Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Tijs van den Brink over het bericht 'OM onderzoekt 49 sterfgevallen door illegale medicijnensite: 'Vermoedelijk topje van de ijsberg''
Vragen van het lid Tijs van den Brink (CDA) aan de Minister van Justitie en Veiligheid over het bericht «OM onderzoekt 49 sterfgevallen door illegale medicijnensite: «Vermoedelijk topje van de ijsberg»» (ingezonden 19 november 2025).
Antwoord van Minister Bruijn (Volksgezondheid, Welzijn en Sport), mede namens de Minister
van Justitie en Veiligheid (ontvangen 28 januari 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «OM onderzoekt 49 sterfgevallen door illegale medicijnensite:
«Vermoedelijk topje van de ijsberg»»?1
Antwoord 1
Daar zijn wij bekend mee.
Vraag 2
Heeft u in beeld hoeveel vermoedelijke sterfgevallen inmiddels in verband kunnen worden
gebracht met de middelen die via Funcaps werden verstrekt?
Antwoord 2
Op een pro-forma zitting d.d. 17 november 2025 met betrekking tot de strafzaak tegen
Funcaps heeft het Openbaar Ministerie (OM) aangegeven dat 35 sterfgevallen in correlatie
staan tot Funcaps. Die correlatie kan zijn: overledene is mogelijk als gevolg van
gebruik van Funcaps middelen om het leven gekomen, dan wel zijn bij de overledene
middelen in de woning gevonden. In de strafzaak wordt nu onderzoek gedaan naar het
verband tussen de sterfgevallen en Funcaps.
Vraag 3
Deelt u de mening dat het schokkend is dat zoveel mensen al slachtoffer zijn geworden
van dit middel, en dat dit misschien zelfs een topje van de ijsberg is?
Antwoord 3
Wij delen de mening dat de berichtgeving uitermate schokkend is en willen dan ook
ons medeleven betuigen met de familie en andere nabestaanden van de slachtoffers.
Wij vinden het belangrijk om duidelijk te krijgen of dit inderdaad het topje van de
ijsberg is. Over de individuele strafzaak kunnen wij geen uitspraken doen; het is
uiteindelijk aan de rechter om in deze strafzaak recht te spreken.
Vraag 4
Is de website waarop deze middelen verstrekt zijn, nog steeds offline of zijn er equivalenten
in beeld?
Antwoord 4
De website is offline gehaald door de service provider op aangeven van de Inlichtingen
en Opsporingsdienst van de Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit (NVWA-IOD). Andere
vergelijkbare websites zijn naar aanleiding van de publiciteit offline gegaan of hebben
hun aanbod aangepast. Websites kunnen overal ter wereld worden gehost. Dit betekent
dat er niet altijd mogelijkheden zijn om websites uit de lucht te halen. Ondanks de
handhaving, blijft het illegale aanbod groot. Het offline halen van websites is een
kat-en-muisspel.
Vraag 5
Vallen de designerdrugs van Funcaps onder de nieuwe categorie van designerdrugs die
sinds 1 juli 2025 verboden zijn?
Antwoord 5
Een deel van de middelen zijn naar het oordeel van het Openbaar Ministerie voor het
leven en gezondheid gevaarlijk zoals bedoeld in artikel 174 Wetboek van Strafrecht.
Een deel van de middelen zijn volgens de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd geneesmiddelen,
die alleen met een vergunning mogen worden verkocht. Een deel van de middelen is aan
te merken als stof vallend onder een van de stofgroepen die sinds 1 juli 2025 onder
de Opiumwet verboden zijn.
Het lijkt erop dat websites van bedrijven als Funcaps hebben geprobeerd de Opiumwet,
Geneesmiddelenwet en Warenwet te omzeilen door het gebruik van de termen als «voor
onderzoeksdoeleinden» of «niet voor menselijke consumptie». Wij vinden dit zeer ongewenst
gezien de mogelijke gezondheidsrisico’s die het gebruik van dit soort middelen met
zich meebrengt. Daarom zijn wij in gesprek met alle betrokken partijen om te kijken
naar een effectieve aanpak. Hierbij kijken we bijvoorbeeld naar de huidige wet- en
regelgeving, de handhavingscapaciteit en de samenwerking tussen alle partijen. Wij
zullen uw Kamer daarover zo snel als mogelijk informeren.
Vraag 6
Zijn er op dit moment nog leemtes in de Opiumwet waardoor soortgelijke designerdrugs
niet officieel verboden zijn? Zo ja, wat is ervoor nodig om deze grensgevallen wel
onder het verbod uit de Opiumwet te laten vallen?
Antwoord 6
Door de introductie van lijst IA bij de Opiumwet zijn er nu drie groepen designerdrugs
verboden. Op dit moment wordt gewerkt aan regelgeving om een vierde stofgroep, de
nitazenen, toe te voegen aan lijst IA. Er zijn en komen nog steeds stoffen op de markt
die buiten de Opiumwet vallen. Deze stoffen vormen niet allemaal eenzelfde bedreiging
voor de volksgezondheid.
