Verslag van een schriftelijk overleg : Verslag van een schriftelijk overleg over het Jaarverslag 2024 Staatsbosbeheer (Kamerstuk 29659-161)
29 659 Evaluatie Staatsbosbeheer
Nr. 162
VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG
Vastgesteld 20 januari 2026
De vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur heeft een aantal
vragen en opmerkingen voorgelegd aan de Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid
en Natuur over de brief van 22 september 2025 over het jaarverslag 2024 van Staatsbosbeheer
(Kamerstuk 29 659, nr. 161).
De vragen en opmerkingen zijn op 24 november 2025 aan de Staatssecretaris van Landbouw,
Visserij, Voedselzekerheid en Natuur voorgelegd. Bij brief van 20 januari 2026 zijn
de vragen beantwoord.
De fungerend voorzitter van de commissie, Podt
De griffier van de commissie, Jansma
Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie
De leden van de PVV-fractie hebben met interesse kennisgenomen van het Jaarverslag
2024 Staatsbosbeheer en hebben nog enkele vragen aan de Staatssecretaris van Landbouw,
Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN).
1
De leden van de PVV-fractie vragen de Staatssecretaris verder in te gaan op het feit
dat het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s) in het buitengebied het afgelopen
jaar verder is afgenomen. Welke oorzaken liggen hieraan ten grondslag en welke aanvullende
maatregelen worden er genomen om deze negatieve trend te keren?
Antwoord
De belangrijkste factor voor de afname is structurele onderfinanciering van toezicht
en handhaving. De huidige bekostiging via het Subsidiestelsel Natuur en Landschap
(SNL) en een aflopende subsidie van het Ministerie van J&V dekken slechts een deel
van de werkelijke kosten. Bovendien stellen niet alle provincies de aanvullende bijdrage
voor Toezicht in het SNL open. Bij volledige openstelling in alle provincies en toepassing
van de geactualiseerde SNL standaardkostprijzen (SKP’s) zou het gebrek aan financiering
deels zijn opgelost, maar niet volledig. Voor 2025 en 2026 heeft mijn ministerie 2
miljoen euro per jaar beschikbaar gesteld aan Staatsbosbeheer om verdere achteruitgang
te stoppen. Dit is niet voldoende voor een volwaardige uitvoering van de boa-taak.
Daarnaast neemt de taakdruk toe: boa’s krijgen meer verantwoordelijkheden, terwijl
de politiecapaciteit in het natuur- en buitengebied onder druk staat. Dit leidt tot
een taakverzwaring zonder noodzakelijke middelen. Conform de motie-Veltman (Kamerstuk
33 576, nr. 458) zet mijn ministerie zich in voor de noodzakelijke middelen om structureel te voorzien
in adequaat toezicht en handhaving door groene boa’s.
2
De leden van de PVV-fractie vragen in aanvulling daarop aan de Staatssecretaris waarom
het alleen met de provincie Overijssel is gelukt om tot extra financiële middelen
voor boa’s te komen.
Antwoord
De provincie Overijssel is één van de vijf provincies die de afgelopen zes jaar de
aanvullende bijdrage voor Toezicht in het SNL niet had opengesteld. Met alle vijf
provincies heeft Staatsbosbeheer gesprekken gevoerd. De provincie Overijssel stelt
mogelijk toch financiële middelen voor groene boa’s beschikbaar, omdat provinciale
staten daartoe een politiek besluit hebben genomen. Dit besluit is tijdelijk en vergoedt
een deel van de kosten die natuureigenaren maken om toezicht te houden in natuurterreinen
zodat de bestaande boa-capaciteit gehandhaafd kan blijven. Het zijn daarmee geen extra
middelen. Provinciale staten van Overijssel hebben aangegeven met het Rijk te willen
zoeken naar een structurele vergoeding voor handhaving en toezicht in natuurterreinen.
3
De leden van de PVV-fractie vragen daarnaast of de Staatssecretaris van mening is
dat deze boa’s hun werk nu goed kunnen doen en of zij hiervoor adequaat zijn uitgerust
en zo nee, welke aanvullende maatregelen hij neemt om hier verandering in te brengen.
Antwoord
Wat met name ontbreekt is toegang tot diverse relevante registers voor de groene boa’s.
Het voorstel om de toegang tot het Rijbewijzenregister, de Basis Voorziening Vreemdelingen
en de Strafrechtketendatabank te realiseren is hierbij een goede stap. Er bestaat
nu een informatievacuüm tussen de boa’s en de politie, waardoor zij operationeel niet
over dezelfde informatie kunnen beschikken. Wat ontbreekt is toegang tot de Basis
Voorziening Handhaving van de politie (BVH) of een koppeling tussen het boa-registratiesysteem
(BRS) en BVH, waardoor informatie gekoppeld aan de Wet politiegegevens (Wpg) niet
door iedere opsporingsinstantie kan worden gebruikt, dan wel effectief kan worden
ingezet als (ondersteunend) bewijs in (milieu)strafrechtelijke onderzoeken. Daarnaast
is het voor het uitvoeren van de boa-taak wenselijk dat een recidive-check of een
antecedenten-check kan worden uitgevoerd in het kader van het uitvoeren van een veilige
publieke taak en eigen veiligheid van de boa’s.
4
De leden van de PVV-fractie zien dat de omzet houtverkoop en biomassa in 2024 met
bijna vier miljoen euro is gestegen en vragen de Staatssecretaris dit te verklaren.
Worden er gezonde bomen gekapt om de opbrengst te vergroten en wordt er doelbewust
ingezet op het maken van meer omzet op deze manier, vragen deze leden ten slotte.
Antwoord
Nee, er zijn geen bomen gekapt om doelbewust een hogere omzet te realiseren. De houtoogst
wordt bepaald door de beheeropgave, niet door financiële prikkels, en varieert per
jaar. De stijging van de omzet is voornamelijk het gevolg van marktontwikkelingen,
zoals een hogere vraag naar hout en biomassa en daardoor gunstige prijsontwikkelingen
op de nationale en internationale markt.
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van het Jaarverslag 2024 van Staatsbosbeheer.
Deze leden hebben hierover geen verdere vragen of opmerkingen.
Vragen en opmerkingen van de leden van de JA21-fractie
De leden van de JA21-fractie hebben met veel interesse kennisgenomen van het Jaarverslag
2024 van Staatsbosbeheer «In beweging» en hebben hierover nog enkele vragen.
5
De leden van de JA21-fractie is opgevallen dat de verschillende doelen en ambities
en bijbehorende keuzes voor natuurbeheer strijdig kunnen zijn met elkaar. Ziet de
Staatssecretaris dit ook in de praktijk en in beleid terug en zo ja, op welke manieren?
Op welke manier worden die spanningen in beeld gebracht en waar wordt in dergelijke
gevallen bepaald welk doel prioriteit heeft om te voorkomen dat men tegelijkertijd
tegenstrijdig beheer uitvoert?
Antwoord
Verschillende doelen en ambities met bijbehorende keuzes voor natuurbeheer kunnen
inderdaad soms strijdig zijn met elkaar. In beleid en in de praktijk zie je dat dan
ook af en toe terug. In die gevallen worden de spanningen in beeld gebracht om vervolgens
te kunnen bepalen welk doel prioriteit heeft. Dit is maatwerk en altijd casus specifiek,
op die manier kan het beste voorkomen worden dat men tegenstrijdig beheer uitvoert.
6
De leden van de JA21-fractie zien dat de basisfinanciering ontbreekt voor het aanstellen
van boa’s om toezicht te houden. Hoe ziet de Staatssecretaris deze constatering? Hoe
beoordeelt de Staatssecretaris de afname van het aantal boa’s sinds 2019? Hoeveel
geld ontvangt Staatsbosbeheer voor het uitvoeren van politietaken?
Antwoord
Door structurele onderfinanciering van toezicht en handhaving nemen het aantal groene
boa’s in dienst van Staatsbosbeheer af. De huidige bekostiging via het Subsidiestelsel
Natuur en Landschap (SNL) en een aflopende subsidie van het Ministerie van J&V dekken
slechts een deel van de werkelijke kosten. Bij volledige openstelling in alle provincies
zou het gebrek aan financiering grotendeels zijn opgelost. Voor 2025 en 2026 heeft
mijn ministerie 2 miljoen euro per jaar beschikbaar gesteld aan Staatsbosbeheer om
verdere achteruitgang te stoppen. Dit is echter niet voldoende voor volledige financiering
van de boa-taak als een vast en structureel onderdeel van het door Staatsbosbeheer
gehanteerde integrale natuurbeheer.
7
De leden van de JA21-fractie vragen hoe de Staatssecretaris in bredere zin de verhouding
ziet tussen de bekostiging en de taken van Staatsbosbeheer?
Antwoord
Op verschillende vlakken is de bekostiging van Staatsbosbeheer uit balans. Er zijn
inspanningen gepleegd om dit inzichtelijk te maken via het opzetten van een kostprijsmodel.
Dat wordt op dit moment in de praktijk gebracht. Voor natuurbeheer via het SNL zijn
door de provincies de nieuwe standaardkostprijzen vastgesteld. Dit laat een discrepantie
zien tussen de daadwerkelijke kosten voor beheer en de daarvoor opengestelde subsidies.
SNL wordt daarnaast niet altijd voor alle hectares en alle aanvullende bijdragen opengesteld,
dit verschilt per provincie. Op dit moment is het SNL beschikbaar voor 84% van de
oude normkosten voor opengestelde hectares en bijdragen. Er is dus geen volledige
100% dekking van de beheerkosten vanuit de provincies. De overige 16% van de beheerkosten
dienen TBO’s, zoals Staatsbosbeheer, zelf op te brengen.
8
De leden van de JA21-fractie namen kennis van de constatering op pagina 45 van het
Jaarverslag waar staat dat recreatiegebieden om de stad onvoldoende zijn gefinancierd
en dat dit tot «achteruitgang van het groen om steden gaat leiden». Hoe ziet de Staatssecretaris
dit?
Antwoord
De Recreatie om de Stad (RodS) gebieden hebben een belangrijke functie als recreatief
uitloopgebied voor bewoners in het stedelijk gebied en dragen bij aan een gezonde
leefomgeving. De recreatiedruk op deze gebieden neemt toe door woningbouw en dus meer
bezoekers. Dit gaat met name om gebieden in Zuid-Holland, Noord-Holland en Utrecht.
Bij de decentralisatie van het natuurbeleid is de financiering uit het Rijk voor deze
gebieden gestopt en ligt nu de verantwoordelijkheid daarvoor bij de betreffende provincies.
Staatsbosbeheer en deze provincies hebben op verschillende manieren geprobeerd voldoende
financiering te vinden, maar dat is niet structureel gelukt. Doordat er niet voldoende
bekostiging is voor het beheer en onderhoud van deze recreatiegebieden om de stad,
moet Staatsbosbeheer in deze gebieden keuzes maken in welk beheer wel en niet uit
te voeren.
9
De leden van de JA21-fractie vragen wat de huidige ambitie is ten aanzien van het
vernatten van veenweidegebied. Hoeveel hectare betreft dit en welke tijdslijn bestaat
daarvoor? Hoeveel ton CO2-uitstoot verwacht de Staatssecretaris daarmee te voorkomen en op welke manier is
die ambitie onderdeel van bestaande wettelijke doelstellingen?
