zeer zorgvuldig proces, waarbij volledige rechtsbescherming is geborgd. Voorafgaand
aan een onteigening moet altijd worden geprobeerd om de onroerende zaken minnelijk
– dus met overeenstemming via een koop- of ruilovereenkomst – te verwerven. Bij minnelijke
verwerving wordt geen inbreuk op het eigendomsrecht gemaakt.
Vraag 8
Indien het antwoord op vraag 7 ontkennend luidt, waarom is het verwijderen van een
dorp volgens u niet in strijd met het eigendomsrecht?
Antwoord 8
Zie het antwoord op vraag 7.
Vraag 9
Vindt u dat de energietransitie zo ver mag gaan dat dorpen verwijderd mogen worden?
Antwoord 9
Zie het antwoord op vraag 3.
Vraag 10
Erkent u de dat bewoners in de praktijk geen mogelijkheden hebben om zo’n besluit
te voorkomen, terwijl het gaat over het verlies van hun woonplaats en gemeenschap?
Antwoord 10
Op dit moment betreft het bestuurlijke keuzes waarop bewoners geen directe mogelijkheid
hebben tot bezwaar en beroep. De inzet van de gemeente is vastgesteld in de gemeenteraad.
Hierbij hebben inwoners en ondernemers de mogelijkheid gehad tot inspreken. Voordat
een definitief besluit wordt genomen over waar de ontwikkelingen (energietransitie,
verduurzaming en circulair maken van industrie) binnen Powerport regio Moerdijk plaats
moeten vinden, zal een planologische procedure doorlopen worden waarbij belanghebbenden,
dus ook inwoners en ondernemers in Moerdijk, de mogelijkheid hebben om in bezwaar
en beroep te gaan.
Er is tot nu toe een zorgvuldig participatieproces doorlopen. Waarbij er in aanloop
naar het voorgenomen besluit van 1 december 2025, vanuit de Ontwerptafel Powerport
regio Moerdijk meerdere participatiebijeenkomsten georganiseerd. Inwoners, agrariërs,
bedrijven en het Havenbedrijf konden aangeven wat voor hen belangrijk is (hun randvoorwaarden
en condities). Ook in de volgende fase dient participatie een goede plek te krijgen.
Bij de uitwerking van randvoorwaarden en condities zal ruimte zijn om input van individuele
inwoners, agrariërs en bedrijven te betrekken. Op welke manier dit gaat gebeuren wordt
uitgewerkt in het plan van aanpak voor het vervolgproces.
Vraag 11
Bent u van mening dat het democratisch onwenselijk is dat een gemeentebestuur – in
samenwerking met provincie en Rijk – zulke beslissingen kan nemen zonder bindende
inspraak, zoals een referendum, onder de bewoners?
Antwoord 11
Nee, formele inspraak van inwoners geschiedt via de gemeenteraad volgens de wettelijke
democratische procedures. Daarnaast is er ook voor gekozen om, zoals hierboven reeds
aangegeven, bewoners op verschillende manieren uitvoerig te betrekken in het participatieproces.
Bovendien hebben het Kabinet en de regio afgesproken dat participatie ook in de volgende
fase een goede plek verdient. Op welke manier dit gaat gebeuren wordt uitgewerkt in
het plan van aanpak voor het vervolgproces.
Vraag 12
Vindt u het in het algemeen belang om (eeuwenoude) dorpen te verwijderen?
Antwoord 12
Zie het antwoord op vraag 3.
Vraag 13
Indien het antwoord op vraag 12 bevestigend luidt, waarom is dit in het algemeen belang?
Antwoord 13
Zie het antwoord op vraag 3.
Vraag 14
Indien het antwoord op vraag 12 ontkennend luidt, deelt u de mening idat het in het
algemeen belang is om historie, cultuur en erfgoed te beschermen en zodoende te staan
voor het behoud van een (eeuwenoud) dorp?
Antwoord 14
Zie het antwoord op vraag 3.
Vraag 15
Welke criteria zijn gehanteerd door het gemeentebestuur in samenwerking met het Rijk
om te bepalen dat het verwijderen van het dorp Moerdijk noodzakelijk is?
