Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Michon-Derkzen over ‘Mobiel bereik in grensstreek’
Vragen van het lid Michon-Derkzen (VVD) aan de Minister van Economische Zaken over mobiel bereik in de grensstreek (ingezonden 19 november 2025).
Antwoord van Minister Karremans (Economische Zaken) (ontvangen 21 januari 2026). Zie
ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 661.
Vraag 1
Herinnert u zich uw antwoorden op de schriftelijke vragen van het lid Michon-Derkzen
(VVD) over het bericht «Geen mobiel bereik in grensstreek: 77-jarige man ligt na val
machteloos half uur op de grond»?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Acht u het reëel om bij de beoordeling van 112-bereikbaarheid in grensregio’s te blijven
uitgaan van alternatieven zoals wifi-bellen, de 112NL-app of vaste lijnen, wanneer
uit signalen blijkt dat deze voorzieningen juist in deze gebieden structureel ontbreken?
Antwoord 2
Bellen via WiFi en de 112NL-app zijn uiteraard geen alternatief als er geen WiFi beschikbaar
is of als er geen mobiele netwerkdekking is. Deze opties, en een vaste lijn, zijn
met name een mogelijke oplossing als mobiele netwerkdekking in of om het huis tekortschiet,
maar er wel verbinding is met een WiFi-netwerk.
Voor andere plekken waar mobiele netwerkdekking lokaal achterblijft zijn alternatieve
oplossingen nodig. Het verbeteren van de mobiele netwerkdekking is er daar één van,
maar er zijn natuurkundige en technische grenzen aan hetgeen daarmee mogelijk is.
Omdat mobiele netwerken nationaal zijn, zijn ter voorkoming van onderlinge verstoringen
afspraken gemaakt tussen buurlanden over het maximale zendvermogen op de grens. Om
dat in de praktijk na te leven is het onvermijdelijk om kleine concessies te doen
op (de kwaliteit van) de netwerkdekking.
De Nederlandse mobiele netwerkaanbieders zijn bovendien niet eigenstandig in staat
om de mobiele netwerkdekking in de grensregio’s naar een hoger niveau te brengen.
Daarvoor is het namelijk ook noodzakelijk dat de mobiele netwerken in Duitsland en
België van voldoende kwaliteit zijn om dekking te bieden aan de Duitse en Belgische
kant van de grens.2 Bij onvoldoende dekking van de Nederlandse netwerken wordt ook gebruikgemaakt van
aanwezige buitenlandse netwerken door middel van roaming.
Een technologische en marktontwikkeling die op korte termijn potentie toont is die
van satellietsystemen die 4G ondersteunen, en in de toekomst waarschijnlijk ook 5G.
Satellieten kunnen immers eenvoudig grote geografische gebieden van dekking voorzien.
Ook voor deze systemen geldt overigens dat de dekking wordt beïnvloed door zaken als
de natuurkundige aard van radiocommunicatie, seizoensinvloeden, boombladeren en bebouwing.
Een vrije zichtlijn met een satelliet is belangrijk voor goede dekking.
Steeds meer smartphones die op de markt komen ondersteunen communicatie via deze satellietsystemen.
Sommige toestelfabrikanten bieden gebruikers nu al de mogelijkheid om via die satellietsystemen
een SOS bericht te versturen naar hulpdiensten. Zo bieden Apple en Google hiervoor
ondersteuning op iPhones vanaf versie 14, en Google Pixels 9 en 10-modellen.3 Het is mogelijk dat deze diensten in de toekomst beschikbaar komen in meer goedkopere
toestellen. Dit kan op termijn de mobiele bereikbaarheid van 112 in de grensstreken
verder verbeteren.
In de tussentijd ben ik uiteraard bereid om in samenwerking met provincies en gemeenten
te kijken wat in concrete gevallen de oorzaak van een gebrekkige mobiele netwerkdekking
is en of er oplossingen mogelijk zijn. Daarvoor is in het verleden de Handreiking
mobiele bereikbaarheid opgesteld die concrete handvatten biedt.4 De Rijksinspectie Digitale Infrastructuur (RDI) is beschikbaar om gemeenten te helpen
in de toepassing daarvan.
Het is tegelijkertijd onverminderd van belang dat mensen gebrekkige mobiele bereikbaarheid
van 112 melden bij het Centraal Informatiepunt 112. Dat stelt de RDI in staat om te
onderzoeken wat in concrete gevallen de oorzaak van problemen is. Uit de meldingen
die tot nog toe zijn ontvangen blijkt bijvoorbeeld dat de mobiele netwerkdekking niet
altijd de oorzaak is. Dankzij meldingen kan worden verzekerd dat de beschikbare tijd
en middelen worden gericht op de gevallen waarin de mobiele netwerkdekking van de
Nederlandse netwerken de oorzaak is, en er mogelijkheden bestaan om die te verbeteren.
Desondanks zal niet voor alle locaties een oplossing mogelijk zijn door verdere verbetering
van de Nederlandse mobiele netwerken. Daarom vind ik de aandacht die u en de media
aan dit onderwerp geven, zeer belangrijk. Het is belangrijk dat mensen weten dat de
mobiele netwerkdekking niet altijd en overal in Nederland kan worden gegarandeerd.
