Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op de vragen van het lid Teunissen over de walvis- en dolfijnenjacht op de Faeröer-eilanden
Vragen van het lid Teunissen (PvdD) aan de Minister van Buitenlandse Zaken over de walvis- en dolfijnenjacht op de Faeröer-eilanden (ingezonden 20 november 2025).
Antwoord van Staatssecretaris Rummenie (Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur),
mede namens de Minister van Buitenlandse Zaken (ontvangen 20 januari 2026). Zie ook
Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 565.
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van de walvisjacht van Fuglafjørður, zoals gedocumenteerd door
Sea Shepherd, waarbij 285 grienden van 300–400 dieren werden gedood, wat leidt tot
een totaal van 992 gedode walvisachtigen op de Faeröer-eilanden in 2025?1 Wat vindt u hiervan?
Antwoord 1
Ja, ik heb hier kennis van genomen. Ik betreur de jacht die in september heeft plaatsgevonden
ten zeerste en ben van mening dat deze jaarlijkse jacht niet acceptabel is.
Vraag 2
Kunt u bevestigen dat walvis- en dolfijnenslachtingen in strijd zijn met de Europese
dierenwelzijnsregels en met de internationale overeenkomst on the Conservation of Small Cetaceans of the Baltic and North Seas (ASCOBANS), waarin de Faeröer eilanden geen partij zijn, maar Denemarken wel? Hoe
beoordeelt u de betrokkenheid van Denemarken bij de dolfijnenslachtingen in het licht
van deze verdragen?
Antwoord 2
Het ASCOBANS beschermings- en beheerplan dat als annex is toegevoegd aan de tekst
van de Overeenkomst zegt: «de Partijen zullen streven naar het instellen van (a) het
verbod onder nationale wetgeving om het opzettelijk nemen en doden van kleine walvisachtigen
waar dit niet al in werking is, en (b) de verplichting tot directe vrijlating van
elk dier dat levend en in goede gezondheid gevangen is. Maatregelen om deze regels
te handhaven zullen op nationaal niveau worden uitgewerkt.»
De Faeröer-eilanden zijn Deense overzeese gebiedsdelen met een eigen beleid op dit
gebied. Lidstaten hebben een eigen verantwoordelijkheid om bij traditionele evenementen
op een juiste wijze om te gaan met dieren. Als autonoom onderdeel van het Koninkrijk
Denemarken zijn de Faeröer-eilanden zelf verantwoordelijk voor het beheer van hun
natuurlijke hulpbronnen, met inbegrip van de jacht op walvisachtigen.
De Faeröer-eilanden liggen weliswaar buiten het ASCOBANS gebied, het betreft echter
wel dezelfde populaties als uit het ASCOBANS-gebied. Daarom zijn er, op verzoek van
de ASCOBANS Adviescommissie, waar Nederland vicevoorzitter van is, meerdere brieven
gestuurd aan de Faeröerse overheid om met de oproep om te stoppen met deze jacht.
In reactie op de meest recente brief van 16 november 2023, stuurde de Faeröerse overheid
26 augustus 2024 een brief met een informatief memo waarin zij aangeven dat de jacht
op grienden en witflankdolfijnen onderhevig is aan een wetenschappelijke beoordeling
over de toestand van de populaties en dat quota worden bepaald aan de hand van die
beoordelingen. Deze beoordelingen worden uitgevoerd en periodiek herzien in het kader
van de Noordoost-Atlantische Zeezoogdieren Commissie (NAMMCO). In 2025 zou een nieuwe
beoordeling worden gedaan, die tellingen uit 2015 en 2024 meeneemt. Dit proces wordt
nauwkeurig gevolgd door zowel de Internationale Walvisvaart Commissie (IWC) als ASCOBANS.
