Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Jimmy Dijk over het bericht '56 procent van Nederlanders draait verwarming niet open vanwege te hoge energiekosten: ’Kiezen tussen warm blijven of eten op tafel''
Vragen van het lid Jimmy Dijk (SP) aan de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over het bericht «56 procent van Nederlanders draait verwarming niet open vanwege te hoge energiekosten: «Kiezen tussen warm blijven of eten op tafel»» (ingezonden 25 november 2025).
Antwoord van Staatssecretaris Nobel (Sociale Zaken en Werkgelegenheid), mede namens
de Minister van Klimaat en Groene Groei (ontvangen 20 januari 2026). Zie ook Aanhangsel
Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 704.
Vraag 1
Wat is uw reactie op het bericht van de Telegraaf dat steeds meer Nederlanders besluiten
de verwarming dicht te draaien vanwege te hoge energiekosten?1
Antwoord 1
Ik heb kennis genomen van het bericht van de Telegraaf.
Vraag 2
Kunt u kenbaar maken of deze cijfers in overeenstemming zijn met de gegevens van het
ministerie? Zo ja, kunt u deze inzichtelijk maken en specificeren per gezinssituatie
en onderverdelen in kinderen, volwassenen en senioren?
Antwoord 2
Voor cijfermatige inzichten in de ontwikkeling van energiearmoede maakt het kabinet
gebruik van de jaarlijkse rapportages van CBS en TNO over dit onderwerp. Binnen deze
rapportages is ook aandacht voor de onderconsumptie van energie, wat door TNO omschreven
wordt als «verborgen energiearmoede». Het gaat hierbij om huishoudens met een laag
inkomen en een woning van lage energetische kwaliteit die minder energie verbruiken
dan verwacht.
De cijfers uit het artikel zijn niet in overeenstemming met de door TNO gepubliceerde
inzichten. Het rapport waar de Telegraaf zich op baseert is tot stand gekomen op basis
van een enquête. De resultaten uit deze enquête geven een belangrijk signaal af over
de mate waarin huishoudens zich zorgen maken over de betaalbaarheid van de energierekening.
Het kabinet houdt voor wetenschappelijke inzichten en het observeren van trends vast
aan de data die TNO hierover publiceert.
In de meest recente rapportage wordt ingeschat dat het aantal huishoudens dat kampt
met verborgen energiearmoede in 2024 ongeveer 119.000 bedraagt, ongeveer 1.4% van
alle huishoudens.2 Dit aantal fluctueert de afgelopen jaren tussen de 1% en 1,5% van alle huishoudens
in Nederland. TNO heeft in haar rapportage geen nadere uitsplitsing gemaakt van deze
groep, een verdeling naar gezinssituatie is hiermee niet voorhanden.
Vraag 3
Hoe verklaart u deze trend van verhoogde energiearmoede en een van de hoogste gasprijzen
van Europa? Waarom is het als kabinet niet gelukt deze trend te keren?
Antwoord 3
Volgens de voorlopige inschatting in de Monitor Energiearmoede van TNO en CBS leven
in 2024 510.000 huishoudens in energiearmoede. Dit is bijna 180.000 huishoudens meer
dan in 2023. Het rapport vindt de verklaring hiervoor in het energieprijsniveau en
het aflopen van de financiële steunmaatregelen die waren ingesteld ten tijde van de
energiecrisis, meer specifiek de energietoeslag en het prijsplafond.
Daarnaast geeft het onderzoek aan dat het aantal energiearme huishoudens lager ligt
dan in 2019, voor de energiecrisis. Dit komt onder andere door de getroffen verduurzamingsmaatregelen,
gedragsverandering van consumenten en een stijging van het besteedbaar inkomen. Het
aantal huishoudens met een combinatie van een lage energetische kwaliteit woning en
een laag inkomen daalt door verduurzaming van woningen.
De inkoopprijs van gas op de groothandelsmarkt (TTF) is over het afgelopen jaar bezien
gedaald en gestabiliseerd. De gasprijs lag in december 2025 op het laagste niveau
sinds 2 jaar tijd, met 26,55 EUR/MWH. De month-aheadprijs ligt op dit moment van schrijven
op 36,88 EUR/MWH, en de day-aheadprijs van elektriciteit is gemiddeld 17% lager ten
opzichte van vorig jaar.2 Deze lagere prijzen vormen de basis van de prijzen voor consumenten in nieuwe contracten.
