Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Peter de Groot en Rajkowski over het bericht 'Zesduizend handtekeningen tegen hospiteerbeleid. Mensen willen gewoon heel graag zelf kiezen'
Vragen van de leden Peter de Groot en Rajkowski (beiden VVD) aan de Ministers van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening en van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over het bericht «Zesduizend handtekeningen tegen hospiteerbeleid. Mensen willen gewoon heel graag zelf kiezen» (ingezonden 11 december 2025).
Antwoord van Minister Keijzer (Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening), mede namens
de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (ontvangen 19 januari 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met de berichten dat DUWO het bestaande hospiteerbeleid ingrijpend wil
wijzigen, waardoor het zelf kiezen van een nieuwe huisgenoot, zogenaamde vrije hospitatie,
in veel studentenhuizen lijkt te verdwijnen?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Bent u bekend met de onrust die dit nieuws heeft veroorzaakt in de studentengemeenschap?
Hoe beoordeelt u die onrust?
Antwoord 2
Ja. Op dit nieuws wordt zowel positief als negatief gereageerd. Een deel van de onrust
volgt uit belangen van zittende huurders. Een ander deel van de onrust is gebaseerd
op het beeld dat het hospiteren zou worden afgeschaft. Steun is er vanuit de hoek
van groepen die minder kansen hebben door gebrek aan informatie, onvoldoende kennis
van de markt of het ontbreken van een netwerk.
Vraag 3
Heeft u kennisgenomen van een petitie die inmiddels meer dan 6.000 handtekeningen heeft verzameld, waarin studenten aangeven dat zij hechten aan de vrijheid
om hun huisgenoten zelf te kiezen, juist voor hun veiligheid en woongenot? Herkent
u de zorgen hierover?
Antwoord 3
Ja. De petitie is aangeboden aan DUWO. De Ministeries van VRO en OCW zijn geen partij
in deze wijziging. De beleidskeuzes zijn aan DUWO.
Vraag 4
Deelt u de opvatting dat hospiteren in studentenhuizen meer is dan een studentikoze
traditie, maar een systeem dat aantoonbaar bijdraagt aan de sociale cohesie tussen
studenten en aan de studentencultuur in Nederland? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 4
Ik ben voorstander van het realiseren van meer studentenwoningen met gedeelde voorzieningen.
In de afgelopen periode is het Woningwaarderingsstelsel voor onzelfstandige woningen
(WWS onzelfstandig) aangepast, waardoor de businesscase voor het bouwen van nieuwe
kamers beter is geworden. Daarnaast kennen we de regeling Regeling huisvesting aandachtsgroepen,
met objectsubsidies voor de bouw van studentenwoningen, waarbij projecten die inzetten
op kamers met gedeelde voorzieningen voorrang krijgen. De mogelijkheid van huurtoeslag
voor kamers met gedeelde voorzieningen wordt momenteel onderzocht. Of dat haalbaar
is, is een vraag voor het nieuwe kabinet.
Het is echter niet aan mij om uitspraken te doen over de wijze van verdelen van woningen
met gedeelde voorzieningen. In het land worden daarvoor verschillende systemen gebruikt.
Dit varieert van vormen waarbij de zittende huurders met verschillende graden van
vrijheid zelf kunnen kiezen én vormen waarbij de kamerzoekende zelf kan kiezen als
die bovenaan de lijst staat en volgens objectieve criteria aan de beurt is.
Vraag 5
Heeft u kennisgenomen van het onderzoek van Stichting Lieve Mark en de Erasmus Universiteit
Rotterdam over woongemeenschappen? Hoe beoordeelt u de conclusie dat de keuze met
wie je samen wilt wonen een belangrijke beschermende factor vormt tegen eenzaamheid,
stress- en mentale klachten onder studenten?
Antwoord 5
Ja. Uit de door u genoemde onderzoeken maak ik op dat regie op keuze van belang is.
