Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Van Eijk over het bericht ‘AFM: Schade door oplichting met beleggingstrucs tien keer hoger dan gedacht’
Vragen van het lid Van Eijk (VVD) aan de Minister van Financiën over het bericht «AFM: Schade door oplichting met beleggingstrucs tien keer hoger dan gedacht» (ingezonden 11 december 2025).
Antwoord van Minister Heinen (Financiën), mede namens de Minister van Justitie en
Veiligheid (ontvangen 19 januari 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het rapport «Van piramide tot ijsberg: de onzichtbare omvang van
beleggingsfraude in Nederland» naar aanleiding van een door de Autoriteit Financiële
Markten uitgevoerd onderzoek?
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Deelt u de mening dat beleggingsfraude hard aangepakt dient te worden, zeker als het
maatschappelijk wenselijk is dat er steeds meer mensen gaan beleggen zodat de Nederlandse
en Europese concurrentiepositie worden verstevigd? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 2
Ja. Beleggingsfraude kan aanzienlijke financiële en emotionele schade veroorzaken
bij slachtoffers en ondermijnt het vertrouwen in de financiële markten. Wij onderschrijven
dat dit zorgelijk is en vinden dat beleggingsfraude hard moet worden aangepakt. Ook
omdat het – zowel op individueel als maatschappelijk niveau – wenselijk is dat Nederlandse
huishoudens, die voldoende financiële buffers hebben en waar het past binnen hun risicoprofiel
en -bereidheid, verantwoord meer gaan beleggen.
Vraag 3
Wat is uw reactie op bovengenoemd rapport? Onderschrijft u de schatting in het rapport
dat de omvang van beleggingsfraude mogelijk wel tien keer hoger is dan aanvankelijk
gedacht?
Antwoord 3
Wij waarderen het dat de AFM met dit rapport aandacht vestigt op beleggingsfraude.
Het rapport laat duidelijk zien dat beleggingsfraude in Nederland nog veel omvangrijker
is dan gedacht. Het is van belang om beleggingsfraude aan te pakken en wij vinden
het dan ook positief dat de AFM voorstellen doet om de aanpak van beleggingsfraude
te verbeteren. De schatting dat de daadwerkelijke schade mogelijk tien keer hoger
ligt dan aanvankelijk gedacht, is afkomstig uit het rapport. Het betreft een ruwe
schatting van de AFM op basis van de geregistreerde omvang van beleggingsfraude in
Nederland, een verwacht geregistreerd schadebedrag op basis van een internationale
vergelijking en een correctie van dit bedrag voor de meldingsbereidheid van mensen.
Wij kunnen de werkwijze en de daaruitvolgende schatting van de AFM goed volgen, maar
het blijft een schatting en het is niet mogelijk om de omvang exact te bepalen.
Vraag 4
Wat zijn volgens u momenteel de grootste problemen in het voorkomen van beleggingsfraude?
Antwoord 4
Volgens het rapport zijn er meerdere knelpunten die het voorkomen van beleggingsfraude
bemoeilijken. Beleggingsfraude en nieuwe modus operandi ontwikkelen zich snel door
toenemende digitalisering en internationalisering. Via socialemediaplatformen komen
beleggers vaak voor het eerst in contact met fraudeurs. Ze worden verleid met hoge
rendementen en bekende personen die vertrouwen creëren en de belegging aanprijzen
in nepadvertenties. De AFM wijst dan ook op de verantwoordelijkheid van socialemediaplatformen
en andere poortwachters in het voorkomen dat hun diensten worden misbruikt voor malafide
doeleinden. Verder constateert de AFM dat de meldingsbereidheid onder slachtoffers
laag is, onder meer vanwege gevoelens van schaamte en gebrek aan vertrouwen in het
nut van melden. Daarnaast noemt het rapport dat er geen centrale en uniforme registratie
is, waardoor meldingen versnipperd zijn over verschillende instanties en het totale
beeld van het probleem onvoldoende duidelijk blijft. Beide factoren belemmeren gericht
preventief en repressief handelen van instanties, terwijl dit beleggingsfraude deels
zou kunnen voorkomen. Wij onderschrijven de knelpunten die de AFM in haar rapport
beschrijft. Daarnaast benadrukken wij dat het van belang is dat beleggers- voordat
zij een belegging doen -controleren of zij dat doen bij een instelling die daarvoor
de vereiste vergunning(en) heeft.
Vraag 5
Wat zijn volgens u momenteel de grootste problemen die repressief handelen tegen beleggingsfraude
in de weg staan?
Antwoord 5
De belangrijkste knelpunten bij de voorkoming van beleggingsfraude (zoals hierboven genoemd) gelden ook als problemen die repressiein de weg staan. Daarnaast geldt voor repressief handelen specifiek dat het internationale
en digitale karakter van beleggingsfraude het moeilijk maakt daders te traceren en
te vervolgen.
Vraag 6
Deelt u de mening dat de integratie van de huidige diverse meldpunten tot één meldpunt
voor beleggingsfraude verstandig is? Zo nee, waarom niet? Zo ja, bent u bereid zich
hiervoor in te spannen en op welke termijn zou dit dan gereed kunnen zijn?
Antwoord 6
Op dit moment kunnen wij niet beoordelen of de integratie van de huidige diverse meldpunten
tot één centraal meldpunt voor beleggingsfraude verstandig en (juridisch) mogelijk
is. De AFM heeft in het rapport opgeroepen tot overleg met ketenpartners en opsporingsdiensten
over dit onderwerp om te onderzoeken of deze wens breder gedeeld wordt en, zo ja,
hoe hier invulling aan gegeven kan worden. De AFM heeft ons laten weten hiertoe graag
het initiatief te nemen. Wij ondersteunen dit initiatief van de AFM. Mede gezien de
oproep van de AFM, zien wij op dit moment geen rol voor ons weggelegd in die gesprekken.
Wel zullen wij bezien, indien nodig en mogelijk, welke ondersteuning te geven is aan
eventuele vervolgstappen die hieruit voortvloeien.
Vraag 7
Overweegt u aanvullende maatregelen tegen beleggingsfraude? Zo nee, waarom niet? Zo
ja, aan welke maatregelen denkt u?
Antwoord 7
Binnen de publiek-private samenwerking voor de integrale aanpak van online fraude
werken verschillende publieke en private partijen samen, waaronder de Ministeries
van Financiën, van Economische Zaken en van Justitie en Veiligheid, OM, politie, toezichthouders,
financiële instellingen en vertegenwoordigers van het bedrijfsleven en consumentenorganisaties
om uiteenlopende vormen van fraude te voorkomen, te signaleren en te bestrijden. Voor
online beleggingsfraude zijn in 2025 met experts technische barrières en interventies
ontwikkeld om online beleggingsfraude te voorkomen.1 Wij willen bezien of het naar aanleiding van voornoemde verkenning noodzakelijk is
om aanvullende maatregelen te nemen tegen (online) beleggingsfraude. Daarbij zullen
wij met de betrokken partijen optrekken.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
E. Heinen, minister van Financiën -
Mede namens
F. van Oosten, minister van Justitie en Veiligheid
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.