Initiatiefnota : Initiatiefnota
36 888 Initiatiefnota van het lid Ceder over «Tegen christenvervolging, voor geloofsvrijheid: richtinggevende voorstellen voor een diplomatiek daadkrachtig buitenlandbeleid»
Nr. 2 INITIATIEFNOTA
1. Inleiding
Eén van de artikelen van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens is, artikel 18:
godsdienstvrijheid.
«Eenieder heeft recht op vrijheid van gedachte, geweten en godsdienst. Dit recht omvat
tevens de vrijheid om van godsdienst of overtuiging te veranderen, alsmede de vrijheid
hetzij alleen, hetzij met anderen zowel in het openbaar als in zijn particuliere leven
zijn godsdienst of overtuiging te belijden door het onderwijzen ervan, door de praktische
toepassing, door eredienst en de inachtneming van de geboden en voorschriften.»1
Hoewel de Verenigde Naties (VN) dit document in 1948 aannamen, is het miskennen van
dit recht – geloofsvervolging – veel ouder. Religieuze vervolging is een van de oudste
vormen van onderdrukking en tevens een explosieve bron van polarisatie vandaag de
dag. Het treft mensen in hun kern: hun geweten, hun overtuiging, hun zoektocht naar
betekenis. Daarom is geloofsvervolging niet alleen een aantasting van rechten, maar
een aanval op de ziel. Achter elk incident gaan levens schuil die ontwricht raken
op een heel persoonlijk niveau: wie vervolgd wordt om zijn geloof, wordt niet alleen
bedreigd in zijn veiligheid, maar in zijn diepste overtuigingen. Wanneer deze vrijheid
wordt geschonden, raakt dat niet alleen individuen, maar destabiliseert het hele samenlevingen.
Vervolging kan verschillende vormen aannemen, zoals uitsluiting, discriminatie, onderdrukking,
marginalisering, mishandeling en geweld.2
Eén van die groepen die te maken heeft met vervolging vanwege het geloof, zijn christenen.
Wereldwijd hebben naar schatting 388 miljoen christenen te maken met ernstige discriminatie,
onderdrukking of geweld. Dat betekent dat 1 op de 7 christenen hun geloof niet vrij
kan belijden.3 Christenen zijn daarmee is in absolute getallen de grootste vervolgde religieuze
groep ter wereld.
Daarnaast worden tal van andere religieuze minderheden geconfronteerd met vervolging,
zoals moslims in bijvoorbeeld China en Myanmar, joodse gemeenschappen, bahá’ís, yezidi’s
en atheïsten. Wie deze patronen bestudeert, ziet dat religieuze vervolging vrijwel
nooit op zichzelf staat. Deze vervolging is onderdeel van bredere processen van polarisatie,
extremisme, staatsfragiliteit en geopolitieke spanning en dient te worden bestreden.
In deze nota stelt initiatiefnemer versterking van de vrijheid van religie en levensovertuiging
en in het bijzonder christenvervolging aan de orde. Hiermee sluit deze nota aan bij
reeds langjarige inzet van kabinet en parlement op het thema van godsdienstvrijheid.
Zo is het recht op vrijheid van religie en levensovertuiging sinds 2007 officieel
een prioriteit in het buitenlandse mensenrechtenbeleid.4 Ook vanuit het parlement krijgt het thema aandacht. Initiatiefnemer memoreert bijvoorbeeld
aan een eerdere initiatiefnota van CDA, ChristenUnie en SGP,5 maar ook aan een nota van D66 dat expliciet ook de vrijheid om niet te geloven agendeert.6
Ondanks deze inzet, is er ook ruimte voor verbetering, zoals wordt gesteld in de derde
paragraaf. De initiatiefnemer stelt met deze nota een reeks versterkende maatregelen
voor, gericht op (1) religieuze geletterdheid en structurele contacten met religieuze
leiders, (2) digitale weerbaarheid, (3) interreligieuze dialoog, (4) structurele monitoring
en diplomatie, (5) het werken aan perspectief om de voedingsbodem voor vervolging
weg te nemen, (6) het actief betrekken van diasporagemeenschappen bij beleid, en (7) structurele
aandacht in diplomatie voor de vrijheid van religie en levensovertuiging, met consequenties.
Gezien de schaal van christenvervolging wereldwijd en gebrek aan aandacht hiervoor
in vergelijking met de schaal, stelt deze nota expliciet deze problematiek aan de
orde. Veel van de voorstellen beperken zich echter niet tot het tegengaan van de vervolging
van christenen en zijn expliciet bedoeld om de vrijheid van godsdienst en levensovertuiging
wereldwijd te bevorderen.
