Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Inge van Dijk over het bericht 'AFM: schade door beleggingsfraude kan oplopen tot €750 mln per jaar'
Vragen van het lid Inge van Dijk (CDA) aan de Minister van financiën over het bericht «AFM: schade door beleggingsfraude kan oplopen tot € 750 mln per jaar» (ingezonden 12 december 2025).
Antwoord van Minister Heinen (Financiën), mede namens de Minister van Justitie en
Veiligheid (ontvangen 19 januari 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het rapport «Van piramide tot ijsberg: de onzichtbare omvang van
beleggingsfraude in Nederland» naar aanleiding van een door de Autoriteit Financiële
Markten uitgevoerd onderzoek?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Deelt u de mening dat het, om beleggingen te stimuleren en het vertrouwen in de financiële
markten hoog te houden, belangrijk is om beleggingsfraude stevig aan te pakken?
Antwoord 2
Die mening delen wij. Beleggingsfraude kan aanzienlijke financiële en emotionele schade
veroorzaken bij slachtoffers en ondermijnt het vertrouwen in de financiële markten.
Wij onderschrijven dat dit zorgelijk is en vinden dat beleggingsfraude hard aangepakt
moet worden. Temeer omdat het – zowel op individueel als maatschappelijk niveau –
wenselijk is dat Nederlandse huishoudens, die voldoende financiële buffers hebben
en waar het past binnen hun risicoprofiel en -bereidheid, verantwoord meer gaan beleggen.
Bij die aanpak is preventie het effectiefst: voorkomen dat mensen in beleggingsfraude
trappen.
Vraag 3
Waarin zitten wat u betreft de verschillen tussen het schadebedrag van 75 miljoen euro
dat in 2024 door de politie is geregistreerd en de geschatte werkelijke schade-omvang
van 750 miljoen euro door de AFM?
Antwoord 3
Volgens het rapport wordt het verschil tussen het schadebedrag van 75 miljoeneuro
dat in 2024 door de politie is geregistreerd en de geschatte werkelijke schadeomvang
van 750miljoeneuro vooral verklaard door onderrapportage en een lage meldingsbereidheid
onder slachtoffers. Een groot deel van de beleggingsfraude blijft hierdoor onzichtbaar.
De AFM baseert haar schatting op internationale vergelijkingen en een correctie voor
het lage meldingspercentage, waardoor volgens het rapport de daadwerkelijke schade
veel hoger ligt dan uit de politiecijfers blijkt.
Vraag 4
Waarom kent Nederland geen centraal meldpunt voor beleggingsfraude waardoor en slechts
gefragmenteerd zicht is op het aantal geregistreerde gevallen, terwijl het meldingspercentage
in landen waar wel een dergelijk meldpunt aanwezig is duidelijk hoger is?
Antwoord 4
Er zijn inderdaad meerdere organisaties waartoe slachtoffers zich kunnen wenden, met
elk hun eigen expertise en dienstverlening. De Fraudehelpdesk is een privaat en algemeen
meldpunt voor alle vormen van fraude en ontvangt hiervoor subsidie van het Ministerie
van Justitie en Veiligheid. Daarnaast kunnen slachtoffers aangifte doen bij de politie.
Ook banken kunnen vermoedens van beleggingsfraude melden bij de AFM. Hierdoor vindt
registratie plaats op meerdere punten. Het is belangrijk dat slachtoffers snel en
deskundig worden geholpen, ongeacht waar zij zich melden en dat slachtoffers zo nodig
worden doorverwezen naar gespecialiseerde hulp en schadeverhaal. Zoals ook staat in
antwoord 6 op de schriftelijke vragen van het Kamerlid Van Eijk (VVD) aan de Minister
van Financiën over het bericht «AFM: Schade door oplichting met beleggingstrucs tien
keer hoger dan gedacht», kunnen wij op dit moment nog niet beoordelen of de integratie
van de huidige diverse meldpunten tot één centraal meldpunt voor beleggingsfraude
verstandig en (juridisch) mogelijk is. We ondersteunen nadere gesprekken hierover.
Vraag 5
Bent u bereid om in overleg met AFM, FIOD, politie, fraudehelpdesks, OM en DNB in
overleg te gaan over nut en noodzaak van een dergelijk centraal meldpunt en hoe dit
vormgegeven zou kunnen worden?
