Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Grinwis over het bericht ‘2026 begint rampzalig voor treinreizigers: chaos op het spoor door hevige sneeuw, storingen bij wissels en IT-perikelen’
Vragen van het lid Grinwis (ChristenUnie) aan de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat over het bericht «2026 begint rampzalig voor treinreizigers: chaos op het spoor door hevige sneeuw, storingen bij wissels en IT-perikelen» (ingezonden 8 januari 2026).
Antwoord van Staatssecretaris Aartsen (Infrastructuur en Waterstaat) (ontvangen 19 januari
2026).
Vraag 1
Hoe luidt uw reactie op het bericht «2026 begint rampzalig voor treinreizigers: chaos
op het spoor door hevige sneeuw, storingen bij wissels en IT-perikelen»?1
Antwoord 1
Extreem winterweer heeft grote impact op de hele samenleving, waaronder het spoor.
Dat is onlangs nog eens duidelijk geworden. Ik begrijp goed dat het voor reizigers
en goederenvervoerders heel vervelend is wanneer zij te maken krijgen met uitgevallen
of vertraagde treinen als gevolg van sneeuw en vorst. Het Nederlandse spoorsysteem
is betrouwbaar en het uitgangspunt blijft dat ProRail en NS zich zo goed mogelijk
voorbereiden op winterweer om de gevolgen voor reizigers en goederenvervoerders te
beperken. Helaas zijn storingen tijdens uitzonderlijke weersomstandigheden niet altijd
te voorkomen.
Vraag 2
Acht u het (maatschappelijk) acceptabel dat het treinverkeer vaak deels of zelfs volledig
plat lag en ligt? Zo ja, waarom?
Antwoord 2
Niemand wil dat het treinverkeer deels of volledig stilvalt. Tegelijkertijd moet worden
erkend dat bij extreme weersomstandigheden verstoringen niet altijd te voorkomen zijn.
ProRail en NS treffen uitgebreide voorbereidingen om het spoor ook bij winterse omstandigheden
operationeel te houden, maar Nederland beschikt over een zeer intensief bereden spoornetwerk
waarin verstoringen snel kunnen doorwerken.
Grote verstoringen als gevolg van extreem winterweer doen zich in Nederland relatief
weinig voor, gemiddeld eens in de vijf jaar en doorgaans gedurende een beperkt aantal
dagen.
Vraag 3
Klopt het dat u met ProRail in het kader van basiskwaliteitsniveau spoor (BKN) heeft
afgesproken dat de helft van de wisselverwarmingen uit kan om geld te besparen? Hoeveel
geld wordt met dit besluit bespaard? Welke maatschappelijke kosten/baten-afweging
ligt daaraan ten grondslag?
Antwoord 3
Het klopt dat in het kader van het basiskwaliteitsniveau spoor (BKN) is afgesproken
om een deel van de wisselverwarmingsinstallaties te saneren. De wissels die gesaneerd
worden liggen verspreid door het land. ProRail past na de sanering alleen nog wisselverwarming
toe bij alle wissels die noodzakelijk zijn voor het uitvoeren van de normale dienstregeling
voor reizigers en goederen. Dit geldt in grote lijnen ook voor de wissels die nodig
zijn om emplacementen of terminals te bereiken, zodat de winterdienstregeling gewoon
doorgang kan vinden. Deze maatregel leidt tot een besparing van ongeveer € 100 miljoen
tot en met 2030.
Bij deze afweging is nadrukkelijk gekeken naar de effectiviteit van de installaties,
de gebruiksfrequentie van de betreffende wissels en de kosten van instandhouding.
Alleen wisselverwarmingsinstallaties die aantoonbaar bijdragen aan de robuustheid
van het netwerk bij winterweer blijven behouden. Vervoerders zijn bij deze afweging
geconsulteerd.
Vraag 4
Is het aantal wisselverwarmingen dat deze winter is uitgezet conform het beleid van
BKN? Indien is afgeweken van BKN, wat was daarvan de reden?
Antwoord 4
Het uitzetten van bepaalde wisselverwarmingsinstallaties deze winter is conform de
afspraken binnen het BKN. De sanering van installaties vindt zorgvuldig en gefaseerd
plaats. Vooruitlopend hierop zijn al installaties buiten gebruik gesteld. Van afwijking
van het BKN-beleid is geen sprake.
Vraag 5
Is het uitzetten van de wisselverwarmingen deze winter gebeurd met instemming van
de vervoerders? Zo nee, wat waren de bezwaren van deze vervoerders?
Antwoord 5
Vervoerders zijn bij de afweging rondom de sanering van wisselverwarmingsinstallaties
door ProRail om inbreng gevraagd. ProRail heeft hiervoor een landelijke kaart gedeeld
met de te saneren installaties. Vervoerders hebben in dat kader aandachtspunten en
zorgen ingebracht, met name over mogelijke effecten op de flexibiliteit van de operatie.
Deze reacties zijn meegewogen. Op basis hiervan zijn enkele wijzigingen in te saneren
locaties doorgevoerd. Daarnaast is in brede zin door ProRail geconcludeerd dat de
kosten van instandhouding van de betreffende installaties niet opwegen tegen de beperkte
logistieke meerwaarde.
Vraag 6
Kunt u een grove inschatting maken van de verergering van de problemen op het spoor
door dit besluit? Kunt u tevens een inschatting maken van de totale (maatschappelijke)
kosten van de spoorproblemen deze winterdagen en van de (maatschappelijke) kosten
van de verergering door het uitzetten van een deel van de wisselverwarmingen?
