Verslag van een schriftelijk overleg : Verslag van een schriftelijk overleg over o.a. de Geannoteerde agenda voor de Raad Algemene Zaken van 26 januari 2026 (Kamerstuk 21501-02-3315)
21 501-02 Raad Algemene Zaken en Raad Buitenlandse Zaken
Nr. 3319
VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG
Vastgesteld 22 januari 2026
De vaste commissie voor Europese Zaken heeft een aantal vragen en opmerkingen voorgelegd
aan de Minister van Buitenlandse Zaken over de brief van 8 januari 2026 over de Geannoteerde
agenda voor de Raad Algemene Zaken van 26 januari 2026 (Kamerstuk 21 501-02, nr. 3315), over de brief van 19 december 2025 over het Verslag van de Raad Algemene Zaken
van 16 december 2025 (Kamerstuk 21 501-02, nr. 3314) en over de brief van 15 december 2025 over het Nederlands Voorzitterschap van de
Benelux Unie 2026 (Kamerstuk 36 800 V, nr. 32).
De vragen en opmerkingen zijn op 19 januari 2026 aan de Minister van Buitenlandse
Zaken voorgelegd. Bij brief van 22 januari 2026 zijn de vragen beantwoord.
De fungerend voorzitter van de commissie, Erkens
De griffier van de commissie, Blom
Inhoudsopgave
I
Vragen en opmerkingen vanuit de fracties en reactie van de bewindspersoon
3
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie en reactie van de bewindspersoon
3
Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie en reactie van de bewindspersoon
6
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie en reactie van de bewindspersoon
8
Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie en reactie van de
bewindspersoon
10
Inleiding
Met verwijzing naar de schriftelijke inbreng van de Tweede Kamer d.d. 19 januari naar
aanleiding van de geannoteerde agenda van de Raad Algemene Zaken d.d. 26 januari,
gaat uw Kamer hierbij de beantwoording toe van de zijde van het kabinet.
De Commissie heeft voorgesteld om in de toetredingsonderhandelingen met Montenegro
het hoofdstuk over financiële controle onder voorbehoud te sluiten. Het kabinet weegt
de bredere (rechtsstaats-)situatie in Montenegro zodanig dat het een kritisch-constructieve
grondhouding heeft ten aanzien van het voorstel.1 (Zie ook de Kabinetsappreciatie uitbreidingspakket 2025 (Kamerstuk 23 987, nr. 398)) Het kabinet kan dit steunen, mits Montenegro blijvend investeert in versterking
van administratieve en personele capaciteit en aan de specifieke voorwaarden voor
desbetreffende hoofdstukken is voldaan.
De Commissie stelt vast dat Montenegro aan de beleidsinhoudelijke closing benchmarks voldoet. Deze zien onder andere op implementatie van wet- en regelgeving over publiek
financieel beheer, de onafhankelijkheid van nationale controle instanties, en effectieve
en efficiënte coördinatie van fraudebestrijdingsactiviteiten om de financiële belangen
van de EU te borgen.
Tijdens de behandeling in Brussel heeft Nederland ingezet op deugdelijke implementatie
van hervormingen en nauwe, blijvende monitoring door de Commissie van deze en resterende
stappen. Het kabinet steunt het onder voorbehoud sluiten van dit hoofdstuk, nu de
Commissie bevestigt dat aan de benchmarks is voldaan en verdere ontwikkelingen zal blijven monitoren. Naar verwachting zal
er in de Raad unanieme steun zijn voor deze stap. Afhankelijk van instemming van EU-lidstaten
zal en marge van de RAZ van 26 januari een Intergouvernementele Conferentie worden
georganiseerd.
I. Vragen en opmerkingen vanuit de fracties en reactie van de bewindspersoon
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie en reactie van de bewindspersoon
De leden van de D66-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda voor de
Raad Algemene Zaken van 26 januari 2026 (Kamerstuk 21 501-02, nr. 3315). Zij hebben hierover de volgende vragen.
