Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Ouwehand over het "ernstig dierenleed bij transporten van honderdduizenden zieke en kwetsbare biggetjes naar Zuid-Europa"
Vragen van het lid Ouwehand (PvdD) aan de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur over ernstig dierenleed bij transporten van honderdduizenden zieke en kwetsbare biggetjes naar Zuid-Europa (ingezonden 6 november 2025).
Antwoord van Minister Wiersma (Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur) (ontvangen
20 januari 2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 477.
Vraag 1
Heeft u de uitzending van Nieuwsuur gezien en de beelden die zijn gemaakt door Stichting
Eyes on Animals, waarin transporten van zieke en kwetsbare biggetjes van Nederland
naar Zuid-Europa zijn gevolgd – een lot dat jaarlijks honderdduizenden biggetjes moeten
ondergaan alleen maar omdat het goedkoper is om de dieren daar te slachten?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Hoe beoordeelt u deze beelden?
Antwoord 2
De NVWA onderzoekt de beelden. Dit onderzoek loopt nog. Ik wacht de resultaten van
dit onderzoek af.
Vraag 3
Wat vindt u ervan dat kwetsbare biggetjes met afwijkingen, zoals breuken, groeiproblemen,
aangebeten oren of abcessen, vanwege economische belangen op jonge leeftijd op transport
worden gezet naar slachthuizen in Kroatië, Italië en Spanje?
Antwoord 3
Het betreft hier biggen die door een bepaalde afwijking niet grootgebracht kunnen
worden tot vleesvarken. Zolang deze biggen geschikt zijn voor het geplande transport,
mogen ze naar een slachthuis vervoerd worden. Die transporten volgen vraag en aanbod.
In Nederland is er weinig tot geen vraag naar dit soort biggen, die worden hier nauwelijks
tot niet gegeten. Daarom gaan deze biggen naar slachthuizen in het buitenland, waar
er wel vraag is naar deze dieren.
Vraag 4
Bent u ermee bekend dat deze transporten 18 tot 24 uur duren, de zieke en kwetsbare
biggetjes gedurende de hele reis in overvolle vrachtwagens verblijven en geen toegang
hebben tot voedsel en geen of zeer beperkte toegang tot water?
Antwoord 4
Ik ben ermee bekend dat in de praktijk gespeende biggen, mits zwaarder dan 10 kg,
18 tot 24 uur vervoerd worden. Dergelijke lange transporten van varkens, waaronder
ook biggen, zijn op basis van de EU-Transportverordening toegestaan. Alle biggen moeten
geschikt zijn voor het voorgenomen transport. Na een transporttijd van 24 uur moeten
ze worden uitgeladen op een controlepost waar ze eten, drinken en minimaal 24 uur
rust krijgen. Daarna mogen ze opnieuw 24 uur getransporteerd worden. Deze cyclus mag
volgens EU-verordening 2020/688 (diergezondheidsvoorschriften voor verplaatsingen
binnen de EU van landdieren) maximaal 20 dagen duren. Het is wettelijk verplicht dat
biggen tijdens transport voortdurend toegang hebben tot water via een geschikt drinkwatersysteem.
Tijdens het vervoer moeten alle biggen ten minste gelijktijdig kunnen gaan liggen
en in hun natuurlijke houding kunnen staan. Varkenshouders, exploitanten van verzamelcentra
en vervoerders zijn wettelijk verplicht deze regels na te leven. De NVWA houdt hier
toezicht op.
Vraag 5
Heeft u ervan kennisgenomen dat de onderzoekers van Eyes on Animals hebben waargenomen
dat biggetjes in de vrachtwagens wanhopig naar water zoeken, zoveel honger hebben
dat ze het zaagsel eten en over elkaar heen lopen? Wat vindt u hiervan?
Antwoord 5
Ik ben bekend met de inhoud van de publicaties van Eyes on Animals. Biggen horen tijdens
het transport voortdurend de toegang te hebben tot water via drinkwatersystemen die
voor hen toegankelijk zijn. Op de beelden is te zien dat de biggen niet goed uit het
beschikbare drinksysteem lijken te kunnen drinken ondanks dat het systeem toegankelijk
is voor de dieren. Het wroeten in en het eten van zaagsel is niet per definitie een
indicator dat de biggen honger hebben. Dit past ook bij normaal, onderzoekend gedrag
van varkens. Op sommige beelden is verder te zien dat biggen dicht op elkaar liggen.
Voor een deel is dit natuurlijk gedrag van varkens. Aan de hand van de beelden kan
onvoldoende vastgesteld worden of alle dieren gelijktijdig konden gaan liggen. Zoals
aangegeven in mijn antwoord op vraag 2 onderzoekt de NVWA de beelden. Dit onderzoek
loopt nog. Ik wacht de resultaten van dit onderzoek af om te bepalen of nog extra
maatregelen nodig zijn.
