Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Van der Werf over de situatie in Gaza en de Westelijke Jordaanoever
Vragen van het lid Van der Werf (D66) aan de Minister van Buitenlandse Zaken over de situatie in Gaza en de Westelijke Jordaanoever (ingezonden 23 december 2025).
Antwoord van Minister van Weel (Buitenlandse Zaken) en van Staatssecretaris de Vries
(Buitenlandse Zaken) (ontvangen 27 januari 2026)
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van het bericht «In Gaza, another winter of despair»?1 Waarom wordt beschreven dat de winteromstandigheden in de Gazastrook opnieuw hebben
geleid tot zeer moeilijke leefomstandigheden, inclusief overstromingen en sterfgevallen
als gevolg van onderkoeling? Wat is uw beoordeling van deze situatie?
Antwoord 1
Het kabinet heeft kennisgenomen van het bericht. Sinds het staakt-het-vuren is de
invoer van basale voedselhulp verbeterd, maar de humanitaire noden blijven hoog.
Vraag 2
Bent u bereid de Nederlandse bijdrage aan humanitaire hulp in Gaza op te voeren in
het licht van deze berichtgeving?
Antwoord 2
De Nederlandse financiële inzet voor humanitaire hulp in 2026 is op 12 januari jl.
aan de Kamer bekendgemaakt.2 Middels aanzienlijke, flexibel inzetbare bijdragen aan de VN, de Rode Kruis- en Halve
Maanbeweging en Dutch Relief Alliance helpt Nederland deze organisaties ook in 2026 om te reageren op humanitaire crises
wereldwijd. Dat geldt ook voor hun werk in de Gazastrook, de Westelijke Jordaanoever
en de regio. Nederland maakt in 2026 tevens EUR 16 miljoen beschikbaar voor het humanitaire
landenfonds van de VN voor de Palestijnse gebieden. In 2025 werd dit fonds ondersteund
met een bedrag van EUR 14,7 miljoen. Daarnaast zal, net als in voorgaande jaren, gedurende
2026 worden gekeken waar ter wereld eventuele additionele humanitaire bijdragen het
hardst nodig zijn.
Vraag 3
Bent u het eens dat de regering-Netanyahu bijdraagt aan deze omstandigheden door nog
steeds humanitaire hulpgoederen zoals winterbescherming en noodzakelijke spullen voor
medische zorg tegen te houden? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 3
Hulporganisaties hebben te maken met aanhoudende belemmeringen, waaronder de beperkte
opening van grensovergangen, de Israëlische herregistratieplicht voor internationale
ngo’s, en de restricties voor de invoer van goederen die Israël als dual use ziet, zoals onderdakmaterialen en bepaalde medische apparatuur. Israël voert hiervoor
veiligheidsoverwegingen aan. Israël heeft de verplichting om, conform het humanitair
oorlogsrecht, de bevolking in de gehele Gazastrook te voorzien van essentiële goederen.
Als bezettende macht is Israël verplicht om hulpacties van derde staten of onpartijdige
humanitaire organisaties toe te staan en deze met alle haar ten dienste staande middelen
te faciliteren. Dit volgt ook uit het IGH advies van 22 oktober 2025 over Israëls
verplichtingen ten aanzien van VN-hulpverlening in de bezette Palestijnse Gebieden.
Nederland blijft onderstrepen dat volledige, veilige en ongehinderde humanitaire toegang
cruciaal is, en spreekt Israël hier consequent in bilateraal en multilateraal verband
op aan.
Vraag 4
Welke maatregelen heeft Nederland, zelf of in EU-verband, genomen om te bevorderen
dat humanitaire hulp wél in voldoende mate de Gazastrook bereikt? Welk resultaat heeft
dat geleverd?
Antwoord 4
Zie het antwoord op vraag 2 en 3. Nederland blijft zich ervoor inspannen dat professionele
hulporganisaties, waaronder de VN, de Rode Kruis- en Halve Maanbeweging en internationale
ngo’s volledige, veilige en ongehinderde humanitaire toegang hebben om hun werk uit
te kunnen voeren. Dit alles doet Nederland zowel bilateraal in contacten met de Israëlische
autoriteiten, als in EU verband. Dit heeft het kabinet recent gedaan naar aanleiding
van de herregistratieplicht. De Minister van Buitenlandse Zaken nam na het besluit
van Israël op 31 december jl. telefonisch contact op met de Israëlische Minister van
Buitenlandse Zaken, en heeft zijn zorgen ook in november benadrukt tijdens zijn bezoek
aan Israël. Eerder was Nederland medeondertekenaar van het Foreign Ministers» Statement van augustus 2025, en onderstreepte het zorgen over de wetgeving tijdens de Europese
Raad.3 In eerdere Kamerbrieven bent u geïnformeerd over de wijzen waarop Nederland ten tijde
van de humanitaire blokkade de druk heeft opgevoerd.4
Vraag 5
Hoe beoordeelt u de recente Israëlische goedkeuring van 19 nieuwe nederzettingen op
de Westelijke Jordaanoever? Deelt u de mening dat de regering-Netanyahu hiermee een
tweestatenoplossing ondermijnt?
