Schriftelijke vragen : Het wegvallen van de toegang tot het digitale betalingsverkeer voor de coffeeshopsector.
Vragen van de leden Sneller en Van Berkel (beiden D66) aan de Ministers van Financiën, van Justitie en Veiligheid en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over het wegvallen van de toegang tot het digitale betalingsverkeer voor de coffeeshopsector (ingezonden 23 januari 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Paniek in de coffeeshop: kan de cannabis straks niet
meer gepind?» en kunt u bevestigen dat het voor ondernemers in deze sector momenteel
onmogelijk is geworden om bij een in Nederland gevestigde betaaldienstverlener een
nieuw contract af te sluiten?1
Vraag 2
Hoe beoordeelt u het feit dat legitieme, belastingbetalende ondernemers zelfs bij
minieme wijzigingen in hun bedrijfsvoering, zoals een noodzakelijke rechtsvormwijziging,
hun bestaande bankrelatie verliezen en nergens anders terecht kunnen?
Vraag 3
Ziet u in deze beweging een bevestiging dat er sprake is van de facto categorale uitsluiting
van een hele sector?
Vraag 4
Hoe rijmt u de ogenschijnlijke categorale uitsluiting met de wettelijke plicht van
financiële instellingen om een individuele risico-afweging te maken op basis van de
Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft), zoals deze
plicht eerder werd bevestigd door de Minister van Financiën?2
Vraag 5
Kunt u toelichten hoe het kan dat de situatie achteruit lijkt te gaan?
Vraag 6
Erkent u dat de doelstellingen van de Wwft (het voorkomen van witwassen) juist worden
ondermijnd wanneer een sector collectief uit de gereguleerde financiële infrastructuur
wordt geduwd en volledig afhankelijk wordt van contant geld?
Vraag 7
Wat zijn de gevolgen voor de veiligheid van ondernemers, personeel en de openbare
orde als coffeeshops door deze, de facto, categorale uitsluiting van digitaal betalingsverkeer
noodgedwongen grote hoeveelheden contant geld opslaan en daarmee een groter risico
lopen op bijvoorbeeld overvallen?
Vraag 8
Hoe kijkt u aan tegen de verschuiving naar buitenlandse betaaldienstverleners; deelt
u de zorg dat hierdoor de grip op het toezicht (DNB) en de informatiepositie van opsporingsdiensten
(FIU/FIOD) ernstig verslechtert door het mechanisme van Home State Control?
Vraag 9
Vindt u het acceptabel dat Nederlandse ondernemers voor hun basisvoorzieningen afhankelijk
worden van buitenlandse partijen waar zij bij geschillen nauwelijks juridische bescherming
of verweer hebben onder de Nederlandse wet?
Vraag 10
Bent u bereid om, in het kader van zijn systeemverantwoordelijkheid voor een inclusief
betaalverkeer, met DNB in gesprek te gaan over een actiever handhavingsbeleid tegen
het categorisch weigeren van klanten?
Vraag 11
Ziet u het risico dat deze financiële uitsluiting de geloofwaardigheid en het succes
van het Experiment Gesloten Coffeeshopketen ondermijnt, nu ook gecertificeerde ondernemers
binnen dit experiment tegen muren aanlopen bij banken?
Vraag 12
Welke concrete stappen gaat u ondernemen om te garanderen dat deze legaal opererende
sector toegang behoudt tot het digitale betalingsverkeer nu de markt dit duidelijk
laat afweten?
Vraag 13
Kunt u deze vragen met de nodige spoed beantwoorden, aangezien de continuïteit van
bedrijven en de veiligheid op straat hier direct door in het geding zijn?
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
Joost Sneller, Tweede Kamerlid -
Mede ondertekenaar
N. van Berkel, Tweede Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.