Inbreng verslag schriftelijk overleg : Inbreng verslag van een schriftelijk overleg over o.a. de Geannoteerde agenda van de informele JBZ-Raad van 22-23 januari 2026 (Kamerstuk 32317-989) (Asiel en Migratie)
2026D01934 INBRENG VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG
De vaste commissie voor Asiel en Migratie heeft een aantal vragen en opmerkingen voorgelegd
aan de Minister van Asiel en Migratie over de brief van 15 januari 2026 inzake de
Geannoteerde agenda van de informele JBZ-Raad, 22–23 januari 2026 (Kamerstuk 32 317, nr. 989) en over de brief van 3 december 2025 inzake Antwoorden op vragen commissie over
de o.a. de geannoteerde agenda van de formele JBZ-Raad, 8–9 december 2025 (Kamerstuk
32 317, nr. 978) (deel vreemdelingen- en asielbeleid) (Kamerstuk 32 317, nr. 983).
De voorzitter van de commissie,
Vijlbrief
De griffier van de commissie,
Burger
Inhoud
I
Vragen en opmerkingen uit de fracties
•
Inbreng van de leden van de PVV-fractie
•
Inbreng van de leden van de VVD-fractie
•
Inbreng van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
•
Inbreng van de leden van de CDA-fractie
•
Inbreng van de leden van de JA21-fractie
•
Inbreng van de leden van de BBB-fractie
II
Reactie van de Minister van Asiel en Migratie
I Vragen en opmerkingen uit de fracties
Inbreng van de leden van de PVV-fractie
De leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda inzake
de JBZ-raad van 22 en 23 januari 2026 en de brief over de Raad van 8–9 december 2025.
Deze leden hebben vragen over de geagendeerde stukken.
De Minister heeft met veel bombarie in de media laten weten dat hij een deal met Griekenland
heeft gesloten over het overnemen van Dublinclaimanten, terwijl op grond van de huidige
Dublin-verordening Griekenland al verplicht is als eerste land van inreis het asielverzoek
te behandelen. De leden van de PVV-fractie vragen hoeveel Dublinclaimanten Nederland
afgelopen vijftien jaar heeft opgenomen, terwijl deze verzoeken behandeld hadden moeten
worden door Griekenland. Kan de Minister een schatting geven hoeveel dit Nederland
gekost heeft? Wat zal de Nederlandse financiële bijdrage worden aan het solidariteitsmechanisme
en voor welke periode zal de korting gelden?
De leden van de PVV-fractie lezen dat de deal met de Grieken voor het ingaan al geflopt
is. Als de instroom toe zal nemen, zal deze deal meteen van tafel gaan volgens de
Griekse Asielminister. Heeft de Minister deze voorwaarde besproken gedurende het bezoek?
Zo ja, is hij zich ervan bewust dat bij het minste of geringste wij weer terugvallen
in de huidige situatie?
Daarnaast lezen de leden van de PVV-fractie dat Nederland een Griekse shelter financiert
voor statushouders. Hoeveel bedragen deze kosten, waarom draagt Nederland hieraan
bij en wat krijgt Nederland hiervoor terug?
De leden van de PVV-fractie vragen de Minister waarom de Minister nog niet begonnen
is met het prioriteren van de herbeoordeling van de Syriërs met een tijdelijke verblijfsvergunning,
aangezien deze groep anders voor altijd mag blijven. Kan de Minister daarbij aangeven
hoeveel van de bijna 69.000 Syriërs met een tijdelijke verblijfsvergunning in het
eerste kwartaal omgezet zullen worden in onbepaalde tijd? Ook hebben deze leden vernomen
dat Duitsland al meerdere malen Syriërs gedwongen heeft uitgezet. Waarom loopt Nederland
wederom achter op het daadwerkelijk uitvoeren van gedwongen uitzettingen van Syriërs?
De leden van de PVV-fractie vragen of de Minister kan bevestigen dat het aantal asielaanvragen
in Duitsland in 2025 met de helft is gedaald. Is de Minister het ermee eens dat dit
gevolg is van de aanscherping van de grenscontroles? Zo ja, waarom worden het aantal
Nederlandse controles afgeschaald in plaats van dat wij onze grenzen sluiten?
Inbreng van de leden van de VVD-fractie
De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda inzake
de JBZ-raad van 22 en 23 januari 2026 en de brief over de Raad van 8–9 december 2025.
Deze leden hebben vragen over de geagendeerde stukken.