Antwoord 6
Bij dit soort winterse omstandigheden, waarvan de laatste vergelijkbare situatie in
2021 plaatsvond, is hinder niet te voorkomen. Ook niet met wisselverwarming. ProRail
geeft aan dat ondanks de aanwezigheid van werkende wisselverwarmingsinstallaties ze
merken dat (nu en in eerdere situaties) wissels door sneeuw of ijs toch kunnen blokkeren
of installaties gaan storen tijdens hevige sneeuwval.
In de afweging binnen het BKN is vastgesteld dat de sanering een bescheiden impact
heeft op de robuustheid van het netwerk. Wel geldt dat het systeem hierdoor minder
reservecapaciteit heeft, waardoor bijvoorbeeld bij winters weer sneller kan worden
besloten tot het inzetten van een landelijk uitgedunde dienstregeling (LUD). De maatschappelijke
kosten van verstoringen door heftig winterweer zijn lastig te isoleren en toe te rekenen
aan individuele maatregelen. Ze moeten worden gezien als onderdeel van de bredere
maatschappelijke impact van uitzonderlijke weersomstandigheden.
Vraag 7
In hoeverre was mankracht een bottleneck in het oplossen van de storingen? Was er
voldoende opgeleid reservepersoneel beschikbaar om storingen snel te verhelpen? Zo
nee, bent u bereid om hier afspraken over te maken en daarvoor ook voldoende middelen
beschikbaar te stellen?
Antwoord 7
De storingsploegen van ProRail en de betrokken aannemers hebben zich maximaal ingespannen
om storingen zo snel mogelijk op te lossen. Die inspanning wordt door mij zeer gewaardeerd.
Vooral ook omdat de inzetbaarheid van personeel werd bemoeilijkt door de weersomstandigheden,
bijvoorbeeld doordat monteurs te maken kregen met slechte bereikbaarheid en verkeershinder
terwijl ze op weg waren naar de storingen.
Er was geen sprake van een structureel tekort aan opgeleid personeel, maar bij grootschalige
en gelijktijdige verstoringen wordt de beschikbare capaciteit zwaar belast. Het structureel
aanhouden van extra reservepersoneel dat slechts incidenteel nodig is, brengt aanzienlijke
kosten met zich mee. Gezien het uitzonderlijke karakter van winters weer acht ik het
niet doelmatig om hiervoor permanent extra capaciteit te organiseren. Wel worden ervaringen
uit deze situatie betrokken bij de evaluaties door ProRail en NS.
Vraag 8
Op welke manier gaat u lessen trekken uit de grote problemen op het spoor en hoe deze
(deels) voorkomen hadden kunnen worden, bijvoorbeeld als het gaat over de IT-problemen,
de bereikbaarheid van de reisplanner en de keuze om al dan niet met een winterdienstregeling
te rijden?
Antwoord 8
Na grote verstoringen voeren ProRail en NS standaard evaluaties uit. Deze situatie
vormt daarop geen uitzondering. In deze evaluaties worden ook de werking van IT-systemen,
de beschikbaarheid en betrouwbaarheid van reisinformatie en de inzet van de landelijk
uitgedunde dienstregeling meegenomen. De uitkomsten van deze evaluaties worden gebruikt
om waar nodig verbetermaatregelen te treffen in de operatie en de voorbereiding op
toekomstige situaties.
Vraag 9
Bent u het eens met de oproep van Rover om te zorgen voor eerlijke reisinformatie,
in plaats van met steeds verschillende prognoses te komen die zo voor onduidelijkheid
zorgen?2 Bent u bereid om hier met de vervoerders afspraken over te maken? Zo nee, waarom
niet?
Antwoord 9
Ik herken het belang van duidelijke, betrouwbare en consistente reisinformatie. Reizigers
en goederenvervoerders moeten ook bij verstoringen kunnen rekenen op heldere communicatie.
De wijze waarop reisinformatie wordt verstrekt, maakt onderdeel uit van de evaluaties
door NS en ProRail. Dit onderwerp zal worden geagendeerd in het overleg met betrokken
partijen.
Vraag 10
Hoe reflecteert u op het besluit van diverse busvervoerders om de dienstregeling voor
dagen of dagdelen plat te leggen? Acht u dat maatschappelijk acceptabel? Bent u het
eens dat een basisdienstregeling moet blijven bestaan, ook als reizigers wordt afgeraden
te reizen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 10
Het besluit om (delen van) de busdienstregeling tijdelijk stil te leggen is in Nederland
een gedecentraliseerde verantwoordelijkheid van de decentrale ov-autoriteiten en vervoerders.
Zij maken deze afweging op basis van de lokale omstandigheden, waarbij de veiligheid
van reizigers en personeel zwaar weegt. Bij extreme weersomstandigheden, zoals hevige
sneeuwval en gladheid, kan het onverantwoord zijn om busvervoer in stand te houden.
Het is aan de decentrale overheden en vervoerders om deze afweging te maken en hierover
transparant te communiceren.
Vraag 11
Zou u deze vragen willen beantwoorden voorafgaand aan de begrotingsbehandeling van
Infrastructuur en Waterstaat?
Antwoord 11
Ja.
Ondertekenaars
A.A. Aartsen, staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.