2. Probleemanalyse
Diverse factoren dragen bij aan schending van het recht op vrijheid van religie en
levensovertuiging. Hieronder een niet-uitputtende lijst van factoren.
2.1 Politieke instrumentalisering van religie
In verschillende landen wordt religie gebruikt als politiek instrument om groepen
tegen elkaar op te zetten, vooral tijdens verkiezingen of crises. Overheden bemoeien
zich actief met religieuze organisaties, beperken religieuze activiteiten of geven
impliciet ruimte aan vervolging. Aanhangers van andere religies dan de «hoofdreligie»
worden dan buitengesloten en weggezet als niet-vaderlandslievend of zelfs als aanhangers
van het westen. Politici kunnen ook religieuze groepen tegen elkaar opzetten voor
eigen gewin. Dit vergroot polarisatie en maakt religieuze minderheden, waaronder christenen,
structureel kwetsbaar.
2.2 Gebrek aan adequate religieuze geletterdheid
Religieuze geletterdheid is het hebben van begrip voor de kennis, vaardigheden en
attitudes met betrekking tot religie, wat onder meer inhoudt dat men de geschiedenis,
belangrijke teksten en overtuigingen van verschillende religies kent, maar ook in
staat is om de betekenis en beleving van religie te begrijpen voor zichzelf en anderen.
Een gebrek van religieuze geletterdheid leidt vaak tot:
• Misinterpretatie van religieuze teksten
• Legitimering van uitsluiting
• Versterken van extremisme en polarisatie
Onderzoek laat zien dat schadelijke normen vaak voortkomen uit patriarchale structuren
en sociale hiërarchieën, soms als gevolg van nauwe religieuze interpretaties. Mensen
in machtsposities binnen deze structuren gebruiken religie tegelijkertijd vervolgens
ook om geweld en uitsluiting te rechtvaardigen.7 Kennis en verstand van religie is essentieel om deze dynamieken te doorbreken en
om geweld en uitsluiting tegen te gaan.
2.3 Kwetsbaarheid van post-conflictgemeenschappen
In veel post-conflictgebieden kampen gemeenschappen met trauma, verlies van vertrouwen
en fragiele sociale structuren. Christelijke minderheden hebben in deze context vaak
te maken met verhoogde risico’s op discriminatie, geweld en uitsluiting. Duurzame
vrede vergt daarom actieve inzet op traumaverwerking,8 (interreligieuze) dialoog en inclusieve verzoeningsprocessen.9
2.4 Jongeren en digitale risico’s
Christenvervolging is vaak het gevolg van een gebrek aan educatie waardoor men misleidende
interpretaties van heilige teksten niet goed kan weerleggen of educatie waarin discriminerend
wordt gesproken over andere geloofsgroepen. Extremistische groeperingen maken misbruik
van deze onwetendheid en rekruteren hen onder voorwendselen.10 Zeker als jongeren elders weinig toekomstperspectief zien, geeft het horen bij een
dergelijke groep status en macht.
Religieuze leiders, ouders, scholen en gemeenschappen spelen allemaal een rol in het
begeleiden en wegleiden van jongeren van geweld. Het bevorderen van religieuze geletterdheid
onder jongeren bevordert tolerantie, kritisch denken en vreedzaam samenleven. Ook
is het belangrijk om jongeren goed wegwijs te maken in de online-wereld. Gebrek hiervan
kan leiden tot:
• Extremistische onlinebubbels
• Algoritmes die polarisatie in de hand werken
• Verspreiding van desinformatie en nepnieuws
• Een gebrek aan alternatieven en gemeenschapsbinding
Digitale veiligheid en voorlichting zijn cruciaal om jongeren buiten extremistische
stromingen te houden die vaak gericht zijn tegen religieuze minderheden, waaronder
christenen.
Tot slot is in dit verband ook van belang dat noemen dat sommige landen, zoals China,
verregaande controle op het internet uitvoeren en grote mate van censuur. Ook dat
is een vorm van en draagt bij aan geloofsvervolging.11
3. Stand van zaken van Nederlands beleid omtrent christenvervolging
De Nederlandse overheid kent een lange geschiedenis van investeren in mensenrechten.
Sinds 2019 is er een Speciaal Gezant voor religie en levensovertuiging op het Ministerie
van Buitenlandse Zaken. Daarmee heeft de vrijheid van religie een prominentere plaats
gekregen in het Nederlandse buitenlandbeleid. Hieronder staat een overzicht van hoe
de vrijheid van religie is verankerd in het Nederlandse buitenlandbeleid.
3.1 Vrijheid van religie als mensenrechtenprioriteit
• De Nederlandse regering ziet vrijheid van religie (levensovertuiging) als één van
de prioriteiten binnen het mensenrechtenbeleid. Bij antwoorden op Kamervragen erkent
het kabinet expliciet dat religieuze minderheden, waaronder christenen, onder druk
staan in diverse landen.