Zelfs al behoren die netwerken tot de wereldtop en vinden er voortdurend investeringen
en innovaties plaats om de mobiele bereikbaarheid in het algemeen en in het verlengde
daarvan 112 verder te verbeteren.
Vraag 3
Deelt u de zorg dat het aantal meldingen bij het meldpunt mobiele bereikbaarheid geen
representatief beeld geeft van de situatie in de grensstreken, onder meer vanwege
onbekendheid met het meldpunt en meldmoeheid? Bent u bereid om, mede op basis van
signalen van gemeenten, toch te kijken naar aanvullende analyse?
Antwoord 3
Voor een goed beeld baseer ik mij op verschillende informatiebronnen, waaronder de
meldingen bij het Centraal Informatiepunt 112, de metingen die de RDI verricht om
te controleren of de drie mobiele netwerkaanbieders voldoen aan de dekkings- en snelheidsverplichting
en signalen vanuit de samenleving. Het Centraal Informatiepunt 112 biedt de mogelijkheid
om meldingen te doen bij het ervaren van mobiele onbereikbaarheid van 112. Zoals opgenomen
in de beantwoording van vraag 2 is het van belang dat mensen meldingen doen bij dergelijke
situaties.
Ik erken dat meldingen bij het Centraal Informatiepunt 112 niet altijd een volledig
beeld geven van de situatie op sommige locaties. Bij het Centraal Informatiepunt Mobiele
Bereikbaarheid 112 wordt, op basis van de informatie die per melding beschikbaar is,
een eerste inschatting gemaakt van de mogelijke oorzaak van de ervaren onbereikbaarheid
112. Daaruit komt het beeld naar voren dat dit verschillende oorzaken kan hebben.
Niet in alle gevallen hangt dit samen met de mobiele dekking ter plaatse; ook het
gebruikte toestel, de kwaliteit van de spraakverbinding of het verloop van het contact
nadat de verbinding tot stand is gekomen kan daarbij een rol spelen.
Om de bekendheid van het informatiepunt te vergroten, is de RDI in 2024 een mediacampagne
gestart. Dit heeft geleid tot een toename in de bekendheid van het informatiepunt,
maar niet tot een grote toename aan meldingen.
Vraag 4
In hoeverre erkent u dat papieren dekkingspercentages – zoals de 98% buitenshuisdekking
– onvoldoende inzicht geven in de werkelijke situatie in grensstreken, waar buitenlandse
netwerken het Nederlandse signaal verdringen en zendvermogens worden geminimaliseerd?
Antwoord 4
De 98% buitenshuisdekking is de opgelegde geografische dekkingsverplichting aan de
drie mobiele netwerkaanbieders. Het toezicht van de RDI, ook in grensgemeenten, geeft
inzicht in de werkelijke situatie op basis van metingen. Hieruit blijken alle drie
de mobiele netwerkaanbieders te voldoen aan deze 98% dekkingsverplichting.
De RDI heeft zeer recent metingen uitgevoerd in drie grensgemeenten in de provincies
Gelderland en Limburg. Uit deze metingen komt naar voren dat de drie mobiele netwerkaanbieders
in deze gemeenten voldoen aan de dekkings- en snelheidsverplichting en de dekking
in grensgemeenten grosso modo niet wezenlijk afwijkt van andere metingen elders in
het land. Tegelijkertijd blijkt uit de metingen dat op lokaal niveau wel verschillen
bestaan tussen aanbieders als het gaat om netwerkdekking in de grensgemeenten, zoals
dat ook in andere gemeenten doorgaans het geval is. Deze verschillen hebben onder
andere te maken met de locaties van de antenne-opstelpunten, het aantal antenne-opstelpunten
en ook de gebruikte frequentiebanden.
Daarbij is relevant dat dit de individuele gemeten dekking is van iedere aanbieder
voor mobiele telefoongesprekken en mobiel internetgebruik van diens abonnees, terwijl
bij noodoproepen gebruik gemaakt kan worden van alle beschikbare netwerken. Deze gestapelde
dekking geeft voor 112-oproepen een hoger dekkingspercentage dan de individuele netwerken.
Ook is het goed om op te merken dat de dekkingsverplichting wordt gemeten met een
minimale snelheid van 8 Megabit per seconde. Bij een lagere signaalsterkte is het
signaal mogelijk nog steeds voldoende om een telefoongesprek op te zetten.
