Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Van Duijvenvoorde over achterstallig onderhoud van onze kritieke infrastructuur
Vragen van het lid Van Duijvenvoorde (FVD) aan de Minister van Infrastructuur en Waterstaat over achterstallig onderhoud van onze kritieke infrastructuur (ingezonden 10 december 2025).
Antwoord van Minister Tieman (Infrastructuur en Waterstaat), mede namens de Staatssecretaris
van Infrastructuur en Waterstaat (ontvangen 20 januari 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het artikel in het Algemeen Dagblad waaruit blijkt – op basis van
informatie van Rijkswaterstaat en ProRail – dat er sprake is van circa 54 miljard
euro aan achterstallig onderhoud aan onder meer bruggen, wegen, tunnels, sluizen en
spoorlijnen?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Onderschrijft u de analyse dat de huidige onderhoudsachterstand is opgelopen tot circa
54 miljard euro?
Antwoord 2
Het genoemde bedrag wordt niet herkend als de omvang van de huidige onderhoudsachterstand,
maar als het verschil tussen de budgetbehoefte en het beschikbare budget voor Rijkswaterstaat
en ProRail in de periode 2024 t/m 2038. Voor Rijkswaterstaat (RWS) gaat het daarbij
om een verschil van circa € 34,5 miljard voor de instandhouding van het hoofdwegennet,
hoofdvaarwegennet en het hoofdwatersysteem, zoals vastgesteld door de Algemene Rekenkamer
(ARK)2. Voor ProRail bedraagt het verschil tussen de budgetbehoefte en het begrotingsartikel
voor de instandhouding van het spoor circa € 1,8 miljard. In een brief aan de Kamer
van afgelopen zomer3 met het bijgewerkte beeld van de financiële opgaven is aangegeven dat de totale financiële
opgaven op het Mobiliteitsfonds optellen tot een veel groter bedrag. Zo is er onder
meer ca. € 18 mld. nodig voor belangrijke opgaven zoals de invoering van ERTMS, het
herstel en de inbeheername van de HSL, het onderhoud van de Nedersaksenlijn en TEN-T.
Deze bedragen zijn nog niet formeel gevalideerd. Gezamenlijk met de door de ARK-gevalideerde
bedragen is dit te relateren aan het in het artikel genoemde tekort van € 54 miljard.
Vraag 3
Kunt u inzichtelijk maken welke objecten – zoals bruggen, tunnels, sluizen, sporen,
wegen – momenteel in een staat verkeren die acuut of middellang onderhoud vereist,
inclusief veiligheidsrisico, resterende levensduur en kostenraming?
Antwoord 3
Op 8 december jl. zijn de rapportages over de Staat van de Infrastructuur Rijkswaterstaat
en ProRail met de Kamer gedeeld4. In deze rapportages wordt per netwerk inzicht gegeven in de resterende levensduur
en veiligheidsrisico's. Kostenramingen worden i.v.m. marktgevoelige informatie niet
openbaar gemaakt.
In de RWS-rapportage wordt door middel van het kaartmateriaal een overzicht gegeven
van de infrastructuur waar beperkingen voor het weg- en scheepvaartverkeer zijn ingesteld,
grootschalig onderhoud en vernieuwing is gepland, onderhoud is uitgesteld of waar
een verhoogd inspectieregime van kracht is.
Specifieke informatie over aan te pakken objecten bij ProRail is te vinden op de website
www.spoorwerkinmijnbuurt.nl5. Hierop is te zien waar en wanneer er aan het spoor wordt gewerkt, en welke werkzaamheden
er plaatsvinden. Deze informatie is beschikbaar vanaf één jaar terug tot één jaar
vooruit vanaf het moment waarop de website wordt bezocht. Een verdere vooruitblik
is te vinden in het jaarlijks geactualiseerde Masterplan ProRail6. Mede op basis van de staat van de infrastructuur ziet ProRail de komende tien tot
vijftien jaar een stijging in de opgave voor vooral (beweegbare) bruggen, bovenleiding
systemen, tunneltechnische installaties en beveiligingssystemen (samenhang met ERTMS-programma).
Deze vervangingsopgave is in het Masterplan ProRail opgenomen.
Vraag 4
Kunt u dit overzicht zo spoedig mogelijk opstellen en delen met de Tweede Kamer?
Antwoord 4
Dit overzicht is op 8 december jl. gedeeld met de Kamer door middel van de Staat van
de Infrastructuur Rijkswaterstaat en ProRail.
Vraag 5
Welke oorzaken hebben volgens u ertoe geleid dat onderhoud jarenlang onvoldoende is
uitgevoerd?
Antwoord 5
Aan het oplopen van het uitgesteld onderhoud bij Rijkswaterstaat liggen meerdere oorzaken
ten grondslag. Veel infrastructuur die aan het eind van de jaren ’50 en ’60 is gebouwd,
is aan vervanging toe en slijt sneller door intensiever gebruik en toename van zwaar
verkeer. Daarnaast worden er vanuit klimaat, duurzaamheid en weerbaarheid nieuwe eisen
gesteld aan de infrastructuur. Ook spelen wijzigende marktomstandigheden, onvoorziene
gebeurtenissen die met hoge prioriteit moeten worden opgepakt, een beperkte beschikbaarheid
van capaciteit bij Rijkswaterstaat en marktpartijen, evenals een tekort aan beschikbare
middelen een belangrijke rol.
Op dit moment is er voor ProRail, op enkele plekken op de Havenspoorlijn na, geen
achterstand op de exploitatie, het onderhoud en de vernieuwing.
Vraag 6
Gelet op het feit dat deze week bekend is geworden dat er – vanwege financiële meevallers
bij verschillende ministeries – circa 700 miljoen euro extra wordt overgemaakt aan
Oekraïne: acht u het dan niet verstandiger om dit belastinggeld in te zetten voor
het wegwerken van het achterstallig onderhoud aan de Nederlandse infrastructuur, zodat
Nederlands belastinggeld direct ten goede komt aan Nederland?
Antwoord 6
Het kabinet maakt hierin een andere afweging en erkent de wens van de Tweede Kamer
om snel extra militaire steun aan Oekraïne te leveren. Voor een verdere toelichting
over de invulling van de motie van de Tweede Kamer voor militaire steun aan Oekraïne
en de reden waarom dit kabinet de wens van de Tweede Kamer erkent, verwijs ik naar
de Kamerbrief van 8 december 20257.
Vraag 7
Deelt u de mening dat de overheid de komende jaren minder royaal om dient te gaan
met belastinggeld bij uitgaven die niet direct het Nederlands belang dienen – zoals
diversiteitssubsidies en ontwikkelingshulp – om zo financiële ruimte te creëren voor
het dichten van de onderhoudsachterstand?
Antwoord 7
Het is aan een nieuw kabinet om de integrale weging te maken tussen verschillende
beleidswensen en opgaven binnen de Rijksbegroting waaronder de opgave voor het beheer
en onderhoud van onze hoofdwegen, hoofdvaarwegen, hoofdwatersysteem en ons spoorwegennetwerk.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
R. Tieman, minister van Infrastructuur en Waterstaat -
Mede namens
A.A. Aartsen, staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.