• Nederland voert diplomatieke actie via internationale fora zoals de VN (Universal
Periodic Review) en de VN-Mensenrechtenraad om religieuze vervolging aan de orde te
stellen.12
• Het zogeheten «Joint Initiative for Strategic Religious Action» (JISRA), een internationaal
en interreligieus partnerschap bestaande uit vijftig maatschappelijke organisaties
uit onder meer Ethiopië, Irak, Nigeria en Oeganda voerde afgelopen jaar met steun
van Buitenlandse Zaken een programma uit om «vreedzame en rechtvaardige samenlevingen
te bevorderen waar iedereen vrijheid van religie en levensovertuiging geniet.»13
3.2 Kamerinitiatieven en moties
• Er is, op initiatief van CDA, ChristenUnie SGP, een initiatiefnota «over christenvervolging»
ingediend in de Tweede Kamer (mei 2021), met voorstellen zoals: objectievere beleidsbenadering,
expliciet misstanden benoemen, en het bezoek van delegaties aan kerken in landen met
vervolging.14
• Een motie ingediend in november 2024 riep de regering op om bij buitenlandse werkbezoeken
in landen met veel christenvervolging vaker kerken te bezoeken of christenen te ontmoeten.
Deze motie is aangenomen: er was brede steun in de Kamer dat vervolgde christenen
een prominentere plek verdienen in ons buitenlandbeleid.15
• Een motie ingediend in september 2025 riep op om christenvervolging tot een vast gespreksonderwerp
van diplomatieke gesprekken te maken met de 50 landen die op de Open Doors-ranglijst
christenvervolging staan. Ook deze motie werd aangenomen.16
3.3 Financiële en diplomatieke inzet
• Het Ministerie van Buitenlandse Zaken meldt dat tijdens de VN Mensenrechtenraad (2024)
Nederland zich op meerdere momenten heeft uitgesproken over de bescherming van religieuze
minderheden, ook in resoluties die (direct of indirect) christenen raken.17
• In 2024 is aangekondigd dat Nederland een evenement in 2025 organiseert in de marge
van de VN-Mensenrechtenraad met speciale aandacht voor vervolging van christenen.18
• Bij hulpverlening: in beleidsstukken wordt aangegeven dat humanitaire steun (via EU
en andere kanalen) mede gericht is op kwetsbare religieuze gemeenschappen, zoals christenen
in Syrië.
3.4 Regionale focus
• Er is Kamerbreed aandacht voor specifieke landen: bijvoorbeeld vragen over de veiligheid
van christenen in Syrië.19
• In EU- en bilateraal contact, bijvoorbeeld met landen als India, China, Saoedi-Arabië,
maakt Nederland volgens de Minister gebruik van mensenrechtendialogen om religieuze
vrijheid aan de orde te stellen.20
• Ook wordt ingezet op dialoog met lokale maatschappelijke organisaties in landen met
religieuze minderheden: in recente beleidsnota’s staat expliciet dat Nederland wil
samenwerken met «religieuze maatschappelijke organisaties» in Afrika, het Midden-Oosten
(MENA) en Azië.
3.5 Evaluatie van de positie van de vrijheid van religie binnen het Nederlandse mensenrechtenbeleid
Eind 2024 heeft de IOB een evaluatie gepubliceerd van het Nederlandse mensenrechtenbeleid
in een veranderende wereldorde (2017–2022).21 Daaruit is op te maken dat er de afgelopen jaren wel degelijk stappen gezet in het
bevorderen van de vrijheid van religie wereldwijd. Denk bijvoorbeeld aan de instelling
van de Speciaal Gezant voor Religie en Levensovertuiging en groeiende aandacht voor
het integraal aan de slag gaan met het thema «religie» binnen het ambtelijk apparaat,
bijvoorbeeld via interne cursussen.
Tegelijkertijd legt het rapport wat betreft de initiatiefnemer ook tekortkomingen
bloot in het Nederlandse mensenrechtenbeleid met betrekking tot de vrijheid van religie
en levensovertuiging. Uit de IOB-evaluatie van 2023 blijkt onder andere het volgende:
• Dat vrijheid van religie en levensovertuiging in de praktijk de minste prioriteit
kreeg binnen de thematische focus bij de Nederlandse inzet voor het Universal Peer
Review-mechanisme;
• Dat circa een derde van het ambassadepersoneel vrijheid van godsdienst en levensovertuiging
liever zou schrappen uit de prioriteiten;
• Dat ambassades vooral inzetten op andere thema’s (LHBTIQ+, vrouwenrechten) en de vrijheid
van religie en levensovertuiging een stuk minder aandacht kreeg;
• Dat de speciaal gezant voor religie en levensovertuiging niet sterk geïntegreerd was
binnen het Ministerie van Buitenlandse Zaken en slechts beperkt werd ingezet voor
het afleggen van (digitale) landenbezoeken.