De leden van de VVD-fractie verwelkomen dat duurzame terugkeer en re-integratie een
centraal onderwerp vormen tijdens deze informele Raad. Deze leden onderstrepen dat
het Europese asielstelsel alleen houdbaar is wanneer terugkeer van afgewezen asielzoekers
daadwerkelijk plaatsvindt. Deze leden vragen zich hierbij af wat de inzet van de Minister
is op het gebied van re-integratie. Maakt Nederland met landen waar afspraken bestaan
over terugkeer ook afspraken op het gebied van re-integratie en draagt Nederland hier
financieel aan bij? Begint het re-integratieproces pas in het land waarnaar wordt
teruggekeerd of begint het re-integratieproces al in Nederland?
De leden van de VVD-fractie hebben met positieve interesse gelezen over het politieke
akkoord op 18 december 2025 over onder andere de introductie van een Europese lijst
van veilige herkomstlanden. Deze leden vragen zich hierbij af of het voor Nederland
ook weer mogelijk wordt om een nationale lijst te hanteren die verder gaat dan de
Europese lijst. Indien dit mogelijk is, acht de Minister het dan opportuun om zo’n
nationale lijst opnieuw in te voeren en om hierbij gebruik te maken van de mogelijkheid
om ook delen van landen veilig te verklaren?
De leden van de VVD-fractie onderschrijven de doelstellingen van een voorstel voor
een nieuw terugkeerverordening en zijn verheugd met de urgentie die de Minister op
dit onderwerp laat zien. Wel constateren deze leden dat in het Europees Parlement
inmiddels ruim 2400 amendementen zijn ingediend. In hoeverre acht de Minister het
nog realistisch om de terugkeerverordening tegelijk met de overige wetsonderdelen
van het Europese Asiel- en Migratiepact in te laten gaan?
Voorts vragen de leden van de VVD-fractie hoe de Minister aankijkt tegen de terughoudendheid
binnen de Raad ten aanzien van verplichte wederzijdse erkenning van terugkeerbesluiten.
Deelt de Minister de opvatting van de VVD-fractie dat vrijwillige erkenning onvoldoende
zal zijn om terugkeer daadwerkelijk te versnellen? In hoeverre heeft de Minister contact
met ambtsgenoten van andere Europese lidstaten en zijn er andere lidstaten die eenzelfde
opvatting hebben over het erkennen en uitvoeren van terugkeerbesluiten?
Inbreng van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda
inzake de JBZ-raad van 22 en 23 januari 2026. Deze leden hebben vragen over de geannoteerde
agenda.
Solidariteitspool
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie constateren dat op dit moment het solidariteitsmechanisme
onvoldoende functioneert. Klopt het dat op dit moment 8.921 van de 21.000 opvangplekken
zijn gerealiseerd? Kan de Minister aangeven wat de gevolgen zijn als de afgesproken
21.000 plekken niet worden gerealiseerd? Wat is het gevolg hiervan voor Nederland
specifiek?
Klopt het dat de gezamenlijke contributie aan het solidariteitsfonds op dit moment
iets meer dan 116 miljoen euro is en dus ook achterblijft op de afgesproken 420 miljoen
euro? Kan de Minister aangeven wat de gevolgen zijn als er niet wordt voldaan aan
het afgesproken bedrag voor het solidariteitsfonds? Wat voor gevolgen heeft dit voor
Nederland specifiek? Heeft Nederland al voldaan aan de 21, 9 miljoen euro bijdrage,
zoals berekend door de Europese Commissie? Zo nee, op welk termijn is het kabinet
van plan dit te doen?
Wat is de reactie van de Minister op het besluit van Hongarije en Slowakije om geen
bijdrage te leveren aan de solidariteitspool? Erkent het kabinet dat dit zeer onwenselijk
is voor de werking van de pool? Zo ja, op welke wijze en op welk termijn kunnen deze
landen gedwongen worden om dat alsnog te doen? Wat zijn de gevolgen en sancties voor
het niet bijdragen aan de solidariteitspool zonder een uitzonderingspositie en zullen
deze sancties worden ingezet?
Afghanistan
Het kabinet gelooft dat het bevorderen van terugkeer naar Afghanistan gebaat is bij
een gezamenlijke en gecoördineerde aanpak in Europees verband. Toch moeten de leden
van de GroenLinks-PvdA-fractie constateren dat Nederland, nog los van het feit dat
het Taliban-regime op geen enkele wijze voldoet aan mensenrechtennormen en er sprake
is van grove schendingen van vrouwenrechten, al heeft besloten enkele vrouwen terug
te sturen naar Afghanistan. Hoe rijmt dit volgens de Minister met elkaar? Welke andere
landen zijn, naast Duitsland en Nederland, ook overgegaan tot het terugsturen van
niet alleen mensen die een gevaar vormen voor de openbare orde en veiligheid, maar
ook het terugsturen van kwetsbare groepen, zoals vrouwen? Erkent de Minister dat specifiek
vrouwenrechten onder de Taliban sterk zijn ingeperkt, dat vrouwen geen onderwijs kunnen
genieten, bijna niet meer mogen werken en de zeer beperkende kledingvoorschriften
streng worden gehandhaafd?