Antwoord
De huidige ambitie ten aanzien van vernatten is verwoord in de Kamerbrief Veenplan
1e fase (Kamerstuk 32 813, nr. 562) van 13 juli 2020. Deze Kamerbrief beschrijft de inzet van het kabinet op basis van
het door partijen overeengekomen Klimaatakkoord 2019. Met dit Klimaatakkoord hebben
partijen afgesproken om de broeikasgasemissies uit veengronden uiterlijk in 2030 te
willen reduceren met 1 megaton CO2-equivalenten, door maatregelen te nemen op een landbouwareaal van 90.000 ha. Deze
afspraak moet bijdragen aan de realisatie van de wettelijke doelstellingen om de broeikasgasemissies
in Nederland uiterlijk in 2030 met 55% te hebben teruggebracht en klimaatneutraliteit
te realiseren voor Nederland uiterlijk in 2050.
10
De leden van de JA21-fractie namen kennis van de ambitie op pagina 9 waar staat dat
in 2024–2025 circa 1.100 hectare nieuw bos zal worden gerealiseerd. Welk deel daarvan
betreft spontane bosontwikkeling? Hoe wordt de keuze gemaakt tussen hetzij nieuwe
aanplant, hetzij spontane ontwikkeling?
Antwoord
Vanaf seizoen 2019/2020 tot en met plantseizoen 2024–2025 heeft Staatsbosbeheer ruim
1.100 hectare gerealiseerd. Circa 320 hectare is spontane bosontwikkeling. De keuze
voor planten of spontane ontwikkeling wordt gemaakt op basis van de lokale situatie
en het uitgangspunt bij die afweging is dat er uiteindelijk kwalitatief en duurzaam
bos tot stand moet kunnen komen. Hierbij wordt ook gekeken naar de ecologische uitgangssituatie
zoals zaadbronnen in de omgeving en of de bodem- en watercondities geschikt zijn.
In de praktijk worden ook combinaties van planten en spontane bosontwikkeling toegepast.
11
De leden van de JA21-fractie zijn benieuwd naar het aantal hectare bos dat tot stand
is gekomen via spontane ontwikkeling. Hoeveel hectare wordt nu beheerd op basis van
dat principe?
Antwoord
Bij de aanleg van nieuw bos gaat het in de periode tussen plantseizoen 2019/2020 en
2023/2024 om 320 ha van de 1.100 uitbreiding. In het regulier bosbeheer wordt ook
gebruikt gemaakt van spontane bosontwikkeling, waardoor de oorsprong niet volledig
te herleiden is naar de huidige beheerde hectares.
12
De leden van de JA21-fractie vragen op welke manier wordt gebudgetteerd voor de beheerkosten
van nieuw aangelegde arealen natuur.
Antwoord
Het volledig dekken van beheerkosten is vaak een uitdaging, zowel voor bestaande als
nieuw aangelegde arealen. Voor natuurbeheer via het SNL is door provincies de nieuwe
standaard kostprijs vastgesteld. Dit laat een discrepantie zien tussen de daadwerkelijke
kosten voor beheer en de daarvoor opengestelde subsidies. Projecten voor nieuwe aanleg
worden uitgevoerd door Staatsbosbeheer in opdracht van verschillende opdrachtgevers
met bijpassende budgettering. Het komt echter soms voor dat bijvoorbeeld een herstelproject
tot een verandering van doelen en daarmee subsidie kan leiden en dat ontwikkelingsbeheer
na een dergelijk project niet voldoende door de opdrachtgevers wordt gebudgetteerd.
13
De leden van de JA21-fractie namen kennis van het feit dat de aanleg van nieuwe bossen
volgens het Jaarverslag stroef verloopt en vertraging oploopt door vergunningsprocedures.
Kan de Staatssecretaris aangeven wat dat veroorzaakt?
Antwoord
De aanleg van nieuwe bossen door Staatsbosbeheer verloopt de afgelopen jaren minder
snel dan beoogd, waarbij de doorlooptijd van de vergunningsaanvraag een belangrijke
oorzaak vormt voor vertraging. In sommige gevallen verloopt de aanvraagprocedure traag
vanwege gebrek aan kennis over hoe aanvragen voor nieuw bos beoordeeld moeten worden,
stapeling van regelgeving of valt bosontwikkeling af vanwege de afweging met andere
doelen of belangen gedurende de procedure (bijvoorbeeld archeologie, open landschap,
landbouw of andere natuurdoelen zoals weidevogels). Naast de vergunningverlening is
de beperkte financiering voor met name bosontwikkeling buiten het Nationaal Natuurnetwerk
(NNN) een belangrijke reden. Tegelijkertijd is in de ontwerp Nota Ruimte ervoor gekozen
om meer in te zetten op revitalisering van bestaande bossen en minder op uitbreiding
van het bosareaal buiten het NNN.
14
De leden van de JA21-fractie zien dat het Jaarverslag ingaat op erfpachtconstructies.
Voor hoeveel woningen heeft Staatsbosbeheer grond in erfpacht uitgegeven? Wordt daarbij
de erfpacht periodiek herzien op basis van de grondwaarde en hoe wordt die grondwaarde
opnieuw vastgesteld?
Antwoord
Staatsbosbeheer heeft zowel recreatiewoningen als reguliere woningen in erfpacht uitgegeven.
Totaal gaat het om circa 425 woningen. Bij herzieningen en (her)uitgiften wordt de
canon vastgesteld aan de hand van de getaxeerde grondwaarde. Voor taxaties maakt Staatsbosbeheer
gebruik van NRVT (Nederlands Register Vastgoed Taxateurs) gecertificeerde taxateurs.
15
De leden van de JA21-fractie vragen hoe de beslissingen worden genomen om nieuwe gronden
aan te kopen. Op welke manier is het Ministerie van LVVN daarbij betrokken en op grond
van welke criteria wordt dat gedaan?
Antwoord
Staatsbosbeheer is een rechtspersoon met een wettelijke taak (RWT). Binnen de kaders
van de Wet verzelfstandiging Staatsbosbeheer 1998 heeft Staatsbosbeheer de mogelijkheid
om zelfstandig gronden aan te kopen, zonder dat mijn ministerie hierbij betrokken
is. Gronden welke Staatsbosbeheer aankoopt, moeten bijdragen aan de doelen van Staatsbosbeheer
zoals omschreven in artikel 3 van de Wet verzelfstandiging Staatsbosbeheer. De belangrijkste
criteria zijn het aansluiten bij bestaande eigendommen, bijdragen aan instandhoudingsdoelstellingen
van natuurterreinen en het ondersteunen van de restopgave van het NNN van de provincies.
16
De leden van de JA21-fractie zien op pagina 130 dat Staatsbosbeheer in 2024 10,7 miljoen
euro omzet maakte door biomassa: een stijging van 3,4 miljoen vergeleken met 2023.
In hoeverre gaat dat om biomassa/hout dat ook een ecologische functie zou hebben indien
het in de natuur zou worden achtergelaten? Hoe wordt dat beoordeeld en hoe wordt voorkomen
dat financiële belangen gaan prevaleren boven ecologische?
Antwoord
Biomassa is residu, bijvoorbeeld versnipperde takken en toppen van bomen. Het verwijderen
van deze residuen vindt plaats omwille van het behoud, het herstel of de ontwikkeling
van de biodiversiteit of omwille van de andere overwegingen (veiligheid, ruimte voor
bosverjonging, etc.). Indien de condities dit vereisen blijven deze residuen achter
in het terrein, bijvoorbeeld bij arme bosgronden. Maar meestal gaat het bij natuurbeheer
om behoud van voedselarme condities en (daarom) het verwijderen van mineralen, zodanig
dat dit ten gunste komt van de biodiversiteit. Er worden geen residuen verwijderd
indien dit slecht is voor de natuur. Dit wordt primair beoordeeld door boswachters
van Staatsbosbeheer. Staatsbosbeheer heeft interne richtlijnen voor in welke bossen
wel bijvoorbeeld tak- en tophout van bomen ingezet kan worden (zoals nutriëntrijkere
groeiplaatsen als klei) en waar dat niet kan (armere groeiplaatsen). Deze richtlijnen
zijn gebaseerd op wetenschappelijke onderzoek en adviezen van de Wageningen Universiteit.
Staatsbosbeheer wordt jaarlijks door een onafhankelijke auditor getoetst op uitvoering
van duurzaam bosbeheer volgens de criteria van het Forest Stewardship Counsil (FSC).
Kwaliteit van het bosbeheer staat boven het financiële belang.
Vragen en opmerkingen van de leden van de FVD-fractie
De leden van de FVD-fractie hebben met interesse kennisgenomen van het Jaarverslag
2024 Staatsbosbeheer.
17
De leden van de FVD-fractie zouden op enkele uitgaven van Staatsbosbeheer graag een
specifieke toelichting ontvangen. Ten eerste willen deze leden graag weten welk bedrag
Staatsbosbeheer in het jaar 2024 heeft uitgegeven aan natuurherstel in het algemeen
en aan boskap in het bijzonder. Ten tweede willen deze leden graag weten welk bedrag
Staatsbosbeheer in datzelfde jaar heeft uitgegeven aan natuurbeheer in het algemeen
en aan selectief bosbeheer (dat als doel heeft om bos oud te laten worden) in het
bijzonder.
Antwoord
Ten aanzien van natuurherstel wordt dit uitgevoerd in opdracht van met name provincies
en wordt er gerapporteerd in de jaarrekening in de categorie projectbijdragen. De
kosten voor boskap zijn niet apart zichtbaar in de jaarrekening, omdat ze verspreid
zijn over rubrieken zoals kosten grond- en hulpstoffen, uitbesteed werk en lonen.
Het reguliere natuurbeheer wordt grotendeels gefinancierd via het Subsidiestelsel
Natuur en Landschap (SNL). Selectief bosbeheer, gericht op het laten verouderen van
bos, hanteert Staatsbosbeheer niet als zodanig. Bij het bosbeheer wordt in lijn met
het bosbeleid en het SNL onderscheid gemaakt in de beleidsmatige indeling in natuurbossen
en multifunctionele bossen met productie. Uitgaven aan selectief bosbeheer worden
dus niet apart geadministreerd. Deze gegevens zijn onderdeel van het reguliere natuurbeheer.
Voor houtoogst en biomassa rapporteert Staatsbosbeheer een omzet biomassa van € 10,7
miljoen. Een stijging van € 3,4 miljoen ten opzichte van 2023. En een lichte stijging
van de houtomzet met € 0,4 miljoen. Deze bedragen zijn omzetcijfers; de bijbehorende
kosten voor boskap zijn niet apart zichtbaar.
Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie
De leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van het Jaarverslag 2024 van Staatsbosbeheer
en de bijbehorende beslisnota van het Ministerie van LVVN. Deze leden hebben daar
flink wat opmerkingen op.
18
De leden van de BBB-fractie constateren opnieuw dat de structurele problemen bij Staatsbosbeheer
zowel financieel, organisatorisch en qua uitvoering onverminderd groot zijn. Het positieve
resultaat van 3,1 miljoen euro blijkt volledig te danken aan incidentele meevallers,
terwijl het onderliggende bedrijfsresultaat in 2024 negatief is (– 5,2 miljoen euro).
Deze leden vragen de Staatssecretaris waarom een organisatie met voornamelijk publieke
middelen en wettelijk afgebakende taken er niet in slaagt een structureel gezonde
exploitatie te realiseren.