De effecten van de NPS-wet, lijst IA, worden gemonitord en geëvalueerd. Op basis van
deze dataverzameling en de ontwikkeling in het aanbod van designerbenzodiazepinen
en de effecten op de gezondheid wordt de wenselijkheid van een verbod op deze groep
middelen binnen de Opiumwet bepaald.
Vraag 7
Wat vindt u ervan dat bedrijven zoals Funcaps dagelijks de Staatscourant in de gaten
houden om op de hoogte te blijven van eventuele nieuwe verboden van designerdrugs?
Antwoord 7
Wanneer het geval is dat de insteek van deze bedrijven is om de wetgeving te ontduiken,
mag duidelijk zijn dat dit zeer onwenselijk is.
Vraag 8
Hoe vaak worden pakketten onderschept met designerdrugs of grondstoffen en welke maatregelen
zijn mogelijk om deze aanpak structureel te verbeteren?
Antwoord 8
Sinds 1 juli 2025 is de nieuwe wetgeving aangaande specifieke groepen designerdrugs
in werking. Er zijn op dit moment nog geen cijfers bekend over onderscheppingen van
designerdrugs en/of grondstoffen sinds 1 juli 2025.
In het kader van de invoeringstoets van de onderhavige wetgeving, woeden in de loop
van 2026 de eerste cijfers van na de wetswijziging van 1 juli 2025 bekend. Deze cijfers
worden gebruikt voor de evaluatie van de wetgeving, die na 3 jaar moet zijn afgerond,
en geven een eerste indicatie van de effectiviteit van de recente wetswijziging en
of er eventueel nadere maatregelen nodig zijn om de problematiek aan te pakken.
Verder worden grondstoffen zelden via pakketten per post verstuurd en daarmee dus
ook zelden onderschept. De stroom grondstoffen, ook wel precursoren, loopt normaliter
via andere logistieke wegen, zoals via de havens of het spoor.
Vraag 9
Welke preventieve maatregelen kunt u nemen om tevoorkomen dat soortgelijke illegale
webshops in de toekomst opnieuw ontstaan, met name bij handel in designerdrugs?
Antwoord 9
Wij kunnen niet voorkomen dat webshops worden gemaakt of opgezet. Er kan pas gehandhaafd
worden als daadwerkelijk sprake is van online illegale inhoud of illegale activiteit.
Indien geen gehoor wordt gegeven aan verzoeken tot verwijdering van online illegale
content2 kan de officier van justitie met een machtiging van de rechter-commissaris, die enkel
wordt afgegeven ingeval van verdenking van een strafbaar feit als bedoeld in artikel 67,
eerste lid, Sv, een platform bevelen om gegevens ontoegankelijk te maken als dit noodzakelijk
is voor de beëindiging van een strafbaar feit of ter voorkoming van nieuwe strafbare
feiten (artikel 125p Sv).
De digitaledienstenverordening (DSA) is sinds 2024 in werking en bepaalt waar tussenhandeldiensten
zoals websites aan moeten voldoen en welke acties zij moeten ondernemen als het gaat
om illegale inhoud. De Autoriteit Consument en Markt ziet op de naleving van deze
regels toe.
Vraag 10
Welke opsporingstechnieken zijn op dit moment inzetbaar om online handel in designerdrugs
te detecteren?
Antwoord 10
Er zijn diverse opsporingsmogelijkheden om illegale online handel te detecteren. Zo
zijn er bij de politie digitale rechercheurs die OSINT (open source intelligence)-onderzoeken
kunnen doen op het openbare internet; zij verzamelen en analyseren informatie die
vrij beschikbaar is voor het publiek. Indien er gegevensdragers zoals telefoons of
computers in beslag zijn genomen, kunnen data-specialisten deze ook onderzoeken en
de gevonden gegevens analyseren. Indien er sprake is van betalingen in virtuele valuta
kan er ook financieel onderzoek worden gedaan naar de mogelijke criminele geldstromen
die gepaard gaan met onlinehandel.
Vraag 11
In hoeverre worden hostingbedrijven aangesproken wanneer ze webshops faciliteren die
designerdrugs aanbieden?
Antwoord 11
Hostingbedrijven dienen zich te houden aan de Nederlandse wetgeving; zoals de regels
voor hostingdiensten die zijn vastgelegd in de DSA. Zodra ze kennis hebben van illegale
inhoud of activiteit die zich op hun dienst bevindt, dienen zij prompt te handelen
om de inhoud te verwijderen of de toegang daartoe onmogelijk te maken. Doen zij dat
niet, dan kunnen ze aansprakelijk worden gesteld (artikel 6 DSA).