Daarnaast lezen de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie dat de inzet voornamelijk
gericht is op vrijwillige terugkeer. Deze leden zijn zeer benieuwd naar welke groepen
ervoor zouden kiezen om eerst hierheen te vluchten en nu de Taliban volledig aan de
macht is, weer terug te keren naar Afghanistan. Kan de Minister nader toelichten hoe
dit eruit ziet en om welke (groepen) mensen dit gaat? Gaat het hier ook om vrouwen?
Memorandum of Understanding tussen de EU en India
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen in de brief over de geannoteerde agenda
dat Nederland in Beneluxverband werkt aan afspraken met India over terugkeer en migratie
vanuit India. Kan de Minister deze afspraken nader toelichten? Wanneer verwacht de
Minister concrete afspraken hierover te hebben gemaakt en om welke aantallen zou dit
gaan?
Syrië
Klopt het dat sinds mei vorig jaar Frontex bezig is met het opzetten van een vrijwillig
terugkeerprogramma ten aanzien van Syrische vluchtelingen, waar inmiddels meer dan
14 EU-landen gebruik van hebben gemaakt? Zo ja, kan de Minister aangeven welke landen
dit zijn? Kan de Minister aangeven hoe dit programma eruit ziet en welke positieve
maatregelen hierbij worden ingezet? Is Nederland van plan om gebruik te maken van
dit programma?
Klopt het dat een aanvraag voor de verhoogde terugkeerondersteuning mogelijk was tot
1 januari 2026? Is de Minister voornemens dit te verlengen? Zo nee, waarom niet?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vinden het goed dat het kabinet stelt gastlanden
in de regio te blijven ondersteunen in hun inspanningen om vluchtelingen op te vangen
en te beschermen zolang zij nog niet kunnen terugkeren naar Syrië. Erkent het kabinet
dat deze verantwoordelijkheid ook geldt voor andere gastlanden die op dit moment ook
Syrische vluchtelingen opvangen en beschermen, zoals Nederland dat nu ook doet? Zo
ja, kan het kabinet toelichten waarom Nederland wel heeft gekozen tot een aanscherping
van het landenbeleid, terwijl in de geannoteerde agenda staat dat Nederland gastlanden
wil blijven ondersteunen om vluchtelingen uit Syrië op te vangen zolang het niet veilig
genoeg is om terug te keren?
Griekenland
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben recent kennisgenomen van het kabinetsbesluit
om asielzoekers weer terug te sturen naar Griekenland.1 Kan de Minister nader toelichten hoe de omstandigheden, volgens de Minister, zijn
verbeterd? Kan de Minister concreet aangeven welke projecten en welke middelen hiervoor
zijn vrijgemaakt? Deze leden wijzen hierbij op het verslag van het feitenonderzoek
naar statushouders in Griekenland van iets meer dan een jaar geleden.2 Het onderzoek stelt onder meer dat er nog veel obstakels zijn voor toegang tot documenten,
sociale voorzieningen, werk en huisvesting. Kan de Minister aangeven op welke punten
sinds de opstelling van het feitenonderzoek in september 2024 forse verbeteringen
zijn geweest? Op welke punten hebben Nederlandse investeringen bijgedragen aan een
verbetering? Kan de Minister hiervan concrete voorbeelden geven?
Kan de Minister reageren op de bevindingen van het rapport van hulporganisatie Refugee
Support Aegean?3 Het rapport stelt onder andere dat in veel kampen sprake is van gebrekkig onderhoud,
slechte woonomstandigheden en slechte sanitaire voorzieningen. Het rapport stelt tevens
dat grote groepen kampbewoners weinig tot geen financiële ondersteuning ontvangen
wat hun mogelijkheden om basisbehoeften te betalen ernstig beperkt. Ook de toegang
tot adequate gezondheidszorg en bescherming is ernstig tekortgeschoten in veel kampen,
wat de fysieke en mentale gezondheid van bewoners onder druk zet. Bovendien is er
weinig tot geen gerichte ondersteuning om erkende vluchtelingen te helpen integreren
in de samenleving, zoals hulp bij taal, werk, huisvesting buiten de kampen of participatie
in lokale gemeenschappen. Op welke vlakken ziet de Minister substantiële verbeteringen
en hoe kan de Minister dit concreet bewijzen? Kan de Minister per knelpunt aangeven
wat de stand van zaken is? Hoe is de situatie, per knelpunt, verbeterd sinds eind
2024?