Dit vraagt wat de initiatiefnemer betreft om versterkte sturing en structurele borging
van de vrijheid van religie, waaronder christenvervolging, binnen het Nederlandse
buitenlandbeleid. De initiatiefnemer poogt dat te bewerkstelligen met een aantal aanbevelingen.
4. Aanbevelingen om christenvervolging te bestrijden
4.1 Investeer in religieuze geletterdheid en in structurele contacten met religieuze
actoren
Verandering begint van onderaf. Lokale religieuze actoren, zoals kerken, zijn bij
uitstek in staat om gedragsverandering tot stand te brengen, ook als het gaat om christenvervolging.
Want waar in Nederland een steeds groter deel van de bevolking zich seculier noemt,
is het overgrote deel van de wereldbevolking religieus. Religie is daarbij niet iets
enkel van de privésfeer, maar zit juist verweven in het dagelijks leven en in zaken
als het taalgebruik en de cultuur.
Het zijn dus lokale actoren als kerken die de heersende en niet altijd behulpzame
overtuigingen in hun gemeenschappen door en door kennen, en ze weten te kantelen in
de goede richting. Deze actoren zijn goed ingebed in lokale gemeenschappen en zijn
door hun grote kennis van de lokale cultuur en gebruiken in staat lokale gemeenschappen
te overtuigen om hun gedrag aan te passen en hen aan te sporen tot verzoening. Ook
zijn zij in staat om te pleiten voor het aangaan van de interreligieuze dialoog. De
initiatiefnemer onderstreept daarom het belang van samenwerken met religieuze actoren,
zowel door ambassadepersoneel als door (hulp)organisaties. Deze actoren zijn van essentieel
belang om te werken aan vrede en verzoening. Neem de rol van religieuze actoren, zoals
kerken, eveneens mee in analyses van context, machtsverhoudingen en stakeholders als
ook in de ontwikkeling van programma’s gericht op het tegengaan van christenvervolging.
Sinds 2019 is er op het Ministerie van Buitenlandse Zaken een Speciaal Gezant voor
de Vrijheid van Religie en levensovertuiging. Deze functie draagt bij aan een adequate
verankering van het recht om te geloven in ons Nederlandse buitenlandbeleid. Er is
echter geen structurele commitment vanuit het ministerie om deze functie op de lange
termijn in stand te houden en geen structureel budget voor bijvoorbeeld het doen van
onderzoek of het geven van cursussen. Het is daarom van groot belang dat de functie
structureel verankerd wordt binnen het Nederlandse buitenlandbeleid. Ook is het van
belang dat de speciaal gezant beter geborgd wordt binnen het ministerie zodat het
thema «vrijheid van religie» een breed gedragen beleidsfocus wordt van ons buitenlandbeleid.
Aanbevelingen:
• Maak de functie van de Speciaal Gezant voor de Vrijheid van Religie en Levensovertuiging
structureel en niet afhankelijk van kabinetswisselingen. Versterk het mandaat, budget
en inbedding binnen het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Geef de Speciaal Gezant
een actieve rol in beleidsontwikkeling en crisisdiplomatie, met strategische ontmoetingen
en reizen.
• Zet nog meer in op het trainen van (senior)diplomaten, ambassades en beleidsmakers
in religie-sensitief werken.
• Vergroot op het ministerie en ambassade religieuze geletterdheid, waarbij specifiek
aandacht is voor de rol die religie speelt bij conflicten.
• Maak vrijheid van godsdienst en levensovertuiging écht een prioriteit op alle ambassades,
met contextspecifieke en meetbare doelstellingen, zodat dit kan worden gemonitord.
• Stimuleer de ontwikkeling van programma’s gericht op het tegengaan van religieuze
vervolging, ook in EU-verband. Hierbij is ook de aanstelling van een EU-gezant voor
geloofsvrijheid van cruciaal belang.
• Vergroot de inzet van ambassades op het tegengaan van christenvervolging en steun
lokale religieuze partners om te werken aan vrede en verzoening tussen religieuze
groepen.
• Investeer actief in het contact en de samenwerking met het lokale maatschappelijk
middenveld, waaronder kerken, ook in crisissituaties, en benut het potentieel van
lokale religieuze actoren in de strijd tegen christenvervolging.