European Democracy Shield
De leden van de D66-fractie verwelkomen het initiatief voor een European Democracy
Shield (EDS). Juist nu democratische rechtsstaten onder druk staan door toenemende
buitenlandse inmenging, druk op vrije media en dalend vertrouwen in instituties, is
versterking van Europese weerbaarheid noodzakelijk.
De leden van de D66-fractie wijzen erop dat ook Nederland concreet met dreigingen
te maken heeft2. Deze leden vragen de Minister welke concrete stappen inmiddels zijn gezet naar aanleiding
van de door de Kamer aangenomen motie van het lid Paternotte3 om een brede bewustwordingscampagne via sociale media op te zetten over de risico’s
van digitale spionage en buitenlandse wervingspogingen.
1. Antwoord van het kabinet
Het kabinet deelt de noodzaak van bewustwording van risico’s van digitale spionage
en buitenlandse wervingspogingen. Ter uitvoering van de motie brengt het kabinet momenteel
in kaart wat er nodig is en bij welke initiatieven kan worden aangesloten. Het kabinet
zal uw Kamer later dit jaar, in de voortgangsbrief ongewenste buitenlandse inmenging,
verder informeren over de uitvoering van de motie.
Daarnaast vragen de leden van de D66-fractie of de Minister bereid is om in de Raad
het initiatief te nemen om een vergelijkbare Europese bewustwordingscampagne te agenderen
als onderdeel van het EDS.
2. Antwoord van het kabinet
Het kabinet ziet dergelijke bewustwordingscampagnes als een nationale bevoegdheid
en acht derhalve een Europese campagne niet opportuun. Wel zet het European Democracy
Shield (EDS) in op mediawijsheid en het bewustzijn verhogen onder EU-burgers op het
gebied van democratische rechten en buitenlandse informatiemanipulatie en -inmenging.
Het kabinet steunt dit.
EU–VS informatie-uitwisseling en (bio)metrische gegevens
De leden van de D66-fractie hebben zorgen over de richting van de gesprekken over
het zogeheten Enhanced Border Security Partnership en de mogelijkheid dat biometrische gegevens en andere persoonsgegevens ruimer gedeeld
worden4. Deze leden benadrukken dat dit een vergaande stap is en een gevaarlijk precedent
kan scheppen. Welke randvoorwaarden hanteert hanteert voor gegevensuitwisseling met
de Verenigde Staten (VS), zo vragen deze leden.
Kan de Minister bevestigen dat Nederland zich verzet tegen constructies waarbij buitenlandse
autoriteiten directe toegang krijgen tot databanken met gegevens van EU-burgers?
3. Antwoord van het kabinet
In het onderhandelingsmandaat van de Commissie is de reikwijdte van de kaderovereenkomst
beperkt tot grenscontrole en visumaanvragen, mede dankzij de Nederlandse inzet conform
de kabinetsappreciatie.5 Nederland heeft voorts ingezet op waarborgen van gegevensbescherming. Het onderhandelingsmandaat
ziet niet toe op Europese databanken, maar enkel op nationale databanken. Op verzoek
van onder andere Nederland stelt het onderhandelingsmandaat van de Commissie expliciet
dat menselijke interventie door de betreffende lidstaat nodig is om aanvullende gegevens
te versturen, waardoor buitenlandse autoriteiten geen directe toegang krijgen.
Hoe weegt de Minister de recente politieke ontwikkelingen in de onderhandelingshouding
van de EU en Nederland, in het bijzonder het nieuws dat vijf EU-burgers een inreisverbod
hebben gekregen van de VS door hun inzet op Big Tech regulering?6
4. Antwoord van het kabinet
Het kabinet blijft alert op de belangrijke randvoorwaarden zoals beschreven in het
antwoord op vraag 3. De huidige geopolitieke ontwikkelingen, alsook de aankondiging
van de VS om inreisverboden op te leggen aan vijf EU-burgers, staan hier los van.
Heeft het kabinet zich reeds uitgesproken tegen inreisverboden voor Europese burgers
die op democratische wijze het Europese en Nederlandse belang verdedigen? Zo nee,
wil het kabinet dat in beantwoording op deze vragen volmondig doen?