De ACM rapporteert dat ten opzichte van de piek in februari de tarieven nu 14% lager
liggen voor langlopende vaste contracten, 8% lager voor één jaarcontracten en 7% lager
voor variabele contracten. De gemiddelde consument betaalt bij een nieuw contract
130 euro minder per jaar.3
Vraag 4
Klopt het dat het kabinet zich nog steeds heeft gecommitteerd aan het niet laten toenemen
van armoede en het tegengaan van de langetermijngevolgen van armoede?
Antwoord 4
Zoals in het Regeerprogramma aangegeven streeft het kabinet er naar om de (kinder-)
armoedecijfers niet uit te laten komen boven het referentiejaar 2024. Hoe het kabinet
dit aanpakt is uitgewerkt in het Nationaal Programma Armoede en Schulden. Ik verwacht
u dit kwartaal de eerste voortgangsrapportage te kunnen sturen.
Vraag 5
Hoe verantwoordt u dan de oplopende energiearmoede en het feit dat nu één op de twaalf
kinderen opgroeit in energiearmoede?4
Antwoord 5
Het kabinet vindt het belangrijk om huishoudens in energiearmoede te helpen met het
betalen van de energierekening en om in te zetten op maatregelen die structureel de
energierekening verlagen.
De toename van het aantal huishoudens in energiearmoede tussen 2023 en 2024 is, zoals
aangegeven bij vraag 2, voornamelijk het gevolg van het weggevallen van de steunmaatregelen.
Deze maatregelen waren in de crisissituatie nodig om huishoudens te beschermen tegen
sterk gestegen prijzen. Tegelijkertijd waren het prijsplafond en de energietoeslag
relatief ongericht. Inmiddels zijn de energieprijzen gestabiliseerd en ervaart een
meerderheid van de consumenten de energierekening als betaalbaar5.
Tegelijkertijd weten we dat er nog steeds een groep kwetsbare huishoudens moeite heeft
met het betalen van de energierekening. Om die reden heeft het kabinet afgelopen drie
jaar ook een subsidie verstrekt aan de Stichting Tijdelijk Noodfonds Energie. Het
effect van deze financiële tegemoetkoming is overigens niet meegenomen in de genoemde
monitor. Daarnaast komen de effecten van diverse verduurzamingsmaatregelen die na
2023 zijn genomen en die ook van belang zijn voor huishoudens met (risico op) energiearmoede,
zoals de inzet van SPUK Aanpak Energiearmoede, het verder uitfaseren van EFG-huurwoningen,
niet in de voorlopige inschatting voor 2024 tot uiting.
Daarnaast blijft het kabinet zich inzetten voor de verduurzaming van de gebouwde omgeving,
bijvoorbeeld middels de prestatieafspraken met corporaties om woningen met slechte
energielabels uit te faseren. Voor alle verhuurders gaat normering op dit punt gelden
vanaf 2029. Ook heeft het kabinet recent de bevindingen van TNO in het kader van de
motie Postma naar de Kamer gestuurd.6 Om energiearmoede te verlagen, heeft TNO acht beleidsmaatregelen onderzocht; vier
hiervan hebben een significant positief effect op het verlagen van energiearmoede.
Vraag 6
Welke maatregelen gaat u nemen om dit tegen te gaan en onmiddellijke verlichting voor
gezinnen te bieden, nu het publieke energiefonds nog een jaar op zich laat wachten?
Antwoord 6
Het kabinet werkt op diverse manieren aan het betaalbaar houden van de energiekosten
voor gezinnen met weinig geld. Dit is een gedeelde verantwoordelijkheid van het Ministerie
van KGG (stelselverantwoordelijkheid energiesysteem), het Ministerie van VRO (energetische
kwaliteit van woningen) en het Ministerie van SZW (armoedebestrijding).
Via een Decentrale Uitkering (DU) heeft het kabinet in 2025 € 10 miljoen toegevoegd
aan het Gemeentefonds. In 2026 komt hier nog eens € 20 miljoen bij. De financiële
dekking voor deze impuls komt van de SZW-begroting (€ 10 miljoen) en het amendement
Grinwis (€ 20 miljoen). De middelen worden via een Decentrale Uitkering verstrekt
aan gemeenten en zijn daarmee breed inzetbaar. Deze middelen vormen geen vervanging
van het Tijdelijk Noodfonds Energie, dat directe inkomenssteun verleende aan inwoners.
