Schriftelijke vragen : De milieueffectrapportage van Tata Steel
Vragen van de leden Kostić en Teunissen (beiden PvdD) aan de Minister van Klimaat en Groene Groei en de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat over de milieueffectrapportage van Tata Steel (ingezonden 28 januari 2026).
Vraag 1
Wat vindt u ervan dat in het Heracless plan in de MER uitgegaan is van een productievolume
van 6,8 megaton (Mton) vloeibaar staal per jaar (deel B, p.9), terwijl in de Joint
Letter of Intent (JLOI) wordt uitgegaan van een maximum productiecapaciteit van 5,83
Mton per jaar (AMVI advies, p.8)?
Vraag 2
Welke afspraak gaat u maken met Tata Steel over de hoeveelheid vloeibaar staal die
in de toekomst geproduceerd zal worden?
Vraag 3
Waarom zou een vergunning worden aangevraagd, met de MER als basis, die meer productie
aanneemt dan is afgesproken in de JLOI?
Vraag 4
Als een vergunning aangevraagd wordt op basis van deze MER, welke juridische borging
heeft u dan dat het productievolume beperkt zal worden tot 5,83 Mton/jaar? Welke instantie
zal hierop handhaven?
Vraag 5
Kan de gereduceerde productiecapaciteit van vloeibaar staal na de maatwerkafspraken
in IJmuiden worden gecompenseerd door import van slabs van andere staalfabrieken?
Wat is dan het effect van de wereldwijde CO2-uitstoot?
Vraag 6
Wat vindt u van «de ambitie van Tata Steel om na realisatie van dit voornemen ook over te gaan tot
vervanging van Hoogoven 6 en de productiecapaciteit terug te verhogen» (deel B, p.9)? Hoe verhoudt zich dit met de JLOI waarin subsidie wordt gegeven voor
CO2-reductie die voor 19% wordt behaald door het terugschroeven van de productiecapaciteit?
Hoe garandeert u precies dat deze CO2-reductie permanent is?
Vraag 7
Wat vindt u ervan dat zelfs in het meest gunstige geval «De DRI-fabriek kan ongeveer 80% aan waterstof gebruiken voor de reductie, verder aan
te vullen met aardgas» (deel B, p.43), en er dus altijd nog 20% aardgas zal worden gebruikt? Hoe strookt
dit met de ambitie van Nederland om op termijn weg te bewegen van fossiele brandstoffen?
Vraag 8
Wat vindt u ervan dat Tata Steel in de MER aangeeft dat «Met Heracless gaat het aandeel schroot omhoog naar circa 28%», of 27% als de WSA-definitie wordt gebruikt (deel B, p.48), terwijl in de JLOI wordt
afgesproken dat het aandeel schroot naar 30% gaat in 2030 (artikel 3.3.a)?
Vraag 9
Welke juridische borging heeft dit kabinet om te zorgen dat het aandeel schroot daadwerkelijk
tot tenminste 30% wordt verhoogd, als de vergunningsaanvraag gebaseerd wordt op de
MER waarin 27% is aangegeven?
Vraag 10
Hoe stroken deze berekeningen met elkaar:
– MER: de jaarlijkse CO2-uitstoot zal dalen met 4,3 Mton door Heracless, plus 0,8 Mton die in eerste instantie
door een lager productievolume zal komen en in een later stadium door carbon capture and storage (CCS) (deel C, p.25);
– JLOI: de jaarlijkse CO2-uitstoot zal dalen met 5,4 Mton plus 0,6 Mton door CCS (AMVI advies, p.8)?
Vraag 11
Wat vindt u ervan dat ook de commissie MER (p.32)1 signaleert dat onduidelijk is hoe de CO2 emissiereductie is opgebouwd in de MER en hoe deze rijmt met de afspraken in de JLOI?