Antwoord 15
Het gemeentebestuur heeft een eigen afweging gemaakt, ter voorbereiding van het Bestuurlijk
Overleg Powerport regio Moerdijk dat op 1 december 2025 heeft plaatsgevonden. Het
kabinet en de regio hebben op 11 juni 2025 de afspraak gemaakt om op 1 december 2025
een voorkeur uit te spreken voor de ontwikkelrichting in Moerdijk. De stukken van
de gemeente ter onderbouwing van het raadsbesluit staan op de website van de gemeente
Moerdijk4.
Vraag 16
In hoeverre is er sprake van een systematisch onderzoek waarin alternatieve locaties
voor nieuwe energie-infrastructuur met elkaar zijn vergeleken?
Antwoord 16
Voordat een definitief besluit wordt genomen over waar de ontwikkelingen plaats moeten
vinden, zal een planologische procedure doorlopen worden. Daarbij zullen belanghebbenden,
dus ook inwoners en ondernemers in Moerdijk, de mogelijkheid hebben om in bezwaar
en beroep te gaan. In deze planologische procedure zal nader onderzoek plaatsvinden
naar verschillende alternatieve locaties om de benodigde ruimte voor energie-infrastructuur,
verduurzaming en circulair maken van industrie te faciliteren.
In het Programma Energiehoofdstructuur5 (PEH) is eerder in kaart gebracht hoeveel ruimte nodig is voor energie-infrastructuur
in Nederland richting 2050. De toekomstige ruimtebehoefte concentreert zich vooral
in en rondom industrieclusters, waaronder Moerdijk. In de ontwerp-Nota Ruimte6 staat het belang van het samenbrengen van vraag en aanbod van energie en grondstoffen.
Dit kan betekenen dat op sommige plekken de ruimtevraag of de impact op de ruimte
en leefomgeving hoger wordt, om de druk op de leefomgeving op andere plekken te beperken.
Vraag 17
In hoeverre en op welke manier zijn bewoners van het dorp Moerdijk bij dit besluit
betrokken geweest?
Antwoord 17
In aanloop naar het voorgenomen besluit van 1 december 2025, zijn er vanuit de Ontwerptafel
Powerport regio Moerdijk meerdere participatiebijeenkomsten georganiseerd. Tijdens
deze bijeenkomsten zijn inwoners geïnformeerd over Powerport regio Moerdijk en beide
zoekrichtingen. Inwoners, agrariërs, bedrijven en het Havenbedrijf konden aangeven
wat voor hen belangrijk is (hun randvoorwaarden en condities). Er is gesproken met
inwoners welke gevolgen de twee zoekrichtingen hebben voor hen en wat er voor hen
geregeld moet worden mocht één van de zoekrichtingen daadwerkelijk worden gekozen.
De gesprekken hebben plaatsgevonden met inwoners en ondernemers in beide zoekrichtingen:
Zevenbergschen Hoek (24 september 2025), het buitengebied (25 september 2025), Moerdijk
(1 oktober 2025), Zevenbergen (2 oktober 2025) en Klundert (6 oktober 2025). Voor
deze brede bijeenkomsten zijn alle inwoners uitgenodigd. De uitkomst van de participatie
is te lezen op de website van de gemeente7. De inhoud is geverifieerd met verschillende vertegenwoordigingen van inwoners, voordat
deze is meegenomen als input voor het besluit van 1 december 2025.
Er is tot nu toe een zorgvuldig participatieproces doorlopen. Ook in de volgende fase
dient participatie een goede plek te krijgen. Bij de uitwerking van randvoorwaarden
en condities zal ruimte zijn om input van individuele inwoners, agrariërs en bedrijven
te betrekken. Op welke manier dit gaat gebeuren wordt uitgewerkt in het plan van aanpak
voor het vervolgproces.
Vraag 18
Welke wettelijke grondslag is er voor het verwijderen van het dorp en hoe zal dit
eruit komen te zien in de praktijk?