Kan de Minister aangeven op basis van welke bronnen de conclusie is getrokken dat
asielzoekers weer overgedragen kunnen worden aan Griekenland? Kan de Minister de onderliggende
ambtelijke en juridische adviezen die tot dit besluit hebben geleid met de Kamer delen?
Zo nee, waarom niet? Welke andere EU-landen hebben besloten om asielzoekers weer terug
te sturen naar Griekenland?
Inbreng van de leden van de CDA-fractie
De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda van de
Raad Justitie en Binnenlandse Zaken van 22 en 23 januari. Deze leden maken graag van
de gelegenheid gebruik om enkele vragen te stellen aan de Minister hierover.
Werksessie I – Duurzame benaderingen van terugkeer en herintegratie
De leden van de CDA-fractie lezen dat tijdens deze werksessie zal worden gesproken
over duurzame benaderingen van terugkeer en herintegratie van vertrekplichtige vreemdelingen.
Deze leden vragen het kabinet welke concrete inzet het voor ogen heeft tijdens deze
strategische discussie. Daarnaast vragen deze leden het kabinet hoe de recente algemene
oriëntatie op de Terugkeerverordening zich verhoudt tot deze discussie. Ook vragen
deze leden hoe het kabinet aankijkt tegen de effectiviteit van verschillende vormen
van herintegratieondersteuning.
Werklunch – Terugkeer naar Syrië en Afghanistan
De leden van de CDA-fractie nemen kennis van het voornemen om tijdens de werklunch
te spreken over het bevorderen van terugkeer naar Syrië en Afghanistan. Deze leden
vragen het kabinet welke concrete stappen het kabinet van de Europese Commissie verwacht
bij het ontwikkelen van een meer gecoördineerde EU-aanpak ten aanzien van de terugkeer
van Syriërs en binnen welk tijdpad het dergelijke voorstellen verwacht. Ook vragen
deze leden hoe het kabinet verwacht dat de Europese Commissie borgt de omstandigheden
voor terugkeerders in Syrië te verbeteren.
Ten aanzien van Afghanistan vragen de leden van de CDA-fractie hoe het kabinet de
spanning beoordeelt tussen het niet erkennen van het Taliban-regime en de noodzaak
om terugkeer te bevorderen. Welke praktische mogelijkheden ziet het kabinet om toch
vooruitgang te boeken bij het organiseren van terugkeer waarbij wordt gewaakt dat
de minimale contacten met het Taliban-regime niet uitgebreid worden? Daarnaast vragen
deze leden hoe het kabinet waarborgt dat gezamenlijke inzet van EU-landen gaat leiden
tot hogere terugkeercijfers.
Werksessie II – Versterken van het Schengengebied: interne veiligheidsmaatregelen
om secundaire migratie binnen Schengen te voorkomen
De leden van de CDA-fractie lezen dat het Voorzitterschap een brede discussie wil
voeren over maatregelen tegen secundaire migratie en ter versterking van de interne
veiligheid binnen Schengen. Deze leden vragen welke specifieke aandachtspunten Nederland
ziet bij andere lidstaten op het gebied van buitengrensbeheer en secundaire migratie,
en op welke manier deze verbeterd kunnen worden.
Tot slot vragen de leden van de CDA-fractie welke concrete stappen het kabinet zet
om de informatie-uitwisseling en samenwerking tussen lidstaten te verbeteren. Kan
de Minister aangeven waar de Minister verdere versterking noodzakelijk acht?
Inbreng van de leden van de JA21-fractie
De leden van de JA21-fractie hebben met bijzondere belangstelling kennisgenomen van
de geagendeerde JBZ Raad en de daarbij behorende documentatie en wensen in dat licht
enkele vragen en kanttekeningen naar voren te brengen.
De leden van de JA21-fractie hebben de Minister-President een notitie aangeboden met
een voorstel voor een nieuw interpretatieprotocol bij het Europees Verdrag voor de
Rechten van de Mens (EVRM). Het kabinet verwijst in de beantwoording op onze vorige
vragen hierover naar een brede verkenning in het kader van de motie Van Zanten/Boomsma.4 Wanneer komt het kabinet met deze verkenning? Kan het kabinet apart ingaan op de
afzonderlijke voorstellen van deze notitie?
Nederland vormde een kopgroep met gelijkgezinde lidstaten, met onder andere Denemarken
en Italië, om te komen tot «innovatieve oplossingen» en verdere aanscherping van het
migratiebeleid. Welke status heeft deze kopgroep nu? Is deze uitgebreid met andere
landen? Vindt hiermee nog apart overleg plaats? Hoe verhoudt deze kopgroep zich nu
tot de groep van negen landen die een gezamenlijke brief stuurden over de interpretatie
van het EVRM?
