Verslag van een schriftelijk overleg : Verslag van een schriftelijk overleg over o.a. verslag van de Eurogroep en de Ecofinraad van 11 en 12 december 2025 in Brussel (Kamerstuk 21501-07-2156)
21 501-07 Raad voor Economische en Financiële Zaken
Nr. 2157
VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG
Vastgesteld 19 januari 2026
De vaste commissie voor Financiën heeft een aantal vragen en opmerkingen voorgelegd
aan de Minister van Financiën over de brieven van 12 januari 2026 over de Geannoteerde
agenda Eurogroep en Ecofinraad van 19 en 20 januari 2026 (Kamerstuk 21 501-07, nr. 2155) en over het verslag van de Eurogroep en de Ecofinraad van 11 en 12 december 2025
in Brussel (Kamerstuk 21 501-07, nr. 2156).
De vragen en opmerkingen zijn op 14 januari 2026 aan de Minister van Financiën voorgelegd.
Bij brief van 19 januari 2026 zijn de vragen beantwoord.
De fungerend voorzitter van de commissie, Van der Lee
De griffier van de commissie, Weeber
I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie
De leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda van de
vergaderingen van de Eurogroep en de Ecofinraad op 19 en 20 januari 2026. Hier hebben
deze leden enkele vragen over.
De leden van de PVV-fractie lezen bij het agendaonderwerp «Eurozone-aanbevelingen»
dat, in overeenstemming met de Defence Readiness Roadmap 2030, extra overheidsuitgaven
moeten worden omgezet in tijdige en effectieve defensiecapaciteiten.
Kan de Minister verduidelijken welke specifieke financiële doelstellingen hierbij
worden voorgeschreven en welke concrete tijdlijn geldt voor de implementatie hiervan?
Indien dergelijke doelstellingen en tijdslijnen ontbreken, hoe kan dan worden gewaarborgd
dat lidstaten zich evenredig inspannen?
De leden van de PVV-fractie lezen bij het agendaonderwerp «Eurozone-aanbevelingen»
dat de implementatie van de herstel- en veerkrachtplannen uiterlijk op 31 augustus
2026 moet zijn voltooid. Zij merken op dat Nederland wijzigingen heeft opgesteld.
Zullen deze wijzigingen ertoe leiden dat Nederland het volledige voor Nederland gereserveerde
bedrag van het HVP kan ontvangen?
Kan de Minister verduidelijken wat er gebeurt met niet-uitbetaalde middelen?
De leden van de PVV-fractie nemen kennis van het advies van de Commissie om binnen
de interne markt nationale belemmeringen en verschillen in regelgeving te elimineren.
Hoe beoordeelt de Minister dit advies en op welke terreinen ziet hij mogelijkheden
voor implementatie?
De leden van de PVV-fractie lezen tot slot bij het agendaonderwerp «Eurozone-aanbevelingen»
dat de Commissie adviseert alle noodzakelijke maatregelen te treffen voor de invoering
van de digitale euro. Het is echter nog de vraag of het Europees Parlement dit voorstel
zal steunen, nog los van het feit dat het gaat om een miljardeninvestering. Hoe kijkt
de Minister tegen dit advies aan? En welke stappen onderneemt hij ter ondersteuning
dan wel ter afwijzing van dat advies?
De leden van de PVV-fractie lezen bij het agendaonderwerp «Economische en financiële
impact van de Russische agressie tegen Oekraïne» dat tijdens de Europese Raad een
akkoord is bereikt om Oekraïne de komende twee jaar te ondersteunen met € 90 miljard
aan leningen. Deze leden vinden het steeds toenemen van de gezamenlijke Europese schulden
zorgelijk. Zo werd er voor de coronapandemie nauwelijks gebruikgemaakt van gezamenlijke
schulden, maar nu gaan we van leeninstrument naar leeninstrument.
Wat vindt de Minister van deze ontwikkeling en welke stappen onderneemt hij om deze
trend te doorbreken?
Kan de Minister een overzicht verstrekken van de gezamenlijke schuld in de Europese
Unie van de afgelopen tien jaar?
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda voor de
Eurogroep/Ecofinraad van 19 en 20 januari 2026. Zij hebben een aantal vragen en opmerkingen.
Eurozone aanbevelingen
De leden van de VVD-fractie concluderen dat de Raad een aantal goede aanbevelingen
doet in de EAR, maar vragen nog wat de status is van deze aanbevelingen indien deze
worden bekrachtigd. Deze leden vinden het bijvoorbeeld verstandig als andere landen
actie ondernemen om hun schuldhoudbaarheid te verbeteren en zij vinden het van groot
belang dat snel stappen worden gezet voor een Spaar- en Investeringsunie. Kan de Minister
ingaan op de voortgang van de ambitie om een kopgroep te vormen met landen om toe
te werken naar de kapitaalmarktunie?
Werkprogramma Cypriotisch voorzitterschap
De leden van de VVD-fractie zijn benieuwd of er reeds iets bekend is of verwacht wordt
van de agenda van Cyprus voor vereenvoudiging en «tax decluttering». Kan de Minister
daarop ingaan?
Russische agressie tegen Oekraïne
De leden van de VVD-fractie vinden het goed dat er een oplossing gevonden is voor
het grotendeels oplossen van het financieringstekort van Oekraïne voor 2026 en 2027.
Kan de Minister een inschatting geven hoe het overige gedeelte van de benodigde middelen
ingevuld zal worden?
Beoordeling buitensporige tekorten
De leden van de VVD-fractie lezen dat de Commissie oordeelt dat een groot aantal landen,
waaronder Frankrijk en Italië, voldoende opvolging hebben gegeven aan aanbevelingen
als resultaat van buitensporige tekorten. Heeft dit er dan ook toe heeft geleid dat
de tekorten zijn teruggelopen?
