Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Vliegenthart over nicotinesticks
Vragen van het lid Vliegenthart (GroenLinks-PvdA) aan de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over nicotinesticks (ingezonden 10 december 2025).
Antwoord van Staatssecretaris Tielen (Volksgezondheid, Welzijn en Sport), mede namens
de Staatssecretaris van Financiën (ontvangen 21 januari 2026). Zie ook Aanhangsel
Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 737.
Vraag 1
Bent u bekend met nicotinesticks zonder tabak, zoals de Levia-sticks van Philip Morris
en de Veo-sticks van British American Tobacco die sinds 2024 op de Nederlandse markt
zijn verschenen?
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Bent u bekend met de recente kennisnotitie van het RIVM1 waarin wordt geconcludeerd dat deze nicotinesticks de advieswaarden voor maximale
nicotine-emissie tot wel 25 keer overschrijden, en daarmee potentieel ernstige gezondheidsrisico’s
opleveren?
Antwoord 2
Ja.
Vraag 3
Wat is uw reactie op dit rapport van het RIVM?
Antwoord 3
Het RIVM heeft van VWS de opdracht gekregen een risicobeoordeling uit te voeren van
nicotineproducten zonder tabak (NZT) die geïnhaleerd worden. Uit deze beoordeling
blijkt dat de gemeten nicotinesticks de door het RIVM geadviseerde maximale nicotine
emissie tot wel 25 keer overschrijden.2 Daarom wordt een ministeriële regeling voorbereid die een maximum stelt aan het nicotinegehalte
van nicotinesticks, waarbij de waarden uit het adviesrapport van het RIVM worden overgenomen.
Het voorstel voor de regeling wordt naar verwachting in het eerste kwartaal van 2026
voor internetconsultatie gepubliceerd.
Vraag 4
Deelt u de zorg dat deze producten, mede door het gebruik van smaakstoffen, extra
aantrekkelijk zijn voor jongeren en niet-rokers, en daarmee kunnen bijdragen aan een
nicotineverslaving onder de jeugd?
Antwoord 4
Ik deel de zorg dat de smaakstoffen in nicotinesticks deze producten extra aantrekkelijk
maken voor jongeren en niet-rokers om te beginnen met het gebruik van deze producten.
Dit vergroot het risico op een nicotineverslaving en kan een opstap vormen naar andere
tabaksproducten, met alle gezondheidsrisico’s van dien.
Vraag 5
Kunt u toelichten hoe de overheid momenteel de jeugd en andere kwetsbare groepen beschermt
tegen de risico’s van deze nicotinesticks, mede in het licht van het feit dat vapes
met smaakjes inmiddels wél verboden zijn?
Antwoord 5
Jongeren en kwetsbare groepen worden beschermd door verschillende maatregelen die
van toepassing zijn op NZT. Zo geldt een leeftijdsgrens voor verkoop vanaf 18 jaar,
mogen NZT net als tabaksproducten op steeds minder plekken worden verkocht, geldt
een verbod op marketing en online verkoop en mag je NZT niet gebruiken op locaties
waar een rookverbod geldt. Deze maatregelen hebben het doel om de blootstelling aan
tabaksproducten en aanverwante producten voor minderjarigen te verminderen en het
gebruik te ontmoedigen. Daarnaast is de eerdergenoemde ministeriële regeling in voorbereiding,
waarin de advieswaarden van het RIVM voor het maximale nicotinegehalte zullen worden
overgenomen.3 Naar verwachting zullen nicotinesticks door deze regeling veel onaantrekkelijker
worden.
Vraag 6
Vallen nicotinesticks zonder tabak op dit moment volledig onder de Tabaks- en rookwarenwet?
Zo ja, welke concrete producteisen en handhavingsinstrumenten gelden er op dit moment
voor deze producten? Zo nee, wat zijn dan de handhavingsmogelijkheden voor?
Antwoord 6
Sinds 1 januari 2025 gelden grotendeels dezelfde regels voor NZT als voor tabaksproducten
en andere aanverwante producten4, met uitzondering van de verpakkingseisen. De NVWA neemt bij de geldende regels de
NZT in haar toezicht mee. Momenteel is de eerdergenoemde ministeriële regeling in
voorbereiding, waarmee producteisen aan het maximale nicotinegehalte worden gesteld
voor nicotinesticks.
Vraag 7
Kunt u aangeven welke aanvullende maatregelen u bereid bent te nemen om te voorkomen
dat nicotinesticks verder aan populariteit winnen, in het bijzonder onder jongeren?
Antwoord 7
Zoals gemeld werk ik momenteel aan een ministeriële regeling ten aanzien van dit product.
Deze regeling schrijft een maximaal gehalte nicotine voor met als doel het minder
aantrekkelijk maken van nicotinesticks. Dit nicotinegehalte is zeer laag en niet verslavend.
Dit voorkomt dat deze producten aan populariteit winnen en draagt bij aan het ontmoedigen
van het gebruik.