Op 10 december vond een ministeriële conferentie plaats bij de Raad van Europa in
Straatsburg. Wat was de inzet van Nederland op die bijeenkomst? Graag een toelichting
op de Nederlandse inbreng en inzet, het verloop van die bijeenkomst, en de uitkomsten
ervan.
In hoeverre heeft Nederland zich daar achter de voorstellen geschaard van leden van
de JA21-fractie voor een nieuw interpretatie-protocol bij het EVRM? Steunt het kabinet
de inzet om de politieke ruimte voor het kabinet om beleid te maken te verruimen,
en zo ja, hoe?
Over een paar maanden vindt dus de volgende bijeenkomst plaats in Moldavië waarbij
het streven is om tot een politieke verklaring te komen over de interpretatie van
het EVRM. Welke overleggen vinden op dit moment plaats ter voorbereiding van deze
verklaring en de inhoud ervan? Wat is de inzet van het kabinet daarbij? Graag een
toelichting. Is het kabinet bereid om een toelichting te geven op de specifieke inhoudelijke
inzet van deze onderhandelingen en de motivatie daarachter?
In het verslag van de JBZ-raad in december stelt het kabinet dat de inzet van het
kabinet is dat deze de status krijgt van een interpretatieve verklaring.5 Kan het kabinet dat toelichten? Wanneer is formeel sprake van een «interpretatieve
verklaring» en welke procedure geldt voor het bepalen of daar sprake van is? Moet
deze dan worden onderschreven door twee derde van de leden van de Raad?
In dit verslag staat tevens: «In de conclusies is ook opdracht gegeven aan de Secretaris-Generaal
om internationaal een dialoog te voeren over migratie. Nederland zet erop in dat deze
dialoog ertoe zal leiden dat jurisprudentie, bijvoorbeeld van het EU Hof van Justitie,
meer in lijn wordt gebracht met uitspraken van het Europees Hof voor de Rechten van
de Mens.» Kan het kabinet dit toelichten? Welke specifieke jurisprudentie moet «meer
in lijn» worden gebracht met de uitspraken van het Europese Hof? Graag een aantal
voorbeelden over de belangrijkste uitspraken waar op wordt gedoeld. Hoe verhoudt dat
zich tot de inzet om juist een nieuw interpretatieprotocol op te stellen voor het
EVRM?
De gezamenlijke verklaring van de Ministers over de bijeenkomst op 10 december – «Joint
follow-up letter from the undersigned Ministers on the operationalisation of new and
innovative solutions to counter and prevent irregular migration to Europe» – is erg
abstract geformuleerd.6 Er staat onder andere: «The EU and its Member States, together with key partner countries,
need to continue enhancing the comprehensive partnership approach, of which migration
management is a fundamental part, and expand it with new and innovative solutions.
This will require us to further develop innovative solutions, creating necessary conditions
within the EU legal framework and policies to ensure that these partnerships are practical
and sustainable.» Welke innovatieve oplossingen betreft het dan? In de verklaring
wordt verwezen naar het belang om «in the earliest possible stages» te proberen om
«prospective partner countries» te betrekken. Welke stappen worden hiertoe door het
kabinet gezet? In hoeverre wordt daarmee samengewerkt met andere lidstaten en met
welke?
De gezamenlijke verklaring van 27-lidstaten «Joint Statement delivered to the Conference
of Ministers of Justice of the Council of Europe» stelt dat als het huidige asielsysteem
landen onvoldoende ruimte biedt om op te treden tegen migratie en misbruik van het
asielstelsel, en nu geen stappen worden gezet om die problemen te kunnen aanpakken,
dit juist de rechten en vrijheden die het mensenrechtenverdrag zegt te beschermen
zal ondermijnen.7 Amen, zo zeggen de leden van de JA21-fractie. Wil het kabinet dit inzicht blijven
uitdragen in de komende besprekingen?
Bovenstaande verklaring werd getekend door 27 landen, waaronder het Verenigd Koninkrijk,
maar niet door Frankrijk of Duitsland. Waarom tekenden deze landen niet mee? Is het
kabinet bereid om met deze twee belangrijke lidstaten in overleg te treden om hen
te bewegen tot steun voor deze voorstellen en met het oog op breder draagvlak voor
de geplande verklaring van Chișinău?