De leden van de VVD-fractie wijzen er bijvoorbeeld op dat in Frankrijk het begrotingstekort
in 2025 nog steeds zo’n 5,8% was, hetgeen dit ver boven het maximum van 3% BBP is.
Douane-unie
De leden van de VVD-fractie lezen dat het voorzitterschap voortgang boekt met het
wetgevingswerk richting een gemoderniseerde Douane-unie. Wat zijn de verwachte gevolgen
van douane-modernisering voor Nederlandse bedrijven, met name in de logistieke sector?
Hoe wordt geborgd dat nieuwe douaneregels uitvoerbaar blijven voor de Nederlandse
douane?
Digitale euro
De leden van de VVD-lezen dat de Spaanse rapporteur Navarrete uitgesproken sceptisch
is over nut en noodzaak van de digitale euro en ziet vooral heil in private oplossingen.
Hoe kijkt het kabinet naar het risico dat de digitale euro private alternatieven (zoals
WERO) verdringt? Hoe kijkt het kabinet tegen de het door de rapporteur van het Europees
Parlement gewenste vereiste dat eerst vastgesteld moet worden dat er geen privaat
alternatief is alvorens wordt gegaan tot uitgifte van de digitale euro?
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda van de
Eurogroep/Ecofin en hebben daarbij enkele vragen.
De leden van de CDA-fractie hebben aandachtig kennisgenomen van de aanbevelingen van
de commissie over het economische beleid van de eurozone. Zij herkennen in de prioriteiten
de uitdagingen waar ook Nederland mee te maken heeft op de extra defensie uitgaven,
verhogen van de arbeidsproductiviteit, investeringen en innovatie, sparen en investeren,
verduurzaming, enz.
Waarom belicht de Minister in de appreciatie van alle belangrijke thema’s alleen een
paar elementen die Nederland onderschrijft? Kan de Minister achtereenvolgens op de
beschreven thema’s ingaan en kan hij bevestigen dat er op elk van de thema’s voor
Nederland ook belangrijke prioriteiten zijn? Kan de Minister ook toelichten welke
elementen Nederland volgens hem niet kan steunen?
Graag zouden de leden van de CDA-fractie zien dat de Minister een constructieve en
open houding aanneemt in de besprekingen hierover en daarbij een langetermijnvisie
behoudt met het oog op weerbaarheid van de EU.
Kan de Minister beschrijven wat het verdere proces is rond de aanbevelingen?
De leden van de CDA-fractie onderschrijven de oproep van de commissie dat begrotingsstrategieën
moeten worden uitgevoerd voor de middellange termijn, die ruimte bieden voor uitgaven
in verband met defensie, concurrentievermogen en vergroten van investeringen in strategische
prioriteiten. Daarnaast moeten lidstaten nationale begrotingen herprioriteren en verbeteren.
Hoe kijkt de Minister naar strategieën van andere lidstaten in dit kader, in het bijzonder
van Duitsland, België en Frankrijk?
De commissie adviseert ook het bevorderen van meer particuliere verzekering van klimaatveranderinggerelateerde
verliezen. Kan de Minister ingaan op de vraag of de Europese Commissie ook checkt
of verzekeringsmaatschappijen in lidstaten zulke risico’s afdoende en betaalbaar afdekken?
Kan de Minister hierop ook reflecteren in het geval van Nederland, waar zulke verzekeringen
ook niet in alle gevallen beschikbaar zijn?
De leden van de CDA-fractie lezen dat Nederland nu een paar mijlpalen en doelstellingen
doorschuift en hoopt dat een wijzigingsverzoek en betaalverzoek worden goedgekeurd.
Hoe groot acht de Minister het risico dat geen goedkeuring volgt?
Ook vragen deze leden de Minister hoeveel beslismomenten er nog volgen. Klopt het
dat hierna nog één beslismoment is? Zo ja, wanneer is dat?
De leden van de CDA-fractie lezen dat de commissie voor de twaalfde keer op rij een
diepteonderzoek heeft aangekondigd voor Nederland naar mogelijke onevenwichtigheden
in de economie. Kan de Minister schetsen wat de planning van dit onderzoek is? En
ziet de Minister ook de noodzaak tot actie in het kader van het overschot op de lopende
rekening en hoge private schulden?
II Reactie van de bewindspersoon
Ik heb met belangstelling kennisgenomen van de vragen en opmerkingen van de leden
van de fracties van PVV, VVD en CDA inzake de geannoteerde agenda voor de vergaderingen
van de informele Eurogroep en de Ecofinraad d.d. 19 en 20 januari. Bij de beantwoording
is de volgorde van het schriftelijk overleg aangehouden.
Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie
De leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van de Geannoteerde agenda van de
vergaderingen van de Eurogroep en de Ecofinraad op 19 en 20 januari 2026. Hier hebben
deze leden enkele vragen over.
De leden van de PVV-fractie lezen bij het agendaonderwerp «Eurozone-aanbevelingen»
dat, in overeenstemming met de Defence Readiness Roadmap 2030, extra overheidsuitgaven
moeten worden omgezet in tijdige en effectieve defensiecapaciteiten.
Kan de Minister verduidelijken welke specifieke financiële doelstellingen hierbij
worden voorgeschreven en welke concrete tijdlijn geldt voor de implementatie hiervan?
Indien dergelijke doelstellingen en tijdslijnen ontbreken, hoe kan dan worden gewaarborgd
dat lidstaten zich evenredig inspannen?