Vraag 8
Op welke wijze wordt de inhoud en impact van de RIVM-kennisnotitie over nicotinesticks
door de overheid gecommuniceerd richting de tabaksindustrie en richting verkopers?
Antwoord 8
Er is in beginsel geen contact vanuit de overheid met de tabaksindustrie, voortvloeiend
uit de verplichtingen uit artikel 5, derde lid, van het WHO-Kaderverdrag inzake tabaksontmoediging.
De tabaksindustrie en verkopers kunnen zelf kennis nemen van het rapport via openbare
informatie, bijvoorbeeld de website van het RIVM.
Vraag 9
Bent u bekend met de marketing van tabaksfabrikanten die deze sticks verkopen als
een minder schadelijke optie voor roken?
Antwoord 9
Ja.
Vraag 10
Hoe voorkomt de overheid dat de tabaksindustrie via het zogenaamde «harm-reduction»-narratief
het tabaksontmoedigingsbeleid vertraagt of ondermijnt?
Antwoord 10
We proberen dit narratief te voorkomen door onder andere door onafhankelijk onderzoek
door het RIVM naar de risicobeoordeling van nicotinesticks en de maximale aanbevolen
hoeveelheid nicotine.5,
6 Deze wetenschappelijke rapporten weerleggen het «harm-reduction»-narratief van de
tabaksindustrie en ondersteunen het tabaksontmoedigingsbeleid. Er is in beginsel geen
contact vanuit de overheid met de tabaksindustrie, voortvloeiend uit de verplichtingen
uit artikel 5, derde lid, van het WHO-Kaderverdrag inzake tabaksontmoediging, om te
voorkomen dat de tabaksindustrie het tabaksontmoedigingsbeleid kan beïnvloeden. Daarnaast
is het eerder beschreven pakket aan maatregelen van toepassing op NZT, waaronder een
marketing- en online verkoopverbod, wat het tabaksontmoedigingsbeleid ondersteunt.
Vraag 11
Kunt u uiteenzetten hoe Nederland zich op dit moment verhoudt tot de Europese wetgeving
omtrent nicotineproducten zonder tabak, en welke ruimte er is voor nationale aanscherping
van regels?
Antwoord 11
Nicotinesticks vallen momenteel niet onder de Europese Tabaksproductenrichtlijn (TPD).
Hierdoor kan Nederland via een ministeriële regeling eisen stellen aan ingrediënten
van NZT, waaronder de maximale hoeveelheid nicotine. Voor producten die wel onder
de TPD vallen, zoals normale sigaretten of e-sigaretten, is dit beperkt mogelijk,
omdat het nationaal beperken of verbieden van producten die aan de regels van de TPD
voldoen niet is toegestaan voor aspecten die door de TPD geregeld worden. Op 21 maart
2025 heeft Nederland samen met 11 andere lidstaten Eurocommissaris Várhelyi, middels
een brief, opgeroepen nieuwe nicotineproducten onder Europese regelgeving te brengen
en hier strenge regels aan te stellen, bijvoorbeeld met betrekking tot smaakjes en
het nicotinegehalte.7 Inmiddels is duidelijk dat de Europese Commissie komend jaar verdere stappen zal
zetten ten aanzien van de herziening van de TPD. Dat houd ik nauwlettend in de gaten.
Vraag 12
Waarom worden verhitte nicotineproducten zonder tabak op dit moment nog steeds anders
behandeld dan reguliere sigaretten en shag als het gaat om accijns, verkooppunten
en verpakkingsvoorschriften?
Antwoord 12
Per 1 januari 2025 is een wetswijziging in werking getreden waardoor NZT onder de
Tabaks- en rookwarenwet vallen.8 Hierdoor gelden voor deze producten grotendeels dezelfde regels als voor andere tabaksproducten,
inclusief de verkooppuntbeperkingen. Er zijn nog geen verpakkingsvoorschriften van
toepassing. Het invoeren van verpakkingsvoorschriften heeft momenteel geen prioriteit,
omdat de nicotinesticks naar verwachting door de eerdergenoemde ministeriële regeling,
die eisen aan het nicotinegehalte van NZT stelt, veel onaantrekkelijker worden. Wat
betreft de accijns hangt het af van de inhoud van het verhitte nicotineproduct hoe
het product wordt behandeld. Nicotineproducten die geen tabak bevatten maar wel voldoen
aan de andere voorwaarden voor rooktabak, in de zin van de Wet op de accijns, worden
belast met accijns. Indien zij niet voldoen aan die voorwaarden worden de producten
in principe niet belast met accijns. Dat komt omdat ze in dat geval buiten de reikwijdte
van de Wet op de accijns vallen. Omdat de Wet op de accijns een uitwerking is van
Europese regelgeving, moet op Europees niveau geregeld worden dat deze producten wel
met accijns belast kunnen worden. Op dit moment wordt de Europese richtlijn tabaksaccijns
(TTD) herzien en zet Nederland zich in voor de mogelijkheid om accijns te heffen op
alle nicotineproducten die op dit moment niet binnen de reikwijdte van de TTD vallen.