5. Antwoord van het kabinet
Het kabinet heeft de aankondiging van de inreisverboden voor een vijftal Europeanen
reeds veroordeeld.7 Naast het feit dat het kabinet het niet eens is met de beschuldigingen van de VS
over de Europese digitale wet- en regelgeving, acht het kabinet het onterecht dat
de VS maatregelen neemt die zijn gericht tegen Europese individuen. De EU gaat zelf
over haar eigen democratisch tot stand gekomen wet- en regelgeving, die door de Raad
en het Europese Parlement is vastgesteld.
Tot slot vragen de leden van de D66-fractie aan de Minister hoe de Kamer wordt betrokken
bij (a) het EU-brede kader en (b) de bilaterale vervolgstappen in het onderhandelingsproces
tussen lidstaten en de VS. Op welke momenten kan de Kamer inhoudelijk sturen?
6. Antwoord van het kabinet
Wanneer de onderhandelingen over de kaderovereenkomst tussen de Europese Commissie
en de VS zijn afgerond, beginnen de bilaterale onderhandelingen met de VS voor alle
lidstaten, en dus ook voor Nederland. Het kabinet blijft uw Kamer informeren over
relevante ontwikkelingen, inclusief besluitvorming in de Raad over het kaderovereenkomst,
via de geëigende wegen. Daarbij is goedkeuring van uw Kamer voor de bilaterale overeenkomst
vereist om de overeenkomst in werking te kunnen laten treden. Zie verder de beantwoording
van vraag 4.
Vetorecht en slagvaardigheid EU-buitenlands beleid
De leden van de D66-fractie wijzen op de aangenomen motie (Kamerstuk 21 501-20, nr. 2360) die het kabinet oproept zich in Brussel actief in te zetten voor een koerswijziging
ten aanzien van het vetorecht in het buitenland- en defensiebeleid. Deze leden vragen
de Minister, gezien de grote haast in het licht van de geopolitieke ontwikkelingen,
welke concrete stappen inmiddels zijn gezet om uitvoering te geven aan deze motie.
Met welke gelijkgezinde landen trekt Nederland hierin op?
7. Antwoord van het kabinet
Het kabinet zal zich in lijn met motie-Klos,8 en binnen de kaders van het EU-verdrag, inzetten voor het afschaffen van het vetorecht
en voor de invoering van meerderheidsbesluitvorming binnen het GBVB en het Gemeenschappelijk
Veiligheids- en Defensiebeleid (GVDB), zolang dit de nationale bevoegdheid om wel
of niet aan militaire missies bij te dragen, respecteert. Nederland zal bij in de
EU hiervoor pleiten. Nederland heeft in deze discussie hiervoor tot dusver opgetrokken
met gelijkgestemde lidstaten in de zogenaamde Group of Friends en het kabinet is voornemens om dit nu weer te doen.
Jaarlijkse rechtsstaatdialoog
De leden van de D66-fractie vinden het van groot belang dat de jaarlijkse rechtsstaatdialoog
leidt tot zichtbare verbeteringen waar problemen structureel zijn. Zij wijzen in dit
verband op aanhoudende signalen over druk op mediavrijheid in Griekenland, intimidatie
van journalisten, inzet van spyware en misbruik van rechtszaken (SLAPPs), met als
gevolg zelfcensuur en aantasting van de democratische informatievoorziening.
De leden van de D66-fractie vragen de Minister of hij voornemens is deze zorgen expliciet
te adresseren tijdens de Raad, juist in het kader van de rechtsstaatdialoog. Zo ja,
met welke concrete boodschap en welke verbeterpunten verwacht Nederland van Griekenland?
8. Antwoord van het kabinet
Volgens het rechtsstaatrapport 2025 heeft Griekenland vooruitgang geboekt bij de bescherming
van mediavrijheid en de veiligheid van journalisten, maar blijven er aandachtspunten.