In de Euro Area Recommendation (Herfstpakket 2025) wordt vastgesteld dat de gewijzigde
Europese veiligheidssituatie leidt tot substantiële verhogingen van defensie-uitgaven
door lidstaten. Hierbij wordt verwezen naar de binnen de NAVO gemaakte afspraak over
een nieuwe doelstelling van 5% van het bbp voor defensie- en defensiegerelateerde
uitgaven en de activatie van de nationale ontsnappingsclausule voor twaalf lidstaten
om dit mogelijk te maken. Ook het White Paper for European Defence – Readiness 2030 en het ReArm Europe-plan, inclusief het SAFE-instrument met maximaal EUR 150 miljard
aan leningen, maken het verhogen van uitgaven voor defensiedoeleinden mogelijk.
Deze elementen worden echter niet vertaald in bindende, eurozone-brede financiële
doelstellingen of afdwingbare implementatietijdslijnen per lidstaat. Het is aan lidstaten
zelf om de invulling te bepalen van de ophoging van de defensie-uitgaven binnen bovengenoemde
instrumenten en de NAVO-planningsdoelstellingen, waarin wel landspecifieke capaciteitsdoelen
en termijnen worden vastgesteld.
De leden van de PVV-fractie lezen bij het agendaonderwerp «Eurozone-aanbevelingen»
dat de implementatie van de herstel- en veerkrachtplannen uiterlijk op 31 augustus
2026 moet zijn voltooid. Zij merken op dat Nederland wijzigingen heeft opgesteld.
Zullen deze wijzigingen ertoe leiden dat Nederland het volledige voor Nederland gereserveerde
bedrag van het HVP kan ontvangen?
Kan de Minister verduidelijken wat er gebeurt met niet-uitbetaalde middelen?
Het wijzigingsverzoek heeft tot doel om mijlpalen en doelstellingen die op dit moment
niet meer haalbaar worden geacht binnen de looptijd van de Herstel- en Veerkracht
Faciliteit (HVF) aan te passen of te vervangen voor een beter alternatief. Zoals aangeven
in de kamerbrief van 4 november 20251 heeft het kabinet voorgesteld om de vertraagde hervormingen (de Wet Verduidelijking
beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (VBAR), de Wet versterking regie volkshuisvesting
(Wet regie) en het ontwerpbesluit procedurele versnellingen elektriciteitsprojecten
van het derde naar het vijfde betaalverzoek te verplaatsen. Met deze verplaatsing
wordt de maximale looptijd van de HVF benut om het alsnog mogelijk te maken de mijlpalen
te behalen. Een inhoudelijke wijziging van de mijlpalen is echter (vooralsnog) niet
mogelijk. Dit geldt ook voor de Wet Basisverzekering Arbeidsongeschiktheid Zelfstandigen
(BAZ) die reeds in het vijfde betaalverzoek was opgenomen. De naderende deadline (de
wetten dienen uiterlijk op 31 augustus 2026 gepubliceerd te zijn in het Staatsblad)
vormt een grote uitdaging. Indien deze deadline niet gehaald wordt zal dit leiden
tot een forse korting op de te ontvangen HVF-middelen, oplopend tot € 600 miljoen
per niet-behaalde mijlpaal. Het kabinet zet zich in voor een adequate behandeling
van deze mijlpalen in goede samenwerking met uw Kamer om een korting te voorkomen.
De Europese Commissie leent namens de EU op de kapitaalmarkten om RRF-middelen te
financieren. In het geval een deel van de RRF-middelen niet worden uitbetaald, hoeft
de Commissie voor dit deel niet te lenen. Hieruit volgt dat voor de betreffende niet-uitbetaalde
RRF-middelen, geen schulden worden aangegaan die op een later moment moeten worden
terugbetaald via de MFK-afdrachten.
De leden van de PVV-fractie nemen kennis van het advies van de Commissie om binnen
de interne markt nationale belemmeringen en verschillen in regelgeving te elimineren.
Hoe beoordeelt de Minister dit advies en op welke terreinen ziet hij mogelijkheden
voor implementatie?
Het kabinet hecht veel belang aan het versterken van de interne markt door middel
van het wegnemen van belemmeringen en het verminderen van verschillen in regelgeving
en de toepassing daarvan. Dit is van belang om grensoverschrijdende handel te bevorderen
en het Europese groeipotentieel te vergroten. Het kabinet verwelkomt daarom ook de
vorig jaar uitgebrachte horizontale interne-marketstrategie, en ziet daarbij een belangrijke
rol weggelegd voor de belemmeringen en onderwerpen die de Commissie met voorrang wil
aanpakken. Verder werkt het kabinet aan een actualisering van de kabinetsbrede interne-marktactieagenda
waarover uw Kamer later in dit kwartaal een brief ontvangt. Tevens beziet het kabinet
in deze context het belang van het versterken van de kapitaalmarktunie, waarbij het
specifiek aandacht heeft voor de versterking van toezicht op de financiële markten
in de EU.
De leden van de PVV-fractie lezen tot slot bij het agendaonderwerp «Eurozone-aanbevelingen»
dat de Commissie adviseert alle noodzakelijke maatregelen te treffen voor de invoering
van de digitale euro. Het is echter nog de vraag of het Europees Parlement dit voorstel
zal steunen, nog los van het feit dat het gaat om een miljardeninvestering. Hoe kijkt
de Minister tegen dit advies aan? En welke stappen onderneemt hij ter ondersteuning
dan wel ter afwijzing van dat advies?
Op 19 december jl. is er een Raadsakkoord gesloten, maar bij het Europees Parlement
is het wetsvoorstel nog in behandeling, waarna de triloogonderhandelingen nog moeten
volgen. Desalniettemin vind ik de aanbeveling van de Europese Commissie verstandig,
omdat de mogelijke invoering van de digitale euro een goede voorbereiding vereist
van het Eurosysteem en op termijn ook van banken, betaaldienstverleners en bedrijven.