Antwoord 5
Het kabinet acht de Israëlische bezetting van de Palestijnse Gebieden onrechtmatig
en veroordeelt het Israëlisch nederzettingenbeleid, waarvan de goedkeuring van 19
nieuwe nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever deel uitmaakt. Het kabinet roept
Israël op dit besluit terug te draaien en geen verdere stappen te zetten die een tweestatenoplossing
onder druk zetten. Deze boodschap heeft Nederland ook onderstreept in een gezamenlijke
verklaring met gelijkgezinden.5 Daarnaast gaat het kabinet door met het voorbereiden van nationale maatregelen om
producten uit onrechtmatige nederzettingen in de door Israël bezette gebieden te weren.
Vraag 6
Welke stappen heeft u naar aanleiding van dit besluit gezet, zelf of in EU-verband?
Bent u van plan verdere actie te ondernemen, bijvoorbeeld binnen de VN?
Antwoord 6
Zie het antwoord op vraag 5.
Vraag 7
Bent u bekend met het bericht «Israëlische checkpoints verstikken Palestijnen op bezette
Westoever» waarin wordt beschreven dat Palestijnen door checkpoints gehinderd worden
in het bereiken van bijvoorbeeld school, werk of medische behandelingen?6 Bent u het eens dat het Israëlische leger hiermee onrechtmatig en disproportioneel
handelt en bent u bereid dit te veroordelen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 7
Het kabinet is bekend met dit bericht. Het kabinet roept Israël consequent op het
internationaal recht te eerbiedigen, waaronder in de Palestijnse Gebieden. Gedegen
en onafhankelijk onderzoek is nodig om feiten te verzamelen over vermeende schendingen
van het internationaal recht. Het kabinet spant zich daarvoor in.
Vraag 8
Bent u bekend met het bericht «Israël foltert en verkracht Palestijnse gevangenen
– en bijna niemand mag hen bezoeken»?7 Wat is uw reactie op dit bericht?
Antwoord 8
Het kabinet is bekend met dit bericht. Het kabinet maakt zich al geruime tijd zorgen
over de situatie rondom de detentie van Palestijnen in Israëlische detentiefaciliteiten.
Deze zorgen betreffen de detentieomstandigheden zelf, het aantal arbitraire detenties,
en de toegang tot detentiefaciliteiten voor hiervoor gemandateerde organisaties, specifiek
het Internationaal Comité van het Rode Kruis (ICRC). Het kabinet brengt deze zorgen
op in bilaterale contacten met de Israëlische autoriteiten, waaronder tijdens het
bezoek van de Mensenrechtenambassadeur aan Israël en de Palestijnse Gebieden afgelopen
november. Ook multilateraal spreekt Nederland zich hierover uit, waaronder in de gemeenschappelijke
positie van de EU-Israël Associatieraad en in (EU-) verklaringen bij de Mensenrechtenraad.
Vraag 9
Deelt u de opvatting dat deze praktijken een schending van mensenrechten betekenen?
Zo nee, waarom niet?
Antwoord 9
Het kabinet deelt de zorgen die door het VN-Comité tegen foltering zijn gepresenteerd
in hun concluding observations on the sixth periodic report of Israel van 22 december jl. en waar het NRC-artikel naar refereert. Gedegen en onafhankelijk onderzoek is nodig om feiten te
verzamelen over vermeende schendingen van het internationaal recht, bovenstaand rapport
is hiervoor van belang. Zie ook het antwoord op vraag 10.
Vraag 10
Bent u bereid om in internationale fora te pleiten voor onafhankelijke, transparante
onderzoeken naar alle meldingen van marteling en mishandeling van Palestijnse gevangenen?
Zo nee, waarom niet?
Antwoord 10
Nederland hecht groot belang aan het tegengaan van straffeloosheid. Gedegen en onafhankelijk
onderzoek is nodig om feiten te verzamelen over vermeende schendingen van het internationaal
recht. Het kabinet spant zich daarvoor in en brengt dit ook op in internationale fora
zoals de VN-Veiligheidsraad en de Algemene Vergadering van de VN. Tijdens het Open
Debat over het Midden-Oosten van de VN-Veiligheidsraad van 27 oktober jl. riep Nederland
op tot onafhankelijk onderzoek naar mogelijke schendingen van het internationaal recht
in de Palestijnse Gebieden. Daarnaast loopt er bij het Internationaal Strafhof (ISH)
al een actief onderzoek naar de situatie in de Palestijnse Gebieden. Het is aan het
ISH om dat onderzoek nader vorm te geven binnen de grenzen van het Statuut van Rome.
Het kabinet respecteert de onafhankelijkheid van de aanklagers van het ISH en mengt
zich derhalve niet in hun onderzoeks- en vervolgingsbeleid.
Nederland draagt ook in 2026 bij aan de onderzoekscapaciteit van het kantoor van de
VN Hoge Commissaris voor de Mensenrechten in de Palestijnse Gebieden (OHCHR), middels
iets meer dan EUR 2,1 miljoen. De OHCHR in de Palestijnse Gebieden monitort de mensenrechtensituatie
en rapporteert daar publiekelijk over.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
D.M. van Weel, minister van Buitenlandse Zaken -
Mede ondertekenaar
A. de Vries, staatssecretaris van Buitenlandse Zaken
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.