Vraag 6
Bent u ermee bekend dat de voorzitter van de Productenorganisatie Varkenshouderij
(POV) in reactie op de beelden liet weten «niets schokkends» te hebben gezien?
Antwoord 6
Ik heb de reactie van de voorzitter van de POV gezien.
Vraag 7
Heeft u kennisgenomen dat de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) juist
stelt dat op de beelden overtredingen te zien zijn, zoals dat varkens met grote abcessen
in overvolle transportwagens worden getransporteerd, met het risico dat andere varkens
op deze abcessen trappen of liggen, wat voor het dier zelf zeer pijnlijk is?
Antwoord 7
Ik heb kennisgenomen dat de NVWA stelt dat op de beelden biggen te zien zijn met ernstige
navelbreuken die niet vervoerd hadden mogen worden. Het onderzoek naar de beelden
loopt nog. De NVWA bekijkt hoe ze passend maatregelen kan nemen.
Vraag 8
Hoe verklaart u dat de varkenssector zelf zegt niets schokkends op de beelden te zien
en daarmee aangeeft dat de praktijken op deze beelden normaal zijn, terwijl de NVWA
juist aangeeft dat er sprake is van overtredingen van de transportwetgeving?
Antwoord 8
Het is niet aan mij om de reactie van de sector te interpreteren.
Vraag 9
Bent u bereid om de varkenssector te corrigeren en erop te wijzen dat er wel degelijk
schokkende en onacceptabele praktijken te zien zijn op de beelden? Zo nee, waarom
niet?
Antwoord 9
Ik verwacht van de sector dat zij zich aan de geldende wet- en regelgeving houdt.
Zoals aangegeven in mijn antwoord op vraag 2 onderzoekt de NVWA de beelden. Dit onderzoek
loopt nog. Ik wacht de resultaten van dit onderzoek af.
Vraag 10
Heeft u gezien dat de NVWA, vanwege gebrek aan capaciteit, de varkenssector zelf heeft
gevraagd om een goede voorselectie te doen van de biggen die op transport worden gezet?
Antwoord 10
De sector is verantwoordelijk voor een zorgvuldige voorselectie van dieren voorafgaand
aan deze transporten. Daarover heeft de NVWA met ondersteuning van mijn departement
heldere afspraken gemaakt met verschillende brancheorganisaties, die zijn vastgelegd
in het sectorprotocol transportwaardigheid. Ik verwacht dat de sector zich aan deze
afspraken houdt. Waar dat niet gebeurt, grijpt de NVWA in. Bijvoorbeeld door een nieuwe
voorselectie te eisen of door geen gezondheidscertificaat af te geven voor dieren
die niet goed zijn voorgeselecteerd. Deze afspraken zijn niet gemaakt vanwege gebrek
aan capaciteit bij de NVWA.
Vraag 11
Vindt u dit een verstandig besluit, aangezien de sector zelf aangeeft van mening te
zijn dat dit dierenleed niet schokkend is, en dit weinig vertrouwen schept dat zij
zelf streng zullen toezien op dierenwelzijn?
Antwoord 11
Zie mijn antwoord op vraag 10.
Vraag 12
Kunt u aangeven welke sancties of maatregelen de NVWA heeft opgelegd aan de transportbedrijven
en varkenshouderijen naar aanleiding van de overtredingen die in beeld zijn gebracht
door Eyes on Animals?
Antwoord 12
Het onderzoek van de NVWA loopt op dit moment nog dus kan ik niet vooruitlopen op
mogelijke uitkomsten.
Vraag 13
Hoe verklaart u dat ondanks het toezicht en de regelmatige berichtgeving over het
structurele dierenleed bij diertransporten, ernstige overtredingen blijven plaatsvinden?
Antwoord 13
Zoals hierboven aangegeven, staat de huidige wet- en regelgeving lange transporten
van levende dieren toe. Dit soort transporten zijn uitdagend voor de dieren die ze
ondergaan. Bij het werken met levende dieren, kunnen zaken anders lopen dan van tevoren
ingeschat. Ondernemers, zoals vervoerders, maar ook medewerkers bij verzamelcentra
hebben daarbij de verantwoordelijkheid om – conform de regelgeving – met respect met
dieren om te gaan en ervoor te zorgen dat pijn en onnodig lijden wordt voorkomen.
De sector is dus aan zet om ervoor te zorgen dat dierenleed bij vervoer niet voorkomt.
Tegelijkertijd houdt de NVWA risicogericht toezicht en grijpt in op het moment dat
overtredingen worden vastgesteld.
