Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Boon en Raijer over antisemitische bezetting universiteitsgebouw Utrecht legt onderwijs voor 350 studenten plat
Vragen van de leden Boon en Raijer (beiden PVV) aan de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over antisemitische bezetting universiteitsgebouw Utrecht legt onderwijs voor 350 studenten plat (ingezonden 11 december 2025).
Antwoord van Minister Moes (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) (ontvangen 23 januari
2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 829.
Vraag 1
Bent u bekend met het feit dat de antisemitische actiegroep Utrecht Encampment inmiddels
een week lang een universiteitsgebouw aan de Drift in Utrecht bezet houdt, waardoor
het onderwijs voor meer dan 350 studenten volledig is geschrapt?1, 2
Antwoord 1
Ik ben bekend met het feit dat de bezetting van het universiteitsgebouw aan de Drift
in Utrecht door de actiegroep Utrecht Encampment er toe heeft geleid dat er onderwijs
geen doorgang heeft kunnen vinden. Vanwege het belang voor de studenten heeft de Universiteit
Utrecht zich ten volle ingezet om onderwijs zo goed mogelijk doorgang te laten vinden.3 Gedurende de bezetting heeft de universiteit in totaal 529 onderwijsactiviteiten
verzet naar een andere locatie of omgezet naar online-onderwijs. In totaal hebben
er tien onderwijsactiviteiten geen doorgang hebben kunnen vinden. De tien geannuleerde
onderwijsactiviteiten troffen in totaal 470 studenten.
Vraag 2
Deelt u de opvatting dat de studie van gewone studenten altijd voor moet gaan op de
acties van drammende en antisemitische bezetters, en vindt u daarom dat het universiteitsbestuur,
in overleg met de lokale driehoek, direct had moeten ingrijpen bij deze bezetting,
gelet op de enorme onderwijsverstoring?
Antwoord 2
De instellingsbesturen hebben de belangrijke taak om onderwijs en onderzoek doorgang
te laten vinden en de veiligheid op de campus te waarborgen. Ik zie dat zij zich hier
iedere dag opnieuw voor inzetten. Zo ook de Universiteit Utrecht tijdens deze bezetting,
zoals u kunt lezen in mijn antwoord op vraag 1. Ik vind het belangrijk dat de verantwoordelijkheid
voor de veiligheid op de campussen zoveel mogelijk wordt genomen daar waar deze ligt,
in dit geval is dat lokaal. Instellingen werken nauw samen de lokale driehoek van
burgemeester, OM en politie. Zij kunnen de situatie ter plekke het beste inschatten
en besluiten hoe hiermee om te gaan, waarbij het lokale gezag gaat over de inzet van
de politie. Als Minister van OCW heb ik geen bemoeienis met de inzet van de politie
en het moment van ingrijpen door hen bij deze bezetting.
Vraag 3
Bent u bereid om direct contact op te nemen met het universiteitsbestuur met het verzoek
om de bezetting per direct te beëindigen, zodat het onderwijs en de veiligheid op
de campus kunnen worden hersteld?
Antwoord 3
De bezetting is op 14 december jl. beëindigd.
Vraag 4
Deelt u de mening dat zodra bezetters de regels en verantwoordelijkheden voor demonstraties
van de universiteit overschrijden, er zonder uitstel moet worden ingegrepen om orde
en veiligheid te herstellen? Zo ja, bent u bereid deze boodschap actief uit te dragen
richting de colleges van bestuur van alle universiteiten?
Antwoord 4
Zoals in mijn antwoord op vraag 2 aangegeven ligt het besluit tot ingrijpen lokaal.
Daarop aanvullend wil ik u melden dat ik in mijn brief aan uw Kamer d.d. 18 december
jl. ben ingegaan op een vergelijkbare vraag. Daar geef ik aan dat instellingen altijd
aangifte doen van strafbare feiten wanneer die plaatsvinden tijdens protesten op hun
terreinen, zoals bedreiging, vernieling of openlijke geweldpleging, en zij studenten
en medewerkers bijstaan die aangifte willen doen. Zoals mijn ambtsvoorganger in een
andere Kamerbrief4 d.d. 19 mei jl. reeds heeft aangegeven, wordt bij vernielingen zo mogelijk de schade
verhaald op de dader(s). Tot slot hecht ik er waarde aan te benadrukken dat ik regelmatig
in gesprek ben met instellingen. In deze gesprekken is o.a. aandacht voor het belang
van ruimte voor demonstraties op de onderwijsinstellingen, waarbij het ook van groot
belang is dat deze altijd binnen de grenzen van de wet en de huis- en gedragsregels
van de instelling plaatsvinden.
Vraag 5
Kunt u aangeven waarom universiteitsbesturen structureel zo zwak optreden tegen antisemitische
bezettingen en protesten op hun campussen? En kunt u uiteenzetten welke concrete maatregelen
dit kabinet gaat nemen om het telkens terugkerende antisemitisme op Nederlandse universiteiten
eindelijk te elimineren?5, 6, 7, 8, 9
, 10
Antwoord 5
Ik wil benadrukken dat ik zie en weet dat de instellingbesturen zich inzetten om een
goede invulling te geven aan hun verantwoordelijkheid voor een sociaal veilige leer-
en werkomgeving. Dat doen zij samen met de lokale veiligheidsdriehoek. Zoals in het
antwoord op vraag 2 is aangegeven, is het van belang dat die verantwoordelijkheid
lokaal wordt ingevuld.
Voorts werk ik samen met universiteiten en hogescholen via verschillende acties aan
het bestrijden van antisemitisme. Ik heb u hier onlangs uitgebreid over geïnformeerd
per brief d.d. 18 december jl.11 In februari 2026 presenteert de Taskforce Antisemitismebestrijding aanbevelingen
voor het verbeteren van de veiligheid van Joodse studenten en medewerkers. Naar aanleiding
van deze aanbevelingen zal ik nagaan welke vervolgacties er nodig zijn en uw Kamer
hierover informeren. Ook werk ik samen met de Nationaal Coördinator Antisemitismebestrijding
(NCAB) aan handreikingen voor vertrouwenspersonen en andere functionarissen, docenten
en leidinggevenden over het herkennen van en omgaan met antisemitisme. Op de langere
termijn werk ik aan een wettelijke zorgplicht veiligheid, die eveneens voorziet in
versterking van het toezicht op het veiligheidsbeleid van instellingen.
Ondertekenaars
G. Moes, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.