Vraag 3
Bent u bereid Denemarken er op aan te spreken dat deze jachten strijdig zijn met internationale
afspraken over de bescherming van walvisachtigen, en te verzoeken dat Denemarken maatregelen
neemt om een einde te maken aan de Grindadráp? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 3
In 2021 heeft de Nederlandse ambassadeur in Denemarken hier meerdere gesprekken over
gevoerd met de Faeröerse vertegenwoordigers. Tijdens deze gesprekken is de boodschap
overgebracht dat Nederland deze jacht niet acceptabel vindt. Als reactie hierop is
door de Faeröerse vertegenwoordigers duidelijk gemaakt dat zij zich zeer bewust zijn
van de internationale kritiek, maar hebben zij ook aangegeven dat zij handelen binnen
de kaders van internationale afspraken en dat de meerderheid van de Faeröerse bevolking
op dit moment geen voorstander is van een verbod. Dit zou op termijn kunnen veranderen,
omdat de jongere generatie minder waarde hecht aan de traditionele jacht. Nederland
zal waar opportuun blijven pleiten voor een totaalverbod op de jacht.
Vraag 4
Bent u bereid om Denemarken aan te spreken op het steunen van de dolfijnen- en walvisslachtingen
en de Europese Commissie op te roepen eveneens in actie te komen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 4
Zoals in het antwoord op vraag 2 ook aangegeven, zijn de Faeröer-eilanden Deense overzeese
gebiedsdelen met een eigen beleid op dit gebied. De Faeröer eilanden vallen niet onder
de reikwijdte van het Verdrag betreffende de Europese Unie. Nederland heeft in 2021
wel, samen met een aantal andere lidstaten en de Europese Commissie, het initiatief
genomen om vanuit de Europese Raadswerkgroep voor de walvisjacht een statement te
sturen naar de Faeröerse overheid. Dit statement was een reactie op de uitzonderlijk
grote slachting van witflankdolfijnen in september 2021. In navolging hierop is dit
statement aan alle IWC Verdragspartijen gestuurd en op de IWC website gepubliceerd2. Dit statement veroordeelt de jacht, roept op om deze te stoppen en vraagt om een
grondig onderzoek naar deze casus en vraagt daarbij ook om een bredere evaluatie van
alle jacht op walvisachtigen. In reactie op onder andere dit statement, heeft de wetenschappelijke
commissie van de IWC hun aanbeveling herhaald dat er geen levende vangsten of oogst
van kleine walvisachtigen mogen worden goedgekeurd totdat een volledige beoordeling
van de status van de soort is gemaakt. Ook sprak de wetenschappelijk commissie van
de IWC haar zorg uit over de hoge aantallen gedode witflankdolfijnen. Juist voor deze
soort werken de IWC en ASCOBANS samen om de bedreigingen voor de populatie beter in
beeld te brengen.
Vraag 5
Hoe ziet u de rol van Nederland in het internationaal bevorderen van de bescherming
van walvisachtigen, bijvoorbeeld via de Internationale Walvisvaartcommissie (IWC)
en binnen de Verenigde Naties, in het licht van deze recente gebeurtenissen?
Antwoord 5
Zie ook mijn antwoord op vragen 2 en 4. Nederland is actief lid binnen de International
Whaling Commission (IWC) en de Overeenkomst ter bescherming van kleine walvisachtigen
in de Noordzee, Oostzee en Noordoost-Atlantische Oceaan (ASCOBANS). Nederland is groot
voorstander van de bescherming van alle walvisachtigen en zal zich daar voor blijven
inzetten.
Vraag 6
Bent u bereid de Kamer te informeren over de uitkomsten van het volgende overleg met
Denemarken en/of binnen de EU over dit onderwerp? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 6
Nederland zal dit punt blijven agenderen in de bilaterale gesprekken met Faeröerse
overheid en in internationale fora. Aangezien dit in lijn zal zijn met voorgenoemde
standpunten, zie ik geen noodzaak om de Kamer nogmaals te informeren.
Vraag 7
Bent u bereid om in EU-verband te pleiten voor een gezamenlijk optreden tegen de walvis-
en dolfijnenjacht op de Faeröer-eilanden, bijvoorbeeld door de kwestie te agenderen
bij de Raad Buitenlandse Zaken? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 7
Zoals ook in mijn antwoord op vraag 4 aangegeven, heeft mijn voorganger dit actief
bepleit in de Raadswerkgroep voor de walvisjacht. Dit zal ik blijven doen in die Raadswerkgroep,
die daar het meest geëigende forum voor is.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
J.F. Rummenie, staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur -
Mede namens
D.M. van Weel, minister van Buitenlandse Zaken
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.