Verslag (initiatief)wetsvoorstel (nader) : Verslag
36 797 Wijziging van de Luchtvaartwet BES in verband met de door ICAO vastgestelde eisen voor luchtvaartnavigatiedienstverlening
Nr. 5 VERSLAG
Vastgesteld 19 januari 2026
De vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat, belast met het voorbereidend
onderzoek van dit wetsvoorstel, heeft de eer verslag uit te brengen van haar bevindingen.
Het verslag behandelt alleen die onderdelen waarover door de genoemde fracties inbreng
is geleverd.
Onder het voorbehoud dat de regering de vragen en opmerkingen in dit verslag afdoende
zal beantwoorden, acht de commissie hiermee de openbare behandeling van het voorstel
van wet voldoende voorbereid.
Inhoudsopgave
blz.
Algemeen
1
Inleiding
2
Keuze sanctiestelsel
2
Administratieve lasten en nalevingskosten
2
Financiële gevolgen
3
Overgangsrecht en inwerkingtreding
3
Algemeen
De leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van het wetsvoorstel tot wijziging
van de Luchtvaartwet BES in verband met de door de ICAO vastgestelde eisen voor luchtvaartnavigatiedienstverlening
(hierna: het wetsvoorstel) en de daarbij behorende memorie van toelichting. Deze leden
hebben hierover de volgende vragen.
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben kennis genomen van het wetsvoorstel
en hebben geen inhoudelijke vragen bij het wetsvoorstel zelf. Deze leden hebben wel
vragen bij de uitvoering van toezicht en handhaving.
De leden van de BBB-fractie hebben met interesse kennisgenomen van het wetsvoorstel
en hebben nog enkele vragen.
Inleiding
De leden van de PVV-fractie merken op dat in de memorie van toelichting wordt erkend
dat de regelgeving sinds de staatkundige hervorming van 2010 niet structureel is aangepast
en inmiddels «sterk achterloopt bij de internationale eisen», waardoor Nederland niet
volledig aan zijn verdragsverplichtingen voldoet. Kan de regering toelichten waarom
het ruim veertien jaar heeft moeten duren, voordat dit noodzakelijke «groot onderhoud»
aan de regelgeving wordt uitgevoerd? Kan zij daarbij ook aangeven in hoeverre de luchtvaartveiligheid
in Caribisch Nederland gedurende deze periode door dit uitstel negatief is beïnvloed?
Keuze sanctiestelsel
De leden van de PVV-fractie lezen dat in het wetsvoorstel wordt voorzien in erkenning
van certificaten die zijn afgegeven door Curaçao (DC-ANSP) en Sint-Maarten (PJIAE),
terwijl tegelijkertijd wordt erkend dat de toezichtcapaciteit in deze landen relatief
beperkt is. Hoe kan de regering instaan voor een hoog niveau van luchtvaartveiligheid
boven de BES-eilanden als het primaire toezicht wordt uitgeoefend door autoriteiten
met beperkte capaciteit? Waarom is er niet voor gekozen om het toezicht volledig onder
te brengen bij de Nederlandse Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT)?
De leden van de PVV-fractie merken op dat het wetsvoorstel een bestuurlijke boete
introduceert van maximaal de zesde categorie, hetgeen neerkomt op € 480.513,60 (USD
560.000). Acht de regering een dergelijke boete proportioneel, gelet op de kleinschalige
economische context van Caribisch Nederland? Hoe voorkomt de regering dat de continuïteit
van essentiële luchtverbindingen tussen de eilanden in gevaar komt, als een dienstverlener
door een dergelijke sanctie in ernstige financiële problemen raakt?
Administratieve lasten en nalevingskosten
De leden van de PVV-fractie lezen in de memorie van toelichting dat luchtvaartnavigatiedienstverleners,
zoals DC-ANSP, een eenmalige investering van circa € 104.000 moeten doen aan externe
consultants om te kunnen voldoen aan de nieuwe certificeringseisen. Kan de regering
garanderen dat deze extra administratieve lasten en nalevingskosten op geen enkele
wijze zullen worden doorberekend in hogere tarieven voor luchtvaartnavigatiediensten
en derhalve niet zullen leiden tot duurdere vliegtickets voor burgers?