Antwoord
Op verschillende vlakken is de bekostiging van Staatsbosbeheer onvoldoende, bijvoorbeeld
bij het SNL, Recreatie om de Stad (RodS) gebieden, taakverzwaring van groene boa’s
en hogere loonkosten CAO Rijk. Zo zit er een discrepantie in de kosten voor natuurbeheer
en de daarvoor opengestelde subsidies vanuit het SNL en is op dit moment SNL beschikbaar
voor 84% van de oude normkosten. Daarnaast wordt SNL niet voor alle hectares en alle
aanvullende bijdragen opengesteld, dit verschilt per provincie. Een ander voorbeeld
is dat sinds de decentralisatie van het natuurbeleid de RodS-gebieden onvoldoende
(en bij een aantal gebieden geen) bekostiging krijgen voor het beheer en onderhoud
en kan Staatsbosbeheer in deze gebieden alleen het hoogstnodige beheer uitvoeren.
19
De leden van de BBB-fractie constateren dat Staatsbosbeheer zelf schrijft dat er «geen
balans is tussen de kosten van de wettelijk opgedragen taken en de vergoedingen ervoor»
en dat wordt gewerkt aan een kostprijsmodel en een programma «Natuurlijk Verbeteren»
om pas vanaf 2027 uit te komen op een kostenneutrale jaarbegroting. Deze leden vragen
de Staatssecretaris of hij deze problematiek erkent en of hieruit niet simpelweg volgt
dat óf het takenpakket is opgeblazen, óf Staatsbosbeheer structureel inefficiënt werkt,
óf beide.
Antwoord
De bekostiging vanuit het SNL is verouderd en niet goed geïndexeerd, dit kan gaan
zorgen voor structurele tekorten bij TBO’s zoals Staatsbosbeheer in hun natuurbeheer.
Daarom hadden de provincies besloten om onafhankelijk opgestelde nieuwe standaardkostprijzen
(SKP’s) vast te stellen halverwege 2025 die conform de huidige prijzen en kosten van
natuurbeheer zijn. Dit betekent dat er vanaf dit jaar bij elke nieuwe SNL-subsidiebeschikking
dient te worden gewerkt door de TBO’s volgens deze nieuwe SKP’s. De financiering voor
de nieuwe SKP’s is echter nog niet rond bij de provincies en hiervoor lopen gesprekken
met mijn ministerie. Het takenpakket van Staatsbosbeheer voor natuurbeheer is afgestemd
op een 84% dekking van de SKP’s vanuit het SNL. Een financiering volgens dit percentage
is randvoorwaardelijk voor een juiste uitvoering van het takenpakket van Staatsbosbeheer
voor natuurbeheer.
20
De leden van de BBB-fractie wijzen erop dat Staatsbosbeheer streeft naar een sluitende
begroting in 2026 en een structureel kostendekkende bedrijfsvoering vanaf 2027. Deze
leden vragen om een nadere toelichting op het programma «Natuurlijk Verbeteren». Zij
vragen de Staatssecretaris welke harde verplichtingen hij Staatsbosbeheer heeft opgelegd,
of gaat opleggen, om dit ook daadwerkelijk te bereiken, welke tussenmijlpalen er zijn
voor 2025–2027 en welke consequenties volgen als die niet worden gehaald.
Antwoord
Het organisatie ontwikkelprogramma van Staatsbosbeheer «Natuurlijk Verbeteren» behelst
een aanpak om processen, samenwerking en sturing op resultaten continu te verbeteren.
Het is gebaseerd op betrokkenheid, praktische tools en de kracht van de teams van
Staatsbosbeheer. Het programma loopt van 2024 tot en met 2027 en heeft als doel de
organisatie op drie hoofdonderdelen te verbeteren. Dit noemt Staatsbosbeheer de drie pijlers:
pijler 1) Sturing, cultuur en gedrag, pijler 2) Efficiënte en effectieve processen
en pijler 3) Duurzaam financieel resultaat. De drie pijlers liggen in elkaars verlengde
en versterken en verdiepen elkaar. Het uiteindelijke doel is een manier van werken
zien te bereiken die medewerkers motiveert en inspireert om samen de organisatie verder
te professionaliseren, efficiënter te maken en de kwaliteit te verbeteren. De gedachte
hierbij is dat dit een continu proces is dat ook na afronding van het programma in
2027 een plek moet krijgen in de organisatiesturing en -structuur.
• Pijler 1 richt zich op het verbeteren van de sturing in de organisatie, het versterken
van een veilige en goede werkcultuur en het aanmoedigen van constructief gedrag.
• Pijler 2 heeft als leidende principes het vereenvoudigen en verbeteren van processen
om daarmee de organisatie efficiënter en effectiever te maken, dit vindt plaats met
behulp van «Lean-management». Pijler 2 beoogt een bijdrage te leveren aan meer efficiency
en aan het terugdringen van de hoge werkdruk.
• In het kader van pijler 3 «Duurzaam financieel resultaat», is een plan opgesteld dat
voor de komende jaren richting geeft aan een structureel evenwicht tussen kosten en
opbrengsten. Het plan omvat een structurele resultaatverbeteringsdoelstelling voor
de periode 2024–2027 met concrete verbeteracties.
Ik verwacht dat Staatsbosbeheer in 2026 een sluitende begroting heeft en een structureel
kostendekkende bedrijfsvoering vanaf 2027. Het zetten van eventuele tussenmijlpalen
voor 2025–2027 laat ik aan Staatsbosbeheer als zelfstandig bestuursorgaan. Mijn ministerie
heeft echter wel veelvuldig contact met Staatsbosbeheer over de vorderingen van het
ontwikkelprogramma en is daarmee goed aangehaakt in de stand van zaken van het programma.
21
De leden van de BBB-fractie merken op dat Staatsbosbeheer in 2024 voor 178,9 miljoen
euro aan Rijksbijdragen, provinciale subsidies en projectbijdragen ontvangt: namelijk
32,5 miljoen euro Rijksbijdrage (organisatiekosten, Boomfeestdag, scholing boa’s,
genenbank en zaadgaarden), 74,9 miljoen euro Subsidiestelsel Natuur en Landschap (SNL)-subsidies
van provincies en 71,5 miljoen euro projectbijdragen. Daarnaast bestaat ruim een derde
van de opbrengsten uit «eigen inkomsten». Deze leden vragen de Staatssecretaris of
hij wil erkennen dat Staatsbosbeheer in hoge mate afhankelijk is van publieke middelen
en zich dus als een publieke dienstverlener hoort te verantwoorden, inclusief een
scherp toetsbare doel-middelenrelatie.
Antwoord
Als publieke dienstverlener is Staatsbosbeheer inderdaad, grotendeels, afhankelijk
van publieke middelen, waarvan het SNL de grootste structurele bijdrage is vanuit
de overheid. Een scherp toetsbare doel-middelen verantwoording voor het SNL zou in
eerste instantie aan de provincies moeten worden gevraagd en daarnaast moet deze verantwoording
dan passend zijn bij het SNL subsidie-instrument. Ik heb echter wel aan Staatsbosbeheer
gevraagd of ze kunnen onderzoeken hoe doelsturing van natuurbeheer eruit zou kunnen
zien. Staatsbosbeheer pakt dit op door het opzetten van een pilot. Samen met Natuurmonumenten
en provinciale instanties gaat Staatsbosbeheer daarmee dit jaar aan de slag en ik
verwacht dat halverwege 2026 de eerste resultaten beschikbaar zullen komen over wat
haalbaar zou zijn.
22
De leden van de BBB-fractie constateren dat Staatsbosbeheer niet de enige organisatie
is die actief is op het terrein van natuurbeheer in Nederland. In diverse provincies,
bijvoorbeeld Friesland, zijn meerdere terreinbeherende organisaties (TBO’s) actief,
zoals Staatsbosbeheer, It Fryske Gea, Natuurmonumenten en de Milieufederatie. Uit
een vergelijking van hun missie- en visiedocumenten blijkt dat hun maatschappelijke
doelstellingen voor een groot deel naadloos op elkaar aansluiten. Volgens deze leden
leidt dit ertoe dat er sprake is van een forse mate van overlap: in doelen, in het
beheer van gebieden en in de manier waarop publieke middelen worden besteed. Daarbij
merken deze leden op dat al deze organisaties beschikken over een eigen raad van toezicht,
directie, administratieve afdelingen. Vaak met bijbehorende overheadkosten en directiesalarissen.
Deze leden plaatsen vraagtekens bij de efficiëntie en effectiviteit van het in stand
houden van meerdere, vrijwel identieke organisatiestructuren die vergelijkbare maatschappelijke
doelstellingen nastreven en soms zelfs in hetzelfde geografische gebied actief zijn.
Zij vragen de Staatssecretaris daarom of het niet doelmatiger zou zijn om de verschillende
TBO’s, gedeeltelijk of geheel, samen te voegen, of op z’n minst te komen tot een sterkere
bundeling van organisatie- en overheadstructuren. Welke mogelijkheden ziet de Staatssecretaris
om in het kader van kostenbesparing, efficiëntie en betere inzet van publieke middelen
toe te werken naar meer integrale of gezamenlijke organisatievormen binnen het natuurbeheer?
Antwoord
De TBO’s hebben vaak verschillende organisatiestructuren, zo is Staatsbosbeheer een
overheidsorganisatie, Natuurmonumenten een vereniging en zijn de verscheidenheid aan
provinciale landschappen vaak stichtingen. Het gedeeltelijk of geheel samenvoegen
van TBO’s is daarom zeer lastig en niet wenselijk. Daar waar de terreinen van verschillende
TBO’s elkaar raken wordt wel degelijk samengewerkt aan gezamenlijke doelen en kunnen
organisatie- en overheadstructuren (deels) worden gebundeld. Om in het kader van kostenbesparing,
efficiëntie en betere inzet van publieke middelen toe te werken naar meer integrale
of gezamenlijke organisatievormen binnen het natuurbeheer dient gekeken te worden
naar de provincies die de publieke middelen voor natuurbeheer ter beschikking stellen
aan de verschillende TBO’s.
23
De leden van de BBB-fractie vragen de Staatssecretaris te reflecteren op de verhouding
tussen het aantal fte’s aan kantoorpersoneel en het aantal fte’s dat daadwerkelijk
in de gebieden werkzaam is. Deze leden horen regelmatig signalen dat de uitvoeringscapaciteit
buiten onder druk staat, terwijl de organisatie bovengemiddeld zwaar lijkt te zijn
gevuld met ondersteunende en administratieve functies. Deze leden willen daarom inzicht
in hoe deze verhouding zich in de afgelopen jaren heeft ontwikkeld, welke afwegingen
hieraan ten grondslag liggen en in hoeverre deze balans volgens de Staatssecretaris
doelmatig is voor de kerntaken van de organisatie. Mocht blijken dat de verhouding
is scheefgegroeid, dan vernemen zij graag welke maatregelen worden overwogen om meer
capaciteit richting het veld te bewegen.
Antwoord
De bekostiging van natuurbeheer via het SNL is dusdanig verouderd dat structurele
tekorten onvermijdelijk zijn. Deze werken door in de uitvoeringscapaciteit. Tegelijkertijd
heeft Staatsbosbeheer te maken met allerlei (nieuwe) wet- en regelgeving die leiden
tot meer inzet van kantoorpersoneel. Denk hierbij aan het afhandelen van verzoeken
in het kader van de WOO, het rechtmatig aanbesteden van diensten, het borgen van privacy
en dataveiligheid, de toegenomen accountantscontroles door de groei van opdrachten
vanuit provincies en Rijk etc. Als overheidsorganisatie is Staatsbosbeheer gehouden
om hier zorgvuldig invulling aan te geven. PWC heeft in 2024 een analyse gedaan naar
feiten en effecten van wet- en regelgeving op uitvoeringsorganisaties. Daaruit blijkt
dat door stapeling van beleid op beleid uitvoeringsorganisaties 2,5 keer zoveel wetten
en regels uitvoeren als 20 jaar geleden. Wetten en regels over privacy en informatiebeveiliging
zijn ruim verdubbeld. PWC concludeerde dat de uitvoering arbeidsintensiever is geworden
door toegenomen uitzonderingen en verwevenheid van regelgeving. Staatsbosbeheer is
zich bewust van het belang van een evenwichtige personeelsinzet en heeft voortdurend
de doelmatige inzet van middelen voor ogen, passend bij de wettelijke verplichtingen
en maatschappelijke opgaven. Via de vierjarige wettelijke evaluaties wordt steeds
de doelmatigheid en doeltreffendheid onderzocht. De uitkomsten daarvan zijn gedeeld
met de Tweede Kamer. Tot op heden is daar uit gebleken dat Staatsbosbeheer voldoende
doelmatig opereert. Ik zie daarmee nu geen reden om hier nader onderzoek naar te doen
of maatregelen voor te nemen.
