Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Boon en Claassen over de uitspraak van Diederik Gommers dat agressie in de zorg vaker voorkomt bij immigrantenfamilies
Vragen van de leden Boon en Claassen (beiden PVV) aan de Ministers van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over de uitspraak van Diederik Gommers dat agressie in de zorg vaker voorkomt bij immigrantenfamilies (ingezonden 1 december 2025).
Antwoord van Minister Bruijn (Volksgezondheid, Welzijn en Sport), mede namens de Staatssecretaris
van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (ontvangen 20 januari 2026). Zie ook Aanhangsel
Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 741
Vraag 1
Herkent u zich in de uitspraak van Diederik Gommers dat agressie in de zorg vaker
voorkomt bij immigrantenfamilies1?
Antwoord 1
Ik heb geen gegevens tot mijn beschikking met betrekking tot de prevalentie van agressie
onder specifieke bevolkingsgroepen en kan de uitspraak van de heer Gommers daarom
niet staven.
Vraag 2
Welke gegevens worden op dit moment geregistreerd over agressie-incidenten in de zorg,
specifiek met betrekking tot de migratieachtergrond van de betrokken daders?
Antwoord 2
Het specifiek registreren van een eventuele migratieachtergrond (middels registratie
van geboorteland, nationaliteit of etniciteit) van de dader van een agressie-incident
in de zorg, is op basis van zowel de Grondwet als de AVG, niet toegestaan.
In artikel 1 van de Grondwet staat opgenomen dat allen die zich in Nederland bevinden,
in gelijke gevallen gelijk behandeld worden. Discriminatie op welke grond dan ook,
is niet toegestaan.
Op basis van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en het Verdrag
betreffende de werking van de Europese Unie heeft eenieder recht op bescherming van
zijn of haar persoonsgegevens. Om hier uitvoering aan te geven is in 2016 de Algemene
verordening gegevensbescherming (AVG) in het leven geroepen. De AVG stelt dat verwerking
van persoonsgegevens alleen rechtmatig is indien aan een aantal voorwaarden is voldaan.
Het verwerken van bijzondere persoonsgegevens is in beginsel verboden. Er is een aantal
uitzonderingsgronden op basis waarvan verwerking bij uitzondering wel wordt toegestaan,
maar deze gronden zien voornamelijk op de noodzakelijkheid ter bescherming van vitale
belangen of andere redenen van zwaarwegend belang. Het registreren van een migratieachtergrond
in het kader van agressie in de zorg, is een vorm van onderscheid op basis van iemands
achtergrond en geldt daarom niet als een dergelijk zwaarwegend belang.
Hoewel het registreren van geboorteland of nationaliteit (gewone persoonsgegevens)
in beginsel niet verboden is, kan dit wel een indicatie geven voor de etniciteit van
een persoon. Wanneer de verwerking van de nationaliteit tot doel heeft om onderscheid
te maken naar etnische afkomst (een bijzonder persoonsgegeven) wordt ook nationaliteit
aangemerkt als een bijzonder persoonsgegeven. Dit geldt ook als het voor de verwerkingsverantwoordelijke
redelijkerwijs voorzienbaar is dat de verwerking zal leiden tot het maken van onderscheid
naar etnische achtergrond. Hiermee wordt voorkomen dat het verbod op verwerking van
bijzondere persoonsgegevens wordt vermeden door slechts over nationaliteit te spreken,
terwijl hiermee wel degelijk onderscheid zal worden gemaakt tussen personen op basis
van hun afkomst.
Vraag 3
Bent u bereid om in zorginstellingen structureel te laten registreren of bij agressie-incidenten
sprake is van betrokkenheid van personen met een migratieachtergrond, zodat een volledig
en objectief beeld ontstaat?
Antwoord 3
Zie ook mijn antwoord op vraag 2. Artikel 1 van de Grondwet en artikelen 5 tot en
met 9 van de AVG sluiten voor zorginstellingen de mogelijkheid uit om te registreren
of er bij agressie-incidenten sprake is van betrokkenheid van personen met een migratieachtergrond.
Vraag 4
Bent u bereid in gesprek te gaan met ziekenhuizen en zorginstellingen om terughoudendheid
bij het doen van aangifte van agressie en geweld tegen te gaan, zodat deze incidenten
niet langer buiten beeld blijven en daders consequent kunnen worden aangepakt?
Antwoord 4
De verantwoordelijkheid voor een gezonde en veilige werkomgeving ligt bij werkgevers,
hieronder valt ook adequaat beleid tegen agressie. Om werkgevers hierbij te ondersteunen
zijn er vanuit het Ministerie van VWS in 2024 en 2025 bijeenkomsten georganiseerd
over het doen van aangifte in de tien politieregio’s. Tijdens de bijeenkomsten gaven
politie en OM uitleg over de Eenduidige Landelijke Afspraken, over de mogelijkheden
voor werkgevers om aangifte te doen en over het aangifteproces. Ook sprak er in elke
regio een best practice organisatie op het gebied van aangifte doen bij agressie.
Daarnaast heeft de Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst
(KNMG) subsidie gekregen om samen met andere beroepsverenigingen een handelingskader
te ontwikkelen. Dat handelingskader geeft zorgverleners handvatten voor het omgaan
met agressie, inclusief de verschillende mogelijkheden om te reageren naar de dader.
Verder komt er een website waarop allerlei relevante informatie over agressie wordt
gebundeld. Het handelingskader en de website zullen in Q2 van 2026 beschikbaar zijn
voor de hele sector.
Tot slot ben ik voornemens om de aanpak van agressie, inclusief het doen van aangifte,
onder de aandacht te blijven brengen van ziekenhuizen en andere zorginstellingen.
Vraag 5
Deelt u de opvatting dat het veelvuldig voorkomen van agressie in de zorg door personen
met een migratieachtergrond wijst op fundamentele integratieproblemen binnen bepaalde
migrantengroepen, welke maatregelen bent u bereid te nemen om dit probleem bij de
kern aan te pakken?
Antwoord 5
Zie antwoord op vraag 1.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
J.A. Bruijn, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport -
Mede namens
J.N.J. Nobel, staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.