De leden van de BBB-fractie lezen dat de eenmalige investering voor luchtvaartnavigatiedienstverleners
om aan de certificeringseisen te voldoen naar schatting € 104.000 per organisatie
bedraagt, met jaarlijkse structurele kosten van circa € 10.500. Kan de regering toelichten
in hoeverre deze stijging van de nalevingskosten door de relatief kleinschalige dienstverleners
in het Caribisch gebied kan worden opgevangen zonder dat dit leidt tot hogere tarieven
voor het lokale luchtverkeer tussen de eilanden? Wordt er bij de vaststelling van
de vergoedingen, zoals bedoeld in het voorgestelde artikel 29a, rekening gehouden
met de economische kwetsbaarheid van de verbindingen tussen Bonaire, Sint-Eustatius
en Saba?
Financiële gevolgen
De leden van de PVV-fractie lezen dat de ILT voor de uitvoering van dit wetsvoorstel
een structurele uitbreiding van 0,5 fte en circa € 20.000 per jaar aan reis- en verblijfskosten
raamt.
Is de regering bereid om, in het kader van een sobere en doelmatige overheid, kritisch
te bezien of deze toezichtstaken efficiënter en vaker op afstand (digitaal) kunnen
worden uitgevoerd om de structurele lasten voor de Nederlandse schatkist te beperken?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen in de stukken bij de financiële gevolgen
van dit wetsvoorstel, dat het nodige toezicht op naleving wordt geraamd op 0,5 fte
voor de ILT plus reis- en verblijfkosten. Betekent dit dat er geen permanent toezicht
ter plaatse is, maar slechts toezicht op afstand (vanuit Nederland) met af en toe
een bezoek ter plaatse? Is dit voldoende? Hoe is dit nu geregeld en hoe verhoudt zich
die 0,5 fte, deels op afstand, tot het toezicht dat de ILT nu uitvoert bij andere
(kleine) luchthavens?
De leden van de BBB-fractie lezen dat de ILT slechts 0,5 fte extra capaciteit krijgt
voor de uitvoering van deze nieuwe taken. Is de regering ervan overtuigd dat deze
beperkte uitbreiding voldoende is voor adequaat toezicht op afstand, inclusief de
benodigde reis- en verblijfkosten? Daarnaast wordt vermeld dat afspraken over gezamenlijke
toezichtscapaciteit met Aruba, Curaçao en Sint-Maarten in een nog te sluiten overeenkomst
worden vastgelegd die buiten de reikwijdte van dit wetsvoorstel valt. Kan de regering
garanderen dat de handhaving effectief zal zijn, als deze internationale overeenkomst
niet gelijktijdig met het wetsvoorstel in werking treedt?
Overgangsrecht en inwerkingtreding
De leden van de BBB-fractie lezen dat is voorzien in een overgangstermijn van twee
jaar waarin bestaande dienstverleners zonder certificaat mogen opereren. Gezien het
feit dat de BES-eilanden voor hun luchtverkeersveiligheid volledig afhankelijk zijn
van externe partijen uit Curaçao en Sint-Maarten, vragen deze leden wat de gevolgen
zijn als een partij als DC-ANSP na twee jaar onverhoopt niet aan de eisen voldoet.
Welke contingency-plannen heeft de regering klaarliggen om de continuïteit van de
luchtvaartnavigatie en daarmee de bereikbaarheid van de eilanden te waarborgen als
een certificaat moet worden geschorst of geweigerd?
De voorzitter van de vaste commissie, Peter de Groot
De adjunct-griffier van de commissie, Benjamin Koerselman
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
P.C. (Peter) de Groot, voorzitter van de vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat -
Mede ondertekenaar
G.B. Koerselman, adjunct-griffier
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.