24
De leden van de BBB-fractie merken op dat het aantal groene boa’s niet toereikend
is voor toezicht en handhaving. Kan de Staatssecretaris per provincie aangeven hoeveel
groene boa’s Staatsbosbeheer tekort komt voor adequaat toezicht en handhaving? Is
alleen de benodigde financiën de oorzaak voor het tekort aan groene boa’s? Zo nee,
wat zijn de overige oorzaken met betrekking tot het tekort aan groene boa’s?
Antwoord
Staatsbosbeheer komt ongeveer 60 fte groene boa’s tekort voor adequaat toezicht en
handhaving. De belangrijkste factor hiervoor is structurele onderfinanciering van
toezicht en handhaving. De huidige bekostiging via het SNL en een aflopende subsidie
van het Ministerie van J&V dekken slechts een beperkt deel van de werkelijke kosten.
Bovendien stellen niet alle provincies de aanvullende bijdrage voor Toezicht in het
SNL open. Bij volledige openstelling in alle provincies en toepassing van de geactualiseerde
SNL-standaardkostprijzen zou het gebrek aan financiering deels zijn opgelost, maar
niet volledig. Voor 2025 en 2026 heeft mijn ministerie 2 miljoen euro per jaar beschikbaar
gesteld aan Staatsbosbeheer om verdere achteruitgang te stoppen van het aantal fte
boa’s. Dit is echter niet voldoende voor een volwaardige uitvoering van de boa-taak.
Daarnaast neemt de taakdruk toe: boa’s krijgen meer verantwoordelijkheden, terwijl
politiecapaciteit in het natuur- en buitengebied onder druk staat. Dit leidt tot een
taakverzwaring zonder noodzakelijke middelen. In onderstaande tabel staat een indicatie
(en momentopname) van de missende fte’s per provincie (totaal 60,6 fte):
Provinciale eenheid
Missende fte’s groene boa’s
Groningen
5,8
Friesland
9,0
Drenthe
11,5
Overijssel
3,8
Gelderland
5,0
Flevoland
5,3
Noord-Holland
2,5
Zuid-Holland
1,2
Utrecht
1,2
Noord-Brabant
8,9
Limburg
1,6
Zeeland
4,8
25
De leden van de BBB-fractie verzoeken de Staatssecretaris om een uitgebreid overzicht,
uitgesplitst per jaar over minimaal de afgelopen tien jaar, van alle publieke middelen
die Staatsbosbeheer ontvangt, met ten minste de volgende rubrieken: rijksbijdrage
(kernfinanciering) LVVN; overige rijksprojectbijdragen (per regeling en per programma,
inclusief Programma Natuur, Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG)/RLN, Natura 2000,
Aanpak Grote Wateren, Nationale Bossenstrategie, UNESCO-programma’s enzovoorts); provinciale
bijdragen, uitgesplitst naar SNL-beheersubsidie, SNL-toeslagen en eventuele aanvullende
provinciale programma’s; bijdragen van gemeenten, waterschappen en andere overheden;
Europese Unie (EU-gelden) (LIFE, Interreg, andere Europese programma’s) en; donaties
en bijdragen via Stichting Buitenfonds en andere private partners.
Antwoord
De beantwoording van deze vraag is helaas niet op deze manier, op dit detailniveau
beschikbaar. De hoeveelheid informatie die wordt gevraagd is niet op deze manier geadministreerd
of is inmiddels conform de Archiefwet vernietigd.
26
De leden van de BBB-fractie vragen de Staatssecretaris om per categorie middelen de
daarbij horende resultaatverplichtingen en indicatoren bij te voegen: welke concrete
prestaties (bijvoorbeeld hectares, kwaliteitsdoelen, soortendoelen, CO2-reductie, toegankelijkheid, veiligheid) zijn afgesproken, wat is gerealiseerd, welke
sancties gelden bij wanprestatie en hoe vaak afgelopen tien jaar daadwerkelijk middelen
zijn teruggevorderd of verlaagd.
Antwoord
Ook de beantwoording van deze vraag is helaas niet op deze manier, op dit detailniveau
beschikbaar. De hoeveelheid informatie die wordt gevraagd is niet op deze manier geadministreerd
of is inmiddels conform de Archiefwet vernietigd.
27
De leden van de BBB-fractie vragen de Staatssecretaris in hoeverre de stelling klopt
dat Staatsbosbeheer hun eigen doelen controleert en hoe onafhankelijk op die controle
wordt gewaarborgd.
Antwoord
Staatsbosbeheer controleert niet alleen hun eigen doelen, de verschillende opdrachtgevers
en geldverstrekkers als ministeries, provincies, gemeenten en waterschappen doen dat
ook. Daarnaast dienen TBO’s als Staatsbosbeheer SNL-gecertificeerd te zijn om de SNL-subsidie
te kunnen en mogen aanvragen en ontvangen. Dit certificaat wordt uitgegeven door de
Stichting Certificering SNL, een onafhankelijke instantie die onder andere audits
uitvoert bij (gecertificeerde) TBO’s. Ook vindt er bij Staatsbosbeheer ieder jaar
een onafhankelijke controle plaats door een accountantsbureau die de doelen (financieel)
waarborgt middels een check van het jaarverslag. Daarnaast heb ik aan Staatsbosbeheer
gevraagd of ze kunnen onderzoeken hoe doelsturing van natuurbeheer eruit zou kunnen
zien (meer dan de huidige boekhoudkundige controle) zodat TBO’s beter kunnen gaan
sturen op het behalen van doelen. Staatsbosbeheer pakt dit op door het opzetten van
een pilot. Samen met Natuurmonumenten en provinciale instanties gaat Staatsbosbeheer
daarmee dit jaar aan de slag en ik verwacht dat halverwege 2026 de eerste resultaten
beschikbaar zullen komen over wat haalbaar zou zijn.
28
De leden van de BBB-fractie hebben vragen over de hoeveelheid onderzoeksprojecten
die Staatsbosbeheer jaarlijks laat uitvoeren. Deze leden verzoeken de Staatssecretaris
inzicht te geven in het aantal onderzoeken dat jaarlijks wordt gestart en welk totaalbedrag
hiermee is gemoeid. Tevens horen zij graag van alle onderzoeksprojecten samen welk
percentage van de aanbevelingen daadwerkelijk wordt geïmplementeerd in het beheer
en beleid van Staatsbosbeheer. Deze leden vragen of er een overzicht bestaat waarin
staat welke aanbevelingen uit onderzoeken zijn opgevolgd en welke niet. Indien een
dergelijk overzicht bestaat, ontvangen zij dat graag. Indien dit niet bestaat, vragen
zij waarom Staatsbosbeheer geen systematische evaluatie en opvolgingsadministratie
hanteert, terwijl onderzoeksgelden vaak uit publieke middelen worden bekostigd. Tot
slot vragen zij hoeveel onderzoeksrapporten jaarlijks slechts «ter kennisgeving worden
aangenomen» zonder dat daar concrete uitvoering of beleidswijziging uit voortvloeit
en wat volgens de Staatssecretaris de oorzaken zijn dat aanbevelingen in die gevallen
niet worden opgevolgd.
Antwoord
Staatsbosbeheer is een uitvoeringsorganisatie. Staatsbosbeheer voert daarbij beheertaken
en projecten uit die zien op natuurbeheer en natuurherstel. Voor beide taken is het
soms nodig dat op projectniveau of gebiedsniveau onderzoeken plaatsvinden. Daarbij
wordt een specifiek onderdeel nader uitgezocht, bijvoorbeeld hoe te komen tot natuurherstel
in nieuwe gebieden. Of via monitoring, inventarisatie en vertaling naar maatregelen
die worden vastgelegd binnen reguliere beheerplannen. Er is daarom geen landelijk
overzicht van alle uitgevoerde onderzoeken. Staatsbosbeheer levert zeer beperkt een
financiële (deel)bijdrage aan onderzoeken die niet direct projectgebonden zijn, daarvoor
zijn geen middelen bij Staatsbosbeheer beschikbaar.
29
De leden van de BBB-fractie hebben op pagina 50 van het Jaarverslag met veel verontwaardiging
kennisgenomen van de betrokkenheid van Staatsbosbeheer bij de ontwikkeling van het
Golfpark Rotterdam op het DOP-NOAP-terrein. Hoewel recreatie en natuurbeleving belangrijke
functies zijn binnen het beheer van groene gebieden, plaatsen deze leden kritische
kanttekeningen bij de keuze om bijna zeventig hectare aan ruimte te besteden aan een
grootschalige golfbaan. Zeker in een tijd waarin natuurlijke habitats onder druk staan
en er grote opgaven liggen voor biodiversiteit, waterberging en stikstofreductie.
Zij vragen de Staatssecretaris hoe deze ontwikkeling zich verhoudt tot de kerntaken
van Staatsbosbeheer als terreinbeheerder van publieke natuurgebieden. Ook vernemen
zij graag welke publieke belangen precies worden gediend, welke natuurwaarden verloren
gaan of worden omgevormd en hoe dit project wordt gefinancierd. Verder vragen deze
leden hoe wordt voorkomen dat commerciële recreatieprojecten de prioriteit krijgen
boven natuurherstel en of alternatieven met een kleinere ruimtelijke voetafdruk zijn
overwogen.
Antwoord
Het DOP-NOAP-terrein is een voormalige stortplaats van baggerslib uit de haven van
Rotterdam. De Provincie Zuid-Holland is de eigenaar van de locatie. Stichting Erfpachtrechten
Groengebieden Midden-Delfland (vroeger Recreatieschap Midden-Delfland) heeft een erfpachtconstructie
op locatie. Beheer door Staatsbosbeheer beperkt zich tot de openbare recreatieve voorzieningen
(wandelpaden en uitkijkpunt) vanuit de samenwerking met het voormalig recreatieschap.
Dit wordt bepaald en betaald door Coöperatief Beheer Groengebieden Midden-Delfland.
Als terreinbeheerder van publieke natuurgebieden valt de rol van Staatsbosbeheer bij
deze ontwikkeling binnen zijn kerntaken. Alternatieven hierbij met een kleinere ruimtelijke
voetafdruk voor Staatsbosbeheer waren er niet. Bovendien worden commerciële recreatieprojecten
altijd afgewogen ten opzichte van natuurbeheer en -herstel, dit laatste heeft altijd
de prioriteit bij Staatsbosbeheer.
30
De leden van de BBB-fractie constateren dat Staatsbosbeheer veel onomkeerbare aanpassingen
in gebieden heeft gedaan in het kader van natuurherstel. De leden vragen de Staatssecretaris
of er een integraal rapport bestaat waarin alle effecten ervan zijn terug te vinden
en of voorbeelden van onomkeerbare aanpassingen er zijn waarvan achteraf bleek dat
dit niet heeft geresulteerd in het beoogde effect.