4.2 Investeer in online weerbaarheid om christenvervolging tegen te gaan
Investeren in online weerbaarheid en internetvrijheid draagt bij aan godsdienstvrijheid.
Dit zal lokale mensenrechtenverdedigers en (religieuze) gemeenschapsleiders bijvoorbeeld
meer de ruimte geven om hun stem te laten horen bij een breder publiek en inclusie
en vrede te promoten. Het is daarin belangrijk dat er wordt ingezet op een digitale
vorm van vredesopbouw en dat digitale veiligheid een stevige rol speelt bij digitale
innovatie. Dit helpt om de democratie te bevorderen en polarisatie en exclusie tegen
te gaan en daarmee om christenvervolging tegen te gaan.
Aanbevelingen:
• Investeer in programma’s gericht op digitale geletterdheid, factchecking en die werken aan (sociale) mediavaardigheden van jongeren.
• Steun initiatieven die online schadelijke en religieus geladen narratieven en opruiende
desinformatie kunnen weerleggen met gedegen kennis.
• Investeer in internetvrijheid in repressieve landen zodat mensen toegang krijgen tot
bronnen die misleidende informatie kunnen weerleggen, onder andere met religieus geladen
argumenten.
• Zorg ervoor dat surveillancetechnologie en digitale programma’s uit Europa niet worden
ingezet bij controlerende en andere repressieve maatregelen.
4.3 Investeer in de interreligieuze dialoog om christenvervolging te voorkomen en
te adresseren
Interreligieuze dialoog kan ervoor zorgen dat men bestaande of vroegere houdingen
van uitsluiting en vijandigheid los kan laten die de relaties tussen de verschillende
religies in het land hebben gekenmerkt.22 Hierdoor kunnen vooroordelen en eeuwenoude vijandigheden worden besproken en kan
er gewerkt worden aan verzoening.
Verder kan interreligieuze dialoog en verzoening mensen in staat brengen om gezamenlijk
in beraad te gaan over hoe religieuze geschriften kunnen bijdragen aan het oplossen
van patronen van vervolging en uitsluiting. Interreligieuze dialoog is daarnaast belangrijk
in het preventief adresseren van religieus fanatisme.
Om goed te investeren in de interreligieuze dialoog is verder ook belangrijk om opgedane
kennis- en expertise uit het verleden over het tegengaan van christenvervolging op
een vaste plaats te borgen, bijvoorbeeld door het opzetten van een kenniscentrum gericht
op de rol van religie in het werken aan vrede en verzoening.
Aanbevelingen:
• Verzamel best practices op het gebied van vredesopbouw, deradicalisering, religiestudies en preventie van
(christen) vervolging binnen een kenniscentrum. Dit centrum kan helpen met het ondersteunen
van ambassades met religie-expertise.
• Investeer in programma’s die werken aan het initiëren van de interreligieuze dialoog
en verzoening, vooral in gebieden met een lange geschiedenis van religieus geladen
geweld. Dit kan goed door het JISRA-programma door te zetten en verder uit te bouwen.
4.4 Structurele monitoring en rapportage inzake christenvervolging
Om christenvervolging te bestrijden is het belangrijk om duidelijk in kaart te hebben
wat de specifieke omvang van christenvervolging wereldwijd is. Het is daarom van belang
om een structurele samenwerking met christelijke organisaties op te zetten die wereldwijd
geloofsvervolging monitoren. Ook is het hierin behulpzaam om parlementaire hoorzittingen
met kerkleiders en onderzoekers te organiseren.
Aanbevelingen:
• Organiseer een jaarlijkse rapportage in de Tweede Kamer over de vrijheid van religie
en levensovertuiging, met daarin ook aandacht voor christelijke minderheden.
• Organiseer parlementaire kennisgesprekken met kerkleiders, onderzoekers en mensenrechtenorganisaties
om een beter beeld te krijgen in de oorzaken van christenvervolging.
• Organiseer een jaarlijks overleg tussen de Speciaal Gezant en de Tweede Kamer.
• Werk samen met organisaties die christenvervolging monitoren en die bezig zijn met
het initiëren van de interreligieuze dialoog of andere initiatieven om vervolging
te voorkomen of tegen te gaan.
4.5 Werk aan perspectief om christenvervolging te voorkomen
Onderzoek toont aan dat armoede, werkloosheid, en het gebrek aan perspectief een belangrijke
voedingsbodem voor (religieus) extremisme vormt,23 vooral onder jongeren.24
Hoewel armoede niet de enige aanleiding is voor extremisme, wordt het vaak uitgebuit
door gewapende milities en politici om onrust aan te wakkeren. Ook religieuze leiders
kunnen worden meegesleurd in corrupte praktijken door het gebrek aan perspectief.25
Investeren in rechtvaardig onderwijs is daarom van cruciaal belang om christenvervolging
tegen te gaan. Het is belangrijk dat zowel seculiere als religieuze onderwijssystemen
versterkt worden om onwetendheid te verminderen en kwetsbaarheid voor extremistische
rekrutering te doen afnemen.