Vraag 12
Wie is verantwoordelijk voor het vergelijken van de afspraken in de JLOI en de vergunningaanvraag
(inclusief MER)? Hoe is dit tot nu toe gebeurd en wat wordt er gedaan met discrepanties
tussen de twee documenten?
Vraag 13
Hoe komt het dat volgens de MER de inzet van waterstof een extra CO2-reductie oplevert van ongeveer 1,1 miljoen ton ten opzichte van het gebruik van uitsluitend
aardgas (deel E, p.6), terwijl volgens de JLOI de inzet van waterstof in plaats van
biomethaan (chemisch identiek aan aardgas) leidt tot een extra uitstoot van 0,1 miljoen
ton CO2 per jaar (AMVI, p.8)?
Vraag 14
Hoe strookt de opmerking «Een GER maakt echter geen onderdeel uit van het MER of van de besluitvormingsprocedures
voor Heracless» (deel D, p.3) met de aangenomen motie Thijssen c.s. (Kamerstuk 28 089, nr. 307) dat alle adviezen van de Expertgroep Gezondheid (waaronder het advies om een gezondheidseffectrapportage
op te stellen) een harde voorwaarde moeten zijn voor maatwerkafspraken?
Vraag 15
Aangezien de Staatssecretaris heeft gezegd dat er een gezondheidseffectrapportage
(GER) zou kunnen worden opgesteld als de MER er is en de Kamer zo’n GER eist voordat
afspraken worden gemaakt, wanneer wordt het gezondheidseffectrapportage naar de Kamer
gestuurd?
Vraag 16
Waarom bestaat er een discrepantie tussen het waterverbruik zoals beschreven in deel
B (p.32: zeewater, brak oppervlaktewater, zout grondwater, zoet water in het referentiescenario
respectievelijk 25%, 69%, 1%, 4%) en deel C (64%, 13%, 6%, 17%) van de MER? Kunt u
in een tabel weergeven in absolute getallen en percentages hoeveel water jaarlijks
wordt gebruikt per type?
Vraag 17
Wat vindt u ervan dat Tata aangeeft dat de immissies van Kwik en Cadmium volgens de
MER dalen (deel C, p.193), terwijl de emissies van diezelfde stoffen stijgen (detailstudie
luchtkwaliteit, p.39 vs p.48), en dat dit zou zijn omdat de emissies gebaseerd zijn
op garantiewaarden die «vertegenwoordigen doorgaans een bovengrens van de emissies die in de praktijk gehaald
worden» (deel C, p.192)? Welke onderbouwing is er voor de daling in immissies, aangezien
de detailstudie luchtkwaliteit alleen ingaat op de stijgende emissies?
Vraag 18
Wat maakt u van de opmerking over EU ETS dat «Dit systeem dwingt bedrijven zo om hun CO2-uitstoot stap voor stap terug te brengen tot nul in 2057» (deel A, p.6)? Is het niet zo dat bedrijven onder EU Emissions Trading System (EU
ETS) in 2040 al geen nieuwe rechten meer krijgen?
Vraag 19
Hoe plaatst u de opmerking over de kooksgasfabriek 2 dat «Eventuele ontmanteling valt buiten beschouwing van dit MER» (deel B, p. 83)? Welke afspraken gaat u maken in de JLOI over ontmanteling van de
Kooks- en Gasfabrieken 2 (KGF2) en Hoogoven 7?
Vraag 20
Welke juridische borging heeft de Minister dat de ernstig verouderde, gifitige en
lekkende kooksgasfabriek 2 ook echt definitief dicht zal gaan? Hoe kunt u garanderen
dat hier niet, zoals bijvoorbeeld bij gaswinnnig in Groningen is gebeurd, steeds weer
productie zal plaatsvinden omdat het op dat moment nodig wordt geacht?