Gemeenten kunnen deze middelen inzetten om de bestaande dienstverlening binnen de
lokale aanpak van energiearmoede te versterken. Binnen die aanpak zijn er verschillende
manieren waarop de middelen kunnen worden benut. Ik ben met de VNG tot deze brede
formulering gekomen, omdat huishoudens in energiearmoede zowel mogelijk financiële
problematiek als bij het verduurzamen van het huis hulp kunnen gebruiken. Daarbij
weten gemeenten vaak het beste hoe ze hun inwoners verder kunnen helpen.
Daarnaast heb ik in de Kamerbrief van 7 november geschetst welke inspanningen ik heb
gepleegd om te bezien of er opnieuw een Tijdelijk Noodfonds Energie kon komen deze
winter en waarom dit niet mogelijk is.
Met de impuls van € 30 miljoen voor de lokale energiearmoedeaanpak en het benutten
van de data van 151.000 huishoudens van de Stichting Tijdelijk Noodfonds Energie kunnen
gemeenten aanvullende en gerichtere hulp aanbieden.
Vraag 7
Deelt u de mening van de Stichting Consumer Justice (CJF) dat de grote energieleveranciers
misbruik maken van de prijswijzigingsclausules en daarmee het consumentenrecht en
mededingingsrecht hebben overtreden? Zo ja, wat gaat u hieraan doen? Zo nee, waarom
niet?
Antwoord 7
De zaak waarover Stichting Consumer Justice spreekt, wordt momenteel in cassatie behandeld
voor een individuele klant. Daarnaast is Stichting Consumer Justice een procedure
gestart voor een massaclaim voor klanten die een soortgelijke situatie hebben meegemaakt.
Het proces wordt door het Kabinet met aandacht gevolgd, maar het kabinet laat zich
niet inhoudelijk uit over een zaak die zich nu nog onder de rechter bevindt. Er moeten
diverse stappen doorlopen worden voordat duidelijk is wat de uitkomst zal zijn en
of en zo ja voor welke groep consumenten deze uitspraak gevolgen kan hebben.
Vraag 8
Bent u bereid een einde te maken aan telefonische werving, zoals de Autoriteit Consument
& Markt (ACM) voorstelt? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 8
Er komen helaas veel gegronde klachten binnen van consumenten over telefonische werving.
Dit probleem blijft niet onopgemerkt, want er wordt op allerlei manieren gewerkt aan
maatregelen om klachten ten aanzien van telefonische werving aan te pakken vanuit
zowel het Ministerie van Economische zaken als het gaat om consumentenbeleid in den
brede -als het Ministerie van Klimaat en Groene Groei indien het specifiek de energiesector
betreft. Een totaalverbod op telefonische werving is momenteel niet mogelijk, gezien
de Europese kaders die daarvoor gelden. Wel wordt telemarketing op grond van de klantrelatie
in 2026 verboden. Op dit moment mogen consumenten alleen worden gebeld als zij de
beller daarvoor toestemming hebben gegeven of als zij klant zijn (geweest). Consumenten
mogen straks alleen worden gebeld als zij de beller daar vooraf expliciet toestemming
voor hebben gegeven.
Daarnaast zit in de nieuwe Energiewet, die op 1 januari 2026 van kracht is geworden,
een nieuwe grondslag die ruimte beidt aan de ACM om de vergunning van een energieleverancier
in te trekken die zich meermaals schuldig maakt aan oneerlijke handelspraktijken,
zoals misleiding bij telefonische verkoop. Ook als namens een vergunning houdende
energieleverancier geworven wordt, kan deze nieuwe stevige bepaling ingezet worden
door de ACM.
Vraag 9
Bent u bekend met het concept van de prijzenwaakhond in Zwitserland? Kunnen we soortgelijke
bevoegdheden geven aan de ACM zodat zij de prijzen kunnen reguleren, controleren en,
indien nodig, blokkeren? Zo ja, wanneer wilt u dit gaan invoeren? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 9
In Zwitserland is de energiemarkt anders ingericht dan in Nederland, want de energiemarkt
is daar niet volledig geliberaliseerd. Ook gelden de Europese kaders ten aanzien van
de inrichting van de gas- en elektriciteitsmarkt niet in Zwitserland. De ACM kan geen
prijzen reguleren of blokkeren, dat gaat in tegen de Europese regels over vrije prijsvorming.