Ook is het van belang om onrecht en marginalisering aan te pakken. Zorg voor eerlijke
toegang tot identiteitsbewijzen (zonder religie erop), banen en sociale diensten om
de perceptie van discriminatie en tweederangs burgerschap te verminderen. Ook eerlijke
toegang tot noodhulp is van belang indien van toepassing. Inclusief bestuur bevordert
vertrouwen en vermindert de aantrekkingskracht van extremistische bewegingen en draagt
daarmee bij aan het voorkomen van christenvervolging.
Aanbevelingen:
• Investeer ontwikkelingsgelden in (lokale) organisaties die seculier én religieus onderwijs
helpen kritisch denken te stimuleren om zo de misleidende narratieven onder christenvervolging
te adresseren.
• Benoem discriminatie en uitsluiting van religieuze minderheden in bilaterale gesprekken
met overheden van landen waar christenvervolging plaatsvindt.
• Zet internationaal in op het bevorderen van rechtsstaat ontwikkeling, anti-corruptie
acties en de bestrijding van straffeloosheid om de grondoorzaken van christenvervolging
vroegtijdig te adresseren.
• Werk toe naar een ontwikkelingsbudget dat gelijk staat aan 0,7% van ons BNI om blijvend
te investeren in perspectief van mensen in kwetsbare posities om zo een voedingsbodem
van religieus extremisme weg te nemen.
4.6 Betrek diasporagemeenschappen bij beleid omtrent christenvervolging
De Nationale Veiligheidsstrategie (NVS) erkent dat maatschappelijke polarisatie, identitaire
spanningen en extremisme directe bedreigingen vormen voor de veiligheid van Nederland.
Religieuze vervolging elders in de wereld kan via de diaspora, sociale media en geopolitieke
verschuivingen direct doorwerken in onze samenleving. Dat betekent dat internationale
politiek omtrent geloofsvrijheid niet los gezien kan worden van binnenlandse veiligheid.
Maatschappelijke organisaties, met name religieuze organisaties, spelen hierin een
cruciale rol. Zij signaleren vroegtijdig spanningen, bieden opvang aan vervolgde diaspora
en slachtoffers van haat, bouwen bruggen over scheidslijnen heen, en hebben toegang
tot gemeenschappen die de overheid niet bereikt. Het is belangrijk dat deze organisaties
daarom worden gezien als strategische spelers in het voorkomen van polarisatie en
extremisme. In binnenland én buitenland. Met hen in gesprek zijn en hen betrekken
bij beleid is dan ook van belang.
Aanbevelingen:
• Zorg voor professionalisering van diasporanetwerken en betrek hen bij de aanpak van
christenvervolging.
• Maak actief gebruik van diasporanetwerken die bijdragen aan signalering van religieuze
spanningen en vervolging.
• Betrek diaspora bij beleidsadvies, crisisrespons en diplomatie omtrent christenvervolging.
• Zorg voor een veilige omgeving voor alle asielzoekers die naar Nederland komen, inclusief
religieuze minderheden en bekeerlingen.
4.7 Vraag structurele aandacht voor geloofsvervolging in de diplomatie
Veel landen hebben allerlei internationale verdragen ondertekend, ook als het gaat
over godsdienstvrijheid, maar houden zich er niet aan. Of ze doen mooie beloften over
inclusiviteit voor alle minderheden, maar acteren niet of te weinig op misstanden.
Het is belangrijk om in te zetten op actieve diplomatie richting landen waar geloofsvervolging
hoog is, inclusief sanctiemogelijkheden bij ernstige schendingen. Hierbij geldt: het
is vaak beter om op te trekken in EU-verband of met gelijkgezinde landen (denk bijvoorbeeld
aan een internationaal initiatief als de Article 18 Alliance, waar Nederland onderdeel
van is). Nederland kan hierin een voortrekkersrol vervullen.
Aanbevelingen:
• Zet in op het conditioneren van handelsrelaties of delegatiebezoeken wanneer ernstige
schendingen van de vrijheid van religie aanhouden.
• Zet specifiek in op het aanspreken van landen die nog de doodstraf hanteren op blasfemie
of afvalligheid. Deze wetgeving wordt vaak misbruikt om christenen aan te pakken.
Zet in op afschaffing van die wetgeving en de zogenaamde anti-bekeringswetten. Als
dat nog een brug te ver is: zet in op een actieve aanpak van misbruik van deze wetgeving.