Antwoord
De effecten van natuurherstel worden per gebied gemonitord. Er is dan ook geen integraal
rapport beschikbaar.
31
De leden van de BBB-fractie vragen daarnaast hoe Staatsbosbeheer de balans bewaakt
tussen houtproductie en biodiversiteitsdoelen. In het Jaarverslag wordt melding gemaakt
van stijgende houtopbrengsten, wat voor deze leden de vraag oproept hoe wordt gewaarborgd
dat houtoogst niet ten koste gaat van de ecologische kwaliteit van bosgebieden. Zij
vernemen graag welke criteria, toetsingskaders en onafhankelijke controles hierbij
worden gebruikt.
Antwoord
Staatsbosbeheer beheert bossen volgens de kaders van het SNL-systeem en de bijbehorende
Index Natuur en Landschap. Daarbij bepaalt de provincie de natuur- en beheertypen
voor gebieden. Er wordt onderscheid gemaakt in natuurbossen waarbij houtproductie
alleen een gevolg is van natuurmaatregelen en multifunctionele bossen waarbij houtproductie
naast de hoofddoelstelling natuur, een nevendoelstelling is. Daarnaast is Staatsbosbeheer
FSC-gecertificeerd en beheert de bossen volgens de strenge normen van het Forestry
Stewardship Council. Hier vinden jaarlijks onafhankelijke audits plaats door FSC.
Uit de cijfers van Staatsbosbeheer, onafhankelijke inventarisaties zoals de Nationale
Bosseninventarisatie en de audits blijkt dat Staatsbosbeheer minder hout oogst dan
er jaarlijks in het bos bijgroeit.
32
De leden van de BBB-fractie constateren dat de SNL-subsidies door de provincies sinds
2021 slechts 84 procent van de standaard normkosten vergoeden. Deze leden vragen de
Staatssecretaris of deze norm is afgestemd met het Rijk en of de resterende 16 procent
structureel door extra Rijksgeld of door «eigen inkomsten» moet worden gedicht.
Antwoord
In het kader van het SNL was in de jaren voor 2021 de beheervergoeding 75%. Met het
Programma Natuur is dit tot 2030 opgehoogd tot 84%. Dit is afgestemd tussen Rijk en
provincies. De overige 16% wordt gedragen door de betreffende TBO. Voor natuurbeheer
via het SNL zijn door provincies recent de nieuwe standaardkostprijzen vastgesteld.
Dit laat een discrepantie zien tussen de daadwerkelijke kosten en de daarvoor op dit
moment opengestelde subsidies. Daarnaast worden soms niet alle benodigde subsidies
opengesteld voor alle hectares en alle aanvullende bijdragen (zoals bijvoorbeeld toezicht
en handhaving en landschapstypes), dit verschilt echter per provincie. Het wordt voor
Staatsbosbeheer steeds lastiger om deze hiaten zelf te financieren en leidt steeds
vaker tot structurele tekorten in het natuurbeheer.
33
De leden van de BBB-fractie zien op pagina 100 een tabel staan met daarin de geconsolideerde
winst- en verliesrekening. Deze leden vragen waar de opbrengsten uit vergunningen
voor evenementen onder vallen. Zij horen graag van de Staatssecretaris hoeveel de
groei of krimp is van dat bedrag.
Antwoord
Staatsbosbeheer geeft gronden in gebruik voor commerciële evenementen van derden.
Voor het grondgebruik wordt een bijdrage gevraagd van de organisatoren van evenementen.
De opbrengst van evenementen wordt verschillend verantwoord afhankelijk van de aard
van het evenement. Zo is de opbrengst soms gerelateerd aan recreatie, bijvoorbeeld
sportieve evenementen en soms is de opbrengst onderdeel van omzet ingebruikgeving,
zoals de toestemming voor besloten evenementen op terreinen van Staatsbosbeheer, bijvoorbeeld
op het Malieveld. De gevraagde informatie wordt niet afzonderlijk geregistreerd in
de administratie, de inkomsten uit ingebruikgeving en overige producten zijn licht
gestegen.
34
De leden van de BBB-fractie hebben het vermoeden dat het beheer van fiets-, mountainbike-
en ruiterroutes binnen de terreinen van Staatsbosbeheer niet is vastgelegd in een
meerjarenplan. Deze leden vragen de Staatssecretaris of dit vermoeden klopt. Vervolgens
vragen zij of deze ad-hoc benadering niet tot onduidelijkheid en frustratie leidt
bij gebruikers en bij andere overheden. Deze leden vragen de Staatssecretaris waarom,
indien dat het geval is, er geen meerjarenplan bestaat voor het beheer van deze routes
en hoe het kan dat ruiterpaden en mountainbikeroutes in de praktijk deels door gebruikers
zelf worden onderhouden. Zij verzoeken de Staatssecretaris te reflecteren op de vraag
of een structurele, meerjarige beheerplanning hier niet noodzakelijk is.
Antwoord
De voorzieningenbijdrage van het SNL is bedoeld voor beheer en onderhoud van een vastgesteld
pakket aan voorzieningen, waaronder fietspaden. De voorzieningenbijdrage voorziet
echter alleen in regulier beheer. Groot onderhoud en vervanging zit niet in de vergoeding,
dus is een meerjarenplanning niet aan de orde. Het beheer van ruiterroutes en mountainbikepaden
is niet opgenomen in de voorzieningenbijdrage van het SNL. Alleen als deze voorzieningen
worden gefinancierd, kunnen ze blijven bestaan. Echter komt het tegenwoordig wel steeds
vaker voor dat het onderhoud van mountainbikepaden door vrijwilligers, vaak mountainbikers
zelf, wordt verzorgd.
35
De leden van de BBB-fractie lezen op pagina 32 over het feit dat in 2024 ongeveer
1.000 schoolklassen minimaal één dag per schooljaar in de natuur hebben doorgebracht.
Deze leden zien dit als een waardevolle ontwikkeling, maar vinden de huidige schaal
nog beperkt. Zij vragen daarom of het mogelijk is om toe te werken naar een situatie
waarin alle basisscholen in Nederland minimaal twee tot drie dagen per schooljaar
in de natuur kunnen vertoeven. Zij vragen de Staatssecretaris welke middelen, capaciteit
en samenwerkingspartners hiervoor nodig zouden zijn, welke randvoorwaarden Staatsbosbeheer
hiervoor stelt en of het kabinet bereid is deze ambitie actief te ondersteunen. Bovendien
vernemen deze leden graag of er belemmeringen zijn (financieel, organisatorisch of
juridisch) en zo ja, welke stappen de Staatssecretaris bereid is te zetten om deze
weg te nemen.
Antwoord
Voor veel scholen is het grootste (organisatorische) knelpunt het regelen van vervoer.
Dit maakt het helaas vaak een te dure excursie voor scholen. Voor Staatsbosbeheer
zijn de minimale randvoorwaarden: financiering van extra trainingen voor boswachters;
financiering van verschil tussen tarief voor scholen en daadwerkelijke kosten voor
Staatsbosbeheer; financiering administratieve en logistieke ondersteuning hiervoor.
36
De leden van de BBB-fractie merken op dat Staatsbosbeheer in 2024 29 klachten op basis
van de Algemene wet bestuursrecht registreerde en twee klachten over aanbestedingen.
Daarnaast blijkt uit het Jaarverslag dat het aantal Wet open overheid (Woo)-verzoeken
stijgt en dat termijnen niet worden gehaald. De leden vragen een nadere uitsplitsing
van de klachten. Waar gingen zij inhoudelijk over, welke zijn gegrond verklaard en
welke structurele maatregelen zijn genomen.
Antwoord
Van de 29 klachten waren er zes ten onrechte bij Staatsbosbeheer ingediend. Het ging
in die gevallen om een medewerker van een andere TBO of gemeente. Deze klachten zijn
doorgestuurd. Bij twee klachten bleek het bij nader inzien niet te gaan om bejegeningsklachten,
maar om zakelijke conflicten over een overeenkomst. Van de overgebleven klachten hadden
er elf betrekking op een boa. In de meeste gevallen gaat dit over het gebruik van
bevoegdheden door de boa. Vaak blijkt dat mensen niet weten welke bevoegdheden een
boa heeft en als de boa zijn bevoegdheid toepast, dit als onheus gedrag bestempelen.
De andere klachten gaan over de wijze van communicatie of het gebrek daaraan (acht),
het niet nakomen van afspraken (vier) en diverse gedragingen (drie). De aantallen
zijn bij elkaar opgeteld meer dan het aantal behandelde klachten, dit komt omdat sommige
klachten over meerdere aspecten gaan. Van de klachten zijn er twee gegrond verklaard,
vier ongegrond, vijf deels gegrond en deels ongegrond, zijn er negen tijdens de behandeling
ingetrokken omdat de klager tevreden was en bij één klacht is niet bekend wat de uitkomst
was. In die gevallen dat er structurele maatregelen zijn genomen gaat dat om verduidelijking
van procedures en afspraken en in één geval om het opleggen van een disciplinaire
straf. Omwille van herleidbaarheid en de bescherming van persoonlijke levenssfeer
kan en mag ik niet meer delen dan het bovenstaande.
37
De leden van de BBB-fractie vragen of de Staatssecretaris kan aangeven hoeveel klachten
en bezwaren in 2024 zijn ingediend tegen beslissingen of werken van Staatsbosbeheer
bij gemeenten, provincies, waterschappen, rechtbanken en de Raad van State (bijvoorbeeld
bestemmingsplannen, omgevingsvergunningen, natuurvergunningen of waterbesluiten) voor
zover bekend bij het Rijk. Is de Staatssecretaris bereid om, samen met de andere overheden,
een beeld te geven van de totale klacht- en bezwaarlast rond Staatsbosbeheer?
Antwoord
Staatsbosbeheer neemt in het kader van de Wet open overheid (Woo), de Wet hergebruik
overheidsgegevens, de AVG, de Wet politiegegevens (Wpg) en de Algemene wet bestuursrecht
(Awb-) besluiten waar bezwaar en beroep tegen openstaat. In 2024 zijn drie bezwaren
ingediend tegen een Woo-besluit en is er twee keer beroep ingesteld bij de rechtbank.
Daarnaast is er een keer bezwaar gemaakt tegen een besluit in het kader van de Awb
en een keer beroep ingesteld tegen een besluit in het kader van een Wpg-besluit. Daarnaast
wordt er bezwaar en beroep ingesteld tegen besluiten van andere overheden. Bij Staatsbosbeheer
zijn veertien bezwaarschriften bekend, waarbij er soms meerdere partijen bezwaar hebben
gemaakt tegen hetzelfde besluit, en tien beroepsschriften, ook hierbij zitten meerdere
beroepen tegen hetzelfde besluit.
38
De leden van de BBB-fractie zien dat Staatsbosbeheer meldt circa 268.000 hectare in
beheer te hebben. Ook wordt jaarlijks nieuw bos aangelegd en grond aangekocht. In
2024 is 267 hectare verkocht (waarvan 264 hectare onder het addendum Vervreemding
objecten) en 821 hectare in eigendom verworven, wat een netto toename van 554 hectare
oplevert. Tegelijkertijd is er een opgave van circa 5.000 hectare nieuw bos, waarvan
ongeveer 1.100 hectare (geplant en spontaan) is gerealiseerd.
Antwoord
Ik herken dit door u naar voren gebrachte beeld uit het jaarverslag van 2024.