Wel mag de ACM prijzen controleren. Het is in beginsel aan energieleveranciers zelf
om hun prijzen te bepalen en aan consumenten om een afweging te maken tussen de producten
en prijzen van verschillende aanbieders. Een vergunning houdende energieleverancier
moet energie leveren tegen transparante en redelijke prijzen. Een prijs is niet redelijk
als deze onevenredig hoog is gezien de kosten van de leverancier of niet concurrerend
is. De ACM houdt hierop toezicht en kan een bestuurlijke boete opleggen indien hieraan
niet voldaan wordt.
Vraag 10
Zou het volgens u helpen om de energie betaalbaar te maken door deze publiek te organiseren
en zeggenschap te geven aan bijvoorbeeld omwoners zoals we steeds meer zien gebeuren
door het land heen? Zo ja, hoe bent u van plan dit nationaal te stimuleren? Zo nee,
waarom niet?7
Antwoord 10
Het publiek organiseren an sich helpt niet om energie betaalbaarder te maken, mede
omdat een gevarieerd aanbod en concurrentie tussen energieleveranciers op de energiemarkt
financieel voordeliger zijn voor de consument. Als omwonenden een energieproductiefaciliteit
in eigendom hebben, vaak via een lokale energiecoöperatie, kan dit bijdragen aan de
betaalbaarheid van energie als de coöperatief opgewekte energie tegen kostprijs aan
de omgeving wordt geleverd.
Energiecoöperaties zijn echter ook kwetsbaar vanwege een beperkt portfolio waardoor
risico’s onvoldoende gespreid kunnen worden.8 In de Kamerbrief over energiegemeenschappen van 29 september jl. is toegelicht hoe
het kabinet de ontwikkeling van lokale energie-initiatieven stimuleert.9
Een belangrijke voorwaarde voor, en aandachtspunt bij, een goed werkende concurrerende
energiemarkt is en blijft transparantie ten aanzien van prijzen en contractvoorwaarden.
Dit is een consumentenrecht en wordt in de nieuwe Energiewet op verschillende punten
aangescherpt. Zo hebben consumenten recht op een kosteloos en onafhankelijk vergelijkingsinstrument
waarin energiecontracten vergeleken kunnen worden. Ook is verankerd dat een energieleverancier
zijn prijzen en voorwaarden presenteert op een dusdanige wijze dat eindafnemers in
staat zijn prijzen en voorwaarden van verschillende energieleveranciers te vergelijken.
Voor lokaal opgewekte energie wordt gewerkt aan een transparante prijsvorming via
een kostprijs-plus model dat voor alle energiegemeenschappen gelijk is. Zo zijn energiegemeenschappen
een nieuw – niet commerciële speler op de energiemarkt en een alternatieve keuze voor
consumenten om in hun energie te voorzien.
Vraag 11
Erkent u dat het idee van de SP dat het reguleren van de prijzen van basisproducten,
zoals energie en boodschappen, ervoor zorgt dat de (energie)armoede afneemt en gezinnen
meer ruimte over houden in hun portemonnee? Zo ja, bent u bereid om deze maatregel
te nemen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 11
Aan het reguleren van de prijzen kleven in de praktijk flinke nadelen aan. De Minister
van Economische Zaken is dieper op prijsregulering ingegaan in de Kabinetsreactie
op Initiatiefnota «Minder inflatie, meer bestaanszekerheid» van NSC en PVV. Maximumprijzen
kunnen leiden tot schaarste en verminderde toegankelijkheid van producten en diensten.
Daardoor kunnen goedbedoelde maatregelen verkeerd uitpakken, en zijn consumenten uiteindelijk
slechter af. Het kan er bijvoorbeeld voor zorgen dat energieleveranciers geen nieuwe
energiecontracten meer willen afsluiten, of dat bepaalde boodschappen niet meer beschikbaar
zijn. Prijsregulering kan worden gebruikt in markten waarin een structureel marktfalen
leidt tot gebrekkige concurrentie en verslechterde consumentenbescherming. In Nederland
beoordeelt de ACM of er sprake is van misbruik van marktmacht en of er gebrekkige
concurrentie is. Zo heeft de ACM in september aangekondigd onderzoek te doen naar
prijzen van boodschappen en mogelijke marktproblemen die leiden tot hogere prijzen.
De ACM maakt als onafhankelijke toezichthouder op basis van deskundigheid zelf een
beslissing over het opstarten van een onderzoek.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
J.N.J. Nobel, staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid -
Mede namens
S.T.M. Hermans, minister van Klimaat en Groene Groei
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.