Zo waren er afgelopen jaar verschillende incidenten tijdens demonstraties, en werden
mogelijk gebruik van spyware tegen en intimidatie van journalisten gerapporteerd.9 Tijdens de landenspecifieke rechtsstaatdialoog zal Nederland deze zorgen adresseren
en Griekenland bevragen op deze uitdagingen en de concrete verbeteringen die het voornemens
is om door te voeren. Het kabinet zal, mede op basis van de constateringen en aanbevelingen
van het rechtsstaatrapport, Griekenland aanmoedigen zich in te blijven zetten voor
de versterking van mediavrijheid en de veiligheid van journalisten in lijn met de
waarden van de EU zoals vastgelegd in artikel 2 van het EU-Verdrag.
Daarnaast vragen deze leden hoe de Minister de effectiviteit van het huidige EU-instrumentarium
beoordeelt. Ziet het kabinet ruimte voor versterking van opvolging en consequenties
wanneer verbetering uitblijft?
9. Antwoord van het kabinet
Het EU-rechtsstaatinstrumentarium is de afgelopen jaren versterkt. Wanneer lidstaten
het EU-recht schenden, kan de Commissie handhavend optreden. De Commissie heeft hiervoor
meerdere instrumenten ter beschikking.10 Het kabinet vindt het van belang dat de Commissie snel en effectief optreedt om terugval
van lidstaten op rechtsstatelijk vlak te voorkomen en aan te pakken en daarbij gebruik
maakt van al het beschikbare EU rechtsstaatinstrumentarium. Het kabinet pleit er voor
dat het bestaande EU rechtsstaatinstrumentarium volledig, consequent en meer in samenhang
wordt benut. Het kabinet onderzoekt ook, in samenwerking met gelijkgestemde lidstaten,
hoe de effectiviteit van het bestaande EU-rechtsstaatinstrumentarium nog verder kan
worden vergroot. Zo zet het kabinet zich, in lijn met de motie-Olger van Dijk, in
voor een sterke en effectieve koppeling tussen het respecteren van de rechtsstaat
en fundamentele rechten en het ontvangen van fondsen uit de EU-begroting als onderdeel
van de Nederlandse inzet voor het volgend MFK.11 Het kabinet is ook voorstander van het voorstel van de Commissie om in het volgend
MFK een koppeling op te nemen tussen de aanbevelingen uit het rechtsstaatrapport en
de ontvangst van middelen uit de EU-begroting.
Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie en reactie van de bewindspersoon
De leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van de plannen van de Europese Commissie
in het kader van het Europees Schild voor de Democratie, waaronder het voornemen om
educatieve instrumenten en lespakketten te ontwikkelen voor jongeren.
Deze leden vragen of de Minister bekend is met de plannen van de Europese Commissie
om lespakketten te ontwikkelen en of de Minister kan uiteenzetten welke concrete vormen
deze lespakketten volgens de huidige plannen kunnen aannemen en welke rol Nederland
daarin heeft of zal krijgen.
De leden van de PVV-fractie wijzen op recente berichtgeving over het door de Britse
overheid gefinancierde spel Pathways, waarin jongeren (tussen de 11 en 18) tijdens
een educatief traject worden geconfronteerd met mogelijke doorwijzing naar een antiradicaliseringsprogramma
wanneer zij kritische standpunten innemen over migratie. Deze leden vragen of de Minister
bekend is met dit educatieve spel en of de Minister de zorg deelt dat dergelijke educatieve
middelen fungeren als ideologisch sturingsinstrument. Deze leden vragen of de Minister
kan uitsluiten dat de door de Europese Commissie aangekondigde lespakketten binnen
het Europees Schild voor de Democratie een vergelijkbaar karakter zullen krijgen.
De leden van de PVV-fractie vragen daarnaast of de Minister bereid is zich in EU-verband
expliciet te verzetten tegen lespakketten of educatieve programma’s waarin jongeren
worden gestuurd in hun politieke opvattingen en kan toezeggen dat Nederland geen medewerking
zal verlenen aan EU-initiatieven die neerkomen op ideologische beïnvloeding onder
het mom van democratische weerbaarheid.
10. Antwoord van het kabinet
Het kabinet constateert dat diverse initiatieven waarnaar de leden van de PVV-fractie
verwijzen nog nader moeten worden uitgewerkt door de Commissie. De uitwerking hiervan
gebeurt in samenspraak met lidstaten en stakeholders, en met respect voor de nationale
bevoegdheden op het gebied van onderwijs. Uw Kamer ontvangt spoedig het BNC-fiche
waarin nader wordt ingegaan op de kabinetsinzet binnen het EDS.