• Overweeg actief het hanteren van sancties in extreme gevallen van uitsluiting en vervolging.
• Terughoudendheid betrachten in het deelnemen aan grootschalige internationale sportevenementen
in landen met ernstige geloofsvervolging.
• Heb specifiek aandacht voor de rechten van bekeerlingen; zij merken de gevolgen van
hun overstap in isolatie door de gemeenschap, discriminatie, problemen bij registratie
o.a. van kinderen, scholing, hulpverlening, etc.
• Heb specifiek aandacht voor de impact van gender specific religious persecution en van age specific religious persecution.
• Monitor wapen- en geldstromen en voorkom dat extremistische groepen wapens of geld
tot hun beschikking hebben. Voer een actief beleid om groepen te ontwapenen.
5. Beslispunten
De Kamer wordt gevraagd om de regering te verzoeken om:
Investeer in religieuze geletterdheid en in structurele contacten met religieuze actoren
• De functie van de Speciaal Gezant voor de Vrijheid van Religie en Levensovertuiging
structureel te maken en niet afhankelijk van kabinetswisselingen. Versterk het mandaat,
budget en inbedding binnen het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Geef de Speciaal
Gezant een actieve rol in beleidsontwikkeling en crisisdiplomatie, met strategische
ontmoetingen en reizen.
• Nog meer in te zetten op het trainen van (senior)diplomaten, ambassades en beleidsmakers
in religie-sensitief werken.
• Op ministerie en ambassade religieuze geletterdheid te vergroten, waarbij specifiek
aandacht is voor de rol die religie speelt bij conflicten.
• De vrijheid van godsdienst en levensovertuiging écht een prioriteit te maken op alle
ambassades, met contextspecifieke en meetbare doelstellingen, zodat dit kan worden
gemonitord.
• De ontwikkeling van programma’s gericht op het tegengaan van religieuze vervolging
te stimuleren, ook in EU-verband. Hierbij is ook de aanstelling van een EU-gezant
voor geloofsvrijheid van cruciaal belang.
• De inzet van ambassades op het tegengaan van christenvervolging te vergroten en lokale
religieuze partners om te werken aan vrede en verzoening tussen religieuze groepen
te steunen.
• Actief in het contact en de samenwerking met het lokale maatschappelijk middenveld
te investeren, waaronder kerken, ook in crisissituaties, en benut het potentieel van
lokale religieuze actoren in de strijd tegen christenvervolging.
Investeer in online weerbaarheid om christenvervolging tegen te gaan
• Te investeren in programma’s gericht op digitale geletterdheid, factchecking en die werken aan (sociale) mediavaardigheden van jongeren.
• Steun initiatieven die online schadelijke en religieus geladen narratieven en opruiende
desinformatie kunnen weerleggen met gedegen kennis te steunen.
• Te investeren in internetvrijheid in repressieve landen zodat mensen toegang krijgen
tot bronnen die misleidende informatie kunnen weerleggen, onder andere met religieus
geladen argumenten.
• Ervoor te zorgen dat surveillancetechnologie en digitale programma’s uit Europa niet
worden ingezet bij controlerende en andere repressieve maatregelen.
Investeer in de interreligieuze dialoog om christenvervolging te voorkomen en te adresseren
• Best practices op het gebied van vredesopbouw, deradicalisering, religiestudies en preventie van
(christen)vervolging te verzamelen binnen een kenniscentrum. Dit centrum kan helpen
met het ondersteunen van ambassades met religie-expertise.
• Te investeren in programma’s die werken aan het initiëren van de interreligieuze dialoog
en verzoening, vooral in gebieden met een lange geschiedenis van religieus geladen
geweld. Dit kan goed door het JISRA-programma door te zetten en verder uit te bouwen.
Structurele monitoring en rapportage inzake christenvervolging
• Actief samen te werken met organisaties die christenvervolging monitoren en die bezig
zijn met het initiëren van de interreligieuze dialoog of andere initiatieven om vervolging
te voorkomen of tegen te gaan.
Werk aan perspectief om christenvervolging te voorkomen
• Ontwikkelingsgelden te investeren in (lokale) organisaties die seculier én religieus
onderwijs helpen kritisch denken te stimuleren om zo de misleidende narratieven onder
christenvervolging te adresseren.
• Discriminatie en uitsluiting van religieuze minderheden te benoemen in bilaterale
gesprekken met overheden van landen waar christenvervolging plaatsvindt.
• Zet internationaal in op het bevorderen van rechtsstaat ontwikkeling, anti-corruptie
acties en de bestrijding van straffeloosheid om de grondoorzaken van christenvervolging
vroegtijdig te adresseren.