39
De leden van de BBB-fractie vragen de Staatssecretaris om een concreet overzicht over
de laatste tien jaar (bijvoorbeeld vanaf 2015) waarin per jaar wordt aangegeven: hoeveel
hectare grond door of via Staatsbosbeheer is omgezet van landbouw- of productiefunctie
naar natuur- of bosfunctie (in eigendom én beheer); hoeveel hiervan voormalige landbouwgrond
betrof (met agrarische bestemming of feitelijk agrarisch gebruik); hoeveel daarvan
onderdeel is van Natura 2000-opgaven, Programma Natuur, NPLG/RLN of andere rijks-
of provinciale programma’s, en; hoeveel hectare is verworven via ruilgrondconstructies
(bijvoorbeeld NURG).
Antwoord
Die gegevens worden niet door Staatsbosbeheer conform deze specificatie bijgehouden.
De provincies besluiten tot de omvorming van agrarische percelen naar een natuurfunctie.
Zij beschikken over deze gegevens en rapporteren jaarlijks hierover middels de voortgang
van het Natuurpact.
40
De leden van de BBB-fractie vragen de Staatssecretaris tevens om een raming van de
economische kosten van deze conversie van landbouwgrond naar natuur. Hierbij gaat
het om de volgende punten: welk geschat verlies aan jaarlijkse agrarische productie
(in euro en, waar mogelijk, in kilo’s/tonnen melk, vlees, granen, aardappelen, groente,
fruit etc.) hangt samen met de oppervlakte landbouwgrond die via Staatsbosbeheer is
omgezet; welke inkomsten uit pacht, erfpacht of andere agrarische gebruiksrechten
hierdoor zijn weggevallen, en; welke extra jaarlijkse beheer- en onderhoudskosten
Staatsbosbeheer nu maakt op deze omgezette hectares, afgezet tegen de vroegere situatie.
Antwoord
Het overzicht van de door u gevraagde raming van de economische kosten van conversie
van landbouwgrond naar natuurgrond heb ik niet tot mijn beschikking en kan bovendien
niet los worden gezien van het publieke doel van natuurontwikkeling.
41
De leden van de BBB-fractie willen specifiek weten of het ministerie ooit systematisch
heeft afgezet wat Nederland inlevert aan agrarische productie en strategische voedselzekerheid
door deze grondconversies ten opzichte van de milieuwinst die hiermee realiseerbaar
is. Is de Staatssecretaris bereid om voor het landbouwareaal dat, via Staasbosbeheer,
naar natuur is omgezet een integrale kosten-batenanalyse (inclusief milieulekkage
en extra import) aan de Kamer te sturen?
Antwoord
Mijn ministerie heeft niet systematisch afgezet wat Nederland inlevert aan agrarische
productie en strategische voedselzekerheid door grondconversies ten opzichte van de
milieuwinst die hiermee realiseerbaar is. Ik kan op dit moment geen toezegging doen
om een integrale kosten-batenanalyse (inclusief milieulekkage en extra import) voor
het landbouwareaal dat (via Staatsbosbeheer) naar natuur is omgezet, op te zetten
en aan de Kamer te sturen omdat een dergelijke analyse dient uitgevoerd te worden
door de betreffende bevoegde gezagen van het gedecentraliseerde natuurbeleid, ofwel
de provincies. Wat ik wel kan toezeggen is om aan de provincies te vragen of ze kunnen
kijken naar deze areaalverandering ten opzichte van het totale areaal. Een eerste
inschatting is dat het hier gaat om een zeer klein deel aan areaalverandering ten
opzichte van het totale areaal aan landbouwgrond.
42
De leden van de BBB-fractie constateren dat het Jaarverslag uitgebreid spreekt over
«grote opgaven», zoals stikstof, klimaat, water, Natura 2000, Programma Natuur, Nationale
Bossenstrategie, vernatting van veengebieden, UNESCO-programma’s, groene metropool,
natuur-inclusieve landbouw, enzovoort. Deze leden verzoeken om een volledig overzicht
van alle opgaven waarin Staatsbosbeheer als uitvoerder een rol heeft, met per opgave
de omvang (hectares, projecten, looptijd), de financiering (Rijk, provincie, EU, overige),
de concrete resultaatsverplichtingen en de verwachte einddatum.
Antwoord
Deze gegevens worden niet conform deze specificatie centraal bijgehouden.
43
De leden van de BBB-fractie vragen nadrukkelijk naar de wettelijke grondslagen van
deze opgaven. Naast de Wet verzelfstandiging Staatsbosbeheer en het Convenant wordt
door Staatsbosbeheer verwezen naar Europese kaders, natuurbeleid, klimaatakkoorden
en beleidsstrategieën. Deze leden vragen per opgave op welke wet of verdragsverplichting
(bijv. Habitatrichtlijn, Vogelrichtlijn, Waterwet/Kaderrichtlijn Water (KRW), Wet
natuurbescherming, klimaatwetgeving) de uitvoering berust en of de rol van Staatsbosbeheer
in die uitvoering ook daadwerkelijk in wet- en regelgeving is verankerd of slechts
uit «convenanten» en beleidskeuzes voortvloeit.
Antwoord
In de Wet verzelfstandiging Staatsbosbeheer staat onder hoofdstuk 3 «Taken en doelstelling
van Staatsbosbeheer», artikel 3 lid 1 het volgende:
«Staatsbosbeheer is belast met het beheer van de bij deze dienst krachtens eigendom
of enig ander zakelijk dan wel enig persoonlijk recht berustende objecten en het verkrijgen
van objecten, met als doelstelling bestaande, onderscheidenlijk potentiële, natuurwetenschappelijke,
bosbouwkundige, landschappelijke, recreatieve, archeologische, aardkundige of cultuurhistorische
waarden, dan wel de met die waarden verband houdende bestaande of potentieel aanwezige
educatieve waarden, in het algemeen belang duurzaam in stand te houden, onderscheidenlijk
met het oog daarop te ontwikkelen, één en ander in overeenstemming met het ten aanzien
van de instandhouding en ontwikkeling van de voornoemde waarden door Onze Minister
geformuleerd beleid. Onder beheer wordt mede verstaan de bevoegdheid tot vervreemding.»
De uitvoering door Staatsbosbeheer van die taken en doelstelling berust op dit artikel
en de rol van Staatsbosbeheer in die uitvoering is dus wel degelijk verankerd in wet
en regelgeving. Daarnaast kan Staatsbosbeheer vanuit mijn ministerie voorts worden
belast met andere door «Onze Minister opgedragen taken» onder lid 2 van artikel 3.
Deze taken vloeien voort uit onder andere beleidskeuzes en het convenant «Staatsbosbeheer,
een maatschappelijke onderneming» uit 2014.
44
De leden van de BBB-fractie vragen de Staatssecretaris daarnaast, los van de twee
bovenstaande alinea’s, heel specifiek in te gaan op de opgaven en doelen als het gaat
om het realiseren van extra areaal bos. De leden horen namelijk geluiden uit de provincies
dat die opgaven bijna niet zijn te realiseren. Kan de Staatssecretaris aangeven waaruit
deze, misschien onhaalbare, opgave bestaat. Wie is er verantwoordelijk voor de benodigde
middelen? Klopt het dat doelen eerder gesteld zijn dan dat er middelen beschikbaar
zijn gesteld? Aan welke knoppen zou de (Rijks)overheid nog kunnen draaien om deze
complexe realisatie te verzachten?
Antwoord
De doelen uit de Landelijke Bossenstrategie volgen uit de klimaatwetgeving (onderdeel
land en landgebruik) en uit keuzes met betrekking tot het vastleggen van (koolstofdioxide)
emissies. Met de uitvoering van de Landelijke Bossenstrategie geven Rijk en provincies
invulling aan de klimaatdoelstellingen en verbetering van de biodiversiteit, onder
andere door middel van 37.400 hectare bosuitbreiding. Voor de realisatie van bos binnen
het Natuurnetwerk Nederland (NNN) en de compensatieopgave zijn met provincies financiële
afspraken gemaakt en wordt de uitvoering opgepakt. Voor de realisatie van bos buiten
het NNN zijn zulke afspraken er nog niet. Dit jaar heb ik gesproken met de provincies
over een wijziging in de focus in de bossenstrategie. Door meer in te zetten op revitalisering
van bestaande bossen en realisatie van groenblauwe dooradering (GBDA) en agroforestry
kan de ruimtelijke claim buiten NNN voor 2030 teruggebracht worden van 19.000 ha naar
5.000 ha. Zo vervalt deels de noodzaak voor afwaardering waarmee de uitvoering goedkoper
wordt. Met het verleggen van de focus van de bossenstrategie blijven ook de klimaatdoelen
binnen bereik, mits deze plannen financieel worden gedekt. Op dit moment is er nog
geen financiële dekking. Gezien het korte tijdsbestek tot 2030 is het van belang om
hier op korte termijn duidelijkheid te krijgen. Hierbij wil ik kijken naar mogelijkheden
voor financiering via het agrarisch natuurbeheer en de middelen in het kader van de
MCEN. Voor verdere financiering is de keuze aan een nieuwe kabinet.
45
De leden van de BBB-fractie constateren dat Staatsbosbeheer in zijn beheer een hogere
norm hanteert dan vereist is binnen het SNL. Waar SNL toestaat dat de belangrijkste
boomsoort maximaal 80 procent van het aandeel beslaat, kiest Staatsbosbeheer ervoor
dit aandeel te beperken tot 60 procent waardoor een hogere mate van menging verplicht
wordt. Deze leden vragen waarom Staatsbosbeheer deze extra «kop» bovenop de wettelijke
en subsidieregelingsnormen hanteert. In het Jaarverslag wordt gesteld dat dit nodig
is in verband met klimaatverandering, maar deze leden merken op dat deze motivatie
niet is gebaseerd op vaststaande of meetbare criteria. Bovendien leidt deze hogere
eis tot extra kosten terwijl die middelen niet structureel beschikbaar zijn. Zij vragen
de Staatssecretaris om toe te lichten waarom deze zwaardere norm wordt toegepast,
welke wetenschappelijke onderbouwing hiervoor bestaat, wat de kostenimplicaties zijn
en of het kabinet bereid is te bezien of het wenselijk en doelmatig is dat Staatsbosbeheer
strengere eisen stelt dan de geldende SNL-normen voorschrijven.
Antwoord
Staatsbosbeheer geeft hiermee uitvoering aan de Nationale Bossenstrategie. De SNL-normen
vormen een ondergrens. Voor toekomstbestendige bossen die door klimaatverandering,
verdroging en verzuring onder druk staan, zijn het verhogen van veerkracht, versterken
van biodiversiteit en klimaatbestendigheid belangrijke pijlers. Enerzijds vanwege
risicospreiding (als een boomsoort uitvalt, blijft het bos bestaan), anderzijds omdat
verschillende boomsoorten verschillende strategieën hebben in de omgang met bijvoorbeeld
droogte. Staatsbosbeheer werkt nauw samen met organisaties als Wageningen Universiteit
en andere kennisinstellingen. Uit die onderzoeken blijkt ook het belang van versterking
van de diversiteit aan boomsoorten gezien de biodiversiteit en het herstellend vermogen
van gemengde bossen. Sinds enkele jaren wordt onderzoek en kennisdeling gebundeld
en beschikbaar gesteld via het kennisprogramma Klimaatslim Bos- en Natuurbeheer. Een
hoger mengingspercentage leidt niet altijd tot hogere beheerkosten, hier zit geen
rechtstreeks verband. Door bossen meer veerkracht te geven, verminderen naar verwachting
de kosten die gemaakt moeten worden voor ziektes en uitval van boomsoorten.