Antwoord 5
De AFM heeft in het rapport opgeroepen tot overleg met ketenpartners en opsporingsdiensten
om te onderzoeken of de nut en noodzaak van een centraal meldpunt breder gedeeld wordt
en, zo ja, hoe hier invulling aan gegeven kan worden. De AFM heeft ons laten weten
hiertoe graag het initiatief te nemen. Wij ondersteunen dit initiatief van de AFM.
Mede gezien de oproep van de AFM, zien wij op dit moment geen rol voor ons weggelegd
in die gesprekken. Wel zullen wij bezien, indien nodig en mogelijk, welke ondersteuning
te geven is aan eventuele vervolgstappen die hieruit voortvloeien.
Vraag 6
In hoeverre is de privacywetgeving bij met name banken mogelijk belemmerend bij het
op kunnen sporen van facilitators?
Antwoord 6
Wij vinden het van belang dat het betalingsverkeer toegankelijk en veilig is. Banken
moeten daarom acties ondernemen om mogelijke fraude te detecteren en te voorkomen,
met het doel hun klanten te beschermen. Vooropgesteld moet worden dat banken zich
daarbij houden aan het geldende wettelijk kader, zoals de Algemene verordening gegevensbescherming
(AVG). Banken zijn, in het kader van hun verplichtingen onder de Wet ter voorkoming
van witwassen en terrorismefinanciering (Wwft) en met het opsporen van frauduleuze
transacties, verplicht transactiemonitoring uit te voeren. Als zij in dat kader de
transactie bestempelen als ongebruikelijk, dienen zij op grond van de Wwft hiervan
een melding te maken aan de FIU-Nederland. Ook heeft de bank een verantwoordelijkheid
om de klant te beschermen indien er vermoedens zijn van frauduleuze transacties (bijvoorbeeld
door het bevriezen van een transactie en door contact op te nemen met de klant). Uit
het AFM-rapport blijkt ook dat banken, in geval zij een vermoeden hebben van beleggingsfraude,
een melding daarvan doorsturen naar de AFM (zie p. 17 AFM-rapport). Voor deze gegevensuitwisseling
hebben banken, toezichthouders en opsporingsinstanties reeds meerdere grondslagen,
zoals de publiek-private samenwerking binnen het Financieel Expertise Centrum (FEC
PPS) en het verwijzingsportaal bankgegevens. Op grond van de Wwft, en straks de implementatie
van het AML-pakket, krijgen toezichthouders en poortwachters nog meer grondslagen
om gegevens onderling met elkaar uit te wisselen. Ons beeld is daarom niet dat de
privacywetgeving op zichzelf belemmerend is voor banken bij het opsporen van facilitators.
Vraag 7
Bent u bereid een algemene reactie te geven op het rapport waar het artikel naar verwijst
met daarin een schets van de wijze waarop het kabinet zich gaat verhouden tot deze
alarmerende signalen?
Antwoord 7
Het rapport maakt duidelijk dat beleggingsfraude een groeiende en zorgwekkende bedreiging
vormt voor consumenten en het vertrouwen in de financiële markten. Het rapport laat
zien dat beleggingsfraude in Nederland nog veel omvangrijker is dan gedacht. Het kabinet
neemt deze signalen serieus en ziet het tegengaan van beleggingsfraude als een gezamenlijke
verantwoordelijkheid van alle betrokken partijen. Aandacht voor preventie, verbeteringen
van de meldingsbereidheid en registratie, samenwerking binnen de gehele keten en effectieve
handhaving zijn cruciaal om deze problematiek het hoofd te bieden. In de integrale
aanpak online fraude werken verschillende publieke en private partijen samen, waaronder
de ministeries van Financiën, van Economische Zaken en van Justitie en Veiligheid,
OM, politie, toezichthouders, financiële instellingen en vertegenwoordigers van het
bedrijfsleven en consumentenorganisaties om uiteenlopende vormen van online fraude
te voorkomen, te signaleren en te bestrijden. Naar aanleiding van voornoemd overleg
tussen de AFM en ketenpartners willen wij bezien of en welke nadere maatregelen gepast
zijn om (online) beleggingsfraude te bestrijden.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
E. Heinen, minister van Financiën -
Mede namens
F. van Oosten, minister van Justitie en Veiligheid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.