Het kabinet hecht veel waarde aan het goed naleven van het subsidiariteitsbeginsel
gezien de nationale bevoegdheid op het gebied van onderwijs. Er is hierbij een belangrijk
verschil tussen verplicht lesmateriaal en lesmateriaal dat vrijwillig wordt aangeboden
vanuit de EU. Er zijn geen aanwijzingen dat de Commissie met initiatieven zal komen
die rechtstreeks raken aan onderwijsinhoud en -methoden. Het kabinet onderschrijft
verder het belang van de verbetering van basisvaardigheden en uitwisseling van best practices op het gebied van onderwijs tussen lidstaten en met de EU.
Tot slot is het kabinet bekend met het door de Britse overheid gefinancierde spel
Pathways. Dit initiatief betreft een nationale aangelegenheid en heeft als doel om
radicalisering onder jongeren tegen te gaan. Voor het kabinet is het zaak dat de nationale
wettelijke opdracht aan scholen om invulling te geven aan burgerschapsonderwijs leidend
is en dat de initiatieven in het EDS deze opdracht ondersteunen.
De leden van de PVV-fractie vragen hoe binnen het gehele Europees Schild voor de Democratie
wordt voorkomen dat een eenzijdig pro-EU narratief de overhand krijgt of structureel
wordt bevoordeeld.
11. Antwoord van het kabinet
Het EDS bestaat uit een reeks samenhangende maatregelen en acties en is gestoeld op
drie pijlers, te weten: 1) integriteit van de informatieruimte, 2) weerbare instellingen,
vrije verkiezingen en onafhankelijke media, en 3) maatschappelijke veerkracht en betrokkenheid
van burgers. Het EDS beoogt een informatieruimte te bevorderen ten behoeve van een
open publiek debat. Er is geen sprake van het bevoordelen van standpunten in debatten.
Daarnaast vragen deze leden hoe, door wie en op basis van welke inhoudelijke en objectieve
criteria wordt vastgesteld wat als desinformatie wordt aangemerkt, en welke waarborgen
bestaan om te voorkomen dat legitieme politieke standpunten of kritiek op EU-beleid
hieronder worden geschaard.
12. Antwoord van het kabinet
Het bestempelen van desinformatie als zodanig en factchecken is geen taak van overheden. Vrijheid van meningsuiting en persvrijheid zijn het uitgangspunt
bij de aanpak van desinformatie. Het kabinet verwelkomt daarom een rol voor onafhankelijke
partijen en hecht zeer aan onafhankelijke en duurzame werking van factcheck-netwerken en aan een pluriform medialandschap. Wanneer de nationale veiligheid, volksgezondheid,
maatschappelijke en/of economische stabiliteit in het geding zijn, kan de overheid
wel optreden door desinformatie actief te weerspreken.
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
De leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de geannoteerde
agenda voor de Raad Algemene Zaken van 26 januari 2026. Deze leden constateren dat
deze Raad vooral in het teken zal staan van de prioriteiten van het Cypriotisch voorzitterschap
dat op 1 januari van start is gegaan.
De leden van de VVD-fractie kijken positief naar de inzet van dit voorzitterschap,
samengevat onder de titel «An Autonomous Union. Open to the world», vooral tegen de
achtergrond van de recente geopolitieke ontwikkelingen in onder andere Groenland,
Iran en Venezuela. Wel hebben deze leden naar aanleiding van dit werkprogramma, en
naar aanleiding van de overige punten op de agenda, nog enkele vragen.
Democracy shield
De leden van de VVD-fractie steunen de ambitie van het EDS. Deze leden zijn voorstander
van sterke en weerbare democratieën in Europese lidstaten, onder andere door een Europees
netwerk aan factcheckers. Wel vragen zij wat de toegevoegde waarde is van het EDS
voor lidstaten met een relatief sterk democratisch fundament, zoals Nederland. In
hoeverre bestaat er volgens het kabinet het risico dat het EDS ertoe leidt dat Nederland
bevoegdheden tijdelijk of permanent verliest aan de Europese Commissie, terwijl het
gevaar van buitenlandse beïnvloeding in Nederland relatief beperkt is? Hoe verhoudt
het EDS zich volgens het kabinet in dat kader tot het subsidiariteitsbeginsel?