Op dit moment vind ik het daarom gepast dat het Eurosysteem is begonnen met het ontwikkelen
en testen van de technische infrastructuur die nodig is voor het verwerken van digitale
euro transacties. Ik vind het daarbij belangrijk dat het Eurosysteem dit stap voor
stap doet en oog houdt voor de politieke ontwikkelingen, zodat de plannen indien nodig
nog kunnen worden aangepast.
De leden van de PVV-fractie lezen bij het agendaonderwerp «Economische en financiële
impact van de Russische agressie tegen Oekraïne» dat tijdens de Europese Raad een
akkoord is bereikt om Oekraïne de komende twee jaar te ondersteunen met € 90 miljard
aan leningen. Deze leden vinden het steeds toenemen van de gezamenlijke Europese schulden
zorgelijk. Zo werd er voor de coronapandemie nauwelijks gebruikgemaakt van gezamenlijke
schulden, maar nu gaan we van leeninstrument naar leeninstrument.
Wat vindt de Minister van deze ontwikkeling en welke stappen onderneemt hij om deze
trend te doorbreken?
Kan de Minister een overzicht verstrekken van de gezamenlijke schuld in de Europese
Unie van de afgelopen tien jaar?
Voor een overzicht van, en toelichting op, de diverse instrumenten die met gemeenschappelijke
schuld zijn gefinancierd verwijs ik u naar een brief van 30 maart 2022.2 Zoals aangegeven in die brief gaat het om het Europees Financieel Stabiliteitsmechanisme
(EFSM) en de Europese Financiële Stabiliteitsfaciliteit (EFSF) die in reactie op de
financiële crisis (tijdelijk) werden opgericht; het permanente Europese Stabiliteitsmechanisme
(ESM) voor eurolanden; de betalingsbalansfaciliteit voor landen die de euro nog niet
hebben; het SURE-instrument en het herstelinstrument Next Generation EU (NGEU) die
werden opgericht in reactie op de COVID-19 pandemie; en macro-financiële bijstand
(MFB) voor nabuurlanden. Sinds 2022 zijn daar het instrument SAFE3; de hervormings- en groeifaciliteiten voor respectievelijk de Westelijke Balkan en
Moldavië; macro-financiële bijstand plus (MFB+) voor Oekraïne; de Oekraïne faciliteit;
en meest recent het politiek overeengekomen leeninstrument voor Oekraïne bijgekomen.
Bij al deze instrumenten gaat het om leningen die de Unie doorleent aan lidstaten
of derde landen, met uitzondering van het subsidiegedeelte van NGEU. Onderstaande
tabel geeft een overzicht van alle instrumenten die met gemeenschappelijke schulduitgifte
worden gefinancierd, op basis van het contingent liabilities report
4 van de Europese Commissie per 31-12-2024. Voor SAFE en het recente leeninstrument
voor Oekraïne zijn er nog geen uitstaande leningen. Voor de uitstaande leningen en
betalingen uit de Herstel- en Veerkrachtfaciliteit, die het leeuwendeel vormt van
het herstelinstrument NGEU is de meest recente stand te vinden op de website van de
Europese Commissie.5
Kenmerk van deze instrumenten is dat ze bedoeld zijn voor uitzonderlijke en onvoorziene
situaties, waarvoor in het Meerjarig Financieel Kader daarom niet was voorzien en
die te omvangrijk waren om binnen het MFK op te vangen. Zoals bekend is Nederland
geen voorstander van gemeenschappelijke schuld als financieringswijze voor EU-instrumenten.
Nederland is zodoende steeds kritisch op de noodzaak en tijdelijkheid van de geboden
steun, de juiste besteding ervan en, waar relevant, de gepaste voorwaarden waaronder
steun verleend kon worden.
Tabel: overzicht van instrumenten die met gemeenschappelijke schulduitgifte worden
gefinancierd (op basis van het contingent liabilities report van de Europese Commissie, stand per 31-12-2024)
Instrument
Maximale leencapaciteit (mrd. euro)
Uitstaand (mrd. euro)
EFSM
45
42
EFSF
240
186
ESM
500
83
Betalingsbalansfaciliteit
50
0
SURE
100
98
NGEU leningen
292
155
NGEU subsidiedeel
421
238
MFB+ Oekraïne
18
18
Oekraïne Faciliteit
33
13
MFB1
16
Groeifaciliteit Westelijke Balkan1
4
–
Groeifaciliteit Moldavië1
2
–
SAFE
150
–
Leeninstrument Oekraïne
90
–
X Noot
1
Deze instrumenten kennen worden gegarandeerd uit de EU-begroting middels het common provisioning fund en niet via de headroom. Hier is dus geen aparte nationale garantie voor opgenomen.
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de Geannoteerde agenda voor de
Eurogroep/Ecofinraad van 19 en 20 januari 2026. Zij hebben een aantal vragen en opmerkingen.
Eurozone aanbevelingen
De leden van de VVD-fractie concluderen dat de Raad een aantal goede aanbevelingen
doet in de EAR, maar vragen nog wat de status is van deze aanbevelingen indien deze
worden bekrachtigd. Deze leden vinden het bijvoorbeeld verstandig als andere landen
actie ondernemen om hun schuldhoudbaarheid te verbeteren en zij vinden het van groot
belang dat snel stappen worden gezet voor een Spaar- en Investeringsunie.
De Europese Commissie heeft op 26 november 2025 het voorstel voor aanbevelingen aan
de eurozone gepubliceerd (Euro Area Recommendation, EAR) in het kader van het Europees
Semester.6 De EAR wordt, na eventuele tekstuele wijzigingen, goedgekeurd door de Ecofinraad
van februari a.s. Daarop volgt bekrachtiging door de Europese Raad naar verwachting
in maart a.s., en formele aanname van de EAR in de Ecofinraad van april a.s.