Vraag 6
Klopt het dat DUWO als reden voor dit nieuwe beleid aangeeft dat het nodig is om te
voldoen aan de Wet goed verhuurderschap? Hoe beoordeelt u deze argumentatie?
Antwoord 6
DUWO geeft aan dat zij als sociale woningcorporatie de verantwoordelijkheid voelt
zorg te dragen voor gelijke kansen onder studenten. Zij wijst daarbij onder andere
op de student van ver die een kamer nodig heeft om te kunnen studeren, de eerstegeneratiestudent
die de weg niet voldoende weet en nog geen groot netwerk heeft of een MBO-student.
Dat sluit aan bij haar taakstelling die zij heeft als Toegelaten Instelling die in
het belang van de volkshuisvesting werkt. DUWO is als verhuurder daarbij o.a. onderworpen
aan de regels van de Woningwet, de overlegwet huurders-verhuurders en de Wet goed
verhuurderschap (Wgv).
De Wgv verplicht verhuurders en verhuurbemiddelaars om zich te onthouden van ongerechtvaardigd
onderscheid. De Wgv sluit voor wat betreft het verbod op ongerechtvaardigd onderscheid
aan bij de normen van de Algemene wet gelijke behandeling (Awgb) en brengt daarin
geen inhoudelijke beperking aan ten opzichte van het reeds bestaande recht. Uit de
Wgv volgt onder meer dat verhuurders en verhuurbemiddelaars verplicht zijn te werken
met objectieve selectiecriteria, een transparant selectieproces en een motiveringsplicht
voor de gekozen huurder. Zij moeten beschikken over een vastgelegde werkwijze om ongerechtvaardigd
onderscheid te voorkomen, die openbaar is gemaakt en bekend is bij alle werknemers
van de verhuurder/verhuurbemiddelaar.
De Wgv schrijft geen specifieke vorm van huurderselectie voor en doet geen afbreuk
aan het bestaande recht op coöptatie. In die zin biedt de Wgv ruimte voor verschillende
uitvoeringskeuzes waarbij ook selectie via coöptatie onder de Wgv kan plaatsvinden,
mits deze op een transparante wijze is ingericht en binnen de kaders van het verbod
op ongerechtvaardigd onderscheid blijft, zoals dat volgt uit de Awgb. Hoe een verhuurder
deze wettelijke verplichtingen concreet vertaalt in beleid, is in beginsel aan de
verhuurder zelf.
Vraag 7
Is het huidige systeem van hospiteren volgens u op enig punt in strijd met de wet
goed verhuurderschap? Welke ruimte biedt of beperkt deze wetgeving op dit punt?
Antwoord 7
Het systeem van hospiteren of coöptatie is niet in strijd met de Wet goed verhuurderschap
(Wgv). De Wgv brengt geen wijziging aan in het bestaande recht dat zittende bewoners
een rol kunnen hebben bij de keuze van een nieuwe bewoner, maar stelt enkel randvoorwaarden
aan de wijze waarop dat wordt georganiseerd. De Wgv bepaalt namelijk dat verhuurders
bij openbaar aanbod van woonruimte zorg moeten dragen voor een transparante en heldere
selectieprocedure, objectieve selectiecriteria moeten hanteren, aan de afgewezen kandidaat-huurder(s)
moeten motiveren waarom voor een huurder is gekozen, en dat zij een werkwijze ter
voorkoming van discriminatie vastleggen en openbaar maken. De Wgv sluit voor wat betreft
het verbod op ongerechtvaardigd onderscheid aan bij de normen van de Algemene wet
gelijke behandeling (Awgb). Daarbij mag door de verhuurder bij de keuze voor een nieuwe
huurder geen onderscheid worden gemaakt op grond van de persoonskenmerken die de Awgb
beschermt. Dan gaat het om: godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras,
geslacht, nationaliteit, hetero- of homoseksuele gerichtheid en burgerlijke staat.