13. Antwoord van het kabinet
Het kabinet hecht waarde aan naleving van het subsidiariteitsbeginsel gezien de nationale
bevoegdheid op het gebied van democratische processen. Het kabinet merkt op dat veel
initiatieven uit het EDS nog moeten worden uitgewerkt door de Commissie. Bij de uitwerking
bekijkt het kabinet nauw of de EU alleen optreedt op gebieden waar de EU bevoegd is
(attributiebeginsel) en of dit meerwaarde heeft boven nationaal optreden (subsidiariteitsbeginsel).
Op deze manier is er geen sprake van het overdragen van bevoegdheden. Uw Kamer ontvangt
spoedig het BNC-fiche over dit voorstel, waarin de grondhouding ten aanzien van subsidiariteit
nader wordt toegelicht.
De leden van de VVD-fractie constateren dat in het kader van het EDS onder andere
wordt voorgesteld de begroting voor het AgoraEU op ruim € 9 miljard vast te stellen.
Hierbij constateren deze leden dat AgoraEU vooral het doel heeft om culturele en taalkundige
diversiteit te bewerkstelligen in Europa. In hoeverre zal AgoraEU volgens het kabinet
daadwerkelijk bijdragen aan de doelstellingen van het EDS, en deelt het kabinet het
standpunt van deze leden dat de prioriteit van het EDS het beschermen van de democratie
dient te zijn?
14. Antwoord van het kabinet
Het kabinet deelt het standpunt dat het EDS tot doel heeft de democratie in Europa
te beschermen. Het programma AgoraEU staat op zichzelf. Hoewel de doelen van zowel
het EDS als AgoraEU soms in elkaars verlengde liggen, is het niet zo dat deze één-op-één
overeenkomen. Deze initiatieven kunnen elkaar wel versterken, bijvoorbeeld op het
gebied van mediavrijheid, burgerparticipatie of het ondersteunen van het maatschappelijk
middenveld.
De leden van de VVD-fractie constateren dat het EDS vooral een defensief karakter
heeft. Andere geopolitieke spelers, waaronder Rusland, China en de VS, voeren daarentegen
juist steeds offensievere informatiecampagnes om hun belangen te verdedigen. In hoeverre
ziet het kabinet binnen het EDS ruimte voor Europa om ook informatiecampagnes te voeren
met een offensievere toon?
15. Antwoord van het kabinet
Offensieve informatiecampagnes in derde landen vormen geen onderdeel van het EDS.
Uw Kamer ontvangt spoedig het BNC-fiche waarin nader wordt ingegaan op de kabinetsinzet
binnen het EDS.
Relatie tussen de Europese Unie en het Verenigd Koninkrijk
De leden van de VVD-fractie staan positief tegenover het voornemen van het Cypriotisch
voorzitterschap om extra aandacht te besteden aan de relatie tussen de EU en het Verenigd
Koninkrijk. Welke rol ziet het kabinet weggelegd voor Nederland als traditionele brug
tussen het Europese continent en Groot-Brittannië?
16. Antwoord van het kabinet
De EU en het VK werken aan verdere versterking van hun partnerschap. Mede in het kader
van huidige geopolitieke ontwikkelingen en de bestaande nauwe samenwerking met het
VK op veiligheidsgebied, hecht Nederland aan samenwerking in EU-verband. De Commissie
en het VK hebben in december de intentie geuit om bij een volgende EU-VK Top onderhandelingen
op een aantal onderwerpen af te ronden.12 Het kabinet wenst snel tot een datum voor een volgende Top te komen. Nederland heeft
als buurland van het VK belang bij nauwere samenwerking en integratie op economisch
vlak. Het kabinet zet zich hiervoor in, rekening houdend met dat nieuwe overeenkomsten
de noodzakelijke waarborgen moeten bieden voor de integriteit van de interne markt
en een balans tussen rechten en plichten.