Desalniettemin kan in grensstreken de bereikbaarheid van 112 lokaal minder goed zijn
dan op andere plekken in Nederland, mede gelet op de noodzakelijke afstemming van
frequentiegebruik met onze buurlanden. Ik ben mij er ook van bewust dat de metingen
van de RDI een momentopname vormen en dat de ervaring van burgers en bedrijven hiervan
kan verschillen. Dit heeft er onder andere mee te maken dat mobiele dekking afhankelijk
is van invloeden als het weer en de seizoenen. Maar ook van het gebruikte toestel,
de manier waarop mensen een toestel vasthouden, het abonnementstype en het andere
(data)verkeer op het netwerk. Ook hoeven de mobiele netwerkaanbieders niet op elke
locatie in een gemeente dekking en capaciteit aan te bieden, zolang aan de eis van
98% van het grondgebied wordt voldaan. Daartegenover staat dat, hoewel Natura 2000-gebieden
in een gemeente formeel zijn uitgezonderd van de dekkings- en snelheidsverplichting,
uit de metingen van de RDI blijkt dat in de praktijk vaak wel mobiele dekking is in
deze gebieden. Tot slot merk ik op dat de dekkings- en snelheidsverplichting buitenshuis
geldt, terwijl burgers en bedrijven vaak dekking binnenshuis verwachten.
Vraag 5
Kunt u toelichten hoe de automatische netwerkkeuze bij 112-oproepen functioneert in
praktijk, met name in situaties waarin geen bruikbaar Nederlands netwerk beschikbaar
is en het buitenlandse netwerk 112-roaming niet ondersteunt?
Antwoord 5
Op het moment dat een toestel een 112-oproep start, zal dit via ieder Nederlands mobiele
netwerk afgehandeld kunnen worden, afhankelijk van de signaalsterkte. Indien het eigen
netwerk onvoldoende signaalsterkte biedt dan zal het toestel zoeken naar andere beschikbare
mobiele netwerken. De telefoon zal verbinding maken met een mobiel netwerk dat voldoende
signaalsterkte heeft. Dit kan ook een buitenlands mobiel netwerk zijn. Er is daarmee,
in tegenstelling tot reguliere oproepen, geen afhankelijkheid van het eigen netwerk
en bijbehorende netwerkdekking. Voor zover technisch mogelijk, ondersteunen de buitenlandse
netwerken altijd 112-roaming.
Vraag 6
In hoeverre acht u het realistisch om gemeenten verantwoordelijk te maken voor verbetermaatregelen
in witte gebieden via de Handreiking mobiele bereikbaarheid, als er zonder aanvullende
steun vanuit het Rijk geen zicht is op investeringen zoals zendmasten, grensafstemming
of alternatieve infrastructuur?
Antwoord 6
Doorlopend ben ik met de mobiele netwerkaanbieders en gemeenten in gesprek over de
plaatsing van zendmasten. Het Rijk schept daarbij de landelijke wettelijke kaders
en randvoorwaarden en biedt ondersteuning aan gemeenten, onder andere in de vorm van
gemeentelijk voorbeeldbeleid voor antenneplaatsing.5 Ook de genoemde Handreiking mobiele bereikbaarheid kan helpen om de netwerkdekking
in (grens)gemeenten te verbeteren. In de basis is het aan de mobiele netwerkaanbieders
om te bepalen waar zij zendmasten willen plaatsen, afhankelijk van de eigen (radio)planning.
Gemeenten kunnen dit faciliteren aangezien zij de bevoegde instantie zijn voor het
verlenen van vergunningen voor de plaatsing van zendmasten. Ook kunnen (grens)gemeenten
ingaan op de jaarlijkse uitnodiging van Monet (het samenwerkingsverband van de mobiele
operators) om te spreken over de voorgenomen plaatsing van nieuwe antenne-installaties
in hun gemeente.
Vraag 7
Bent u bereid om in gebieden waar mobiele dekking aantoonbaar tekortschiet, zoals
in Ven-Zelderheide, nader te verkennen of aanvullende veiligheidsvoorzieningen zoals
alarmpalen alsnog een rol kunnen spelen als vangnet in levensbedreigende situaties?
Antwoord 7
Vooropgesteld, de mobiele dekking en bereikbaarheid van 112 in Nederland zijn, over
het algemeen, zeer goed. Dit is ook het geval in Ven-Zelderheide, onderdeel van de
gemeente Gennep, blijkt uit de recente metingen van de RDI.6 Ook zijn er al diverse maatregelen getroffen en alternatieve manieren om 112 te kunnen
bereiken, zoals aangegeven in het antwoord op vraag 2. Ik waardeer het zeer dat u
meedenkt in mogelijke oplossingen, en hoewel uw suggestie om bijvoorbeeld alarmpalen
in te zetten sympathiek is, ben ik niet overtuigd dat de oplossing ligt in dergelijke
vaste infrastructuren naast het reguliere (vaste) telefoonnet. Dit laat onverlet dat
ik graag in gezamenlijkheid met provincies en gemeenten kijk naar mogelijke oorzaken
en oplossingen voor lokaal achterblijvende mobiele netwerkdekking. Zoals opgenomen
in de beantwoording van vraag 2 is het van belang dat mensen meldingen doen bij het
ervaren van mobiele onbereikbaarheid van 112. Ik moet daarbij nogmaals benadrukken
dat volledige mobiele netwerkdekking onmogelijk overal in Nederland kan worden gegarandeerd.
Daarom is op de website van de rijksoverheid een aantal handelingsperspectieven opgenomen.7
Ondertekenaars
V.P.G. Karremans, minister van Economische Zaken
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.