Vraag 14
Bent u bereid om de omvang van de varkenssector aan te passen op de toezichtcapaciteit
van de NVWA, zodat de NVWA wel ordentelijk toezicht kan houden op het welzijn van
dieren en daarmee kan voorkomen dat dit ernstige lijden blijft plaatsvinden? Zo nee,
waarom niet?
Antwoord 14
Nee, daar ben ik niet toe bereid. De reden hiervoor staat in mijn antwoord op vraag
13.
Vraag 15
Wat vindt u ervan dat Nederland actief een systeem in stand houdt waarin jonge dieren
die ziek en kwetsbaar zijn honderden of zelfs duizenden kilometers worden vervoerd
om te worden geslacht in andere landen omdat dit daar iets goedkoper is, met grote
gevolgen voor het welzijn van de dieren zelf?
Antwoord 15
Lang transport van dieren – waaronder ook van deze biggen – is toegestaan volgens
de Europese Transportverordening. Het betreft hier EU-regels waarbij het niet mogelijk
is om strengere regels te stellen aan het transport van biggen naar Kroatië. Wat Nederland
doet, is zich bij de onderhandelingen over de herziening van de transportverordening
inzetten conform het BNC-fiche (Kamerstuk 22 112 nr. 3861).
Vraag 16
Kunt u bevestigen dat de Kamer de regering al jarenlang oproept om diertransporten
drastisch in te perken, waaronder een verbod op transporten die langer dan zes uur
duren, een forse daling van het aantal diertransporten, geen diertransporten naar
landen buiten Europa, een verlaging van de maximumtemperatuur en een einde aan transporten
op zee (Kamerstuk 36 755, nr. 31, Kamerstuk 28 286, nr. 1348, Kamerstuk 21 501-32, nr. 1605 en Kamerstuk 21 501-32, nr. 1507)?
Antwoord 16
Ja.
Vraag 17
Klopt het dat het hoogst onzeker is dat de herziening van de Europese Transportverordening
gaat voldoen aan de kaders die zijn gesteld door de Kamer, zoals verwoord in deze
verschillende aangenomen moties, en dieren op transport naar verwachting ernstig zullen
blijven lijden?
Antwoord 17
De onderhandelingen aangaande de herziening van de transportverordening zijn in volle
gang. Het krachtenveld is echter zeer uitdagend, met een meerderheid van de lidstaten
die vraagt om een versoepeling van de voorgestelde en soms zelfs de huidige regels.
Ik zal dus zeer strategisch te werk moeten gaan, waarbij het inderdaad hoogst onzeker
is dat de Nederlandse inzet integraal wordt overgenomen.
Vraag 18
Bent u bereid om deze beelden persoonlijk aan de Europese Commissie en de landbouwministers
van andere lidstaten te laten zien met daarbij de klemmende oproep om dergelijke transporten
te verbieden? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 18
Nee. Zie mijn antwoord op vraag 17.
Vraag 19
Deelt u de mening dat het de taak is van de Minister die verantwoordelijk is voor
dierenwelzijn om maatregelen te treffen als blijkt dat dieren in de veehouderij structureel
lijden en de huidige wetgeving en handhaving onvoldoende is om hier een einde aan
te maken? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 19
De verantwoordelijkheid voor het dierenwelzijn van gehouden dieren ligt bij de houder
van het dier. De wetgeving hierin is al duidelijk; dieren die je houdt, moet je met
respect behandelen. Als dit niet gebeurt, is het in de eerste plaats aan de houders
van dieren en de sector in zijn geheel om maatregelen te treffen om zich aan de wet
te houden. Ik verwacht dit ook van de sector en spreek ze hierop aan waar nodig.
Vraag 20
Wat gaat u zelf op de korte termijn doen om een einde te maken aan het lijden van
deze biggetjes, aangezien we weten dat wachten op wetgeving vanuit de Europese Unie
naar alle waarschijnlijkheid niet gaat leiden tot een fatsoenlijke bescherming van
dieren en een einde aan dit structurele leed?
Antwoord 20
Zoals aangegeven op mijn antwoord op vraag 15 is lang transport van dieren toegestaan
volgens de EU-Transportverordening. Het betreft hier Europese regels, waarbij het
niet mogelijk is om strengere regels te stellen aan het transport van biggen naar
Kroatië. De Nederlandse inzet bij de herziening van de transportverordening is helder:
alleen kort transport (<9 uur) voor kwetsbare dieren en slachtdieren.
Vraag 21
Kunt u deze vragen één voor één en binnen de daarvoor gestelde termijn beantwoorden?
Antwoord 21
Ik heb de vragen één voor één beantwoord.
Ondertekenaars
F.M. Wiersma, minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.