De leden van de VVD-fractie maken zich voorts zorgen over het risico dat de relatie
tussen het Verenigd Koninkrijk en de EU een speelbal wordt van verkiezingen in het
Britse Lagerhuis. Welke mogelijkheden ziet het kabinet voor Nederland om dit te voorkomen,
en om ervoor te zorgen dat de relaties met het Verenigd Koninkrijk goed zijn ongeacht
welke politieke partij aan de macht is? Hoe verhoudt het kabinet zich in dat kader
tot voorstellen om een zogenaamde «Farage clausule» in te bouwen in overeenkomsten
tussen het Verenigd Koninkrijk en de EU?
17. Antwoord van het kabinet
De onderhandelingen tussen EU en het VK vinden in goed vertrouwen plaats, op basis
van een politieke toezegging (common understanding) van de Commissie en het VK. De Commissie en het VK hebben ook enkele voorwaarden
geïdentificeerd voor behoud van de integriteit van de interne markt en een balans
in rechten en plichten die in overeenkomsten kunnen worden opgenomen. Deze zijn onder
andere relevant voor de onderhandelingen die plaatsvinden over een overeenkomst inzake
sanitaire en fytosanitaire controles (SPS) op plantaardige en dierlijke producten
en koppeling van emissiehandelssystemen. Conform het BNC-fiche13 steunt het kabinet de Commissie-inzet om institutionele waarborgen overeen te komen
voor implementatie, interpretatie en naleving van EU-acquis. Het kabinet steunt de
inzet om te verkennen of er wederzijdse afspraken kunnen worden gemaakt over een eventuele
opzegging van een SPS-akkoord. Deze afspraken dienen het voor beide partijen onaantrekkelijk
te maken om een eventueel akkoord op te zeggen. Het is aan beide partijen om de uitkomst
van onderhandelingen uiteindelijk te beoordelen voor goedkeuring en inwerkingtreding.
Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie en reactie van de
bewindspersoon
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda
van de Raad Algemene Zaken van 26 januari 2026. Zij hebben hier nog enkele vragen
en opmerkingen bij.
Afgelopen weekend kondigde president Trump importheffingen aan voor landen die Groenland
steunen, waaronder Nederland. Volgens de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie is het
zaak om hier eensgezind met EU-lidstaten consequenties aan te verbinden en met een
rechte rug Groenland en Denemarken te blijven steunen. Is het kabinet bereid om tegenmaatregelen
te steunen zoals bijvoorbeeld het inzetten van het anti-dwang instrument? Zo ja, welke?
Zo nee, is het kabinet bereid er constructief naar te kijken en in ieder geval tegenmaatregelen
niet te blokkeren?
18. Antwoord van het kabinet
Het kabinet deelt de zorgen over Amerikaanse aankondigingen voor nieuwe importheffingen.
Op dit moment ligt de prioriteit van het kabinet daarom bij het de-escaleren van de
situatie en het voorkomen dat de aangekondigde importheffingen op 1 februari aanstaande
daadwerkelijk in werking treden. Tegelijkertijd deelt het kabinet de mening dat de
EU voorbereid moet zijn voor het geval deze tarieven daadwerkelijk materialiseren.
Het kabinet acht het daarom wenselijk dat de EU alle mogelijkheden openhoudt, waaronder
de inzet van het anti-dwanginstrument.
De komende Raden zal er veel gesproken worden over het Meerjarig Financieel Kader
(MFK) en de prioritering van Europese investeringen. Wat betreft de GroenLinks-PvdA-fractie
vraagt de veranderende wereldorde om meer Europese middelen om als EU de daad bij
het woord te kunnen voegen. Leiden de ontwikkelingen rondom Venezuela en Groenland
tot andere opvattingen van het kabinet over de omvang van het MFK en over eurobonds?
