Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Clemminck en Van den Berg over het slopen van het dorp en de gemeenschap Moerdijk
Vragen van de leden Clemminck en Van den Berg (beiden JA21) aan de Ministers van Klimaat en Groene Groei en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over het slopen van het dorp en de gemeenschap Moerdijk (ingezonden 27 november 2025).
Antwoord van Minister Hermans (Klimaat en Groene Groei), mede namens de Ministers
van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening en van Infrastructuur en Waterstaat en
de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat (ontvangen 29 januari 2026).
Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 652.
Vraag 1
In hoeverre deelt u de analyse dat ruimtegebruik van de energietransitie oorzaak is
voor het mogelijk verdwijnen van Moerdijk?
Antwoord 1
Het kabinet en de regio hebben nog geen besluit genomen over het mogelijk verdwijnen
van het dorp Moerdijk. Het kabinet en de regio zijn voornemens om in juni 2026 een
gezamenlijke voorkeur uit te spreken voor waar de ontwikkelingen van het haven- en
industriecluster Moerdijk gerealiseerd gaan worden. Een definitief besluit over waar
de ontwikkelingen gaan plaatsvinden wordt pas genomen na vaststelling van een gebiedsplan.
Bij het Bestuurlijk Overleg Leefomgeving1 (BOL) van 2025 hebben het kabinet en de regio afgesproken om ruimte te bieden aan
de energietransitie (installaties en tracés voor kabels en leidingen) en autonome
groei van bedrijvigheid, waaronder verduurzaming en circulair maken van de bestaande
industrie. Hiervoor wordt (deels) gekeken naar ruimte buiten het haven- en industriecluster
Moerdijk en het Amercentrale-terrein in Geertruidenberg. Op basis van de verrichte
technische studies (fase 2B2) hanteren het kabinet en de regio voor de voornoemde onderdelen een indicatieve ruimtevraag
van 700 hectare voor de gehele Powerport regio. De concrete invulling van de ruimtevraag
wordt nader uitgewerkt.
Vraag 2
Kunt u aangeven hoeveel extra ruimtegebruik de energietransitie vraagt in Nederland
tot aan 2040?
Antwoord 2
De energietransitie vraagt extra ruimte overal in Nederland. Dit is nodig om netcongestie
op te lossen en onze onafhankelijkheid te waarborgen. Deze ruimtevraag wordt vooral
gebundeld in en rondom de haven- en industrieclusters, zoals aangegeven in de ontwerp-Nota
Ruimte3. Het precieze extra ruimtegebruik tot aan 2040 in deze clusters is afhankelijk van
de economische ontwikkeling en de keuzes in het energiesysteem. Met het Programma
Energiehoofdstructuur4 (PEH) is de verwachte ruimtevraag in kaart gebracht voor de energietransitie in de
haven- en industrieclusters tot en met 2050.
Vraag 3
In hoeverre heeft u in kaart waar deze extra ruimtevraag in Nederland nodig is, en
kunt u deze delen? Zo ja, welke daar nu bestaande functies zoals wonen, bedrijven,
landbouw moeten daardoor verdwijnen?
Antwoord 3
Zie het antwoord op vraag 2. Binnen de haven- en industrieclusters en andere NOVEX-gebieden
worden verschillende functies (waaronder wonen, bedrijven, landbouw en energie) integraal
afgewogen. Per gebied wordt daarin gekeken wat, alles overwegend, de beste manier
is om nieuwe ruimtevragers in te passen. Deze aanpak volgen we ook in het haven- en
industriecluster Moerdijk.
Vraag 4
Op welke manier neemt u de extra ruimtevraag en het verdwijnen van hele gemeenschappen
mee in de veelgeprezen versterking van de «brede welvaart» afweging?
Antwoord 4
Het kabinet en de regio hebben bij het BOL van 2025 afgesproken dat een strategische
uitbreiding alleen kan als de brede welvaart en leefbaarheid gelijktijdig, geloofwaardig
en structureel versterkt worden. Brede welvaart is een expliciet onderdeel van het
nog op te stellen gebiedsplan.