Antwoord 18
De overheid kan met de Omgevingswet een ruimtelijke keuze maken en een andere functie
toedelen aan een gebied of een locatie. Als deze functie concreet is uitgewerkt in
een omgevingsplan, projectbesluit of in een omgevingsvergunning voor een buitenplanse
omgevingsplanactiviteit geeft dit de overheid, indien nodig, een zogenaamd onteigeningsbelang
dat op grond van de Omgevingswet nodig is voor onteigening. Zie hiervoor ook het antwoord
op vraag 7.
Vraag 19
Indien tot verwijdering van het dorp wordt overgegaan, hoe worden de 1.100 bewoners
dan concreet gecompenseerd en wordt hierin (im)materiële schade door ontheemding meegenomen,
denk aan psychische belasting, verlies van gemeenschap, voorzieningenverlies en de
effecten op het woon-werkverkeer?
Antwoord 19
Het kabinet en de regio erkennen dat de impact voor bewoners groot is en duidelijkheid
en inwonersperspectief op korte termijn nodig is. Daarom zorgen het kabinet en de
regio ervoor dat, parallel aan het gebiedsplan, een rechtvaardig en menselijk pakket
van randvoorwaarden wordt uitgewerkt en tijdig geëffectueerd wordt voor inwoners en
bedrijven in het gebied van de ontwikkelrichting. Er wordt daarin meegenomen dat blijven
moet lonen om zo de leefbaarheid in het dorp te behouden, maar dat er wel de mogelijkheid
moet zijn om te kunnen vertrekken.
Het kabinet en de regio hebben op 1 december 2025 afgesproken om gezamenlijk een pakket
van randvoorwaarden uit te zoeken, gegeven de forse impact van de besluitvorming op
bewoners (kopers en huurders), ondernemers en de structurele (sociale) leefbaarheid
en brede welvaart in de omgeving. Dit wordt onderdeel van het principebesluit over
de voorkeur van de ontwikkelrichting in juni 2026 en de vaststelling van het nog op
te stellen gebiedsplan.
In 2026 zal daarnaast een analyse gestart worden naar de emotionele en sociale impact
van de keuze voor een van de ontwikkelrichtingen. De uitkomst van deze analyse vormt
één van de bouwstenen voor de nog op te stellen transitiestrategie.
Vraag 20
Hoe wordt er – nota bene tijdens een wooncrisis – gezorgd voor een nieuwe, passende
woonruimte voor 1.100 bewoners?
Antwoord 20
Hierover gaat het kabinet in overleg met betrokken gemeenten en provincie. Daarbij
zou een besluit over dat het dorp moet verdwijnen niet betekenen dat het dorp in één
keer weg moet. De eerste werkzaamheden voor energieprojecten vinden plaats rond 2030,
de uitbreiding van het haven- en industriecluster begint naar verwachting pas na 2035.
Vraag 21
Zijn er plannen om in de toekomst andere woongebieden te verwijderen ten behoeve van
de energietransitie?
Antwoord 21
Zie het antwoord op vraag 4.
Vraag 22
Indien het antwoord op vraag 21 bevestigend luidt, kunt u aangeven om welke plannen
dit gaat?
Antwoord 22
Zie het antwoord op vraag 4.
Vraag 23
Bent u bereid te onderzoeken of – samen met provincie Noord-Brabant en de gemeente
Moerdijk – alternatieven ontwikkeld kunnen worden die het behoud van het dorp Moerdijk
waarborgen?
Antwoord 23
Voorafgaand aan het participatieproces zijn alle denkbare alternatieven gewogen, waarbij
alleen de oostelijke en zuidoostelijke richting als reële alternatieven voor de ontwikkelrichting
van haven- en industriecluster Moerdijk overbleven. Andere alternatieven zullen niet
opnieuw onderzocht worden.
Vraag 24
Kunt u deze vragen zo spoedig mogelijk en afzonderlijk van elkaar beantwoorden?
Antwoord 24
Ja, de vragen zijn afzonderlijk van elkaar beantwoord.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
S.T.M. Hermans, minister van Klimaat en Groene Groei -
Mede namens
M.C.G. Keijzer, minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
Mede namens
A.A. Aartsen, staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat -
Mede namens
R. Tieman, minister van Infrastructuur en Waterstaat
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.