Inbreng verslag schriftelijk overleg : Inbreng verslag van een schriftelijk overleg over de Geannoteerde Agenda Informele Raad voor Concurrentievermogen 2 en 3 februari 2026 (Kamerstuk 21501-30-684)
2026D03425 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG
De vaste commissie voor Economische Zaken heeft een aantal vragen en opmerkingen aan
de Minister van Economische Zaken over de Geannoteerde agenda voor de informele Raad
voor Concurrentievermogen op 2 en 3 februari 2026 (Kamerstuk 21 501-30, nr. 684).
De voorzitter van de commissie,
Michon-Derkzen
Adjunct-griffier van de commissie,
Krijger
Inhoudsopgave
I
Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
II
Antwoord/Reactie van de Minister
I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de
geannoteerde agenda van de volgende informele Raad voor Concurrentievermogen op 2
en 3 februari 2026. Deze leden hebben hierover nog enkele vragen.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben enkele vragen over het Concurrentievermogen
Kompas en de inzet van de Minister. De Minister zegt in te willen zetten op een nauwere
verbinding met de handelsagenda en daarbij weerbaarheid nadrukkelijker mee te willen
nemen. Kan de Minister deze inzet verder toelichten? Welke acties verwacht hij van
de Europese Commissie en het voorzitterschap? Ziet de Minister mogelijkheden om besluiten
over bijvoorbeeld importtarieven – denk bijvoorbeeld aan elektrische auto’s – beter
te integreren in een bredere industriestrategie ten aanzien van het opbouwen van een
Europese industrie? Gaat het daarbij alleen om betere afstemming of zijn er ook instrumenten
die Nederland mist of in dit kader wil versterken? Ziet de Minister ruimte om de verduurzaming
van de industrie en de opbouw van een schone technologiesector (cleantech) sterker te verankeren in het instrument? Kan daarbij specifiek de vraag worden meegenomen
naar groene Europese producten?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben voorts ook enkele vragen over het interne-marktactieplan.
Onderdeel van het plan is simplificatie, met name via de tien omnibussen die de Europese
Commissie reeds heeft gepresenteerd. Een deel van de omnibussen bevat echter maatregelen
met grote risico’s voor consumenten, zoals het ruimer gebruik van kankerverwekkende
stoffen in make-up en het verzwakken van de controle op en autorisatie van pesticiden.
Hoe rijmt de Minister dergelijke initiatieven met de ambitie van een veilige interne
markt? Steunt de Minister dergelijke maatregelen die de gezondheid van mens en milieu
schaden? Is hij het eens met de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie dat simplificatie
niet ten koste mag gaan van de zorg die regering en Kamer dragen voor consumentenbescherming?
Zal de Minister dit standpunt ook uitdragen bij de informele Raad?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben naar aanleiding van het interne-marktactieplan
nog enkele vragen over de Digital Fairness Act (DFA) (verordening Digitale rechtvaardigheid). Onderdeel van een eerlijke interne
markt is betere regelgeving bij het tegengaan van verslavend ontwerp in online diensten,
waar ook de Kamer zich al verschillende malen over heeft uitgesproken, zoals bij de
motie Kathmann c.s.1 Kan de Minister toelichten wat zijn inzet bij de DFA wordt tijdens de informele Raad?
Zet de Minister actief in op verbod op manipulatief en verslavend ontwerp in online
diensten zoals sociale media, online games, streamingdiensten en dating apps in de DFA? Zal de Minister bij de Raad ook de urgentie benadrukken van een verbod
op polariserende algoritmes op basis van kliks en interactie? In hoeverre is de Minister
actief bezig om coalities te sluiten met andere Europese landen die hiervoor open
staan, zoals Denemarken, België en Frankrijk?
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
De leden van de CDA-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de geannoteerde
agenda en hebben hierover nog enkele vragen.
De leden van de CDA-fractie vinden het goed om te lezen dat gesproken zal worden over
het versterken van de Europese defensie-industrie. Deze leden hechten er grote waarde
aan dat voorgenomen grootschalige investeringen in defensie er ook voor zal zorgen
dat de Nederlandse en Europese economie daarvan profiteert. Voor nu hebben deze leden
hierbij een aantal vragen.
Deze leden onderschrijven de voorgenomen inzet van de regering om de Nederlandse defensie-industrie
verder te versterken en vragen of de regering concrete maatregelen te delen over hoe
zij dit vorm wil geven.
De leden van de CDA-fractie lezen voorts dat de Minister spreekt over «andere ondersteunende
maatregelen» voor het positioneren van de Nederlandse defensie industrie. Kan de Minister
aangeven welke concrete acties hieronder worden geschaard? Kan hij daarbij ook aangeven
welke daarvan specifiek zijn gericht op het versterken van de positionering van de
Nederlandse defensie-industrie in Europa?
Tot slot lezen de leden van de CDA-fractie dat er verschil van inzicht bestaat over
de wijze waarop de EU het wegnemen van belemmeringen in de interne defensiemarkt kan
faciliteren. Kan de Minister uiteenzetten welke positie hij inneemt ten aanzien van
de wijze waarop de EU dit zou moeten faciliteren, en welke inzet hij daarbij in Europees
verband nastreeft?
De leden van de CDA-fractie delen tot slot de waardering van de Cypriotische inzet
om concurrentievermogen hoog op de agenda te houden. Deze leden vragen, gezien de
duidelijke doelstellingen uit het rapport Wennink,2 en de daaruit voortvloeiende noodzaak om in de EU een voortrekkersrol te spelen,
op welke manier de Minister concreet voornemens is deze voortrekkersrol op Europees
niveau in te vullen.
II Antwoord/Reactie van de Minister
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
I.J.M. Michon-Derkzen, voorzitter van de vaste commissie voor Economische Zaken -
Mede ondertekenaar
H.W. Krijger, adjunct-griffier
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.