Vraag 5
In hoeverre deelt u de mening dat kernenergie per eenheid opgewekte elektriciteit
aanzienlijk minder ruimte vergt dan een energietransitie die primair is gebaseerd
op wind- en zonne-energie, mede gelet op internationale studies waaruit blijkt dat
kernenergie per eenheid elektriciteit 18 tot 27 maal minder land vereist dan zonne-energie5?
Antwoord 5
Het kabinet deelt de opvatting over dat kernenergie minder ruimte vergt per eenheid
opgewekte elektriciteit, in relatie tot andere energiebronnen zoals wind- en zonne-energie.
Het verschil tussen het ruimtegebruik op land van kernenergie en windenergie geproduceerd
op zee is echter klein. Converterstations voor aanlandingen van wind op zee hebben
een relatief klein ruimtegebruik op land. Voor een robuust, duurzaam en betaalbaar
energiesysteem is een diverse energiemix essentieel, met daarin voldoende ruimte voor
wind, zon en kernenergie. Per onderdeel van het energiesysteem worden de best geschikte
locaties gezocht, waarin de overkoepelende ruimtelijke keuzes voor het energiesysteem
gemaakt worden via het PEH.
Vraag 6
Kunt u daarbij aangeven of bij de ruimtelijke beoordeling een scenario met substantiële
kernenergieproductie is onderzocht, wat dit zou betekenen in termen van hectares ruimtebesparing
voor de regio Moerdijk en voor Nederland, en – indien dat niet het geval is – of u
bereid bent dit alsnog te (laten) berekenen en met de Kamer te delen?
Antwoord 6
In het eerste PEH en het Nationaal Plan Energiesysteem (NPE) zijn ook scenario's met
substantiële hoeveelheden kernenergie onderzocht. Ook wanneer er relatief veel kernenergie
ontwikkeld wordt, blijft het een aanvulling op zon en windenergie en blijft er dus
ruimte nodig voor o.a. de aanlanding van wind op zee. Nederland heeft een verzameling
aan energiebronnen nodig om energieonafhankelijkheid, leveringszekerheid en verduurzaming
te borgen. Het kabinet zet daarom in op een verdere opschaling van wind op zee en
kernenergie.
Vraag 7
Welke rol speelt ruimtegebruik bij uw afweging voor de energietransitie?
Antwoord 7
Het energiesysteem en de transitie van fossiele naar duurzame bronnen zijn complexe
vraagstukken met veel verschillende onderdelen die afhankelijk zijn van elkaar. Middels
het NPE worden keuzes over de energiemix van het toekomstige energiesysteem gemaakt,
via het PEH worden keuzes gemaakt over het ruimtegebruik en de locaties van de onderdelen
van het energiesysteem. Ruimtegebruik is een van de factoren die meeweegt in het maken
van keuzes voor het energiesysteem van de toekomst, net als verschillende andere publieke
belangen zoals betaalbaarheid, duurzaamheid en leveringszekerheid.
Vraag 8
Ziet u mogelijkheden om de inwoners van de kern Moerdijk opnieuw te vestigen binnen
de gemeente Moerdijk in één van de andere woonkernen? Zo ja, wat gaat u doen om dit
mogelijk te maken?
Antwoord 8
Het kabinet en de regio werken een transitiestrategie uit met én voor de inwoners
in het gebied, passend bij het principebesluit waarvan het voornemen is dit in juni
2026 te nemen. Hierin is oog voor de verschillende wensen van de betrokken inwoners
en het behouden van de leefbaarheid en voorzieningenniveau in het dorp. Binnen deze
transitiestrategie kan ook worden onderzocht of het mogelijk is om inwoners van de
kern Moerdijk elders in de regio te huisvesten.
Vraag 9
Hoe wordt geborgd dat basisvoorzieningen zoals de basisschool, sportverenigingen,
zorgpost en supermarkt tot het einde openblijven?
Antwoord 9
Zie het antwoord op vraag 8.
Vraag 10
Hoe verhoudt het besluit om de dorpskern Moerdijk te schrappen zich tot de vastgestelde
zoekgebieden in het Programma Energiehoofdstructuur (PEH) en het Nationaal Plan Energiesysteem
(NPE)?