De leden van de JA21-fractie lezen in deze stukken een bevestiging dat de huidige
EVRM-jurisprudentie een belemmering kan vormen voor de effectieve implementatie van
onderdelen van het nieuwe migratiepact, zoals terugkeer en detentie. Kan het kabinet
dat bevestigen? Erkent het kabinet dat zonder een nieuwe interpretatieve verklaring
de nieuwe EU-instrumenten (Terugkeerverordening, veilige derde landen, hubs) tegen
te veel praktische en juridische belemmeringen op zullen lopen?
De leden van de JA21-fractie hebben eerder gevraagd naar een fundamentele herziening
van het asielstelsel, waarbij opvang en procedure worden geëxternaliseerd en het perverse
stelsel dat illegale inreis loont en beloont, wordt weggenomen. Het kabinet verwijst
naar een lopend onderzoek bij Clingendael over externalisering dat begin 2026 klaar
zou zijn.8 Kan het kabinet toezeggen om op zo kort mogelijke termijn en in ieder geval binnen
één maand na ontvangst een kabinetslijn met concrete voorstellen en scenario’s naar
de Kamer te sturen?
Deelt het kabinet de visie dat een stelsel waarin asielverzoeken in beginsel uitsluitend
buiten EU-grondgebied kunnen worden ingediend en illegale inreis leidt tot uitsluiting
van toegang tot de asielprocedure in de lidstaat van binnenkomst, uiteindelijk het
meest effectief is om mensensmokkel tegen te gaan? Zo nee, waarom niet?
Bij de schriftelijke inbreng bij de vorige JBZ-raad hebben de leden van de JA21-fractie
gevraagd naar de notitie van de voormalig Commissaris-generaal voor de Vluchtelingen
Bossuyt getiteld «How to meet the concern expressed by Nine EU Leaders» die op verzoek
van de Belgische premier is opgesteld. Het kabinet gaf aan kennis te hebben genomen
van deze notitie en te werken aan bredere verkenning naar de modernisering van verdragen
naar aanleiding van de motie van de leden Van Zanten en Boomsma.9 Veel van de 28 voorstellen in die notitie betreft echter geen herziening van verdragen
maar van EU-wetgeving. Kan het kabinet ingaan op deze afzonderlijke voorstellen? Heeft
het Belgische kabinet inmiddels gereageerd op deze voorstellen?
In het licht van de lopende onderhandelingen over veilige derde landen en de EU-lijst
van veilige landen van herkomst stelt het kabinet dat de nieuwe regels «een belangrijke
aanvulling» op het pact vormen en meer ruimte bieden voor versnelde of externe procedures.
Kan het kabinet concreet aangeven hoeveel zaken per jaar het denkt te kunnen afdoen
met het veilig derde land concept en externe procedures, en hoe dit zich verhoudt
tot de totale instroom? Klopt het dat een herkomstland nu ook gedeeltelijk veilig
kan worden verklaard, als onderdeel van de wetgeving over veilige herkomstlanden?
De leden van de JA21-fractie hebben eerder hun steun uitgesproken voor het gebruik
van veilige derde landen en de toepassing van het veilig derde land concept, maar
met de nadrukkelijke wens het bandencriterium te schrappen. Het kabinet erkent dat
schrappen niet haalbaar bleek en dat nu een compromis geldt waarin óók doorreis of
een overeenkomst met het derde land voldoende kan zijn. Kan het kabinet een inschatting
geven hoeveel asielzoekers kunnen worden verwezen naar deze derde landen?
Welke stappen onderneemt het kabinet op dit moment om afspraken te maken met veilige
derde landen om terugkeer en opvang daar mogelijk te maken? Graag een toelichting.
In welk stadium bevinden deze voorbereidingen zich? Is het kabinet bereid om zo snel
mogelijk alle benodigde stappen te zetten hiertoe? Kan het kabinet aangeven welke
derde landen hiervoor in aanmerking komen?
Lidstaten wordt gevraagd door de voorzitter te reflecteren op terugkeer naar Syrië.
Is het kabinet bereid om nadrukkelijk het belang naar voren te brengen dat zo snel
mogelijk wordt begonnen met het herbeoordelen van tijdelijke asielstatussen en daarvoor
de samenwerking te zoeken met andere landen? Welke andere landen gaan over tot herbeoordeling
van reeds verleende asielstatussen of overwegen dat te doen? Kan het kabinet daarin
samenwerken in een «kopgroep» van gelijkgestemde lidstaten?
Het kabinet zegt in te zetten op een gecoördineerde EU-aanpak in samenwerking met
Syrië en andere landen in de regio. Welke aspecten zou een dergelijke aanpak volgens
het kabinet moeten bevatten? Is het kabinet het eens met de leden van de JA21-fractie
dat dit wel zo snel mogelijk gestalte moet krijgen?
