Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Van Hijum, Van Waveren en Hertzberger over tweetalig bestuur in Fryslân
Vragen van de leden Van Hijum, Van Waveren en Hertzberger (allen Nieuw Sociaal Contract) aan de Ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over tweetalig bestuur in Fryslân (ingezonden 11 november 2025).
Antwoord van Minister Rijkaart (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) (ontvangen
28 januari 2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 543.
Vraag 1
Bent u bekend met het rapport «Tweetalig bestuur in Fryslân» van het Wetenschappelijk
Bureau Nieuw Sociaal Contract?1 Deelt u de analyse uit dit rapport dat het huidige wettelijke kader voor Friese taalrechten
in de bestuurlijke praktijk van provincie en gemeenten onvoldoende wordt uitgevoerd?
Antwoord 1
Ik ben bekend met het genoemde rapport van het Wetenschappelijk Bureau Nieuw Sociaal
Contract. Echter, ik deel de analyse uit het rapport niet. Op basis van de mij beschikbare
informatie heb ik geen aanleiding om te concluderen dat het wettelijke kader structureel
onvoldoende wordt uitgevoerd.
Vraag 2, 3, 4 en 5
In de aanbevelingen benadrukt het rapport dat er behoefte is aan structurele monitoring
en rapportage van het gebruik van het Fries door provincie en gemeenten; kunt u uiteenzetten
hoe u toezicht houdt op naleving van de Wet gebruik Friese taal door gemeenten en
provincie? Overweegt u een structurele monitor of periodieke voortgangsrapportage?
Hoe beoordeelt u de constatering dat het Fries in overheidscommunicatie een recht
van de burger is in plaats van een plicht van de overheid? Bent u bereid te onderzoeken
hoe de Wet gebruik Friese taal kan worden versterkt zodat actieve toepassing door
de overheid als uitgangspunt geldt, zodat de term «recht van de burger» kan worden
vervangen door «verplichting van de overheidsorganisatie»?
Het rapport geeft op pagina 10 aan: «Elke gemeente bepaalt zelf in hoeverre het Fries
wordt ingezet in de dienstverlening, de communicatie en de digitale omgeving». Herkent
u dat deze verschillen bestaan en tot onduidelijkheid kunnen leiden? Bent u bereid
om met de Friese gemeenten en de provincie te onderzoeken hoe een gedeeld basisniveau
bereikt kan worden voor de inzet van de Friese taal?
Welke maatregelen acht u passend om een uniforme uitvoering van de wet binnen Fryslân
te garanderen? Is de regering bereid te verkennen of een wettelijke verplichting tot
tweetalig aanbieden van kern-overheidsdiensten in Fryslân wenselijk en uitvoerbaar
is? Zo ja, welke stappen ziet u? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 2, 3, 4 en 5
Het uitgangspunt van de Wet gebruik Friese taal is dat burgers het recht hebben het
Fries te gebruiken in het bestuurlijk verkeer, terwijl de wijze waarop overheidsorganisaties
hieraan uitvoering geven voor een belangrijk deel decentraal is belegd. Gemeenten
en de provincie hebben binnen de wettelijke kaders beleidsruimte om hun dienstverlening
in te richten. Gemeenten hebben dus de ruimte om daar verschillende keuzes in te maken
en eigen accenten te leggen.
Ik zie op dit moment geen aanleiding om te verkennen of een wettelijke verplichting
tot het tweetalig aanbieden van kern-overheidsdiensten in Fryslân wenselijk en uitvoerbaar
is. Ook zie ik geen aanleiding hier een structurele monitor of periodieke voortgangsrapportage
voor in te stellen.
Wel blijf ik in het reguliere overleg met de provincie Fryslân en andere betrokken
partijen aandacht houden voor de toepassing van de wet in de praktijk. In overleg
met de provincie en betrokken partijen kunnen eventuele knelpunten worden besproken
en kunnen werkbare oplossingen worden verkend. Tevens zullen we bij de tussentijdse
evaluatie van de BFTK halverwege 2026 hier aandacht aan geven.
Vraag 6
Deelt u de opvatting dat digitale overheidsdiensten het risico vergroten dat minderheden
taaltechnologisch worden vergeten? Bent u bereid om in rijksbrede ICT-standaarden
expliciet op te nemen dat systemen in Fryslân tweetalig moeten functioneren? Zo nee,
waarom niet?
Antwoord 6
De Wet gebruik Friese taal borgt het recht van burgers om het Fries te gebruiken in
het bestuurlijk verkeer. Ik zie op dit moment geen aanleiding om in deze standaarden
een verplichting op te nemen dat systemen in Fryslân tweetalig moeten functioneren.
Eventuele aandachtspunten rond digitale toepassing van het Fries kunnen in overleg
met de provincie Fryslân worden besproken.
Vraag 7
Kunt u toelichten hoe u waarborgt dat AI-systemen die binnen de overheid worden gebruikt
ook low-resource talen zoals het Fries kunnen en moeten ondersteunen?
Antwoord 7
Momenteel wordt er onder regie van het Ministerie van BZK samengewerkt met de provincie
Fryslân aan een generatieve AI-pilot. Het betreft een zogeheten AI-transcribeertool
voor het Fries (met de werktitel «Friese Robuuste Intelligente Spraakherkenning» (FRIS).
Het doel is om de Friese spraakherkenning te bevorderen, bij overheidsdienstverlening.
U kunt hierbij denken aan transcriberen in de zorg waar anderstaligen de diagnose
beter begrijpen als deze in het Fries vertaald wordt. Met de pilot wordt tevens verkend
of en hoe AI kan bijdragen aan het ondersteunen van het Fries in o.a. overheidscommunicatie.
Als deze pilot succesvol is, wordt bekeken of deze aanpak ook toepasbaar is voor andere
low-resource talen. Daarbij wordt steeds gekeken naar de praktische inzetbaarheid
en betrouwbaarheid van de technologie. De pilot is gestart in april 2025 en wordt
in februari 2026 afgerond. De pilot wordt geëvalueerd in het eerste kwartaal van het
jaar voor mogelijke doorontwikkeling.
Vraag 8
Is er een tijdpad om digitale formulieren, bestuurlijke publicaties, raadsinformatiesystemen
en burgerportalen volledig tweetalig beschikbaar te maken? Zo nee, wanneer komt dat
tijdpad?
Antwoord 8
Er is op dit moment geen landelijk vastgesteld tijdpad om digitale formulieren, bestuurlijke
publicaties, raadsinformatiesystemen en burgerportalen volledig tweetalig beschikbaar
te maken. De inrichting van deze voorzieningen valt onder de verantwoordelijkheid
van gemeenten en de provincie, binnen de kaders van de Wet gebruik Friese taal. Of
een dergelijk vast te stellen tijdpad werkbaar en wenselijk wordt geacht is onderdeel
van overleg tussen Rijk en provincie Fryslân.
Ondertekenaars
F. Rijkaart, minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.