Antwoord 10
Zie het antwoord op vraag 1, er is geen besluit genomen om de dorpskern Moerdijk te
schrappen. Het PEH is de ruimtelijke doorvertaling van het NPE. De ruimtevraag die
in kaart is gebracht in het PEH is onderdeel van de bredere opgave voor de Powerport
regio Moerdijk. In de bredere opgave voor Powerport Regio Moerdijk valt ook de ruimtevraag
voor de groei van bedrijvigheid, het verduurzamen en circulair maken van de industrie.
Vraag 11
Wat is het totale ruimtebeslag van de Powerportopgave per onderdeel (stations, kabels,
opslag, waterstof- en CO2-leidingen, havenlogistiek) en hoe verklaart u het verschil tussen de 28 hectare (ha)
voor het 380/150/20 kV-station6 en de 400–500 ha die de gemeente noemt voor de totale opgave?
Antwoord 11
Zie het antwoord op vraag 1. De verdeling is te vinden in de technische studie7 van de Ontwerptafel Powerport regio Moerdijk. Het kabinet en de regio hanteren daarin
een indicatieve ruimtevraag van 700 ha, nodig voor de verduurzaming en het circulair
maken van bedrijvigheid en de energietransitie. De 28 ha die benodigd is voor het
hoogspanningsstation dat gebouwd moet worden is onderdeel van die totaalopgave.
Vraag 12
In hoeverre is de sloop van het dorp nodig voor de logistieke uitbreiding (PowerPort)
in plaats van alleen voor energie-infrastructuur?
Antwoord 12
Powerport is de benaming voor de gehele ontwikkeling in de regio Moerdijk. Een groot
deel van de ruimtevraag komt voort uit de autonome groei van bedrijvigheid (waaronder
het circulair maken van de industrie) en logistiek. In de technische studie genoemd
bij het antwoord op vraag 11 is een nadere uitwerking van de ruimtevraag te vinden.
Vraag 13
Wat zijn de geraamde totale kosten van het opheffen van Moerdijk, uitgesplitst naar
(a) verwerving en taxatie van 1.100 woningen/bedrijven en compensatie voor immateriële
schade, (b) verplaatsing van publieke voorzieningen zoals school, sport en begraafplaats,
(c) aanleg van de nieuwe energie-infrastructuur en (d) leefbaarheids- en gebiedsfonds?
Hoe wordt dit gefinancierd (Rijk, provincie, havenbedrijf, TenneT/Enexis) en zijn
hiervoor middelen gereserveerd in de Rijksbegroting?
Antwoord 13
Hier moet nader onderzoek naar worden gedaan. Als onderdeel van de besluitvorming
op 1 december jl. heet het kabinet een eenmalige bijdrage toegekend van € 17 miljoen
om de garantiewaarde van de Moerdijkregeling te verhogen van 95% tot 100%. Een verdere
verkenning naar de totale kosten en de verdeling hiervan over partijen moet nog worden
uitgevoerd en wordt onderdeel van het te nemen principebesluit in juni 2026.
Vraag 14
Hoe worden de kosten van onteigening, verplaatsing en leefbaarheidsmaatregelen op
project- en systeemniveau bijgehouden en betrokken bij de nationale kosten-batenanalyse?
Bent u bereid een openbaar register in te richten waarin alle ruimtelijke kosten (grondaankoop,
onteigening, waardedaling, leefbaarheidsfondsen, juridisch verweer) worden vastgelegd?
Antwoord 14
Dit is onderdeel van de nog uit te werken transitiestrategie en financiële afspraken.
Een openbaar register is geen onderdeel van deze financiële afspraken.
Vraag 15
Wie heeft de regie in dit project? Het participatieplan vermeldt dat TenneT en Enexis
initiatiefnemer zijn en dat het Ministerie van Klimaat en Groene Groei het bevoegd
gezag is8. Wat is de rol van de Minister van Binnenlandse Zaken, de Minister van Infrastructuur
en Waterstaat, de provincie Noord-Brabant en de gemeente Moerdijk? Wie beslist uiteindelijk
over de opheffing van het dorp en wie over de inrichting van het gebied?