Vraag 21
Wat vindt u van de intentie van Tata Steel om toegenomen stikstofuitstoot tijdens
de aanlegfase van de nieuwe fabrieken intern te salderen, omdat «de extra stikstofuitstoot van Heracless wordt gecompenseerd door vermindering van
stikstof op andere plekken binnen het bedrijf» (deel E, p.56)? Hoe strookt dit met de uitspraak van de Raad van State dat intern
salderen niet meer onvergund mogelijk is (graag een juridische onderbouwing)? Hoe
kan Tata Steel hierop rekenen zonder dat de vergunningen uit «mandje 3» zijn aangevraagd
voor de ingebruikname van nieuwe fabrieken?
Vraag 22
Wat vindt u ervan dat «De opgeslagen hoeveelheden ertsen, kolen en andere stoffen veranderen niet significant.» (deel B, p.108)? Deelt u de mening dat het wenselijk is deze opslagen significant
te reduceren, vooral waar de opslag niet overdekt wordt, gezien de gigantische hoeveelheid
verwaaiing van deze grondstoffen (100 miljoen kilo per jaar volgens deel B p.31)?
Zo nee, waarom niet?
Vraag 23
Wat vindt u ervan dat de productie van kolengestookte Hoogoven 6 als gevolg van Heracless
zou stijgen met 12% van 2,5 naar 2,8 Mton per jaar (deel B, p.109)?
Vraag 24
Wat vindt u ervan dat van de 12 stoffen waarvoor nu een doel is afgesproken of in
onderhandeling is in de JLOI (arseen, benzeen, benzo[a]pyreen, cadmium, chroom, chroom
VI, dioxines, kwik, lood, mangaan, nikkel, vanadium), er maximaal 3 gehaald kunnen
worden in lijn met het advies van de Expertgroep Gezondheid IJmond (lood, vanadium,
mangaan)? Hoe strookt dit met de aangenomen motie Thijssen c.s. (Kamerstuk 28 089, nr. 307) dat het overnemen van alle adviezen van de Expertgroep Gezondheid een harde voorwaarde
moet zijn voor maatwerkafspraken?
Vraag 25
Waarom stelt u een onafhankelijke Expertgroep in als u vervolgens driekwart van de
adviezen die zij geven in de wind slaat?
Vraag 26
Kunt u bevestigen dat u voor de stoffen waar nog geen afspraken over zijn gemaakt
(Thallium, VOS, Polychloorbifenylen) zult inzetten op het behalen van de doelwaarden
in lijn met het advies van de Expertgroep Gezondheid?
Vraag 27
Wat vindt u ervan dat de Commissie voor de milieueffectrapportage constateert dat
in het door Tata Steel ingediende MER «belangrijke cijfers en verklaringen» over processen
en de impact op het milieu en de leefomgeving ontbreken?
Vraag 28
Bent u het met de plaatsvervangend voorzitter van de Commissie voor de milieueffectrapportage
eens dat voor omwonenden het glashelder moet zijn of, en welke gezondheidswinst er
precies is? Zo ja, hoe gaat u dat dan waarborgen dat er onafhankelijk in kaart wordt
gebracht wat de gezondheidswinst is, voordat er eventueel afspraken worden gemaakt?
Zo nee, waarom niet?2
Vraag 29
Wat vindt u van het feit dat de chief financial officer van Tata Steel Ltd. (TSL) (Indiase moedermaatschappij van Tata Steel IJmuiden) in
een investor call onlangs sprak over veranderingen in beleid die zij als voorwaarden
hebben gesteld aan de subsidie, waaronder nettarieven, elektriciteitskosten en een
verbod op kolen3? Waarom zegt u in eerdere beantwoording dat «De JLoI geeft TSL geen ruimte om nationaal beleid te beïnvloeden»4 als zij letterlijk zeggen dat ze veranderingen in beleid als voorwaarde hebben gesteld?
Welke beleidsveranderingen vraagt TSL precies en wat is uw reactie op elk daarvan?
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
Ines Kostić, Tweede Kamerlid -
Mede ondertekenaar
Christine Teunissen, Tweede Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.