De EAR biedt een kader om gesprekken te voeren over de gezamenlijke prioriteiten voor
de eurozone. Zo draagt de EAR bij aan het sturen van de agenda en gesprekken in de
Eurogroep. Lidstaten en de eurozone als geheel worden uitgenodigd om deze aanbevelingen
aan boord te nemen bij het vormen van economisch beleid. De EAR zijn niet bindend.
Kan de Minister ingaan op de voortgang van de ambitie om een kopgroep te vormen met
landen om toe te werken naar de kapitaalmarktunie?
Het kabinet neemt deel aan een kopgroep van lidstaten met onder andere Spanje, Duitsland
en Frankrijk, genaamd Europese Concurrentievermogen Laboratoria (European Competitiveness Labs). Doel van deze kopgroep is om met een groep welwillende lidstaten voortgang te maken
ter verbetering van de Europese spaar- en investeringsunie, in aanvulling op de stappen
die de Europese Unie zet. Een eerste resultaat van deze kopgroep was het beleggingslabel
«Finance Europe», waarover ik uw Kamer op 5 juni jl. heb geïnformeerd.7 De meest recente bijeenkomst van de Europese Concurrentievermogen Laboratoria was
op 9 oktober 2025, ook hier heb ik uw Kamer over geïnformeerd.8
Ook buiten deze bijeenkomsten ben ik geregeld met lidstaten in gesprek om te kijken
hoe we zo veel mogelijk voortgang kunnen maken op dit onderwerp. Lidstaten zoals Nederland
kunnen het voortouw nemen door onder andere ambitieus te zijn in de behandeling van
het kapitaalmarktintegratie- en toezichtpakket. Dit pakket is op 4 december jl. door
de Europese Commissie gepubliceerd en ik zal uw Kamer binnenkort met een BNC-fiche
informeren over de kabinetsinzet.
Werkprogramma Cypriotisch voorzitterschap
De leden van de VVD-fractie zijn benieuwd of er reeds iets bekend is of verwacht wordt
van de agenda van Cyprus voor vereenvoudiging en «tax decluttering». Kan de Minister
daarop ingaan?
Er is veel aandacht voor vereenvoudiging en versimpeling van Europese regelgeving,
zo ook in het werkprogramma van het Cypriotisch voorzitterschap en bij de Europese
Commissie. Concreet werkt de Europese Commissie bijvoorbeeld aan een rapport over
de staat van het Europese bankenraamwerk, waarin vereenvoudiging één van de belangrijke
thema’s zal zijn. Dit rapport – en mogelijke wetsvoorstellen die hierop volgen – worden
naar verwachting pas in de tweede helft van 2026 gepubliceerd. Uw Kamer wordt hierover
via de geëigende wegen nader geïnformeerd.
Ten aanzien van «tax decluttering», is de verwachting dat de Europese Commissie in
juni van dit jaar een Omnibusvoorstel op directe belastingen en een herziening van
de richtlijn betreffende administratieve samenwerking (DAC) publiceert. Er wordt niet
verwacht dat deze voorstellen al gedurende het Cypriotisch voorzitterschap worden
besproken, maar dat dit in de tweede helft van 2026 aanvangt onder het Ierse voorzitterschap.
Uw Kamer zal, wanneer de voorstellen zijn gepubliceerd, nader geïnformeerd worden
hierover door middel van BNC-fiches.
Russische agressie tegen Oekraïne
De leden van de VVD-fractie vinden het goed dat er een oplossing gevonden is voor
het grotendeels oplossen van het financieringstekort van Oekraïne voor 2026 en 2027.
Kan de Minister een inschatting geven hoe het overige gedeelte van de benodigde middelen
ingevuld zal worden?
De Europese Commissie dekt met de leningen van EUR 90 mld. bij de huidige aannames
twee-derde van de macro-financiële en militaire noden van Oekraïne voor de komende
twee jaar. Hiermee dekt de EU een nog groter deel van de noden van Oekraïne dan in
voorgaande jaren. Voor de invulling van de overige één derde blijft aanzienlijke inzet
van de rest van de internationale gemeenschap nodig. In internationale gremia als
het Ukraine Donor Platform, de Ukraine Defence Contact Group en de NAVO vinden hier
ook gesprekken over plaats. Ook blijft Nederland bij partnerlanden benadrukken dat
het noodzakelijk is dat zij een eerlijke bijdrage blijven leveren. Recent heeft Japan
USD 6 mld. aan extra begrotingssteun toegezegd voor 2026. Het resterende tekort dient
volgens de Commissie gedekt te worden door andere internationale donoren. Oekraïne
heeft de militaire steun nodig om zich op het slagveld te verdedigen, maar ook de
begrotingssteun is essentieel om maatschappelijk en economisch overeind te blijven
en de strijd tegen Russische agressie voort te kunnen zetten.
Beoordeling buitensporige tekorten
De leden van de VVD-fractie lezen dat de Commissie oordeelt dat een groot aantal landen,
waaronder Frankrijk en Italië, voldoende opvolging hebben gegeven aan aanbevelingen
als resultaat van buitensporige tekorten. Heeft dit er dan ook toe heeft geleid dat
de tekorten zijn teruggelopen?
De leden van de VVD-fractie wijzen er bijvoorbeeld op dat in Frankrijk het begrotingstekort
in 2025 nog steeds zo’n 5,8% was, hetgeen dit ver boven het maximum van 3% BBP is.