De EU heeft onlangs 620 miljoen toegezegd voor de re-integratie van Syrische terugkeerders.
Hoe wordt dat geld besteed? Op welke manier wordt het daarmee makkelijker gemaakt
om statussen te herbeoordelen? Het kabinet stelt dat een nieuw ambtsbericht begin
2026 nodig is voor herbeoordeling van statushouders uit Syrië. Wanneer wil het kabinet
beginnen met het herbeoordelen? Graag een overzicht van de tijdlijn die het kabinet
beoogt.
Hoeveel capaciteit bij de IND wordt gereserveerd voor het herbeoordelen van deze statussen?
En hoe verhoudt dat zich tot de andere uitdagingen voor de IND zoals het wegwerken
van achterstanden? Overweegt het kabinet om een speciaal team in te richten voor het
herbeoordelen van deze statussen? Welke ruimte en mogelijkheden ziet het kabinet om
hiervoor aanvullende mensen aan te nemen? Graag een toelichting.
De leden van de JA21-fractie constateren dat Zweden afspraken met Syrië voorbereidt
om veroordeelde criminele Syriërs terug te sturen, terwijl Nederland zich vooralsnog
richt op «vrijwillige terugkeer». Welke afspraken maakt de Zweedse regering en kan
Nederland hier aspecten van overnemen dan wel zich daarbij aansluiten?
Het kabinet meldt dat Nederland en Oeganda een Letter of Intent hebben getekend voor
een kleinschalige pilot van een transithub voor vertrekplichtige vreemdelingen uit
de regio, maar beroept zich op diplomatieke vertrouwelijkheid en herhaalt slechts
dat alles «in lijn met nationaal, Europees en internationaal recht» moet zijn. Kan
het kabinet wat preciezer aangeven wie tot de beoogde doelgroep behoren en op grond
van welke indicatoren het project wordt beoordeeld?
Inmiddels is overeenstemming bereikt ten aanzien van de solidariteitspool in het kader
van het Asiel en Migratiepact. Op grond daarvan moeten 21.000 asielzoekers worden
doorgeplaatst, maar er zijn nu minder dan 9.000 plekken toegezegd, ook omdat onder
andere Nederland (terecht) kiest voor financiële compensatie. Accepteren landen als
Griekenland en Italië nu dat als gevolg van deze afspraken zij veel grotere aantallen
asielzoekers zullen moeten opvangen? Hoe groot acht het kabinet de kans dat dit secundaire
migratie naar Nederland daadwerkelijk significant gaat beperken?
Onlangs werd bericht dat Nederland na vijftien jaar doorreizende asielzoekers kan
terugsturen naar Griekenland. Dat is een zeer goede ontwikkeling. In hoeverre is dit
juridisch getoetst en berust deze aankondiging op concrete verbeteringen in Griekenland?
Het kabinet wijst erop dat lidstaten die de regels van het Dublin systeem blijven
schenden door de Commissie kunnen worden aangemerkt als lidstaten met systemische
tekortkomingen waardoor bijdragende lidstaten niet langer verplicht zijn solidariteit
te leveren. Is het kabinet bereid om, als ondanks deals met Italië en Griekenland
de feitelijke overdrachten vanuit Nederland achterblijven, actief in de JBZ Raad en
richting de Commissie aan te sturen op zo’n constatering van systemische tekortkomingen
en om in dat geval de Nederlandse solidariteitsbijdrage richting deze landen op te
schorten?
Kan het kabinet aangeven hoeveel personen Nederland in 2026 en 2027 concreet beoogt
over te dragen op basis van Dublin?
Klopt het dat Nederland de verantwoordelijkheid neemt voor eerdere asielzoekers uit
Griekenland die niet konden worden teruggestuurd? Om hoeveel mensen gaat dit over
de afgelopen tien jaar, per jaar? En om hoeveel mensen gaat het bij Italië? Kunnen
deze oude Dublincasussen met Griekenland worden gebruikt om nieuwe verplichtingen
in het kader van de solidariteitsbijdrage weg te strepen?
Hoeveel geld draagt Nederland bij aan (projecten rond) de opvang in Griekenland?
Worden alleenstaande mannelijke asielzoekers op dit moment teruggestuurd naar België?
Hoe staat het met de gesprekken met de Belgische regering hierover, mede naar aanleiding
van de uitspraak van de Raad van State dat daarbij sprake zou zijn van schending van
artikel 3 EVRM? Hoeveel mannelijke asielzoekers zijn er uit België die niet konden
worden teruggestuurd en wat is daarmee gebeurd?