Vraag 13
Bent u bereid om nicotinesticks volledig gelijk te stellen aan sigaretten en shag
in de regelgeving, zodat voor deze producten dezelfde restricties gelden ten aanzien
van accijns, verpakkingen, verkooppunten en reclame? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 13
Voor NZT gelden al veelal dezelfde maatregelen als voor andere tabaksproducten, waaronder
de leeftijdsgrens, verminderen van verkooppunten, verbod op marketing en online verkoop
en rookverboden. Nederland zet zich bij de herziening van de TTD in voor de mogelijkheid
om accijns te heffen op nicotineproducten die op dit moment niet binnen de reikwijdte
van de TTD vallen. Het stellen van verpakkingseisen of het verbieden van smaken voor
NZT heeft nu geen prioriteit, omdat de nicotinesticks naar verwachting door de eerdergenoemde
ministeriële regeling die eisen aan het nicotinegehalte van NZT stelt, veel onaantrekkelijker
worden.
Vraag 14
Waarom zijn nicotinesticks op dit moment aanzienlijk goedkoper dan reguliere tabaksproducten,
en acht u dit prijsverschil wenselijk gezien het grote risico op instroom van jonge
gebruikers?
Antwoord 14
Het is niet wenselijk dat nicotinesticks goedkoper zijn dan andere tabaksproducten,
omdat dit de drempel voor het gebruik van nicotinesticks verlaagt. Als er geen accijns
op nicotinesticks wordt geheven, kan dat bijdragen aan het prijsverschil. Over nicotinesticks
met tabak wordt op dit moment accijns geheven. Ook over nicotinesticks die geen tabak
bevatten wordt accijns geheven, in het geval de sticks voldoen aan de overige voorwaarden
voor rooktabak in de zin van de Wet op de accijns. Als de sticks niet aan die overige
voorwaarden voldoen, vallen zij buiten de reikwijdte van de Wet op de accijns en zijn
zij dus niet belast met accijns. Nederland zou graag over alle nicotinesticks accijns
heffen, maar hiervoor is een aanpassing van de TTD nodig. Op het moment vinden onderhandelingen
voor een herziening van deze richtlijn plaats. De Nederlandse inzet is onder andere
het verbreden van de reikwijdte van de TTD, zodat over meer tabaks- en tabaksgerelateerde
producten accijns kan worden geheven.9 Hiernaast is de verwachting dat het gebruik voldoende wordt ontmoedigd wanneer de
eerder genoemde ministeriële regeling wordt ingevoerd.
Vraag 15
Deelt u de opvatting dat producten waarvan het RIVM vaststelt dat zij de gezondheidskundige
advieswaarden voor nicotine-emissie fors overschrijden, in feite als onveilig moeten
worden beschouwd? Zo ja, waarom zijn deze producten dan nog steeds niet van de markt
gehaald?
Antwoord 15
Ik deel de opvatting dat de producten die de advieswaarden voor nicotine-emissie overschrijden
als onveilig moeten worden beschouwd. Zoals eerder genoemd is de ministeriële regeling
in voorbereiding, waarbij een maximum aan het nicotinegehalte gesteld wordt van nicotinesticks.
Naar verwachting zal het voorstel in het eerste kwartaal van 2026 ter internetconsultatie
komen.
Vraag 16
Hoe reflecteert u op de opkomst van vapes in Nederland?
Antwoord 16
De opkomst van vapes laat zien dat nieuwe tabaks- en nicotineproducten snel populair
kunnen worden, vooral onder jongeren. Dit heeft effecten die indruisen tegen de ambitie
van een rookvrije generatie, namelijk nicotineverslaving en vaak ook gebruik van andere
tabaksproducten. Daarom is het van belang onverminderd alert te blijven op de opkomst
van nieuwe producten en deze tijdig te reguleren om het gebruik zo veel mogelijk te
ontmoedigen.
Vraag 17
Ziet u paralellen tussen de opkomst van vapes en de opkomst van nicotinesticks?
Antwoord 17
Beide producten worden aantrekkelijk gemaakt voor jongeren en niet-rokers door het
toevoegen van smaken, de lage prijs en het «harm-reduction»-narratief van de industrie.
Daarom geldt ook voor NZT het eerder genoemde pakket aan maatregelen en is de ministeriële
regeling in voorbereiding om het gebruik te ontmoedigen en jongeren en niet-rokers
te beschermen.
Vraag 18
Welke lessen trekt u uit de opkomst van vapes en kan u toepassen op de opkomst van
nicotinesticks?
Antwoord 18
Belangrijke lessen zijn dat vroege regulering, verkoopbeperkingen en producteisen
kunnen helpen om de aantrekkelijkheid en toegankelijkheid van de producten te verminderen
om het gebruik onder jongeren en niet-rokers te ontmoedigen. Dit alles zetten we dus
nu in gang.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
J.Z.C.M. Tielen, staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport -
Mede namens
E.H.J. Heijnen, staatssecretaris van Financiën
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.