Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden De Kort en Westerveld over het nieuwsbericht ‘Gehandicapte kinderen spelen vaker alleen in de speeltuin’
Vragen van de leden De Kort (VVD) en Westerveld (GroenLinks-PvdA) aan de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over het nieuwsbericht «Gehandicapte kinderen spelen vaker alleen in de speeltuin» (ingezonden 28 november 2025).
Antwoord van Staatssecretaris Pouw-Verweij (Volksgezondheid, Welzijn en Sport), mede
namens de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (ontvangen 22 januari
2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 739.
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Gehandicapte kinderen spelen vaker alleen in de speeltuin»?
Zo ja, wat is uw reactie op dit bericht?1
Antwoord 1
Ja, ik ben bekend met het bericht. Ik ben van mening dat alle kinderen, ook kinderen
die een beperking hebben, moeten kunnen spelen in een speeltuin, samen met andere
kinderen. Er zijn nog steeds te veel gemeenten waar geen speeltuinen zijn waar kinderen
met een beperking terecht kunnen. Daarom is in de werkagenda VN-Verdrag Handicap de
maatregel opgenomen dat in 2030 in elke gemeente minimaal één inclusieve speeltuin
is gerealiseerd.
Vraag 2
In het nieuwsbericht van de NOS wordt beschreven dat één op de drie kinderen met een
handicap nooit bij een speelplek in de eigen buurt komt. Als ze dat wel doen speelt
een kwart daar vaak alleen. Wat is uw reactie op deze cijfers van Stichting het Gehandicapte
Kind?
Antwoord 2
Deze cijfers vind ik zeer verdrietig. Kinderen met en zonder beperking moeten met
elkaar kunnen opgroeien en spelen. Al sinds de ondertekening van het SamenSpeelAkkoord
in 2019 wordt ingezet op een inclusieve speelcultuur met meer samenspeelplekken en
meer en beter toegankelijke kennis over samen spelen. De inzet die Jantje Beton en
Het Gehandicapte Kind hierop plegen, is van groot belang voor het realiseren van een
echte inclusieve speelcultuur. Ook de VNG maakt onderdeel uit van dit netwerk en denkt
actief mee. Zij dragen bij aan activiteiten in het netwerk en verspreiden ook actief
informatie via haar kanalen en zullen dit ook in de toekomst blijven doen.
Vraag 3
Bent u het eens dat er nog veel winst te halen valt bij het inclusiever maken van
speeltuinen in Nederland? Hoe worden gemeenten vanuit het Rijk gestimuleerd om speeltuinen
inclusiever te maken? Zowel wel bij aanleg van een nieuwe speeltuin als bij een herontwikkeling
of vernieuwing?
Antwoord 3
Buitenspelen is primair een taak van gemeenten. Binnen GALA en Sportakkoord II is
aandacht voor de beweegvriendelijke omgeving en buitenspelen in de openbare ruimte.
VWS ondersteunt het SamenSpeelNetwerk, dat informatie en expertise ter beschikking
stelt om zowel gemeenten als bedrijven te ondersteunen die werk willen maken van samen
spelen. Zoals gezegd is in de werkagenda VN-Verdrag Handicap de maatregel opgenomen
dat in 2030 in elke gemeente minimaal één inclusieve speeltuin is gerealiseerd. Daarnaast
verkent VWS samen met partners hoe inclusiviteit een plek krijgt in de (interdepartementale)
stimulering en ontwikkeling van groen/blauwe schoolpleinen, de speelleeromgeving van
scholen.
Vraag 4
Uit het bericht blijkt dat 155 gemeenten in Nederland nog geen aangepaste speelplek
hebben. Wat is uw reactie op dit aantal en hoe worden deze gemeenten al ondersteund
om hun speeltuinen inclusiever in te richten?
Antwoord 4
Middels een meerjarige subsidie van VWS aan het SamenSpeelFonds wordt ingezet op een
landelijke dekking van inclusieve speeltuinen. In samenspraak met het SamenSpeelFonds
hebben we de reikwijdte van het programma verbreed waardoor ook gemeenten een aanvraag
in kunnen dienen. Doel is om eind 2026 in 70% van de gemeenten een inclusieve speeltuin
gerealiseerd te hebben. Eind 2030 moet in lijn met de strategie «Sporten voor mensen
met een handicap is vanzelfsprekend in 2030» 100% van de Nederlandse gemeenten een
inclusieve speeltuin hebben.
Vraag 5
Welke rol heeft het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties om het
verschil tussen gemeenten met en zonder toegankelijke speelplekken te verkleinen en
er zo voor te zorgen dat in iedere gemeente er in ieder geval één toegankelijke speelplek
te vinden is voor kinderen met een handicap?
Antwoord 5
De overheden, dus ook gemeenten, zijn op basis van het VN-verdrag Handicap verplicht
om het mogelijk te maken dat ook kinderen met een beperking mee kunnen doen. Zoals
gezegd is buitenspelen primair een taak van gemeenten. Met de eerder in deze brief
genomen maatregelen worden alle gemeenten door het kabinet, waaronder de Minister
van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties, gestimuleerd en ondersteund om inclusieve
speeltuinen te hebben. De afspraak is dat in 2030 in elke gemeente minimaal één inclusieve
speeltuin is gerealiseerd. Het is aan gemeenten om lokaal, in nauwe samenspraak met
inwoners met een beperking en vertegenwoordigende organisaties, vast te stellen hoe
zij deze verplichting lokaal zo goed mogelijk opvolging kunnen geven.
Vraag 6
Zijn er landelijke richtlijnen voor het toegankelijk maken van speeltuinen? Zo ja,
zou daar vanuit het ministerie enerzijds opnieuw aandacht voor gevraagd kunnen worden
en anderzijds een doelstelling aan gekoppeld kunnen worden?
Antwoord 6
Er zijn geen landelijke richtlijnen voor het toegankelijk maken van speeltuinen. Zoals
hierboven geschetst, ondersteunt het SamenSpeelnetwerk gemeenten bij het toegankelijk
maken van speeltuinen. De VNG maakt in de inspiratiebundel «Aan de slag met samen
spelen»2 gebruik van de 100-70-50 regel die de speeltuinbende3 heeft opgesteld. Dit wil zeggen dat iedereen op speelplekken 100% welkom is, 70%
van de ruimte toegankelijk en 50% van de voorzieningen bespeelbaar is voor ieder kind.
Vraag 7
Bent u van mening dat het toegankelijk maken van speelplekken een verplichting is
die voortvloeit uit het VN-verdrag Handicap? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 7
Het VN-Verdrag Handicap benadrukt het recht om samen op te groeien en samen te spelen.
Wij hebben met elkaar de verplichting om dit mogelijk te maken.
Vraag 8
Bent u bereid om met gemeenten in gesprek te gaan om hen te wijzen op het belang van
inclusieve speelplekken en om hen te vragen dit standaard in hun beleid of lokale
inclusie-agenda op te nemen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 8
De VNG is onderdeel van het samenspeelnetwerk. Het belang van samen spelen dragen
zij uit naar gemeenten. In de handreiking «Lokale Inclusie Agenda» en praktijkvoorbeeldendatabank
van de VNG wordt ook aandacht besteed aan inclusief spelen.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
N.J.F. Pouw-Verweij, staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport -
Mede namens
F. Rijkaart, minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.