Vindt het kabinet dat het bestaan van een nieuwe afspraak met Griekenland niet automatisch
betekent dat eerder gesignaleerde systemische tekortkomingen zijn opgelost? Welke
objectieve criteria hanteert het kabinet om te toetsen of de feitelijke opvang en
procedurele omstandigheden in Griekenland thans toereikend zijn, en welke stopknoppen
gelden als dat niet het geval blijkt te zijn en dreigt dat de afspraak in het geding
komt bij de rechter(s)?
In de stukken erkent het kabinet dat terugkeer naar Afghanistan complex is door het
gebrek aan erkende autoriteiten en de minimale operationele contacten met de Taliban
en dat zelfs vrijwillige terugkeer slechts beperkt ondersteund kan worden. Tegelijk
verzoekt Nederland samen met 19 andere lidstaten de Commissie om een gezamenlijke
EU-aanpak. Wat is de concrete inzet van Nederland in die oproep? Wordt daarin expliciet
gevraagd om een minimale, strikt operationele relatie (via derde landen) gericht op
identificatie, reisdocumenten en terugkeer? Welke categorieën Afghanen (bijvoorbeeld
veroordeelde criminelen) krijgen daarin prioriteit, en welke tijdslijn wordt daarbij
beoogd?
Inbreng van de leden van de BBB-fractie
De leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de agenda voor de informele JBZ-Raad
te Cyprus. Hier zijn nog een aantal vragen over.
De leden van de BBB-fractie hebben van begin af aan al grote zorgen over het migratiepact
en een eenduidige en gelijke invoering hiervan. Hoewel het pact uitgaat van jaarlijks
minimaal 30.000 relocaties of 600 miljoen euro, is daar nu maar een fractie van overgebleven.
Slechts 8.921 opvangplekken zijn toegezegd door lidstaten en ook financieel wordt
maar een kwart van het afgesproken bedrag geleverd. Meerdere lidstaten hebben bovendien
forse kortingen bedongen omdat zij zelf een «significante migratiesituatie» zouden
hebben. Nederland krijgt geen enkele korting en draagt het volledige aandeel af. Waarom
doet Nederland dit, vragen de leden van de fractie zich af. Deelt de Minister de mening
dat Nederland ook een «significantie migratiesituatie» heeft en dat wij daarom ook
die korting zouden moeten krijgen?
Tegelijkertijd weigeren Hongarije en Slowakije helemaal om mee te doen, zonder dat
de Raad daaraan consequenties verbindt. Tot extra zorgen leidt het feit dat Duitsland
en Frankrijk van plan lijken de toegezegde opvangplekken grotendeels niet met nieuwe
relocaties in te vullen, maar via Dublin compensaties. Daarmee wordt geen enkele daadwerkelijke
plek gecreëerd. Spanje heeft in een stemverklaring aangegeven dat dit in strijd is
met de bedoeling van het pact en dat dit de solidariteit binnen de EU uitholt. De
leden van de BBB-fractie willen graag duidelijkheid over de vraag of dergelijke Dublin
compensaties inderdaad door grote lidstaten worden ingezet en, zo ja, hoeveel feitelijke
relocaties er dan nog overblijven. Ook willen deze leden weten hoe groot het risico
is dat dit gedrag een precedent schept voor volgende jaren, want op deze manier wordt
het hele pact lam gelegd.
Ook de discussie over terugkeer naar Afghanistan en Syrië vraagt om helderheid. De
leden van de BBB-fractie staan er al langer op dat afgewezen asielzoekers, zeker degenen
die een gevaar vormen, daadwerkelijk moeten worden uitgezet. Nu blijkt dat Duitsland
via Qatar al meer dan honderd Afghanen heeft uitgezet met een strafrechtelijk verleden
en dat de Europese Commissie gesprekken voert met de Taliban. Kan de Minister duidelijk
aangeven hoe Nederland hierin zit en hoe deze gesprekken verlopen? Kan de Minister
ook toelichten of Nederland Afghanen met een strafrechtelijk verleden terug kan/gaat
sturen?
Voor Syrië geldt dat de situatie in het land zich op sommige plekken stabiliseert
en dat vele Syriërs inmiddels vrijwillig zijn teruggekeerd. Verschillende EU-landen
scherpen hun beoordeling daarom aan. De leden van de BBB-fractie horen graag welke
andere lidstaten, net als Nederland, hun beleid hebben aangescherpt en op welke manier.
Ook hoort de fractie graag hoe Nederland gebruikmaakt van het Frontex programma voor
vrijwillige terugkeer.
II Reactie van de Minister van Asiel en Migratie
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
J.A. Vijlbrief, voorzitter van de vaste commissie voor Asiel en Migratie -
Mede ondertekenaar
M.C. Burger, griffier
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.