Voor lidstaten in een buitensporigtekortprocedure, waaronder Frankrijk en Italië,
stelt de Raad een aanbeveling vast voor de correctie van buitensporige tekorten op
basis van artikel 126(7) VWEU. Dit correctief uitgavenpad is in beginsel gelijk aan
het uitgavenpad dat de Raad heeft vastgesteld op basis van het budgettair-structureel
plan van een lidstaat voor de middellange termijn, maar moet voldoen aan een minimale
jaarlijkse verbetering van het structureel saldo van 0,5% bbp als benchmark. Er worden
in een buitensporigtekortprocedure geen eisen gesteld aan de jaarlijkse verbetering
van het nominale begrotingstekort. De Commissie heeft beoordeeld dat Frankrijk en
Italië effectieve actie hebben ondernomen om het buitensporig tekort te corrigeren
conform de hierboven genoemde Raadsaanbeveling. Dit betekent dat zij het correctief
uitgavenpad naleven. Volgens de herfstraming van de Commissie daalt het nominaal begrotingstekort
van Frankrijk van 5,5% bbp in 2025 naar 4,9% bbp in 2026. Het nominaal begrotingstekort
van Italië daalt van 3,0% bbp in 2025 naar 2,8% bbp in 2026.
Douane-unie
De leden van de VVD-fractie lezen dat het voorzitterschap voortgang boekt met het
wetgevingswerk richting een gemoderniseerde Douane-unie. Wat zijn de verwachte gevolgen
van douane-modernisering voor Nederlandse bedrijven, met name in de logistieke sector?
Hoe wordt geborgd dat nieuwe douaneregels uitvoerbaar blijven voor de Nederlandse
douane?
De modernisering van de Douane-unie heeft naar verwachting positieve gevolgen voor
Nederlandse bedrijven, inclusief de logistieke sector. Er is in onderhandelingen met
de Europese Raad specifiek aandacht geweest voor het behoud van toegang tot douanefaciliteiten
voor het mkb, waaronder behoud van de AEO-C status en reële mogelijkheden tot douanevertegenwoordiging.
Hierdoor kan het mkb onder gunstige voorwaarden internationaal blijven opereren.
Ten aanzien van de logistieke sector zijn in de raadsinzet diverse praktische aanpassingen
gedaan, zoals het terugbrengen van de termijn voor tijdelijke opslag naar 90 dagen
en het hanteren van een werkbare definitie van «importeur». Dit waarborgt de continuïteit
van logistieke processen in Nederland.
Met de oprichting van een EU-douaneagentschap is geborgd dat de operationele uitvoering
en toezichtprioriteiten bij de lidstaten blijven. De EU-Douanedatahub versterkt de
datakwaliteit, met behoud van nationale beleidsruimte, digitale soevereiniteit en
vertrouwelijkheid
Het kabinet doet er alles aan om deze punten zo goed mogelijk terug te laten komen
in het definitieve akkoord van de triloog tussen het Europees Parlement, de Raad van
de EU en de Europese Commissie.
Digitale euro
De leden van de VVD-lezen dat de Spaanse rapporteur Navarrete uitgesproken sceptisch
is over nut en noodzaak van de digitale euro en ziet vooral heil in private oplossingen.
Hoe kijkt het kabinet naar het risico dat de digitale euro private alternatieven (zoals
WERO) verdringt? Hoe kijkt het kabinet tegen de het door de rapporteur van het Europees
Parlement gewenste vereiste dat eerst vastgesteld moet worden dat er geen privaat
alternatief is alvorens wordt gegaan tot uitgifte van de digitale euro?
Het is goed dat er wordt gewerkt aan private initiatieven, zoals Wero. Dit draagt
bij aan een divers en weerbaar betaallandschap. Ik ben van mening dat Wero en de digitale
euro naast elkaar kunnen bestaan en elkaar kunnen versterken. Wero is een privaat
Europees alternatief voor grote niet-Europese betaalbedrijven en kan innovaties in
het betalingsverkeer introduceren. De digitale euro daarentegen is een publiek digitaal
alternatief voor contant geld en zorgt ervoor dat publiek geld, ook in digitale vorm,
in de samenleving gebord blijft. Daarnaast hecht ik veel waarde aan de interoperabiliteit
tussen de digitale euro en private initiatieven en blijf ik hiervoor aandacht houden
in het vervolg van de onderhandelingen.
De EP-rapporteur Navarrete stelt een gefaseerde en conditionele invoering van de digitale
euro voor: in de eerste fase worden dan de offline functionaliteiten geïntroduceerd,
omdat deze belangrijk zijn voor de strategische autonomie en weerbaarheid van Europa.
De online functionaliteiten zouden pas volgen als wordt geconcludeerd dat private
initiatieven onvoldoende van de grond komen of onvoldoende pan-Europees bereik hebben.
Ik ben geen voorstander van deze aanpak, omdat de online en offline functionaliteiten
samen cruciaal zijn om de rol van publiek geld in de samenleving en het digitaliserende
betalingsverkeer te borgen. Bovendien vind ik het belangrijk om vooraf voldoende zekerheid
te bieden over de invoering, zodat het Eurosysteem, banken, betaaldienstverleners
en bedrijven bij een politiek akkoord duidelijkheid hebben en tijdig kunnen starten
met de voorbereidingen.
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de Geannoteerde agenda van de
Eurogroep en Ecofinraad 19–20 januari en hebben daarbij enkele vragen.
De leden van de CDA-fractie hebben aandachtig kennisgenomen van de aanbevelingen van
de commissie over het economische beleid van de eurozone. Zij herkennen in de prioriteiten
de uitdagingen waar ook Nederland mee te maken heeft op de extra defensie uitgaven,
verhogen van de arbeidsproductiviteit, investeringen en innovatie, sparen en investeren,
verduurzaming, enz.
Waarom belicht de Minister in de appreciatie van alle belangrijke thema’s alleen een
paar elementen die Nederland onderschrijft? Kan de Minister achtereenvolgens op de
beschreven thema’s ingaan en kan hij bevestigen dat er op elk van de thema’s voor
Nederland ook belangrijke prioriteiten zijn? Kan de Minister ook toelichten welke
elementen Nederland volgens hem niet kan steunen?
