Motie : Motie van het lid Oosterhuis c.s. over bij grote vermogenswinstheffingen bij ingrijpende persoonlijke gebeurtenissen de mogelijkheid tot een betalingsregeling actief onder de aandacht brengen
36 748 Wijziging van de Wet inkomstenbelasting 2001 om werkelijke inkomsten uit bezittingen en schulden in box 3 te belasten (Wet werkelijk rendement box 3)
Nr. 25
MOTIE VAN HET LID OOSTERHUIS C.S.
Voorgesteld tijdens het wetgevingsoverleg van 19 januari 2026
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat in de Wet werkelijk rendement box 3 een vermogenswinstbelasting
geldt voor onroerend goed en aandelen in start-ups;
constaterende dat er sprake kan zijn van een forse vermogenswinstheffing over de waardestijging
van onroerend goed en aandelen in start-ups bij ingrijpende persoonlijke gebeurtenissen
zoals een echtscheiding of overlijden, terwijl het ongewenst of onmogelijk is om op
dat moment het betreffende vermogensbestanddeel te verkopen;
overwegende dat er betalingsregelingen zijn die niet in alle gevallen voldoende zijn
en er individuele betalingsregelingen mogelijk zijn;
verzoekt de regering om bij grote vermogenswinstheffingen bij ingrijpende persoonlijke
gebeurtenissen de mogelijkheid tot een betalingsregeling actief onder de aandacht
te brengen, en te bezien of verruiming van deze regelingen noodzakelijk is,
en gaat over tot de orde van de dag.
Oosterhuis
Grinwis
Hoogeveen
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
Henk-Jan Oosterhuis, Tweede Kamerlid -
Mede ondertekenaar
Michiel Hoogeveen, Tweede Kamerlid -
Mede ondertekenaar
Pieter Grinwis, Tweede Kamerlid