Antwoord 15
Uitwerking van de uitbreiding van Powerport Moerdijk vindt plaats onder regie van
alle betrokken overheden: Rijksoverheid (KGG, IenW en VRO), provincie Noord-Brabant,
Gemeenten Moerdijk, Drimmelen en Geertruidenberg en waterschap Brabantse Delta. Deze
partijen beslissen ook gezamenlijk over de toekomst van het dorp Moerdijk.
Het participatieplan waar naar verwezen wordt heeft betrekking op de realisatie van
een nieuw hoogspanningsstation waarvoor Enexis en TenneT de initiatiefnemers zijn.
De Minister van KGG is in afstemming met de Minister van VRO het bevoegd gezag voor
het Projectbesluit van dit hoogspanningsstation. Het hoogspanningsstation is slechts
een klein onderdeel van de gehele uitbreiding binnen de Powerport regio Moerdijk.
Vraag 16
Acht u het maatschappelijk en juridisch wenselijk dat de energietransitie gepaard
gaat met het verwijderen van dorpen? Welke precedenten bestaan er in Nederland of
elders en wat zijn de belangrijkste lessen?
Antwoord 16
Nederland is druk en de opgaven zijn groot. Om ook voor de toekomst voldoende ruimte
te kunnen bieden aan groeiende economie en bevolking is uitbreiding van het energienet
noodzakelijk. Dat is nodig om woningen en bedrijven van stroom te kunnen voorzien.
Er zullen moeilijke keuzes gemaakt moeten worden, waarbij lokale, regionale en landelijke
belangen met elkaar afgewogen worden. Soms betekent dit dat bepaalde functies zullen
verdwijnen om plaats te maken voor andere. Het opheffen van een dorp of dorpskern
is daarbij een heel zwaar besluit dat niet vaak genomen zal worden. Dat kan alleen
indien uit een integrale afweging blijkt dat er geen redelijke alternatieven zijn
en er voldoende compenserende maatregelen genomen worden.
Er is in Nederland geen precedent waarbij op deze schaal een dorp of dorpskern is
verplaatst voor energie-infrastructuur, maar het komt wel degelijk voor dat woningen
of andere functies soms plaats moeten maken voor infrastructuur of andere ontwikkelingen.
Daarbij zijn naast goed overleg tussen alle betrokken overheden, inwoners en andere
partijen ook een goede afweging van alternatieven, maatschappelijke kosten en baten
en compenserende maatregelen van belang.
Vraag 17
Acht u dat de grote ruimtelijke claim van een 100% hernieuwbaar energiescenario aanleiding
is om, conform het NPE dat wind, zon en kernenergie als mix benoemt9 en een opschaling naar 70 GW wind op zee en 3,5–7 GW kernenergie voorziet, het energiesysteem
te herijken en extra kernenergie of andere compacte bronnen toe te voegen?
Antwoord 17
Het NPE wordt op dit moment geactualiseerd. Het kabinet verwacht dit te publiceren
met Prinsjesdag 2026. Onderdeel van de actualisatie is ook een herijking van de verwachte
benodigde capaciteiten aan wind, zon en kernenergie, waarin ook de verhouding tussen
productie in Nederland en import een rol speelt. Het ruimtebeslag van energiebronnen
is een van de factoren op basis waarvan besluiten worden genomen over de toekomst
van het energiesysteem en de samenstelling van de energiemix.
Vraag 18
Kunt u deze vragen een voor een beantwoorden?
Antwoord 18
Ja, de vragen zijn één voor één beantwoord.
Vraag 19
Kunt u deze vragen beantwoorden vóór het nog in te plannen plenaire debat over Moerdijk?
Antwoord 19
Ja.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
S.T.M. Hermans, minister van Klimaat en Groene Groei -
Mede namens
A.A. Aartsen, staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat -
Mede namens
M.C.G. Keijzer, minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
Mede namens
R. Tieman, minister van Infrastructuur en Waterstaat
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.