Toezichthouders als de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ), de NVWA en de Politie
kunnen bij daadwerkelijke online illegale inhoud of illegale activiteit gebruik maken
van de zogenaamde Notice and Take Down procedure (NTD-procedure). Dit is een vrijwillige
gedragscode in de internetbranche voor omgang met onrechtmatige en strafbare content
op websites. Zowel de IGJ als de NVWA-IOD maken regelmatig gebruik van deze mogelijkheid,
wat leidt tot het offline halen van websites. In principe kunnen burgers ook gebruik
maken van deze procedure.
Vraag 12
Hoe kan misleidende marketing rondom designerdrugs, die specifiek gericht is op jongeren,
tegen worden gehouden en hoe wordt voorkomen dat minderjarigen gemakkelijk via internet
toegang hebben tot designerdrugs?
Antwoord 12
Online platformen hebben onder de DSA de verplichting om de privacy, veiligheid en
bescherming van minderjarigen binnen hun dienst te waarborgen (artikel 28). Zij zijn
echter niet verplicht om te beoordelen of de afnemer van hun dienst minderjarig is.
Online platformen kunnen wel houders van websites die frequent illegale inhoud plaatsen
schorsen.
Het is in algemene zin niet mogelijk om de toegang van jongeren of minderjarigen tot
het internet te beperken, ook niet als het gaat om ongewenste websites. Het is vooral
van belang dat deze groep wordt voorgelicht over de risico’s. Ouders en het onderwijs
spelen hier een belangrijke rol. Daarom is in juni 2025 de Richtlijn Gezond Schermgebruik
gelanceerd. Deze heeft als doel ouders en opvoeders op een duidelijke en eenduidige
manier te ondersteunen bij het stimuleren van gezond scherm- en sociale mediagebruik
van hun kinderen. Momenteel worden deze richtlijnen verder geconcretiseerd, zodat
ouders en opvoeders de adviezen kunnen toepassen in hun dagelijks leven. Daarnaast
werkt de Staatssecretaris van OCW momenteel aan de verankering van digitale geletterdheid
in het curriculum voor het primair en voortgezet onderwijs: zo worden leerlingen gestimuleerd
om online de kansen en risico’s te herkennen en zo weloverwogen keuzes te maken. Het
Trimbos-instituut biedt voorlichting over de risico’s van drugs gericht op de doelgroep,
bijvoorbeeld door het programma Helder op School, met name gericht op het voorgezet
(speciaal) onderwijs en mbo’s. Ook is er voorlichting voor ouders en wordt gebruik
gemaakt van social media om jongeren te bereiken, zoals Tik Tok. Daarnaast is afgelopen
zomer een pilot-campagne gestart om jongeren te confronteren met de negatieve gevolgen
van drugsgebruik op de samenleving en de gezondheid. Deze pilotcampagne bestond uit
onder meer een virtual reality experience en een hieraan gelieerde social mediacampagne. Deze campagne wordt op dit moment
geëvalueerd. Na een positieve evaluatie is het voornemen om deze campagne dit jaar
te continueren.
De handel in middelen die vallen onder de Opiumwet is strafbaar. Daarnaast is het
op grond van artikel 3b van de Opiumwet ook verboden om de verkoop van middelen door
openbaarmaking te bevorderen. Indien aangetoond kan worden dat sociale media of andere
partijen medeplichtig zijn aan deze handel kan daartegen worden opgetreden. Voor strafrechtelijke
vervolging moet er echter wel opzet van de sociale media of verkopende websites bij
de handel of openbaarmaking aangetoond kunnen worden. Hierbij is het dus van belang
om te kijken om wat voor stoffen deze misleidende marketing draait om tot het antwoord
te komen hoe daarmee om te gaan.
Vraag 13
Op welke manier werkt Nederland samen met buurlanden om labs en sites die designerdrugs
aanbieden en produceren, op te sporen en op te rollen?
Antwoord 13
Nederland werkt op verschillende manieren samen met buurlanden. Met België, Frankrijk
en Luxemburg (Hazeldonksamenwerking) worden gezamenlijk drugscontroles uitgevoerd
langs de hoofdinfrastructuur en wordt constant gewerkt aan een gezamenlijk intel-beeld
bij grensoverschrijdende drugsnetwerken. Andere voorbeelden zijn het Europol analysis
project (AP) en het European Multidisciplinary Platform Against Criminal Threats (EMPACT).
Ook worden er in samenwerking met Europol’s European Cybercrime Centre (EC3) en nationale
cybercrime units darkwebmarkten, encrypted communicatieplatforms en hostingsites gemonitord.
Door het sinds 1 juli 2025. van kracht zijnde stofgroepenverbod is een groot deel
van de meest gebruikte stoffen in Nederland strafbaar geworden, maar niet alle stoffen
zijn afgedekt. Internationale samenwerking, zoals hierboven beschreven, kan dus goed
via de internationale samenwerkingsverbanden plaatsvinden zolang de strafbaarstelling
van middelen internationaal hetzelfde is.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
J.A. Bruijn, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport -
Mede namens
F. van Oosten, minister van Justitie en Veiligheid
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.