46
De leden van de BBB-fractie zien op pagina 28 een kaart van Nederland met daarop de
Natura 2000-gebieden aangegeven. Deze leden constateren dat de gebieden in Zeeland
die binnendijks liggen ingekleurd zijn als Natura 2000-gebieden. Zij vragen de Staatssecretaris
sinds wanneer de gebieden binnendijks aangewezen zijn als Natura 2000-gebied in plaats
van alleen de gebieden buitendijks.
Antwoord
De binnendijkse gebieden zijn tegelijkertijd aangewezen met de buitendijkse gebieden,
zoals de zogenaamde inlagen bijvoorbeeld bij het Natura 2000-gebied Oosterschelde.
Een inlaag is het land tussen een zwakke dijk en de nieuwe aangelegde dijk, de inlaagdijk,
ter bescherming van het achterland.
47
De leden van de BBB-fractie verwijzen naar eerder door BBB (mede) ingediende moties
over kerntaken van TBO’s, herbezinning op de rol van Staatsbosbeheer en het kritisch
kijken naar subsidies en governance bij TBO’s. Deze leden verzoeken de Staatssecretaris
om per relevante motie aan te geven welke acties inmiddels zijn ondernomen en welke
onderdelen nog openstaan.
Antwoord
Op natuurgronden staat het behalen van natuurdoelen voorop. TBO’s zoals Staatsbosbeheer
zijn hier verantwoordelijk voor. De specifieke natuurdoelen voor natuurgronden zijn
uitgewerkt aan de hand van te realiseren natuurtypes. Voor sommige natuurtypes geldt
dat het behalen van natuurdoelen goed mogelijk is met extensief agrarisch medegebruik.
TBO’s verpachten deze gronden zo veel als mogelijk is al aan agrariërs die aan agrarisch
natuurbeheer doen. Ze worden daartoe onder andere gestimuleerd omdat ze in de SNL-vergoedingen
al bij voorbaat worden gekort voor potentieel te verpachten natuurgronden. Aanvullend
zijn er afspraken gemaakt tussen Staatsbosbeheer en mijn ministerie waarbij Staatsbosbeheer
met 70 boeren een overeenkomst aangaat voor agrarisch natuurbeheer op Staatsbosbeheer-gronden.
Het vraagt om inzet van zowel Staatsbosbeheer als van agrariërs om deze doelstelling
ook daadwerkelijk te behalen. Gesprekken met de TBO’s over uitbreiding van verpachting
voor agrarisch medegebruik zijn onderdeel van mijn werkwijze en deze zal ik voortzetten.
Deze motie van Pierik (Kamerstuk 27 924, nr. 93) wordt afgedaan in de Verzamelbrief Natuur van januari 2026.
In het kader van de moties over duurzaam pachtbeleid is in 2025 gestart met de voorbereiding
van een handreiking voor medeoverheden. Tijdens de inventarisatie die in de zomer
2025 is uitgevoerd, is verkend hoe provincies, waterschappen, gemeenten, TBO’s zoals
Staatsbosbeheer en het Rijksvastgoedbedrijf omgaan met pacht en verduurzaming en wat
hun behoeften en wensen zijn op het gebied van kennisuitwisseling. Uit deze inventarisatie
en bijeenkomst komt naar voren dat er al veel gebeurt op het gebied van duurzaam pachtbeleid.
Tegelijkertijd varieert de aanpak sterk tussen overheden, afhankelijk van hun grondpositie,
beleidsdoelen en lokale (bestuurlijke) context. Deelnemers gaven aan vooral behoefte
te hebben aan kennisdeling, voorbeeld-uitwisseling en praktische, actuele informatie,
meer dan aan de eenmalige, statische handreiking.
Op basis van voorgaande wordt de eerder beoogde handreiking ontwikkeld tot een digitaal
kennis- en uitwisselingsplatform. Het landelijke platform, gecombineerd met het landelijk
kennisnetwerk Netwerk Duurzame Pacht, biedt de mogelijkheid om kennis (juridische
kaders, voorbeeldcontracten, etc.), praktisch toepasbare instrumenten (puntensystemen,
selectiecriteria en monitoringsmethoden) en inspirerende praktijkvoorbeelden uit verschillende
regio’s te bundelen, delen en actueel te houden. Ook biedt het in een afgeschermd
deel van het platform ruimte voor thematische kennisuitwisseling met elkaar (zoals
biodiversiteit, Didam-arrest, bodem en biologische pacht) of voor het stellen van
inhoudelijke vragen aan aangesloten specialisten. De inzet is om zo gezamenlijk te
komen tot een toegankelijke en duurzame kennisvoorziening die medeoverheden ondersteunt
bij de verdere verduurzaming van hun pachtbeleid. Hiervoor maken we gebruik van de
al bestaande structuren van het Netwerk Duurzame Pacht en de Werkplaats voor Landbouw
en Natuur (in beheer bij mijn ministerie). Het Kennisplatform wordt vanaf begin 2026
geleidelijk gevuld en steeds aangevuld naar gelang de behoeften (bijvoorbeeld naar
aanleiding van het in werking treden van de vernieuwde pachtregelgeving die langjarige
pacht stimuleert). Het kennisnetwerk Netwerk Duurzame Pacht zal worden gebruikt om
het kennisplatform vorm te geven en onder de aandacht te brengen. Met dit kennisnetwerk
en kennisplatform geef ik invulling aan onder andere de in uw Kamer aangenomen motie
van Pierik (Kamerstuk 36 687, nr. 13). Ook deze motie wordt afgedaan in de Verzamelbrief Natuur van januari 2026.
48
De leden van de BBB-fractie vragen de Staatssecretaris of hij bereid is een onafhankelijke
doelmatigheidsanalyse te laten uitvoeren waarin Staatsbosbeheer wordt vergeleken met
andere TBO’s én met private beheerders inclusief een benchmark van beheerkosten per
hectare en per beheertype.
Antwoord
Eens per vier jaar wordt een onafhankelijk onderzoek uitgevoerd naar het functioneren
van Staatsbosbeheer, hierin wordt onder andere ook een doelmatigheidsanalyse uitgevoerd.
Het laatste onderzoek stamt uit 2023 en is toentertijd gedeeld met de Kamers. Het
volgende onderzoek staat gepland om dit jaar van start te gaan en zal na afronding
ook weer, conform de Wet verzelfstandiging Staatsbosbeheer, worden gedeeld met de
Kamers. Een vergelijking van Staatsbosbeheer met andere TBO’s en met private beheerders,
inclusief een benchmark van beheerkosten per hectare en per beheertype, zal hier geen
onderdeel van zijn. Een dergelijk vergelijkingsonderzoek dient te worden uitgevoerd
door de bevoegde gezagen van het gedecentraliseerde natuurbeleid, ofwel de provincies.
49
De leden van de BBB-fractie constateren dat Staatsbosbeheer in zijn visie stelt dat
natuur, ecologie en economie niet scherp te scheiden zijn en dat men zoekt naar «combinaties
van functies» en «oplossingen waar het mes aan twee kanten snijdt». Tegelijkertijd
wordt in de praktijk landbouwgrond blijvend uit productie gehaald ten behoeve van
natuur, bos of hydrologische maatregelen. Deze leden vragen de Staatssecretaris of
hij erkent dat deze keuzes direct doorwerken in de voedselzekerheid, de positie van
boerenbedrijven en de grondprijzen, en hoe hij daar rekening mee houdt in zijn beleid.
Antwoord
De genoemde keuzes hoeven niet één op één negatief door te werken in de positie van
boerenbedrijven en de grondprijzen, maar het afnemen van landbouwgrond kan wel uitdagingen
met zich meebrengen voor voedselzekerheid. Daarom moet elke omvorming van landbouwgrond
naar natuurgrond weloverwogen en op basis van maatwerk tot stand komen. De provincies
houden hier goed rekening mee in hun beleid en omvorming vindt alleen plaats als de
positieve effecten groter zijn dan de negatieve effecten. Die afwegingen worden nauwkeurig
gemaakt door de provincies, de bevoegde gezagen als het gaat om omvorming van landbouwgrond
naar natuurgrond. Daarnaast zal de uitwerking van het Agrarisch Natuurbeheer tot een
nog beter evenwicht leiden tussen voedselzekerheid en het instandhouden van de natuur.
50
De leden van de BBB-fractie vragen in hoeverre Staatsbosbeheer in zijn beheer rekening
houdt met natuurinclusieve landbouw als volwaardig alternatief voor volledige «ontlandbouwing».
In het Jaarverslag wordt gesproken over overeenkomsten natuur-inclusieve landbouw
en samenwerking met boeren. Deze leden verzoeken om een overzicht van het aantal hectares
waar Staatsbosbeheer samenwerkt met agrariërs in natuurinclusieve vormen, per jaar
over de afgelopen tien jaar. Ook vragen deze leden de Staatssecretaris hoe Staatsbosbeheer
het verdienmodel voor agrariërs meeneemt in de samenwerkingen met betrekking tot natuurinclusieve
landbouw.
Antwoord
Staatsbosbeheer zoek samen met de Natuurinclusieve Landbouw (NIL) ondernemer naar
de juiste balans voor het realiseren van natuurdoelen op zijn of haar gronden en agrarisch
medegebruik door de agrariër. Op ruim 5.000 ha is op dit moment een natuurinclusieve
samenwerking. Hieronder volgt een overzicht per jaar sinds 2018 van het aantal afgesloten
NIL-samenwerkingen. De toenmalig Staatssecretaris van Economische Zaken schreef in
2018 aan de Tweede Kamer dat Staatsbosbeheer met diverse pachters experimenten ging
opzetten met Natuurinclusieve landbouw. Op het moment van schrijven zijn 55 NIL-samenwerkingen
afgesloten met agrarische bedrijven.
Jaar
Aantal NIL samenwerkingen
2018
1
2019
5
2020
7
2021
4
2022
10
2023
4
2024
8
2024
16
Zestien bedrijven worden uitgebreid door de WUR gemonitord. Hierbij komt ook het economisch
deel uitgebreid aan bod. Daarnaast organiseert Staatsbosbeheer leernetwerkdagen met
workshops. Dit jaar onder andere met MVO-Nederland, de Natuurverdubbelaars en Wij.land
om deelnemers te ondersteunen door inzicht te geven op bedrijfseconomisch vlak.
51
De leden van de BBB-fractie merken op dat Staatsbosbeheer duurzame landbouw wil stimuleren
door pachtovereenkomsten af te sluiten met een looptijd van 12 jaar. Deze leden vragen
welke jaarlijkse kosten hier voor pachters precies aan zijn verbonden en hoe deze
zich verhouden tot reguliere pachtprijzen. Ook vragen zij of in dergelijke overeenkomsten
ruimte is om aanvullende afspraken te maken, bijvoorbeeld dat de pachter naast het
agrarisch gebruik ook landschapselementen zoals bossingels kan onderhouden. Deze leden
vragen voorts of het denkbaar is om pachtconstructies zo vorm te geven dat de pachtprijs
(gedeeltelijk) kan worden verlaagd of zelfs nihil kan zijn, wanneer daar structureel
en aantoonbaar natuur- en landschapsbeheer door de pachter tegenover staat. Zij verzoeken
de Staatssecretaris te reflecteren op de mogelijkheden en eventuele belemmeringen
om dergelijke «beheer tegen pacht»-constructies toe te passen.
Antwoord
Staatsbosbeheer geeft twaalfjarige pachtcontracten uit bij een NIL-samenwerking. Hierbij wordt uitgegaan van de gemiddelde pachtprijs voor dat gebied
uit het openbare pachtproces als basisprijs. Op basis van indicatoren voor natuurinclusieve
landbouw wordt korting toegepast op de basisprijs. Staatsbosbeheer onderzoekt of en
hoe het mogelijk is om binnen de kaders van de Europese aanbestedingsregels, NIL-boeren
werkzaamheden te laten verrichten in het gebied waar zij ook gronden pachten.