Dit geldt dus ook voor verhuurders die niet zelf woonachtig zijn in een woning en
die middels coöptatie huurders laten werven. Op grond van de Awgb mogen zittende huurders
bij coöptatie echter soms wel verdere eisen stellen aan kandidaat-huurders en bijvoorbeeld
huurders selecteren op basis van geslacht. Er mag echter nooit onderscheid worden
gemaakt op basis van afkomst of huidskleur.
Een manier waarop verhuurders uitvoering zouden kunnen geven aan de bepalingen uit
de Wgv betreffende het verbod op ongerechtvaardigd onderscheid is door schriftelijk
vast te leggen en te communiceren (bijv. via hun website) dat nieuwe huurders worden
geselecteerd middels coöptatie. De zittende huurders, die o.b.v. coöptatie een nieuwe
huurder mogen kiezen, dienen onverwijld door de verhuurder te worden geïnstrueerd
dat de Wet goed verhuurderschap en daarmee tevens de Awgb van toepassing is, en dat
de zittende huurders, wanneer zij via een openbaar aanbod een huurder zoeken, daarbij
nimmer mogen selecteren op de verboden persoonskenmerken afkomst of huidskleur. Ook
deze instructie kan door de verhuurder schriftelijk worden vastgelegd, zodat het deel
uitmaakt van de vastgelegde werkwijze ter voorkoming van woondiscriminatie.
Vraag 8
Op welke wijze kan de Wet versterking regie volkshuisvesting een aangrijpingspunt
kunnen zijn om de goede elementen van hospiteren te behouden?
Antwoord 8
De Wet Versterking Regie Volkshuisvesting staat in mijn optiek los van het thema hospiteren.
Vraag 9
Hoe verhoudt het voorgenomen besluit zich volgens u tot het Landelijk Actieplan Studentenhuisvesting,
waarin juist wordt ingezet op uitbreiding van wooncapaciteit onder studenten en de
verbetering van studentenwelzijn?
Antwoord 9
Ik onderschrijf de noodzaak van meer studentenhuisvesting. Als ministerie zetten wij
ons in voor de realisatie van 60.000 nieuwe studentenwoningen en zijn daarbij voorstander
van meer woningen met gedeelde voorzieningen. DUWO levert hier een bijdrage aan.
Aanvullend beschrijft het Landelijke Actieplan Studentenhuisvesting (LAS) niet alleen
de wooncapaciteit en het studentenwelzijn. In de recente oplegger van de LAS van september
2025 wordt aandacht gevraagd voor extra maatregelen om de schaarse studentenwoningvoorraad
toegankelijker te maken voor onder andere mbo-studenten.
Vraag 10
Bent u het eens dat er meer ingezet moet worden op onzelfstandige huisvesting waarbij
hospiteren een belangrijk onderdeel is?
Antwoord 10
Het ministerie staat positief tegenover de realisatie van nieuwe onzelfstandige huisvesting.
Woningcorporaties en andere verhuurders zijn vrij om binnen de kaders van de wet hun
woonruimteverdeling zelf in te vullen.
Vraag 11
Hoe gaat u zorgen dat de balans in de realisatie tussen onzelfstandige en zelfstandige
woonruimte meer gaat uitslaan naar onzelfstandige woonruimte?
Antwoord 11
Zie antwoord op vraag 4.
Vraag 12
Bent u bereid om over dit bericht met DUWO in gesprek te gaan? Zo ja, wat zou daarbij
uw inzet zijn en bent u bereid de Kamer over de uitkomsten te informeren? Zo nee,
waarom niet?
Antwoord 12
Ik zie geen reden om met DUWO in gesprek te gaan over hun voornemens om het hospiteerbeleid
aan te passen. Ze blijven met hun voorstellen binnen de kaders van de wet.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
M.C.G. Keijzer, minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
Mede namens
G. Moes, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.