• Werk toe naar een ontwikkelingsbudget dat gelijk staat aan 0,7% van ons BNI om blijvend
te investeren in perspectief van mensen in kwetsbare posities om zo een voedingsbodem
van religieus extremisme weg te nemen.
Betrek diasporagemeenschappen bij beleid omtrent christenvervolging
• Zorg voor professionalisering van diaspora-netwerken en betrek hen bij de aanpak van
christenvervolging.
• Maak actief gebruik van diasporanetwerken die bijdragen aan signalering van religieuze
spanningen en vervolging.
• Betrek diaspora bij beleidsadvies, crisisrespons en diplomatie omtrent christenvervolging.
• Zorg voor een veilige omgeving voor alle asielzoekers die naar Nederland komen, inclusief
religieuze minderheden en bekeerlingen.
Vraag structurele aandacht voor geloofsvervolging in de diplomatie
• In te zetten op het conditioneren van handelsrelaties of delegatiebezoeken wanneer
ernstige schendingen van de vrijheid van religie aanhouden.
• Specifiek in te zetten op het aanspreken van landen die nog de doodstraf hanteren
op blasfemie of afvalligheid. Deze wetgeving wordt vaak misbruikt om christenen aan
te pakken. Zet in op afschaffing van die wetgeving en de zogenaamde anti-bekeringswetten.
Als dat nog een brug te ver is: zet in op een actieve aanpak van misbruik van deze
wetgeving.
• Actief het hanteren van sancties te overwegen in extreme gevallen van uitsluiting
en vervolging.
• Terughoudendheid te betrachten in het deelnemen aan grootschalige internationale sportevenementen
in landen met ernstige geloofsvervolging.
• Specifiek aandacht te hebben voor de rechten van bekeerlingen; zij merken de gevolgen
van hun overstap in isolatie door de gemeenschap, discriminatie, problemen bij registratie
o.a. van kinderen, scholing, hulpverlening, etc.
• Specifiek aandacht aandacht te hebben voor de impact van gender specific religious persecution en van age specific religious persecution.
• Wapen- en geldstromen te monitoren en te voorkomen dat extremistische groepen wapens
of geld tot hun beschikking hebben. Voer een actief beleid om groepen te ontwapenen.
De Kamer wordt gevraagd om:
Structurele monitoring en rapportage inzake christenvervolging
• Een jaarlijkse rapportage in de Tweede Kamer te organiseren over de vrijheid van religie
en levensovertuiging, met daarin ook aandacht voor christelijke minderheden.
• Geregeld parlementaire kennisgesprekken met kerkleiders, onderzoekers en mensenrechtenorganisaties
te organiseren om een beter beeld te krijgen in de oorzaken van christenvervolging.
• Een jaarlijks overleg tussen de Speciaal Gezant en de Tweede Kamer te organiseren.
6. Financiële paragraaf
De financiële consequenties van deze initiatiefnota zijn beperkt en kunnen veelal
binnen de bestaande budgetten en kaders worden uitgevoerd, waarbij incidenteel budget
in het geval van de Speciaal Gezant Godsdienst en Levensovertuiging structureel wordt
gemaakt.
Wel vraagt de initiatiefnota om duidelijke keuzes om vrijheid van godsdienst en levensovertuiging
prioriteit te geven binnen de beleidskeuzes. Dit hoeft niet ten koste van andere projecten.
Eén van de voorstellen in de nota is het toegroeien naar de investeringen in ontwikkelingssamenwerking
als 0,7% van het BNI. Als Nederland die groei weer inzet, is het mogelijk om ruim
extra te investeren in het bevorderen van godsdienstvrijheid, naast het investeren
in andere beleidsprioriteiten binnen BZ.
7. Conclusie
Wereldwijd nemen schendingen van de vrijheid van religie, waaronder christenvervolging,
toe. Dit is wereldwijd een ernstige en groeiende bedreiging voor honderden miljoenen
mensen. Nederland heeft zowel een morele verplichting als strategisch belang bij een
krachtig, samenhangend en toekomstbestendig beleid voor vrijheid van religie in brede
zin en in het specifiek voor christenvervolging.
Door te investeren in religieuze geletterdheid, relaties met religieuze leiders en
andere actoren, digitale weerbaarheid, interreligieuze dialoog, monitoring en diplomatie,
kan Nederland een betekenisvolle rol spelen in het beschermen van vervolgde christelijke
gemeenschappen en bijdragen aan vrede en verzoening in potentiële conflictcontexten.
Deze initiatiefnota biedt middels een groot aantal voorstellen een concrete route
om naar toe te werken. Blijvende aandacht, precisie en opvolging is daarbij steeds
van belang.
Ceder
Ondertekenaars
Don Ceder, Tweede Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.