Graag zouden de leden van de CDA-fractie zien dat de Minister een constructieve en
open houding aanneemt in de besprekingen hierover en daarbij een langetermijnvisie
behoudt met het oog op weerbaarheid van de EU.
Kan de Minister beschrijven wat het verdere proces is rond de aanbevelingen?
Het voorstel voor een Raadsaanbeveling voor de eurozone (Euro Area Recommendation, EAR)9 bestaat uit 14 aanbevelingen op het gebied van begrotingsbeleid en defensie, arbeidsmarkt,
investeringen en innovatie, interne markt, Spaar- en Investeringsunie, de internationale
rol van de euro, de digitale euro, en macro-financiële stabiliteit. Alle thema’s raken
aan voor Nederland belangrijke prioriteiten. In de appreciatie van de EAR is, mede
vanwege het grote aantal aanbevelingen, een aantal specifieke thema’s uitgelicht die
het kabinet in het bijzonder steunt, waaronder aandacht voor voortgang op de kapitaalmarktunie,
onderzoek en innovatie, verdieping van de interne markt, aanpak van regeldruk, en
het stimuleren van een goede aansluiting van het onderwijs op de arbeidsmarkt. Dit
laat onverlet dat het kabinet ook waarde hecht aan de overige aanbevelingen, en zich
ten aanzien van alle aanbevelingen constructief opstelt.
De Ecofinraad van februari a.s. zal de EAR, na eventuele tekstuele wijzigingen, goedkeuren.
Daarop volgt bekrachtiging door de Europese Raad naar verwachting in maart a.s., en
formele aanname van de EAR in de Ecofinraad van april a.s. De EAR biedt een kader
om gesprekken te voeren over de prioriteiten voor de eurozone, waaronder in de Eurogroep.
Lidstaten en de eurozone als geheel worden uitgenodigd om deze aanbevelingen mee te
wegen bij het vormen van economisch beleid.
De leden van de CDA-fractie onderschrijven de oproep van de commissie dat begrotingsstrategieën
moeten worden uitgevoerd voor de middellange termijn, die ruimte bieden voor uitgaven
in verband met defensie, concurrentievermogen en vergroten van investeringen in strategische
prioriteiten. Daarnaast moeten lidstaten nationale begrotingen herprioriteren en verbeteren.
Hoe kijkt de Minister naar strategieën van andere lidstaten in dit kader, in het bijzonder
van Duitsland, België en Frankrijk?
In april 2024 is het herziene Europese begrotingsraamwerk in werking getreden. In
het kader van dit begrotingsraamwerk stellen alle lidstaten een budgettair-structureel
plan voor de middellange termijn op. Deze plannen bestaan uit een uitgavenpad voor
minimaal vier jaar en maximaal zeven jaar, ook wel de budgettaire aanpassingsperiode
genoemd. Het uitgavenpad moet ertoe leiden dat 1. Het begrotingstekort onder de referentiewaarde
van 3% bbp wordt gebracht voor het einde van de aanpassingsperiode én daar onder blijft
op de middellange termijn (de tien jaar na de aanpassingsperiode); en 2. De overheidsschuld
na afloop van de aanpassingsperiode geloofwaardig daalt of op een prudent niveau blijft
(onder de referentiewaarde van 60% bbp) op de middellange termijn (de tien jaar na
de aanpassingsperiode). Daarnaast bevat het plan structurele hervormingen en investeringen.
Lidstaten kunnen in aanmerking komen voor een verlenging van de aanpassingsperiode
van vier naar zeven jaar indien zij structurele hervormingen en investeringen doorvoeren
die bijdragen aan schuldhoudbaarheid, economische groei, de landspecifieke aanbevelingen
uit het Europees Semester en EU-prioriteiten. Duitsland, België en Frankrijk hebben
gebruik gemaakt van deze mogelijkheid, evenals Finland, Italië, Oostenrijk, Roemenië
en Spanje. De genoemde eisen zorgen ervoor dat de budgettair-structurele plannen van
Duitsland, België en Frankrijk zowel maatregelen bevatten om nationale begrotingen
te herprioriteren en verbeteren, als uitgaven bevatten op het gebied van EU-prioriteiten
(o.a. defensie, concurrentievermogen).
De Raad van de Europese Unie (Raad) heeft in 2025, op aanbeveling van de Europese
Commissie, aanbevelingen vastgesteld die toezien op i) het vaststellen van een meerjarig
uitgavenpad voor alle lidstaten, ii) het goedkeuren van hervormingen en investeringen
die ten grondslag liggen aan een verlenging van de budgettaire aanpassingsperiode
voor België, Duitsland, Finland, Frankrijk, Italië, Oostenrijk, Roemenië, Spanje,
ii) het vaststellen en corrigeren van buitensporige tekorten voor België, Frankrijk,
Italië, Hongarije, Malta, Oostenrijk, Polen, Slowakije en Roemenië. De Kamer is geïnformeerd
over de kabinetsinzet ten aanzien van de Raadsaanbevelingen voor alle lidstaten. Het
kabinet kon zich vinden in de Commissiebeoordeling dat de plannen in lijn zijn met
Verordening 2024/1263 en Verordening 1467/97 en heeft het kabinet ingestemd met de
Raadsaanbevelingen, waaronder die voor Duitsland, België en Frankrijk.
De commissie adviseert ook het bevorderen van meer particuliere verzekering van klimaatveranderinggerelateerde
verliezen. Kan de Minister ingaan op de vraag of de Europese Commissie ook checkt
of verzekeringsmaatschappijen in lidstaten zulke risico’s afdoende en betaalbaar afdekken?