52
De leden van de BBB-fractie wijzen op de negatieve trend in heischraal grasland en
constateren dat herstel mogelijk is door combinatie van gerichter begrazings-beheer
en een actiever maaibeleid gericht op hooien. Deze leden benadrukken dat begrazing
voor agrariërs pas aantrekkelijk wordt wanneer het grasland voldoende voedzaam is
en vrij is van ongewenste kruiden, zoals jacobskruiskruid en distels. Deze leden merken
op dat jacobskruiskruid effectief kan worden teruggedrongen door eens per twee jaar
vaste mest toe te passen. Dit verhoogt niet alleen de waarde van het gras voor de
agrariër, maar versterkt ook het bodemleven en verhoogt het organischestofgehalte
wat de sponswerking en het waterbergend vermogen van de bodem aanzienlijk kan verbeteren.
Zij vragen de Staatssecretaris of Staatsbosbeheer bereid is om dit type beheer waarbij
gerichte bemesting, beter begrazingsbeheer en het maaibeleid worden gecombineerd,
bespreekbaar te maken binnen haar beheer- en begrazings-contracten. Zij vernemen graag
welke ruimte er bestaat om dit maatwerk toe te passen, en of de Staatssecretaris mogelijkheden
ziet om deze aanpak breder te faciliteren wanneer dit zowel natuurkwaliteit als agrarische
benutting ten goede komt.
Antwoord
Het beheer zoals in de vraag beschreven past Staatsbosbeheer toe in sommige weidevogel-graslanden
(natuurbeheertype N13.01) en kruiden- en faunarijke graslanden (N12.02). Bij hooien
kan jacobskruiskruid een risico zijn. Daarom wordt hooi van jacobskruiskruid-rijke
plekken apart gehouden en niet aan landbouwhuisdieren gevoerd. Heischraal grasland
is een soortenrijk habitattype van zeer voedselarme omstandigheden, daar wordt niet
bemest. Staatsbosbeheer probeert de bedreiging van dit habitattype te verminderen
door met maaibeheer en graasbeheer extra voedingsstoffen af te voeren. Het accent
legt Staatsbosbeheer daarbij op kansrijke plekken, bijvoorbeeld met extra kalk of
andere bufferende stoffen in de bodem, een andere voorwaarde van dit kritische habitattype.
Sommige systeemmaatregelen, zoals extra verstuiving van (kalkrijk) zand in de duinen,
zorgen ervoor dat er meer van dit soort plekken ontstaan. Zo kunnen ze helpen met
de versterking van (onder andere) heischraal grasland.
53
De leden van de BBB-fractie wijzen daarnaast op nog een ander voordeel met betrekking
tot begrazing van schapen. Dit kan helpen in het bestrijden van de reuzenberenklauw.
Wordt dit al consequent gedaan?
Antwoord
De aanpak van exoten als reuzenberenklauw is zinvol wanneer er ook in de omgeving
maatregelen worden genomen. Anders komen vanuit aangrenzende terreinen zaden het gebied
in. Schapenbegrazing is dan een van de mogelijke maatregelen, daar waar het terrein
zich leent voor schapenbegrazing. Vaak is een combinatie van meerdere maatregelen
noodzakelijk om niet alleen de plant, maar ook de zaadbank te bestrijden. Op dit moment
loopt in Flevoland bijvoorbeeld een proef met de inzet van varkens voor de bestrijding
van de reuzenberenklauw.
54
De leden van de BBB-fractie vragen hoe Staatsbosbeheer vraat door wilde zwijnen aan
jonge aanplant voorkomt in haar gebieden? Hoeveel schade hebben wilde zwijnen aangericht
door vraat aan jonge aanplant? Hoe voorkomt Staatsbosbeheer schade door wilde zwijnen
aan half verharde fietspaden?
Antwoord
Jonge aanplant wordt d.m.v. rasters of andere wildbeschermingsmaatregelen beschermd.
Faunabeheer kan een rol spelen om de druk op jonge aanplant te verlagen, maar zal
deze niet geheel kunnen voorkomen. De hoeveelheid schade is niet bekend. Bij halfverharde
fietspaden is vooral sprake van wroetschade naast het fietspad als de zwijnen op zoek
gaan naar ondergronds voedsel. De paden zelf blijven relatief ongemoeid omdat daar
geen voedsel in de ondergrond te vinden is.
55
De leden van de BBB-fractie wijzen op de groeiende overlast door ganzen, zowel voor
natuur als voor waterkwaliteit. Deze leden merken op dat grote hoeveelheden ganzenpoep
leiden tot een aanzienlijke aanvoer van stikstof en nutriënten in het oppervlaktewater.
Daarnaast veroorzaken ganzen schade aan jonge vegetatie, wat herstel en ontwikkeling
van natuur vertraagt. Deze leden vragen daarom welke maatregelen Staatsbosbeheer momenteel
inzet om de ganzenstand te beheersen. Zij vernemen graag welke instrumenten effectief
blijken, welke aanvullende maatregelen mogelijk zijn en of er belemmeringen bestaan
(financieel, juridisch of praktisch) om de aanpak te intensiveren. Tevens vragen zij
of de Staatssecretaris bereid is te onderzoeken hoe een meer gebiedsgerichte en doelmatige
beheerstrategie kan worden ontwikkeld in samenwerking met provincies, terreinbeheerders
en agrariërs.
Antwoord
De stikstof uit ganzenpoep is voornamelijk afkomstig van eiwitrijk gras dat op landbouwpercelen
staat. Binnen de Faunabeheereenheden (FBE’s) wordt gewerkt aan een faunabeheerplan
met samenhangende pakketten van effectieve maatregelen om dit en schade door ganzen
te voorkomen, ofwel een doelmatige aanpak. Een goed voorbeeld is de recente ontwikkeling
van het Interprovinciale Ganzenplan (www.ganzenplan.nl) dat door vijf FBE’s in gezamenlijkheid is ontwikkeld. Daarin is ook een overzicht
van bewezen effectieve maatregelen opgenomen. Belangrijk voor de effectieve inzet
van deze maatregelen, is dat dit op voldoende groot oppervlak en in samenhang (ruimtelijk
en in de tijd) gebeurt en de aanpak toegesneden is op de omstandigheden ter plaatse.
Daarin wordt door Staatsbosbeheer samengewerkt met betrokken partijen.
56
De leden van de BBB-fractie merken op dat in het Jaarverslag wordt aangegeven dat
2024 een extreem nat jaar was met aantoonbare gevolgen voor de natuurkwaliteit. Deze
leden vragen welke structurele maatregelen Staatsbosbeheer neemt op het gebied van
waterbeheer en bodemkwaliteit om toekomstige schade te beperken. Daarbij is voor deze
leden van belang in hoeverre agrariërs in de omgeving worden betrokken bij besluiten
over waterpeilen, aangezien deze direct impact hebben op landbouwgrond en bufferzones.
Antwoord
Het nemen van een peilbesluit is een taak van de waterschappen. Maatregelen aan de
waterhuishouding worden voorbereid en afgestemd met het waterschap. De grotere maatregelen
zijn ook bijna altijd onderdeel van een gebiedsproces waarin naburige agrariërs meedenken
over de opgaven. In de waterhuishouding van natuurgebieden van Staatsbosbeheer probeert
Staatsbosbeheer met beide belangen rekening te houden. Waterbeheer is maatwerk per
gebied, zo kan bijvoorbeeld de sponswerking worden teruggebracht door water vast te
houden of zijn er bijstuurmogelijkheden als stuwtjes en greppels als de afgesproken
natuurdoelen in het gedrang dreigen te komen.
57
De leden van de BBB-fractie lezen dat er vanaf pagina 37 en verder wordt gesproken
over wandelen en recreatie, maar niet over andere sporten. Kan de Staatssecretaris
nader ingaan op hoe Staatsbosbeheer staat tegenover sporten in de natuur anders dan
wandelen? Hoe staat Staatsbosbeheer tegenover kleinschalige sportevenementen in de
natuur?
Antwoord
Sporten in de natuur gebeurt veelvuldig en in diverse vormen; mountainbiken, gravelbiken,
paardrijden, hardlopen, trailrunning, wielrennen en meer. Sporten in de natuur is
de afgelopen jaren sterk toegenomen omdat meer mensen zijn gaan sporten, zowel in
individueel verband als in verenigingsverband, om gezond te blijven. Er is regelmatig
overleg tussen Staatsbosbeheer en buitensportbonden, kleinschalige sportevenementen
zijn onder voorwaarden toegestaan op de terreinen van Staatsbosbeheer. Ik vind het
mooi dat we kunnen sporten in onze natuur, de natuur is ook bedoeld voor menselijke
recreatie. Het is goed dat in de natuur kleinschalige evenementen georganiseerd kunnen
worden.
58
De leden van de BBB-fractie hebben vernomen dat in 2025 een ecotunnel is aangelegd
onder de Kloosterweg in Burgh-Haamstede in Zeeland. Deze leden hebben grote vraagtekens
over het effect van het aanleggen van deze eco tunnel. Klopt het dat de ecotunnel
nog steeds niet is geopend? Kan de Staatssecretaris verklaren waarom de ecotunnel
nog niet is geopend? Hoe wordt het effect van de ecotunnel gemeten zodra deze open
is? Wie is daar verantwoordelijk voor?
Antwoord
De aanleg van de ecotunnel is in opdracht van provincie Zeeland in 2023 en 2024 uitgevoerd.
Het betreft een natuurherstelmaatregel voor Natura2000-gebied Kop van Schouwen. De
ecotunnel heeft als functie de instandhouding te versterken van natuurdoelen in het
N2000-gebied Kop van Schouwen door uitwisseling van populaties aan beide zijden van
de Kloosterweg te stimuleren. De natuurgebieden worden door de tunnel aan elkaar gekoppeld,
waardoor natuurlijker (graas)gedrag van dieren mogelijk wordt. Het gaat zowel om gehouden
dieren (inzet van pachters) en om in het wild levende dieren (damhert en ree). Provincie
Zeeland heeft in het najaar van 2025 de laatste inrichtingswerkzaamheden afgerond.
De tunnel is vanaf 5 januari 2026 opengesteld voor het vee. Al eerder is de tunnel
in gebruik voor het wild. In de directe omgeving van de tunnel en bij de in- en uitgang
van de tunnel wordt het gebruik van de tunnel gemonitord. Het effect van de tunnel
op het graasgedrag van zowel gehouden dieren als damhert en ree en daarmee samenhangende
impact op de vegetatie zal pas na enige tijd zichtbaar en meetbaar zijn. Hiervoor
wordt gebruik gemaakt van de flora-inventarisatie en vegetatiekartering. De nul-situatie
is opgenomen in 2025.
59
De leden van de BBB-fractie willen afrondend opmerken dat de inbreng van deze leden
erg lang is en zij zich daar bewust van zijn. Echter vinden deze leden dit onderwerp
van groot belang. Zij danken de Staatssecretaris alvast voor zijn antwoorden.
Antwoord
Mijn dank is wederzijds voor de inbreng, ook voor mij is dit onderwerp belangrijk.
Vragen en opmerkingen van de leden van de PvdD-fractie
De leden van de PvdD-fractie hebben kennisgenomen van het Jaarverslag 2024 van Staatsbosbeheer
en hebben hier op dit moment geen vragen over.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
A. Podt, voorzitter van de vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur -
Mede ondertekenaar
R.P. Jansma, griffier