19. Antwoord van het kabinet
De Nederlandse inzet ten aanzien van het volgend MFK is met de Kamer gedeeld op 12 september
jl. Nederland zet zich in voor een Europese begroting die toekomstgericht en financieel
verantwoord is. Dit vraagt om scherpe keuzes en modernisering, gericht op concurrentievermogen
en innovatie, asiel en migratie, en defensie en veiligheid. Het kabinet is van mening
dat zodoende eerst gekeken moet worden naar een efficiënte besteding van de beschikbare
middelen. Het kabinet is geen voorstander van het aangaan van gemeenschappelijke schulden
voor nieuwe EU-instrumenten.
Secretaris-Generaal van Economische Zaken Gaastra wijst in zijn nieuwjaarsartikel
op de noodzaak om nationale middelen en competenties in te ruilen voor collectieve
slagkracht om de EU én Nederland weerbaar te maken. Hiervoor zijn onder andere Europese
investeringen nodig. Hoe kijkt de Minister hiernaar? Deelt de Minister de mening dat
voor Nederland belangrijker is hoe en waaraan Europese middelen worden besteed dan
dat de stijging van de Nederlandse afdrachten wordt beperkt?
20. Antwoord van het kabinet
Het kabinet is voorstander van het moderniseren van de EU-begroting door een heroriëntatie
op prioriteiten die strategisch belangrijk zijn voor de EU, zoals concurrentievermogen,
asiel en migratie, en veiligheid en defensie. Het versterken van de Europese concurrentiepositie
is essentieel voor de toekomst en de slagkracht en weerbaarheid van de EU. Tegelijkertijd
zet het kabinet tijdens de MFK-onderhandelingen in op een acceptabel niveau van onze
nationale afdrachten aan de EU. Middelen moeten doelmatig en efficiënt ingezet worden
waar de meeste EU-toegevoegde waarde zit. Deze budgettaire en beleidsinhoudelijke
inzet kunnen goed naast elkaar bestaan.
In het verslag van de Raad Algemene Zaken van 16 december lezen de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
dat het gebruik van de bevroren Russische tegoeden op kritiek stuitte van enkele lidstaten.
Inmiddels is er een alternatieve financiering gevonden. Wordt het gesprek over de
bevroren tegoeden desondanks voortgezet voor gebruik in de toekomst? Is er nog zicht
op het gebruik hiervan of is dit van tafel?
21. Antwoord van het kabinet
Tijdens de Europese Raad van 18 december jl. was er onvoldoende draagvlak om herstelleningen
op basis van de geïmmobiliseerde tegoeden af te geven. De Commissie heeft bij de aankondiging
van de wetsvoorstellen voor de Ukraine Support Loan aangegeven dat het voorstel voor
herstelleningen op tafel blijft liggen, hoewel er op dit moment niet concreet opvolging
aan gegeven wordt. Het kabinet roept al langere tijd op tot een gecoördineerd gesprek
in EU- en G7-verband over de kansen en risico’s van aanvullende maatregelen op basis
van de geïmmobiliseerde tegoeden, waaronder, maar niet beperkt tot, de herstelleningen.
Dit zal het kabinet, waar opportuun, blijven doen.
Tijdens de vorige Raad is er gesproken over het openen van Cluster 3 met Servië, zo
lezen de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie. Zal hier tijdens de Raad van 26 januari
verder over worden gesproken? Blijft het kabinet bij het standpunt dat er onvoldoende
voortgang is om Cluster 3 met Servië te openen? Wat wordt verwacht van het speelveld?
Blijft een deel van de lidstaten tegen verdere stappen voor Servië?
22. Antwoord van het kabinet
Nee, EU-uitbreiding staat niet op de agenda van de aankomende Raad Algemene Zaken.
De conclusie uit de kabinetsappreciatie van het uitbreidingspakket 202514
dat het openen van Cluster 3 op dit moment geen recht zou doen aan de toegenomen zorgen
over de rechtsstaat, is nog steeds van toepassing. Er zijn lidstaten die de Nederlandse
zorgen delen. De komende periode zal het kabinet ontwikkelingen in Servië, waaronder
op de democratische rechtsstaat en energie, nauw blijven volgen.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
S.P.A. Erkens, voorzitter van de vaste commissie voor Europese Zaken -
Mede ondertekenaar
L.B. Blom, griffier