Schriftelijke vragen : Vrijheidsbeperkende maatregelen en hulpmiddelen
Vragen van het lid Westerveld (GroenLinks-PvdA) aan de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid over vrijheidsbeperkende maatregelen en hulpmiddelen (ingezonden 28 januari 2026).
Vraag 1
Bent u ervan op de hoogte dat er vrijheidsbeperkende hulpmiddelen bestaan voor kwetsbare
doelgroepen met moeilijk verstaanbaar gedrag, waaronder gedetineerden, ggz-patiënten,
personen met autisme en personen met een verstandelijke beperking, zoals bijvoorbeeld
een veiligheidshelm met een slot om te voorkomen dat de patiënt zelfstandig de helm
kan afzetten?1 Kunt u omstandigheden of situaties noemen waarin het gebruik van deze hulpmiddelen
gerechtvaardigd is?
Vraag 2
Is het gebruik van dergelijke hulpmiddelen toegestaan? Welke wetten, regelgeving en
richtlijnen gelden voor de inzet van dergelijke hulpmiddelen zoals een veiligheidshelm
met een slot? Kunt u dit per doelgroep uiteenzetten? Welke eisen worden gesteld aan
personeel dat deze hulpmiddelen inzet? Hoe is het toezicht erop geregeld?
Vraag 3
Welke andere hulpmiddelen worden in de praktijk ingezet, in het bijzonder bij de eerder
genoemde doelgroepen? Waar worden deze hulpmiddelen ingezet?
Vraag 4
Hoe verhouden dergelijke hulpmiddelen zich tot mensenrechtenverdragen en het VN-Verdrag
Handicap?
Vraag 5
Worden vrijheidsbeperkende hulpmiddelen ook bij kinderen en jongeren ingezet? Gebeurt
dit in praktijk en zo ja, bij welk type instelling en onder welke voorwaarden?
Vraag 6
Op welke manier worden de rechten van patiënten en cliënten geborgd bij het voornemen
om deze hulpmiddelen te gebruiken of het inzetten van dergelijke hulpmiddelen? Hoe
worden patiëntenrechten in de praktijk gewaarborgd, aangezien het hier gaat over patiënten
en cliënten die al in een afhankelijkheidsrelatie zitten? Hoe worden rechten geborgd
van patiënten die zich niet verbaal kunnen uiten, bijvoorbeeld omdat zij niet kunnen
praten?
Vraag 7
Deelt u de mening dat personeelstekort geen reden mag zijn om dergelijke vrijheidsbeperkende
hulpmiddelen toe te passen?
Vraag 8
Bestaan er onderzoeken naar de inzet van dergelijke hulpmiddelen, in het bijzonder
de wenselijkheid en effectiviteit ervan?
Vraag 9
Bestaan er onderzoeken naar de (psychische) gevolgen voor cliënten, gedetineerden
en bewoners van zorginstellingen waar deze hulpmiddelen worden ingezet? Zo ja, kunt
u deze onderzoeken delen met de Kamer? Zo nee, bent u bereid met onmiddellijke ingang
productie en gebruik van deze hulpmiddelen te verbieden, zeker totdat hier duidelijkheid
over is?
Vraag 10
Deelt u onze zorgen dat de inzet van zulke middelen als zeer traumatiserend en ingrijpend
worden ervaren door cliënten en gedetineerden? Zo ja, hoe verhoudt dit zich tot het
vermeende doel van dergelijke middelen (namelijk het tegengaan van zelfbeschadiging)?
Vraag 11
Welke eisen worden er gesteld aan fabrikanten van dergelijke hulpmiddelen bij het
ontwerp, verkoop en de acquisitie? Is hier actief toezicht op?
Vraag 12
Wat vindt u ervan dat deze vrijheidsbeperkende hulpmiddelen via een webshop gekocht
kunnen worden? Wat vindt u van teksten die deze producten aanprijzen als «De universele helm kan gebruikt worden voor allerlei doelgroepen: gedetineerden, psychiatrische
patiënten, cliënten met borderline, personen met autisme en ga zo maar door.»? Deelt u de mening dat dergelijk teksten stigmatiserend zijn, het gebruik van deze
hulpmiddelen onterecht normaliseren en geen recht doen aan het aspect van mensenrechten?
Indieners
-
Gericht aan
A.C.L. Rutte, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid -
Gericht aan
N.J.F. Pouw-Verweij, staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport -
Indiener
Lisa Westerveld, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.