Amendement : Amendement van de leden Stultiens en Jimmy Dijk over het invoeren van een toptarief in box 3 van 49,5%
36 748 Wijziging van de Wet inkomstenbelasting 2001 om werkelijke inkomsten uit bezittingen en schulden in box 3 te belasten (Wet werkelijk rendement box 3)
Nr. 10
AMENDEMENT VAN DE LEDEN STULTIENS EN JIMMY DIJK
Ontvangen 19 januari 2026
De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:
I
Het in artikel I, onderdeel C, voorgestelde artikel 2.13 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het eerste lid wordt «bedraagt 36%» vervangen door «wordt bepaald aan de hand
van de volgende tabel:
Bij een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van meer dan
maar niet meer dan
bedraagt de belasting het in kolom III vermelde bedrag, vermeerderd met het bedrag
dat wordt berekend door het in kolom IV vermelde percentage te nemen van het gedeelte
van het belastbare inkomen uit sparen en beleggen dat het in kolom I vermelde bedrag
te boven gaat
I
II
III
IV
–
€ 78.426
–
36%
€ 78.426
–
€ 28.233
49,5%
2. Er worden twee leden toegevoegd, luidende:
3. Op het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 2.13, eerste lid, worden de bedragen
in de tabel in dat lid als volgt gewijzigd:
a. de in de kolommen I en II vermelde bedragen worden vervangen door het in artikel 2.10,
eerste lid, in de tabel in kolom I, na toepassing van artikel 10.1 op dat lid, op
dat tijdstip als tweede vermelde bedrag;
b. het in kolom III vermelde bedrag wordt vervangen door het bedrag dat voortvloeit uit
de vermenigvuldiging van het in de tabel onder I als gevolg van onderdeel a op te
nemen bedrag met het in kolom IV als eerste opgenomen percentage.
4. Na toepassing van het derde lid vervallen het derde en vierde lid.
II
In artikel I, onderdeel Z, wordt na «, wordt» ingevoegd «na «2.12,» ingevoegd «2.13,
eerste lid,», wordt».
III
In artikel VI, eerste lid, wordt na «artikelen» ingevoegd «2.13, eerste lid,».
Toelichting
Dit amendement voegt een extra tarief in box 3 in van 49,5%, waardoor inkomen uit
vermogen voortaan progressief belast wordt, net als inkomen uit arbeid.
Zowel in box 1 als in box 2 geldt een progressief belastingtarief, waardoor hogere
inkomens zwaarder belast worden. Het gecombineerde toptarief in box 2 bedraagt 48,8%
en het toptarief in box 1 is 49,5%. Dat is fors hoger dan het huidige en voorgestelde
tarief in box 3 van 36%. De indieners zijn van mening dat inkomen uit vermogen niet
milder behandeld moet worden dan inkomen uit arbeid en stelt daarom voor ook in box
3 een toptarief toe te voegen.
Op de langere termijn vinden de indieners het wenselijk om het boxenstelsel af te
schaffen en inkomen uit verschillende bronnen zoveel mogelijk gelijk te behandelen.
Op korte termijn is dat echter niet uitvoerbaar; de indieners stellen daarom voor
om tot een grotere hervorming mogelijk is een toptarief van 49,5% in te voeren in
box 3, dat geheven wordt over inkomen boven € 78.426, gelijk aan de schijfgrens in
box 1. Voorts stellen de indieners voor deze schijfgrens jaarlijks te indexeren met
de tabelcorrectiefactor, zoals ook gebeurt met de schijfgrens in box 1.
De budgettaire opbrengst is als volgt:
2027
2028
2029
2030
2031
2032
Structureel
Toptarief van 49,5%
–
€ 749 miljoen
€ 628 miljoen
€ 606 miljoen
€ 604 miljoen
€ 613 miljoen
€ 879 miljoen
Stultiens J. Dijk
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
Luc Stultiens, Tweede Kamerlid -
Mede ondertekenaar
Jimmy Dijk, Tweede Kamerlid