Kan de Minister hierop ook reflecteren in het geval van Nederland, waar zulke verzekeringen
ook niet in alle gevallen beschikbaar zijn?
De Europese Autoriteit voor Verzekeringen en Bedrijfspensioenen brengt in kaart in
welke mate klimaatrisico’s momenteel verzekerbaar zijn binnen de Europese Unie. Zij
publiceert actuele inzichten hierover in een openbaar toegankelijk dashboard.10 De Europese Commissie maakt waar nodig gebruik van deze data. Tevens hebben op initiatief
van de Europese Commissie in het verleden de Klimaatweerbaarheid Dialogen plaatsgevonden.
Dit heeft in 2024 geleid tot een rapport11 waarin ook uitgebreid aandacht is besteed aan de mate waarin klimaatrisico’s worden
afgedekt door verzekeraars.
Met betrekking tot de situatie in Nederland verwijs ik naar de brief die eerder gezamenlijk
door de Ministers van Financiën, van Justitie en Veiligheid en van Infrastructuur
en Waterstaat aan de Kamer is aangeboden.12
De leden van de CDA-fractie lezen dat Nederland nu een paar mijlpalen en doelstellingen
doorschuift en hoopt dat een wijzigingsverzoek en betaalverzoek worden goedgekeurd.
Hoe groot acht de Minister het risico dat geen goedkeuring volgt?
Ook vragen deze leden de Minister hoeveel beslismomenten er nog volgen. Klopt het
dat hierna nog één beslismoment is? Zo ja, wanneer is dat?
De Europese Commissie heeft het Nederlandse voorstel voor aanpassing van het bestaande
HVP op 17 december 2025 positief beoordeeld. De Commissie legt tijdens de Ecofinraad
van 19 en 20 januari het aangepaste raaduitvoeringsbesluit ter goedkeuring voor aan
de Raad, waarmee het besluitvormingsproces voor het wijzigingsverzoek wordt afgerond.
De ervaring leert dat de Raad het voorstel van de Commissie overneemt. Vervolgens
zal de Commissie het derde betaalverzoek beoordelen. Wij voorzien daarbij op dit moment
geen knelpunten. Betaalverzoeken worden niet ter goedkeuring voorgelegd aan de Ecofinraad.
De leden van de CDA-fractie lezen dat de commissie voor de twaalfde keer op rij een
diepteonderzoek heeft aangekondigd voor Nederland naar mogelijke onevenwichtigheden
in de economie. Kan de Minister schetsen wat de planning van dit onderzoek is? En
ziet de Minister ook de noodzaak tot actie in het kader van het overschot op de lopende
rekening en hoge private schulden?
De Commissie voert de diepteonderzoeken in het kader van de macro-economische onevenwichtighedenprocedure
(MEOP) begin 2026 uit. De resultaten van de diepteonderzoeken worden in het voorjaar
van 2026 verwacht, als onderdeel van het lentepakket in het kader van het Europees
Semester. Zoals gebruikelijk zal de Kamer een appreciatie hiervan ontvangen. Afgelopen
voorjaar constateerde de Commissie op basis van het uitgevoerde diepteonderzoek macro-economische
onevenwichtigheden in Nederland op grond van het overschot op de lopende rekening
en de hoge private schulden. Hierover is de Kamer destijds geïnformeerd.13
Het overschot op de lopende rekening bestaat voornamelijk uit een overschot op de
handelsbalans dat past bij het open karakter en de gunstige concurrentiepositie van
de Nederlandse economie. Het overschot op de lopende rekening correspondeert – per
definitie – met een spaaroverschot (saldo nationale besparingen en investeringen)
waar begrotingsdiscipline, het omvangrijke pensioenstelsel, de vergrijzing en de aanwezigheid
van grote multinationals een rol in spelen. Volgens de Commissie kunnen hogere investeringen
in Nederland het lopende rekeningoverschot terugdringen.14
Het kabinet voert geen expliciet beleid ten aanzien van de lopende rekening, gelet
op het feit dat het overschot in belangrijke mate een uitkomst is van structurele
kenmerken van de Nederlandse economie. De Commissie adviseert Nederland ook niet om
beleidsmatig te sturen op het overschot op de lopende rekening. Het is wel verstandig
om verstoringen die mogelijk ten grondslag liggen aan het overschot te adresseren.
Het kabinet erkent dat Nederland voor een investeringsopgave staat en herkent de uitdagingen
en investeringsbelemmeringen in Nederland die de Commissie in de resultaten van haar
diepteonderzoek in 2025 noemde.15 Zoals uiteengezet in de kabinetsreactie op het IBO bedrijfsfinanciering zet het kabinet
zich op verschillende manieren in om deze belemmeringen weg te nemen.16 Daarnaast zet het kabinet zich in dit kader in voor beter werkende kapitaalmarkten17, maatregelen die bijdragen aan productiviteitsgroei18, en een versterking van de Europese interne markt door onder andere het verlagen
van interne barrières.
De hoge private schulden in Nederland worden hoofdzakelijk gedreven door hypotheekschulden.
De Commissie gaf in haar diepteonderzoek uit 2025 aan dat, ondanks beleidswijzigingen
over de afgelopen jaren, verstoringen op de woningmarkt blijven bestaan door subsidies
in het belastingsysteem voor met schuld gefinancierd woningbezit. Het kabinet erkent
dat de private schulden in Nederland relatief hoog zijn en werkt hard aan de beschikbaarheid,
betaalbaarheid en kwaliteit van woningen. De maatregelen die worden genomen om de
woningmarkt te verbeteren kunnen op termijn een dempend effect hebben op de hoge private
schulden.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
T.M.T. van der Lee, voorzitter van de vaste commissie voor Financiën -
Mede ondertekenaar
A.H.M. Weeber, griffier